Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35STE jaargang ZATERDAG II AUGUSTUS 1928 No. 32

j MEPERLAWPSCHEW WmAIBEWEIWEBSBO^ ABONNEMENT: ■ redacteur; g. vam der houven B Bij vooruitbetaling per jaar f 1.50 Sv«ii^",Si?>vS'>w<’'S O/i A IwWS.T'CDnAM 7 IS Gewone advertantiên .... per regel f 0.30 Voor Buitenland verhoogd met porto |Si| nCLi iUrl/ C&f I BtKLJArltfc- jj Afdeelingsadvertentiën . . , ~ „ „0.20 I r~~:—telefoon: iiJwiii A^nvragen voor ..’’” » 0 20

OPLAA(« 27.950 Officiëele Mededeelingen. D*.re w~r>k wo~dt het contributie?''■'re! or de 32e week in het Bondsboekje geplakt. Hard tegen hard. (D.) Volgens een bericht in het orgaan van den Bond van Loodgieters- en Fitterspatroons in Nederland van 3 Aug. j.l. heeft het hoofdbestuur van dien bond het navolgende besluit genomen en aan alle bondsleden doen toekomen: ~In onze op 25 Mei 1.1. gehouden Hoofdbestuursvergadering was een verzoek ingekomen van de Combinatie der Eerste Klasse Gemeenten in het Loodgieters- en Fittersbedrijf, haar te steunen in verband met de uitgebroken staking inde vier grootste plaatsen van ons land. Na ampele bespreking werd spontaan en met algemeene stemmen besloten, bovengenoemde Combinatie, dus de bij haar aangesloten afdeelingen en vereenigingen, op alle mogelijke manieren te steunen en te helpen. Een advies ter zake is u reeds geworden. Zoo noodig en gewonscht, zullen meerdere volgen. Collega’s, maakt tiet. vertrouwen, dat het Hoofdbestuur ook in u stelt, niet beschaamd en volgt als ëén man onze adviezen op. Staat als één man achter uw Hoofdbestuur. Namens het Hoofdbestuur van den B. L. F. N.: w.g. B. W. LASSCHUIT, Bondssecretaris. ’ ’ Hoe het met de beslissingen van den Metaalbond staat inzake ~De Schelde”, weten we nog niet. Van de aangekondigde maatregelen, die dreigden genomen te worden, is tot heden nog niets gebleken. Intusschen zijn door ons hoofdbestuur maatregelen genomen om den strijd in het loodgietersbedrijf zoowel als aan ~De Schelde” te versterken door het verhoogen van den steun en is de medewerking van het N.V.V. gevraagd en verkregen ter versterking van ons weerstandsvermogen. Het volgende besluit is door het bestuur van het N.V.V. genomen: ~In verband met het feit, dat het conflict bij ~De Schelde” en de loodgietersstaking, welke reeds eenige maanden de aandacht vragen, nog geruimen tijd kunnen voortduren, heeft het bestuur van het N.V.V. besloten, indien inde eerstvolgende weken deze conflicten niet tot oplossing zijn gebracht, tegen einde Augustus een steunbeweging onder de 210.000 leden der moderne vakbeweging uitte schrijven. Intusschen zullen door het N. V. V. alle maatregelen van administratieven aard worden getroffen, waardoor de

zekerheid bestaat dat einde Augustus de steunbeweging in volle werking treedt.” Hieruit blijkt dat tegenover het solidaire optreden der ondernemers de solidariteit der arbeidersbeweging wordt geplaatst en dat al het mogelijke wordt gedaan om de hangende conflicten tot een goed einde te brengen. Volhouden en vasthouden blijft voor onze strijdende makkers de boodschap. De Bond en de arbeidersbeweging steunen en schragen hun strijd. Onze naastbijliggende plicht doen. (J. G. S.) Het leven brengt vele zorgen. Hieraan ontkomt niemand, hetzij hoog of laag geplaatst, in onze maatschappij. Het spreekt echter dat de zorgen niet voor ieder gelijk zijn. Een deel en dit zeker wel het grootste, verkeert in voortdurende economische afhankelijkheid. Voor dezen is het bestaan op zichzelf, n.l. hoe en of er telkens brood zal zijn, wel de voornaamste zorg. Wien deze last niet zoo zwaar drukt, voor dien treden weer andere zorgen op. De zorg is onze onafscheidelijke maat, die ons steeds op den voet volgt. Wij vinden deze zorg ook ineen anderen vorm, dien wij vinden in ’t woord verantwoordelijkheid. Het tegenbeeld hiervan is onverantwoordelijkheid. En het is dit laatste, waaraan de zorgzame zich voortdurend stoot. Nauw sluit hier weer aan het principe, dat is hetgeen men het hoogste en belangrijkste acht om na te streven. Laat ons enkele voorbeelden nemen. Vele hoogstaande en vooruitziende menschen maken zich voortdurend zorgen of de erfenis der vaderen inden vorm van natuurschoon en stadsschoon wel behouden blijft. Onverantwoordelijk worden zij genoemd, die deze problemen minder zwaar laten wegen. Weer een andere groep in onze samenleving wijst op het onverantwoordelijke, waarbij uit zuinigheidsoverwegingen dagelijks menschenoffers worden gebracht door onbewaakte overwegen bij trein of tram. Onverantwoordelijk wordt gevonden als op zee of land, in fabriek of werkplaats niet die maatregelen worden getroffen, dat ongelukken worden voorkomen en leed wordt gebracht over anderen. .Onverantwoordelijk worden genoemd lands- en stadsbesturen, die niet zorgen voor opvoeding der jeugd, waardoor het komende geslacht meer toegerust en ontwikkeld het leven zal ingaan. Kortom, plaatsen wijde feiten tegenover elkaar, dan kan niet worden ontkend dat, al naar gelang onze positie en ons streven in het maatschappelijke leven is, wij allen min of meer deel uitmaken vaneen groep of massa die door andere groepen of massa’s inde samenleving als onverantwoordelijke menschen worden beschouwd. Onverantwoordelijk dan. in dezen zin, dat ons datgene, waarin anderen een deel van het geluk van het leven zien, ons min of meer koud laat. Inderdaad is dit ook juist. Hoe men de zaak keert of wendt, wij ontkomen er niet aan dat men ons in zeker opzicht, wellicht

in meerdere opzichten, onverantwoordelijkheid kan verwijten. Toch behoeven wij ons dat verwijt niet zoo erg aan te trekken. Wij kunnen ons nu eenmaal niet warm maken voor alle belangen, op zichzelf wellicht groote belangen, doch die ons niet direct in onze levensomstandigheden treffen. De arbeider, die in den bouwput staat met lekke schoenen, zal zeer waarschijnlijk meer interesse hebben hoe droogvoets te blijven dan voor de kwestie, of het bouwwerk wel voldoet of voldoen zal aan het schoonheidsgevoel wat voor anderen van het hoogste belang is. Men moge dit onredelijk en laag bij den grond vinden, het is niet anders. De vraag rijst nu echter of wij dan slechts behoeven te blijven zien alleen naar datgene wat ons direct interesseert en al hetgeen wat van hoogere orde is, mogen verwaarlozen. Het antwoord hierop is: Neen zeker niet. Maar aangezien wij met ons dikwijls weinig kunnen en weten niet alles kunnen omvatten, is voor ons de taak datgene te doen wat een groot schrijver eens in korte woorden heeft samengevat en wel: onze naastbijliggende plicht. Wat is onze naastbijliggende plicht? Hierover kan verschil van meening zijn. Zeker, dit weten en voelen wij allen, dat wij als eersten plicht hebben onzen arbeid te doen. Want uit den arbeid vloeit voor ons voort het bestaan, ons leven te midden van ons huisgezin. En uit het scheppen van een huisgezin vloeit weder de plicht voort zorg te dragen dat voor zoover wij hiertoe bij machte zijn, ’t geluk van onze huisgenooten zooveel doenlijk te verhoogen. Maar is dit onze naastbijliggende plicht? Of is dit onze eerste plicht ? Laat ons hier goed onderscheiden. Wat wij hier als eersten plicht hebben genoemd, kunnen wij ook samenvatten als een plicht waarover niet behoeft te worden gediscussieerd. Hij is vanzelfsprekend.Dat wij onzen arbeid goed doen, ons huisgezin verzorgen, de onzen trachten gelukkig te maken, ligt voor de hand. Wij behoeven ons hierop niet te beroemen, want het geluk, dat wijden onzen brengen, verhoogt mede ons eigen welzijn. Maar wanneer wij spreken van onzen naastbijliggenden plicht, dan houdt dit tevens in dat er ook plichten zijn die verder af liggen. Dit beteekent dat zij eerst inde tweede of derde plaats komen. Het is goed dat wij ook deze dcen, doch onze naastbijliggendeplicht gaat voor. Wat moeten wij dan hieronder verstaan ? Wat wij hierboven noemden onzen arbeid, ons gezin betreft slechts ons zelf. Wij mogen hierbij niet stilstaan. Naast datgene, wat ons direct aangaat, ons eigen wel en wee, ligt het wel en wee van anderen. Onzen naastbijliggenden plicht doen is de eerste stap zetten op den weg die leidt tot medegevoel, saamhorigheid en strijd voor meer levensgeluk en meer welvaart voor allen. Voor allen dan die arbeiden zooals wij voor het dagelijksch brood. Beseffen wij dat wel allen ? Helaas, hoe moeten wij constateeren dat door velen deze naastbijliggende plicht nog wordt verzuimd. Tien duizenden en tien duizenden toch leven hun leven, zich niet bekommerende om het wel of wee van hun naasten. Hun wereld houdt op bij hun eigen

ik, hun welzijn is het eerste. Zij hebben hun naastbijliggenden plicht, medeleven en medewerken met de makkers van fabriek en werkplaats nog niet gedaan. Het is niet zonder oorzaak, dat wij meenen op het bovenstaande eens te moeten wijzen. Onze Bond, wij behoeven dit niet te bevestigen, treedt steeds op ter behartiging van stoffelijke en geestelijke belangen zijner leden. Gaat het en kan het met geestelijke wapenen, dat is het gesproken woord zooveel te beter. Vindt de rede geen gehoor, dan gaan wij niet terug voor strijd. Onze houding inde laatste jaren, ja zelfs van 1920 af, heeft dit steeds bewezen. Toch moet altijd weer worden geconstateerd en hierop willen wij deaandachtvestigén, hoevelen er nog zijn die bij het uitbreken van conflicten den eersten stap, hun naastbijliggenden plicht, nog niet hebben gedaan. Dit is nu een zekere onverantwoor» (lelijkheid, waaraan wij ons stooten. Terwijl steeds wordt gewezen op maatschappelijken strijd tusschen werkgevers en werknemers, terwijl het woord organisatie en organiseert U steeds luider wordt verkondigd, terwijl het conflict of de staking hetzij in ons, hetzij ineen ander bedrijf onze aandacht vraagt, schijnt het wel of een groot deel der arbeiders nog meent dat dit iets is wat, nu ja, wel plaats heeft, maar dit voor hen van geen belang is. Totdat plotseling de ernst der dingen hen overvalt en zij zelf behooren of betrokken worden in staking of conflict. En dan met leege handen voor de moeilijkheden staan. Kameraden, dat gaat niet meer. O, ik weet het wel, bij uw werkgever gebeurt tcch nooit iets, nietwaar? Vóór men inde onderneming, waarin gij werkt, tot conflicten komt, moet er heel wat gebeuren. Zeker, zeker, alles is juist. Maar bedenkt wel dat niet gij alleen, doch duizenden zoo hebben gesproken en dat er inderdaad, terwijl ge het niet riet of niet zien wilt, heel wat gebeurt. Wat gij nog dikwijls veraf waant, is heel nabij. Daarom kameraden, gaat zelf eens na of gij niet onverantwoordelijk handelt. Of gij wel verantwoord zijt tegenover u en de uwen en tegenover uw makkers als ge de teekenen der tijden niet wilt verstaan. Of het riet tijd wordt uw naastbijliggenden plicht >e doen. En vooral tot het groote aantal dat nog jong is inde organisatie, dat nu voor bet eerst den strijd medegemaakt of heeft medegemaakt, een enkel woord. Juister is een enkele vraag. Zult gij leering trekken uit het gebeurde en zult ge, nu gij uw naastbijliggenden plicht hebt gedaan, dezen door andere laten volgen ? Kunnen wij op 11 rekenen bij den komenden strijd voor mt;er levensgeluk en meer recht, die onze Bond in zijn banier heeft geschreven? Ja? Dan, doch ook dan alleen zullen onze en uw offers vrucht dragen. ♦ ♦ t Gelezen bladen : ♦ van ons vakblad mogen met worden ♦ ♦ weggeworpen, doch behooren aan onge- ♦ « organiseerde kameraden ter lezing ge- ♦ ♦ geven te worden. ♦ ♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦*♦♦♦♦♦♦♦♦♦

Sluiten