is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 34, 1927, no 32, 06-08-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Economische peilers. (Vs.) In ons blad van iG en 23 Juli beeft onze redacteur Van der Houven telkens een artikel gewijd aan de aanbesteding en de gunning van het constructiewerk en de bewegingsinrichting voor de brug over de Koningshaven te Rotterdam. ■ En hij was zeker niet de eerste die aan jJdeze kwestie zijn aandacht schonk. Tal-Hooze artikelen waren reeds verschenen zooiwel in de bladen van liberalen huize ais in jde bladen der arbeiderspartij. . Wij gelooven echter dat er geen blad is (geweest waarin door verschillende persoden een meer tegenstrijdige meening is kot uiting gebracht dan in „Het Volk”, (waar door (M)atthiisen een scherp pleidooi is gehouden vóór de gunning aan Werkspoor”, terwijl door v. d. Waerden bp streng principieele gronden verdedigd werd in deze niet beschermend op te treilden, doch het werk aan de laagste inschrijfster te gunnen. Eerstgenoemde ging zelfs zoover persoden die toestonden dat een werk in het buitenland werd gemaakt als het ook in •ons land, zij het dan ook voor een wrat booger bedrag gemaakt. kon worden, van •larrïlendigheid te beschuldigen. Het artikel van onzen redacteur, dat voorkomt in ons blad van 23 Juli, heeft niet den eisch gesteld om de brug hier ie houden zooals hij dat een week daarvoor «deed omdat de Rotterdamsche Raad inmiddels de „Vereinigte Stahiwerke” met «den bouw had belast, doelt zich in hoofdtaak bezig gehouden met de vraag of „bescherming onder alle omstandigheden verboden is”. En hoew'el zijn opmerking aan bet eind van het artikel; „Wij handhaven onverkort ons standpunt dat openbare «lichamen er toe hebben mee te werken dat tzulke belangrijke orders als die van de sKoninginnebrug te Rotterdam bij voorbeur aan de Nederlandsche industrie worden gegund”, niet protectionistisch is, .ademt toch het artikel den geest van bescherming. Het is niet onwaarschijnlijk dat v. d. IWaerden nog aandacht aan de door Van der Houven gestelde vragen zal schenken. j{Wij willen echter, daar wij ons korter bij |Van der Waerden gevoelen dan bij onzen redacteur en de overigen die het standpunt van bescherming innemen, ook onze meejning in ons blad ten beste geven. Mogelijk dat hiervan een polemiek het gevolg is die (zoowel voor ons zelf als voor onze lezers verhelderend zou kunnen werken. * * De reden, waarom de vrijhandelaars het 'standpunt van den vrijen handel innemen, «s bijna te bekend om daar zelfs maar een ■bijzonder korte omschrijving van te geven. Zij toch gaan van het standpunt uit, dat wanneer men de goederen daar laat vervaardigen waar dit met de minste kosten kan geschieden, de beste waarborg aanwezig is dat de grootst mogelijke hoeveelheid goederen wordt geproduceerd welker distributie dan der menschheid het hoogst mogelijke welvaartspeil zal schenken. Wij gelooven niet, dat er één economist zal worden gevonden die deze grondgedach'te aan den geringsten twijfel zou willen onderwerpen. En dat men trots de instemming hiermede toch tot bescherming van eigen land of volk komt, vloeit veeleer voort uit het feit, dat men zich sterker verantwoordelijk acht voor de positie der eigen Üandgenooten voor zoover zij binnen de ■eigen landgrenzen worden aangetroffen dan ivoor de broederen welke juist niet meer binnen die grenzen hun verblijf houden. En in werkelijkheid is dit ook zoo. Zelfs de meest internationaal denkende vakvereeni■gingsbestuurder is sterker met de verantwoordelijkheid voor de handhaving of verbetering der levenspositie van eigen leden belast dan met de zorg voor de buitenlandiSche collega’s. Het is echter zaak, dat behartiging der belangen van eigen leden niet ontaardt in verwaarloozing of sterker ■ nog tegenwerking der belangen van andere •personen die soms toch nog wel in een en (hetzelfde internationaal verband zijn opgenomen . En dit wel in de eerste plaats omdat vooral in economisch opzicht gebleken is, tdat „zij, die met het zwaard slaan door het zwaard zullen vergaan”, m.a.w. omdat ■als één arbeidersleider wat al te sterk het belang van eigen leden laat domineeren, bit standpunt ook vrij spoedig door anderen wordt overgenomen, met het directe gevolg yan verslapping der internationale banden. Nu is het onze zienswijze dat diegenen onder ons die verdedigden dat de brug bovengenoemd door „Werkspoor” gebouwd moest worden trots het belangrijke prijsverschil, zich aan de zonde in onze vorige alinea genoemd hebben schuldig gemaakt, zoodat de Kans dat de gevolgen, «eveneens in die alinea genoemd, zich in een meer of minder verwijdert toekomst -uilen (doen gelden. Wij kunnen ons voorstellen, (dat m,en deze handelwijze kan verdedigen

door te ggen; De lagere kosten der brug, wanneer deze in Duitschland wordt gemaakt, zijn niet het gevolg vaneen doelmatiger werken waardoor er een kleinere hoeveelheid arbeid in het product wordt vastgelegd, doch vloeien \mort uiteen lagere waardeering van, een lagere belooning voor dien arbeid dan ten onzent het geval zou zijn geweest. Oogenschijnlijk is deze redeneering niet in strijd met de grondgedachte van den vrijhandelaar zooals wij die hierboven ontschreven. En toch is ze dat wei. Want behalve dat de vrijhandel tot doel heeft de goederen daar te laten voortbrengen waar ze het gemakkelijkst voortgebracht kunnen worden, moet hij ook bewerkstelligen, dat een zoo groot mogelijk aantal producenten inde productie betrokken wordt, alsmede om het welvaartspeil der producenten en voornamelijk dat der arbeiders zooveel mogei.jK te niveileeren of liever het welvaartspeil niet -oor één groep of één land, doch voor alle tot het hoogst mogelijke niveau op te voeren. Dit laatste wordt nu echter weer niet bereikt als wij het kostenvraagstuk loslaten en alleen rekening houden met de „hoeveelheid arbeid” wa; rtoe men komt als men het vervaardigen in eigen land verdedigt op grond van lagere loonen in het buitenland. Zooals alles een oorzaak heeft, zoo hebben ook de ‘ ge loonen in Duitschland een oorzaak. Wie onzer ziet nog niet voor zich de vreeselijke na-oorlogsperiode met haar valuta-misère, waardoor de belangrijke fondsen der organisaties verschrompelden tot waardelooze papiersnippers en die de arbeiders aan den rand van het pauperisme bracht? Wie onzer heeft niet met klimmende bprst den zwaren strijd mede doorleefd die onze Duitsche kameraden trots deze ellencle-periode hebben gestreden voor handhaving van den achturendag en verbetering hunner arbeidsvoorwaarden ? En dat zij uit dezen strijd niet als volledige overwinnaars te voorschijn zijn getreden A’loeide ook mede voort uit de groote werkloosheid die intrad bij het herstel der valuta. Nu liggen er twee wegen voor de arbeiders met een beter loonniveau, waaronder ook de Nederlandsche arbeiders gerekend mogen worden, open. Zij kunnen alles doen om te voorkomen dat er werk uit hun land naar Duitschland gaat omdat de Duitsche industrie door middel van het lagere loon gemakkelijker kan concurreeren, óf zij kan het den Duitschen collega’s mogelijk maken om bij uitbreidende werkgelegenheid krachtig voor verbetering van hun positie op te komen. Wij adviseeren echter zonder voorbehoud den laatsten weg te kiezen en wel om redenen van practischen als van socialen aard. Als ons loon in vergelijking met de Duitsche loonen te hoog zou zijn, dan is er geen sprake van dat wij er in zullen slagen om bij een slappe arbeidsmarkt het werk hier te houden. De vele particuliere opdrachtgevers zouden maling hebben aan onze verzoeken om hun opdrachten bij de nationale industrie te plaatsen, zoodat wij aangewezen zouden zijn op de hulp der overheidslichamen. Deze hebben echter in het algemeen niet zooveel werk te vergeven dat de arbeidsmarkt voldoende vraag zou waarborgen als de of vele particuliere opdrachten naar het buitenland gaan, dit vooral niet omdat regeeringsmaatregelen in ons land ontegenzeggelijk tegenmaatregelen in andere landen, in dit geval Duitschland, tot gevolg hebben. Het lijkt ons echter bij uitbreidende werkgelegenheid inde Duitsche metaalindustrie met behulp van onzen Internationalen Metaalbewerkersbond niet zoo bijzonder moeilijk de arbeidsvoorwaarden gelijk of bijna gelijk aan de onze te maken, evengoed als wij, zelfs wel zonder de hulp der Internationale, onze arbeidsvoorwaarden ( en dit geldt voornamelijk voor Rotterdam) een heel eind inde richting der Engelsche hebben verbeterd. Deze stijging der loonen en in vele plaatsen de verkorting van den arbeidstijd, hebben er inmiddels weer toe bijgedragen dat orders, welke voorheen in ons land werden geplaatst, nu soms naar het buitenland gaan. Ook zal het moeilijker worden orders voor schepen voor Engelsche rekening te bemachtigen. In elk geval is de concurrentie uit dezen hoofde loyaler dan inde jaren die achter ons liggen, waarin wij voor lage loonen 55 uren werkten, terwijl onze Engelsche collega’s vast hadden kunnen houden aan de 47-l-urige werkweek en als gevolg daarvan een groote werkloosheid hadden dan bij eerlijke concurrentie noodzakelijk zou zijn geweest. Het is dan ook onze innige overtuiging dat de flinke houding onzer Engelsche kameraden er in ruimer zin toe heeft bijgedragen om onzen onvermoeiden strijd voor verbetering der arbeidsvoorwaarden in ons land met succes te bekronen. De brandende kwestie is momenteel dan ook niet: zullen wij onze eigen industrie beschermen door xooral pvsrbeidsojjdxach-

téri hier te houden ? Veeleer moeten wij Internationaal de vraag onder het oog zien of de werktijd nog niet verder verkort moet worden dan tot 8 uur per dag, waardoor de kans bestaat dat alle werven en machinefabrieken van voldoende orders worden voorzien, waardoor de concurrentie minder nijpend en de kans tot verbetering der arbeidsvoorwaarden grooter wordt. In dit verband mogen wij er wel op wijzen, dat wij laatst in ons „Mededeelingsblad” van den Internationalen Metaalbewerkersbond lazen dat reeds in 1925 op het congres van het vakverbond in Australië gesproken werd over den ouderwetschen achturendag. Mocht deze opgave voorshands te moeilijk zijn, dan staat toch zeker vast dat de internationale samenwerking inniger moet worden en dat er internationale fondsen moeten worden gevormd om de landen, waar de strijd het zwaarst is, bij te springen. Zeker is in elk geval dat de arbeidersvertegenwoordigers, die smalend spreken over den vrijhandel als het oude stokpaardje der Manchester school, onze beweging op den duur geen dienst zullen doen. De uitkomsten der metaalindustrie in het jaar 1926, Winsten, loonen, dividend. (Vervolg.) Maatschappij „Feijenoord”. Wanneer men van deze onderneming de bedrijfsresultaten vergelijkt van 1925 en 1926, dan blijft laatstgenoemd jaar ruim f 200.000 ten achter bij zijn voorganger. Niettegenstaande dat zijn de uitkomsten jaar op jaar van dien,aard, dat zij meerdere ondernemingen naar verhouding verre overtreffen. Beziet men de balans, dan blijkt wel hoe deze onderneming een bijzondere positie inneemt. Korter gezegd zij is rijk. Vergelijkt men het aandeelenkapitaal en loopende leening, totaal f 2.350.000, met andere ondernemingen, dan is dit veel geringer dan men gewoonlijk aantreft. Waarom heeft de onderneming aan een dergelijk klein kapitaal voldoende? Omdat de reserves, waarschijnlijk in veel jaren gekweekt, ruimschoots in de behoefte aan kapitaal kunnen voorzien. Niet minder dan 2.4 millioen gulden is gereserveerd, wat de onderneming een zeer sterke positie geeft. Deze reserve zet zich steeds door, alleen wordt zij afgeschreven voor uitbreiding en vernieuwing, die geregeld plaatsvinden. De verlies- en winstrekening geeft het volgende beeld : VERLIEZEN: 1925 1926 Diverse onkosten. . . . f 16.044.34 f t3.110,43 Afschrijvingen 25.000.— – 25.000— Winst. ......... 1.195.101.20 – 978.904.68 Totaal . . f 1.230.145.54 f 1.017.015.11 WINSTEN: 1935 1926 Saldo vorig jaar . . , , f 1,943.13 f 2,399.15 Intrest en koerswinst . , – 84.769.65 – 31.779.86 Diverse Inkomsten ..... 2.228.76 – 4.374.41 Saldo exploitatierekening. . 1.147.204.— – 975.461.69 Totaal . . . . f 1.236.145.54 f 1.017.015.11 Zooals reeds is opgemerkt is het saldo der exploitatierekening in 1926 belangrijk lager dan in 1925 en als gevolg hiervan het winstcijfer. Dit behoeft evenwel niet te verontrusten, hetgeen het de directie schijnbaar ook niet doet. Het percentage dividend, 10 pCt., zooals in 1925, is ook nu gehandhaafd. Ziehier de verdeeling; Belasting, tantièmes en nieuwe Jaar Aaudeelh, Gereserveerd rekening Totaal 1925 f 200 000.— f915.000.— f80,101.20 f 1.195.101.20 1926 £ 200.000— f 695.000— f83.904.68 f 978.904.68 Wat wij hiervoren opmerkten bij de onderneming Kromhout, n.1. een eenigszins billijker verdeeling der winsten, geldt bij „Fei jenoord” in nog sterkere mate. Indien het looncijfer voor de pl.m. 1500 'werklieden met een f 150.000 steeg, zou dit de onderneming niet precies in den toestand brengen een „armoede-vergunning” noodig te hebben. In de 2.4 millioen reserve zit zeer zeker heel wat ontbering van arbeiderskant. In het jaarverslag over de arbeiders in de onderneming verder niets bijzonders. Hoewel gestoft wordt op het afgeleverde werk, waartoe overigens aanleiding is, schijnt het voortbrengen iets ondergeschikt te zijn. De voortbrengers worden niet genoemd. Ja toch, een enkel zinnetje heeft op hen betrekking. De arbeidsloonen ondergingen geen ver= andering, terwijl de prijzen van materialen en grondstoffen vrijwel op hetzelfde niveau bleven. Af. Men ziet het, indien over de arbeiders wordt gedacht, denkt men alleen in guldens!

| R otter damsche Droogdok=Mij. i Deze onderneming verkeert ineen ; bloeienden toestand. Zij bestond in Januari : van dit jaar 25 jaar en de aandeelhouders besloten het volgende te doen: 1 f 250.000.— te schenken aan een op te richten pensioenfonds; f 250.000.— te schenken aan een fonds ten dienste van weduwen en weezen van 1 overleden werknemers. Deze bedragen ten laste te brengen van de rekening: buitengewone reserves. 1 Inderdaaïï een prachtig besluit. Laat ons echter wel bedenken, dat het vormen dezer 1 reserve, waaruit het bovenstaande half millioen zal worden geput, eerst is bijeengebracht uit de baten door de onderneming : verkregen. De arbeiders zullen hieraan zeer zeker hun deel hebben bijgedragen. De onderneming verkeert buitendien in een zeer goede financieele positie. De aankoopwaarde der tèrreinen, gebouwen en machines, 3 dokken en vaar- en voertuigen, waarvan de aankoopwaarde bedroeg ruim 16 milüoen, is reeds afgeschreven tot 1.3 millioen. Blijven de financieele uitkomsten ais tot heden, wat beteekent dat elk jaar eert half millioen kan worden afgeschreven, dan ■ zal binnen afzienbaren tijd dit geheele complex van bezit geheel zijn vrijgemaakt. Deze sterke positie weerspiegelt zich inde waarde der aandeelen, welke thans staan genoteerd op f 1860 (nominaal f 1000). Ziehier het resultaat 1926: ,Verliezen: 1925 1926 Erfpacht f 30.236.50 f Afschrijvingen . . . „ 651.464.93 „ 479.124 Winst ~ 866.666.67 >1 866.666.67 Totaal . , / 1.548.365.10 f 1.345.790.67 Winsten: 1925 1936 Saldo op exploitatierekening . ... f 1.488.539.09 f 1.345.790.67 Intrest 59.829.01 Totaal . . ƒ 1.548.368.10 ƒ 1.345.790.67 Het zal den lezer wellicht opvallen dat de winst in beide jaren precies gelijk is. In werkelijkheid is dit niet zoo, zooals uit de exploitatie-uitkomst duidelijk blijkt. Deze onderneming kan zich echter de weelde veroorloven, eerst het deel voor aandeelhouders in veiligheid te stellen afgescheiden van het meer of minder gunstige resultaat. De post afschrijvingen is de sluitpost die de rekening altijd doet kloppen. Bij deze onderneming niet erg, omdat de nog af te schrijven 1.3 millioen spoedig genoeg is weggewerkt. Hieronder de winstverdeeling: Belasting, Aandeel- Gereser- tantièmes _ . houders: yeerd: en nieuwe totaal: rekening: 1925 f SB3-2S°-— f 160.000. f 123.416.67 f 866.666.67 1926 „ 583,250.— „ 160.000. „ 123.416.67 „ 866.666.67 ; Waar zooals eerder reeds is geschreven de winst vooruit wordt vastgesteld, is uit den s aard der zaak de verdeeling ook gelijk. De aandeelhouders ontvangen 10 pCt. of f 500.000; f 83.250 wordt verdeeld onder 250 houders van oprichtersbewijzen, f 160.000 krijgt een nadere bestemming en 1 de rest is voor belasting, tantièmes enz. 1 Omtrent het aantal werklieden en het uitgekeerde loonbedrag lezen wij in het ver! slag niets. Het vermelden vaneen enkel zinnetje mogen wij echter niet nalaten : 1 ,)De bedrijfsvrede werd het afgeloopen verslagjaar gelukkig niet verstoord en de gegronde hoop mag worden gekoesterd, dat door gezond overleg ook inde toekomst stoornissen vermeden zullen worden.” Wij helpen het de directie wenschen. Wraar echter die gegronde hoop op is gevestigd, vermogen wij nog niet te begrijpen, tenzij de directie zich zelf ernstig heeft voorgenomen niet meer zulke dictoriale maatregelen in te voeren als in 1925. Ge-1 zond overleg vooraf kan inderdaad veel moeite voorkomen. ~De Schelde”. Het verslag van deze onderneming over het jaar 1926 is in mineur gesteld. Wel zijn voor het komende jaar 1927 alle afdeelingen met werk bezet, doch veel zal er niet op overschieten. En waren er in 1926 niet enkele meevallertjes geweest, dan waren de aandeelhouders er nog slechter afgekomen dan thans. Het schijnt ons echter toe, dat naast die meevallers hier of daar ook een : strop heeft gehangen doch waarover men lieyer niet spreekt. Het volgende is althans niet duidelijk te verklaren. Terwijl het gemiddeld aantal arbeiders respectievelijk was 1904 en 1842, • wat beteekent, dat er slechts 62 werklieden 1 minder hebben gewerkt dan in 1925, is het verschil in exploitatie enorm. Was het bruto-saldo der exploitatie-rekening 1925 f 2.074.883.75, in 1926 liep dit [ terug tot f 1.471.712.49. Een verschil van ; ruim f 600.000. Zoo hevig kan toch de ron-1 currentie niet zijn, dat zij dergelijke schommelingen meebrengt.