Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34STE JAARGANG ZATERDAG 2 JULI 1927 No. 27

De llletaalfcemerfcer CPselifelaö oan den tflgetneenen nederlattdscften meiaalbcwerkersDoitd.

1 ' ’* REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN . . Arbeiders aller Lander _____ Kennis Is macht, U- Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam (Zuid) Eenheid kracht -—— 11 Telefoon 26175 ■■■—■■ – " ■——— ' 1■" –

ABONNEMENT; ADVERTENTIËN t>- „ .... „ , , , , . Stukken van algemeenen aard moeten alterlfik Maandags, _ . . By vooruitbetaling per laar. . . I ! ( 1.50 „ , . , _ , J ö Gewone advertentiën . , , , per regel f O.dü ,7 D , , , , Bondsmeuws en advertentiën Woensdagsmorgens „ , n or. Voor Buitenland verhoogd met porto. ... Aanvragen voor personeel 0.20 Losse nummers u.O.ti ZIJD lnfc,e "omen Afdeelingsadvertentiën . . « • l l . . , 0.20

OPLAAG 27.400 Officiëele lededeeiiimen. • o Deze week wordt het oontributiezegel op de 27e week in het Bondsboekje geplakt Het „non possumus” van den Metaalbond. Inden brief van. den Metaalbond, bedoeld als antwoord op onzen brief van 24 Mei, verklaarde het dagelijksch bestuur zich in principe bereid tot verdere besprekingen met onzen Bond, maar zoolang geen nieuwe gezichtspunten zouden worden geopend, zoo luidde de brief, vermag men aan werkgeverszijde niet in te zien dat partijen dichter tot elkander zouden worden gebracht. Intusschen blijkt dat de Metaalbond van zijn kant geen lust heeft of behoefte gevoelt om nieuwe gezichtspunten te openen. Bevestiging van deze veronderstelling vinden wij ineen andere alinea van den brief waarin verwezen wordt naar hetgeen bij „verschillende besprekingen is betoogd en uitvoerig is uiteengezet.” Maar voor ons is dan toch de gelegenheid open gelaten wèl met nieuwe gezichtspunten te komen. Dat staat we! niet met even zooveel woorden inden brief, maar ’t is er met wat goeden wil wel uitte halen. Nu staat het er zóó bij dat zoowel ons bestuur als onze bondsraad, zoodra van het aanbod van den Metaalbond was kennis genomen, het standpunt innamen dat geen nieuwe voorstellen moesten worden gedaan. Onder meer normale omstandigheden zou een dergelijke beslissing zeker niet genomen zijn. Wanneer twee partijen onderhandelen, moet geen poging onbenut gelaten worden om ’t zoo eenigszins mogelijk met elkander eens te worden. Maar hoe stonden nu de zaken precies ? Wij deden den Metaalbond voorstellen waarbij het minimumloon voor geschoolden op 23-jarigen leeftijd voor de eerste gemeenteklasse op 60 cent was gesteld. De christelijke organisaties, steeds bereid hun vriendelijk aanschijn van solidariteit tusschen meester en knecht té toonen en hun slappewas-politiek te demonstreeren, stelden de leeftijdsgrens voor een zelfde minimum op 25 jaar, in hun toelichting met nadruk de aandacht er op vestigend dat zij rekening wilden houden met den bestaanden toestand. Na een reeks van samensprekingen komt dan de Metaalbond eindelijk met een wéloverdacht voorstel inhoudende een minimumloon voor geschoolden inde eerste gem.-klasse van 38 cent op 23-jarigen- en Van 46 cent op 25-jarigen leeftijd. Dat maakte een verschil van 22 cent met ons voorstel en van 14 cent met dat van de christelijke organisaties. En inde conferentie, waarin dit aanbod werd besproken, verklaarde de voorzitter namens het bestuur dat over verhooging van de voorgèstelde looncijfers of verlaging Van de gestelde leeftijdsgrenzen niet viel te praten, Is het te verwonderen dat onder deze omstandigheden ons alle lust ontbrak om toch maar een nieuw voorstel te doen ?

’t Was toch voor ieder duidelijk dat een ernstig tegenvoorstel met verwijzing naar de afgelegde verklaring onder de tafel zou worden gewerkt. Om „verantwoord” te zijn, zoo luidde de verklaring van den Chr. Bond, de R.K. Bond deed er wijselijk het zwijgen aan toe deed men van die zijde toch een tegenvoorstel, ofschoon men wist dat het voor kennisgeving zou worden aangenomen. Dat zulks niet overdreven voorgesteid is, wordt bevestigd door den brief van den Metaalbond aan de christelijke organisaties, waarin het heette; „Doch het zijn vooral uw minimumcijfers van uurloon en gemiddeld uurinkomen, die ons tot ons leedwezen aanleiding geven, U te verwijzen naar het/ geen door ons bij de besprekingen van g April j.l, gezegd is over eventueele indiening uwerzijds vaneen tegenvoorstel. Wij hebben U toen uitdrukkelijk medegedeeld, dat wij zulks, tenzij het alleen ondergeschikte punten zou betreffen, zouden moeten beschouwen ais een afwijzing van ons voorstel, dat het resultaat was van uitgebreid onderzoek en ernstige studie.” Men wist dus aan christelijke zijde heel goed dat een tegenvoorstel, ook al week het beduidend af van het oorspronkelijke, niet de minste kans bood te worden geaccepteerd. Maar men wilde „verantwoord” zijn en dus . . . gooide men met het badwater bet kind door den gootsteen. Om „verantwoord” te zijn hadden wij een dergelijke allerzonderlingste demonstratie niet te geven. De heeren hebben zich min of meer in den knoop gewerkt met hun tactiek en daarmee een bedenkelijke verantwoording op zich geladen. Onzerzijds hebben weden werkgevers geschreven dat we tot verdere onderhandeiingen bereid waren en mede wilden werken om de bestaande klove te overbrugden. 00 Ais nu de Metaalbond nieuwe besprekingen eveneens gewenscht achtte had hij, die nadrukkelijk verklaard had dat over de looncijfers van zijn aanbod niet meer te praten viel men lette wei op dat dit het criterium van de zaak is allereerst deze baricade moeten verwijderen. Dat men zulks niet deed bewijst wei dat de Metaalbond persisteert bij „het resultaat van onderzoek en ernstige studie”. Wij wijzen er nog eens op dat ons bestuur niet het standpunt inneemt van „alles of 'niets”. Als ’t mogelijk zou zijn geweest voorstellen van den Metaalbond te verkrijgen welke zouden rechtvaardigen dat wij ons voor een bepaalden tijd zouden vastleggen, dan zouden wij dat zeker ernstig heb- * ben overwogen. Nu die mogelijkheid niet aanwezig blijkt zullen we verder onzen eigen weg moeten gaan. De Metaalbond zal er vroeg of laat toe overgaan om het resultaat van „uitgebreid onderzoek en ernstige studie” ineen „landelijke regeling” te verwerken en het meerdere of mindere voordeel dat er ’t gevolg

van zal zijn zal geheel afhangen van de wijze waarop de ieden van den Metaalbond de nieuwe regeling in practijk brengen. Voor de arbeiders in onze industrie blijft slechts één keuze over. Indien we goed geregelde, dragelijke arbeidsvoorwaarden wenschen, zullen die niet dan na strijd en taaie volharding verkregen worden. De Metaalbond wil niet verder gaan dan een klein schepje doen op hetgeen de bestaande toestand is. Dat wil zeggen, dat hij niet eigener beweging verder gaat. Wij zijn er echter van overtuigd dat de werkgevers wel tot toenadering bereid zullen zijn indien hun arbeiders toonen met den bestaanden toestand geen vrede te nemen. Indien de vlam van verzet hoog zal opiaaien, indien de massa toont dat zij niet het leem wil zijn inde hand van den pottenbakker, zal het non possumus (wij kunnen niet) van de werkgevers spoedig een einde nemen. Berusting prediken voor de massa laten we gaarne over aan hen die daartoe roeping gevoelen. De sfeer, noodig voor het verkrijgen van een alleszins redelijke arbeidsovereenkomst, is er tot heden nog niet geweest, noch aan werkgevers- noch aan werknemerszijde. Welnu, dat wij dan die sfeer scheppen en overal wa.ir ’t moge lij* is hc verzet kweeken dat noodig is om den werkgevers de overtuiging bij te brengen dat de nieuwe tijd zijn tol eischt. Strijd is daartoe onvermijdelijk. Welnu, dat men hem aanvaarde I MET lEDER ZEGEL DAT GIJ KOOPT DRAAGT GIJ EEN STEEN 3IJ VOOR DEN BOUW VAN ONS TROELSTRAOORD. WWWWWWVWWVVWWEIWWmW Verbetering onzer uitkeeringen bij werkloosheid. Toen de geweldige werkloosheid in onze industrie, nu al weer eenige jaren geleden, ons dwong om gebruik te maken van de financieele hulp van de Regeering ten einde de werkloozenkas te laten functionneeren, hebben we daarmee tevens de Regeeringsvoorschriften betreffende verlaging der uitkeeringen en andere minder aangename maatregelen noodgedwongen moeten aanvaarden. Zoodra we met onze werkloozenkas weer in wat betere doen kwamen, is door ons stelselmatig gepoogd weer een grooter of kleiner deel van die ons opgedrongen verslechteringen teniet te doen. Erg gemakkelijk is dat niet gegaan. De autoriteiten zijn wat conservatief en wilden, alvorens zij ons toestonden de uitgaven ten laste van de werkloozenkas te verzwaren, voldoende zekerheid hebben dat wijde in voorschot ontvangen bedragen konden aflossen en

tevens voldoende reserve zouden maken voor de toekomst. Het is ons gelukt om bij stukjes en beetjes een deel van de crisismaatregelen van ons af te ruiven. In Juli 1925 wisten we een einde te maken aan den maatregel dat slechts in twee tempo’s, n.l. bij halfjaarlijksche termijnem de uitkeering kon worden genoten. Per x Januari j.l. is bereikt dat de scheiding tusschen ongehuwden, bij ouders inwonend of bij anderen, kwam te vervallen. Vooral ook deze laatste maatregel was buitengewoon onbillijk en de opruiming er van is met vreugde begroet. Ons bestuur zat inmiddels niet stil en. wenschte tevens dat de regeling van uilkeering weer meer in overeenstemming zou worden gebracht met onze progressieve contributieregeling. ~Die meer contributie betaalt, ook hoogere uitkeering”, was iets wat bij de huidige regeling niet tot z’n recht kwam. Er lag bij den Dienst der Werkloosheidsverzekering een voorstel van onzen Bond om daarin verbetering te brengen. ’t Is ons bestuur gelukt, dit voorstel aangenomen te krijgen. Bij schrijven d.d. 20 Juni j.l. ontvingen wijde goedkeuring van den Minister van Arbeid, waarbij de volgende wijziging in ons reglement wordt aangebracht: htttw— inßßffluwMjtMi 11 iiiini«w>iaB—a—www co fl xj fl £ gs.sgj.® C ® "O C > fe o- £ B s Bij een weekloon £ s.S öcos van = ** ■gfj •o O ° ” O O A. la de esrsie gemeeniekiasse : lo Minder dan f B. f 0.90 £0.60 .60 2a f 8— t/m „1199 „1.20 „0.90 „0.60 3e „12. „ „ 1499 ; „ 1.50 „1.20 „ 0.60 4a „ 15. „ „ 19.99 „ 2.00 „ 1.60 „ 0.60 5e „ 20. „ „ 24.99 2.50 „ 1.80 „ 0.60 6o „ 25 „ „ 29.99 260 „ 1.90 „ 0.60 7e „ 30. „ „34 ‘ >.) „ 2,75 „ 2.00 „ 0.60 8e „ 35. en hooger ,; „ 2.90 „ 2.10 „ 0.60 B. En de twer?’ nr.ecnteklasse : le Minder dan £ 8— 0.00 f 0.50 S 0.50 2e f B, t/m „ 11.99 120 „0.85 j „ 0.50 3e „ 12. „ „ 14.99 1,50 „ 1.20 „ 0.50 4e „ 15. „ „ 19,0! 2.- „ 1.60 i „ 0.50 5e „ 20.- „ „ 24.00 .05 „ 1.60 j „ 0.60 6e „ 25. „ „ 29,99 2.50 „ 1.70 i „ 0.50 7e „ 30. „ „ 3493 2.63 „ 1.80 ! „ 0.50 8e „ 35. en hooger , 2.80 „ 1.90 j „ 0.50 C. Inde derti: -.meeriteklasse: le Minder dan f B. f 0.90 f 0.40 I f 0.40 2e £ B. t/m „ 11.99 „ 1.20 „ 0.80 „ 0.40 3e „ 12.- „ „ 14.99 „1.50 „ 1.20 „ 0.40 4e „ 15. „ „ 19.99 „ 1.90 „ 1.30 „ 0.40 5e „ 20.- „ „ 24.99 „ 2.10 „1.40 „ 0.40 6e „ 25. „ „ 29.99 „ 2.30 „ 1.50 „0 40 7e „30.- „ „ 34.99 „2.50 „3.60 „0.40 8e „ 35. en hooger „ 2.70 „ 1.70 „ 0.40 We hebben hiermee verkregen een regeling die onzen leden meer recht doet. Uitkeering volgens betaalde contributie is verkregen en tevens voor de hoogere klassen ook verhoogde uitkeering. Onze leden zullen hierin een prikkel vinden om nog eens precies na te gaan of ze wel contributie betalen in overeenstemming met hun inkomsten. Niet alleen in geval vah conflicten, itiaar nu ook bijgeval van werkloosheid benadeelen zij zichzelf door minder te betalen dan volgens onze contributieregeling verplicht is. Men overwege dit alles nog eens goed en wachte zich er voor een zuinigheid toe te passen die slechts de wijsheid bedriegt.

Sluiten