Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gaat het N. V. V. goed, maar dat komt slechts doordat het uw bond, en de anderen, goed gaat. Moge dit congres medewerken aan de versterking der arbeidersklasse in haar geheel! (Luid applaus). Hongarije. Rudolf Kruppa begroet het congres namens den Hongaarschen bond. Het zal wel niet onbekend zijn, onder welke moeilijke omstandigheden de Hongaarsche arbeiders leven De zwaarste strijd moet gevoerd worden tegen de regeering, die nog steeds de uitzonderingsbepalingen handhaaft. Het is zeer moeilijk om verlof te krijgen om een vergadering te houden en meestal houden wij ze daarom niet. De werkgevers kunnen hun gang gaan, zij kunnen vergaderen zooveel zij willen. Wij moeten werken „onder de aarde”. . , . Zwaar is onze strijd tegen de werkgevers die door .de regeering gesteund worden. Wij staken niet wij mogen niet. Wij moeten pogen op andere wijze te werken. Den werkgevers is het niet voldoende dat wijdoor de regeering belemmerd worden. Men richt ook nieuwe organisaties tegen ons op, christelijke en fascistische, die door de regeering moreel en financieel gesteund worden. Zoo verzwakt men onze kracht. Met deze organisaties gaande werkgevers overeenkomsten aan en de regeering telt niet de ledentallen, maar alleen de organisaties per stuk. Zóó geraken wij altijd inde minderheid, terwijl wij er van overtuigd zijn, dat wij het grootste aantal leden hebben. De ledentallen der andere organisaties zijn niet bekend en wij kunnen het aantal ook niet nagaan. De fascistische organisaties recruteeren hun leden uit de menschen, die voor geld voor alles te krijgen zijn. De moeilijkste strijd is die tegen de werkloosheid, die reeds sinds jaren door de slechte economische toestanden is veroorzaakt. Met buitenlandsche leeningen is het grootkapitaal gesaneerd, maarde arbeiders lijden er nog steeds onder. Werkloozen-ondersteuning geeft het rijk niet alleen de bond helpt. . Wij hebben de regeering gevraagd de 8-urendag-conventie te ratificeeren zij weigerde, wijl de werkgevers het niet wilden. Zoo ziet gij, kameraden, wat het beteekent in Hongarije georganiseerd te zijn. Desniettegenstaande zijn wijdoor de zware tien jaren niet verzwakt. Wij tellen nog 23.000 leden en wij kunnen ons nog roeren. Wij steunen op eigen kracht, op die van onzen broederbond en op onze Internationale. (Applaus.) België. In sappig Vlaamsch sprak daarna Henri Longville het congres toe. Hij schetste kort de positie van de vakgenooten in zijn land. Wij hebben nog lage loonen, maarde toestand verbetert, dank zij de stabilisatie van den frank. Wij eischen verbetering van den loonstandaard, den achturendag, medezeggenschap. Maar kent gij hier den Metaalbond, wij hebben de Shipsrepairers federation, die bij ons dé reactie vertegenwoordigt. Wij beboeren tot een land, dat de conventie van Washington ratificeerde. Maar dat belet met, dat over huis en dak wordt geschreeuwd door onze werkgevers, dat de bepalingen „soepeler” moeten worden. Wij weten wel, dat wij daarvoor tot het uiterste verzet moeten bieden. En wij zullen moeten vechten ook voor een goed loon voor deze metaalbewerkers. Onze organisatie wist haar macht te behouden en te gebruiken ons ledental is de laatste jaren staande gebleven en het schommelt lusschen de 95 en 100.000 leden. Wij beseffen dat de financieele positie der organisatie de macht bepaalt en spr. hoopt, dat de Meraalbewerkers-lnternationale er toe zal komen een flinke weerstandskas te stichten. (Applaus). Zweden. Svensson deelt mee, dat de normale arbeidstijd in Zweden 48 uur per week is en dooreen voorloopige wet is vastgelegd. Voor hoogovens bedraagt de bij uitzondering toegestane arbeidsweek 56 uur. Spr.’s organisatie heeft in tijden van werkloosheid zwaren strijd moeten voeren tegen de werkgevers, doch stand gehouden. Thans moet de bond zich weer op strijd voorbereiden. Het doorsneeloon voor werklieden inde machine-industrie is in Stockholm 1.48 Kronen, halfgeschoolden 1.28 Kronen. De loonen zijn inde jaren 1914—1926 gestegen met 95.8 pCt. voor de vaklieden en met 113.9 voor de hulp-arbeiders, wanneer men den verkorten arbeidstijd ook verrekent. De kosten voor levensonderhoud zijn met 69 pCt. gestegen, zoodat de werkelijke Inkomenverhooging yoor de vaklieden is

26.8 pCt. en voor de hulparbeiders 44.9 pCt. Voor bijna alle arbeiders inde Metaalindustrie hebben wij contracten afgesloten, een drietal geldend voor in totaal 61.000 leden. Daarbij komen nog verscheidene plaatselijke overeenkomsten. Ons ledental bedraagt 84.323 man, inde metaalindustrie zijn in Zweden ongeveer 92.000 arbeiders werkzaam; 77.000 daarvan zijn in andere bonden. Dat beteekent, dat in totaal ongeveer 80 pCt. is georganiseerd, (A pp 1 a u s). Oostenrijk. Wij in Oostenrijk ervaren op internationaal gebied; wij vergeten nooit, dat gij in Holland in onzen zwaarslen tijd duizenden van onze kinderen hebt opgenomen! Wij zijn in Oostenrijk ook gebonden aan strijd niet tegen de eigen kapitalisten, maar speciaal inde grootste ondernemingen tegen de buitenlandsche kapitalisten. Wij hebben nog meer van Holland gehad, dat ons minder vreugde gaf, de „ersatz Kaiser” Zimmerman. Op zulke Hollandsche gasten zijn wij niet gesteld 1 (Applaus). Van de ongeveer 150.000 metaalarbeiders hebben wij er rond 120.000 en van de rest zijn er nog velen bij de spoorwegorganisatie. (Applaus). In totaal hebben wij 90 pCt. der metaalarbeiders georganiseerd in moderne organisaties. Desniettegenstaande moeten wijde meest scherpe aanvallen verduren. Niettegenstaande 47 pCt. der kiezers rood stemde, vormde zich een burgerlijk kabinet, dat onbeperkt reactionnair heerscht. Wij zijn verleden jaar beschuldigd vaneen „putsch” om aan de regeering te komen. Het is een leugen, wij willen geen geweld. Wij weten, dat de reactie van de geheele wereld zich tegen ons zou keeren. Als wij wilden, en als men het ons al te erg maakt, kunnen wij morgen aan den dag de staat veroveren. Wij doen het niet, wijl het niet in het belang der arbeidersklasse zou zijn. Wij wenschen u, Hollandsche kameraden, een goed congres. (Applaus.) Denemarken. P. Andersen zegt, dat in Denemarken groote werkloosheid heeft geheerscht, die 20 tot 33 pCt. van het ledental omvatte. In die periode, en met verwijzing naar de buitenlandsche concurrentie, poogden de werkgevers onze arbeidsvoorwaarden te verslechten. Wij hebben echter, door van de werkenden groote bedragen als speciale contributie te vragen, de werkloozen zóó goed kunnen helpen, dat zij voor de werkgevers onaantastbaar bleken. De regeering heeft de werkgevers op alle mogelijke manieren geholpen. Wij hebben in Denemarken slechts één metaalbewerkersorgamsatie, dat maakt ons sterk. Met de andere Scandinavische landen hebben wij verder een overeenkomst om elkaar bij conflicten te helpen. Wij hopen onze positie zoo lang te kunnen handhaven als noodig is voor de door de inflatie getroffen landen om weer op peil te komen. Dan kunnen wij van de verdediging weer inden aanval gaan. (A pp Ia u s). Tsjecho-Slowakije. J. Kaufmann brengt dank voor de hulp die de bond in het groote strijdjaar 1925 heeft geboden. Het is voor een groot deel aan die hulp te danken, dat wij deels wonnen, in ieder geval den waan der werkgevers vernietigden. Hét gaat ons thans goed, wij zijn in drie jaren met 6000 leden loegenomen. Wij zijn verheugd bij onze Internationale aangesloten te zijn, omdat zij bevordert niet alleen de papieren, maar ook de aktieve solidariteit, die zoo noodig is bij de voortschrijdende rationalisatie. In 1925 was, dank zij de communistische breekijzertactiek, de politieke kracht verzwakt en het burgerlijk blok deed een geslaagden aanval op de sociale wetgeving. Thans is onzerzijds een krachtigen tegenaanval aan den gang voor de ouderdomsverzorging, voor de ratificatie derWasliingtonsche conventie. Wij vragen ons reeds af of het door de rationalisatie niet al zoover gekomen is dat 8 uur te lang is. Wij zijn er reeds inde Duitsch sprekende gedeelte van ons land in geslaagd het vierploegensteisel in te voeren, 4 ploegen van 6 uur. En in die plaatsen geldt ook het hoogste loon. Wij zijn er in geslaagd de loonen met 25 tot 30 pCt, te verhoogen. Het is noodig dat deze vraagstukken overal in behandeling komen de rationalisatie, die het uiterste uit de arbeiders haalt en de werkloosheid vermeerdert, dwingt ertoe! Mogen wij deze en dergelijke vraagstukken in internationale solidariteit oplossen. (Applaus). ,

% -y Zwitserland. Hubacher zegt, dat inde laatste , a,ren zijn organisatie sterk is gegroeid. Sinds 1925 is het aantal leden van 40.0000P 45.000 geklommen. Toch zijn er nog veel ongeorganiseerden. Zonder het strijdkarakter prijs te geven, bouwde de organisatie het fondsenwezen uit. Laatstelijk werd nog een ondersteuningsfonds gesticht, zoodat wij onze leden van den wieg toe den dood terzijde kunnen staan. Aan werkloozenondersteuning keerden wij in 10 jaar 7J millioen franken uit, aan ziekengeld 4 millioen franken. Ook bij ons poogt de reactie de loonen te verslechten, den arbeidstijd te verlengen. Inde horloge-industrie is het doorsneeloon 12 fr. per dag, inde metaalindustrie 14 fr. per dag van 8 uur. Ongeschoolden 11 fr. inde metaalindustrie. Wij hebben de 48-urige werkweek ineen wet verankerd, maar daarbij hebben de werkgevers de gelegenheid de werkweek tot 52 uur te verlengen. Daarvan maken zij een zéér ruim gebruik en zij krijgen de vergunning erg makkelijk. Ruim 30 pCt. der fabrieken hebben zulk een vergunning. Wij streven er naar dezen mistoestand weg te krijgen, wij wekken op alle verlenging af te wijzen. Hel gaat daarbij echter dikwijls om ongeorganiseerden en dan is de zaak moeilijk. Wij moeten in Zwitserland ook strijden om onze positie te verdedigen en te verbeteren. (A p p 1 a u s). Duitschland. Otto Handke zegt, dat in Duitschland zware kampen gestreden worden. Er zijn in dit jaar reeds 1829 conflicten geweest, waarin 3 millioen arbeiders betrokken waren. Er waren 320 stakingen bij, waarbij eenige van zes weken. Alle pogingen der metaalwerkgevers faalden, alle conflicten werden bevredigend beëindigd. Inde crisisjaren zijn wij in ledental achteruitgegaan tot 675.000, thans tellen wij weer 860.000 leden. Dat was ons antwoord op de aanvallen der werkgevers, zij hebben een les gekregen, die zij niet makkelijk zullen vergeten I (Applaus). De hoop der werkgevers, dat onze organisatie door de inflatie ten onder zou zijn gebracht, is kapot gestooten op de solidariteit der Metaalbewerkersinternationale. Wij verheugen ons steeds over de rust die van uw organisatie uitgaat; een rust, die onze vriend Danz ook aan de Internationale heeft meegedeeld, een krachtige, beheerschte rust, waar ook wij in Duitschland van geleerd hebben. Spr. sloot zijn rede met een feilen oproep tot internationale solidariteit in het belang der gansche arbeidersklasse. (Applaus). Noorwegen. Arfinn Olsen wijst op de groote beteekenis der Internationale voor de organisaties inde verschillende landen. Spr.’s organisatie is beirekkelijk klein zij telt ongeveer 1 r/.oou leden. Vroeger waren er 21 .000, maar inde laatste jaren is de organisatievorm in Noorwegen veranderd ; de organisaties werden bedrijfsorganisaties en spr.’s organisatie moest duizenden leden overgeven aan andere organisaties. Verder heelt de werkloosheid van 1920 veel arbeiders naar andere vakken gedreven. Gieters en modelmakers behouren bij ons zij hebben echter daarnaast hun eigen bond, die 2üoo leden lelt. legen de werkgevers hebben wij hard moeten vechten. Voor een loonsverlaging van 25 pCI. in tarief hebben wij zelfs een uitsluiting gehad, die eindigde ineen bindende sclieidsgerechtuitspraak, waardoor de verlaging 15 pCt, werd. In dien tijd was hei indexcijfer met io pCt. gevallen. De vakarbeider inde metaalindustrie in Noorwegen verdient gemiddeld 1.26 kronen per uur (j 0.84) met toeslag in tariefwerk. Het minimumloon is / 0.68, voor hulparbeiders ƒ 0.60, voor vrouwen beneden 18 jaar / en boven 18 jaar ƒ 0.44 stijgend tot ƒ 0.54, De loonregeling der jongens begint met ƒ 0.26, met half-jaarlijksche veriioogingen in xo halve jaren stijgend tot ƒ o.bo. In vergelijking met 1914 zijnde loonen met 159 pCt. gestegen. Wij hebben vacanlie met vol loon ; van 1916 tot 1919 4 dagen, 19^/1920 8 dagen, van 1920 tot 1922 14 dagen en van 1922 af 8 dagen. De meeste ohzer afdeelingen hebben vacantiehuizen gebouwd, waar een deel der leden hun vacantie doorbrengt. Een middel om het overwerk te bestrijden hebben wij inde daarop slaande ver'hooging van het tarief met 25, 50 en 100 pCt. Van 1921 tot 1927 is aan werkloozensteun 8.821.000 Kronen uitbetaald, waarivan de regeering de helft vergoed.

■( De werkloosheid was, voornamelijk in den scheepsbouw, zoo groot, omdat door de lage prijzen in het buitenland bijna alle orders het land uitgingen. Spr. sprak ten slotte de beste wenschen voor het congres uit. J a n t ze n begroette het congres met een korten terugblik en een gelukwensch voor de toekomst, De voorzitter zegt namens het congres den sprekers dank voor de woorden en de gelukwenschen. Er bleek ons uit, dat onze organisatie gezien is, dat de vriendschapsbanden steeds sterker worden. Moge dit zoo blijven. Wij hopen trouw lid der Internationale en het N. V. V. te blijven. (Applaus). Het congres werd daarna tot 2 uur geschorst. »i 11 ■■mi ————————i———————— – ■ ; -i» TROUW AAN DEN BOND! SOLIDARITEIT 1 IJVERIGE PROPAGANDA! WIE DEZE DRIE ZAKEN FUNK EN NAAR BESTE KRACHTEN BEHARTIGT, DOET ZIJN PLICHT. ft a Belangrijke uitbreiding van „De Toorts”. Een ontwikkelingsorgaan van het Instituut. Door het Centraal Bestuur van het Insti-. tuut is in principe besloten tot een aanmer-- kelijke uitbreiding van ~De Toorts”, het orgaan van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling. Het blad zal niet slechts correspondentie-orgaan zijn maar tevens worden ingericht als ontwikkelingsblad. De omvang zal drie a vier maal zoo groot zijn als de huidge „Toorts”. Het zal gratis aan de leden van het Instituut worden verstrekt en bedoelt te zijn een centraal orgaan voor alle cullureele streven in onze arbeidersbeweging. Het zal niet slechts samen vattende overzichten, boekbesprekingen, syllabi en litteratuur-opgaven bevatten, maar een groote verscheidenheid van ontwikkelingsbijdragen in populairen vorm. Verwacht wordt, dat de voormannen in partij en vakbeweging door hun steun en medewerking dit blad van het door de beweging opgerichte Instituut zullen maken tot een krachtig wapen inden cultureelen bevrijdingsstrijd der arbeidersklasse. De verschijning van „De Toorts” in zijn nieuwen vorm kan tegen 1 October ajs. worden tegemoet gezien. ADVERTENTIEN. ' —^■ Leden van den ALG. NEO. METAALBEWERKERS BOND koopt uw schoeisel bij MEEUSEN – Rotterdam Hoogstraat 244 en 0. Binnenweg 66, ot bij Fa. A. DE VOOGD – Den Haag Weimarstraat 90 en Westelnde 195. en toont het lidmaatschapsbewijs van Uwen Bond. Het geelt ü en Uw gezinsleden + 10 tot 15 pCt. korting op de gewone verkoopsprijzen. Zeep- en Parfumeriefabriek „HET LAMPJE”, Diemen—Amsterdam- Tel. 50672. Opgericht ten diens'e der Tuberculosebestrijding. Wie hielpen wij reeds? Conservaiiei en Bolsiewiek, Protestant en Katholiek, Orthodox en Aitieist, Ziomsi en Agoedist, Liberaal en KaJikaal, ledereen, ja allemaal I Meisjes, Jochies. Vrouw en Man, Want, wij helpen waar het kan) Vindt gij Jat een mooi idee? Ja? Vooruit dan, helpi dan meel Gebruikt„ZONNESTRAALZEEP” Meik; „HET LAMPJE”. „VuuruilciUKt". KeuoncrMtu WL AdM»,

Sluiten