Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

353TE JAARGANG ZATERDAG 20 OCTOBER 1020 Plo. 42

% " _ ABONNEMENT: W Voor Euitei land verhoogd met porto 0 ü 2&t AMSTeSDAMZ M *. !.T T' 10.20 I M Losse nunmf.rs. . . „ 0

OPLAAG 30.550 I Oiflciëele Medadeelingen. i ï,-~pk word: het contributiezeijel op ( de 423 wsisk in het Bondsboekie geplakt. | D’r was eens een Comité.... i In ons blad van 6 October jl. schreven 1 wij naar aanleiding van het einde der 1 staking aan „De Schelde” een artikel waarin we een volledig overzicht gaven van ;etgeen zich in en om de laatste con- 1 feremies met den Rijksbemiddelaar heeft afgespeeld. Daarbij vonden wij gelegen- ‘ heid te wijzen op de zeer eigenaardige houding, door Wetselaar, bestuurder van 1 den Chr. Metaalbewerkersbond, aangenomen. We schreven 0.m.: „Ons reeds aanvankelijk gekoesterde vermoeden dat in deze zaak buiten de andere organisaties en ons om achter de schermen gewerkt was, is door de houding van Wetselaar niet weinig versterkt.” Feiten waren ons op het oogenblik, dat wij dit schreven, niet bekend. Wij gingen siechts af op scherpe waarneming van wat wij hoorden en zagen en daaruit konden we voor ons zelf een conclusie trekken. Intusschen verscheen tegelijk met ons blad, 'net orgaan van den Chr. Bond en dit bevatte een artikel van Wetselaar dat het opschrift „Na den slag” droeg. En daarin vonden wij bevestiging van ons vermoeden, dat inderdaad achter de { coulissen was gewerkt. Het artikel, waarin Wetselaar met Gods naam omspringt op een wijze die ergerlijk is, vermeldt o.m. * het volgende: „Een woord van bijzonderen dank , aan het kleine comité, dat zich be- , ijverd heeft om de oplossing van het 1 conflict naderbij te brengen. Hel waren de predikanten ds. Hartjes , en Kruyswijk en de geestelijke adviseur van de R.-K. Vakbeweging te Vlissingen, pastoor Groen. Deze zijn, onder de gunste Gods, de instrumenten geweest, die den strijd hebben doen beëindigen, den vrede hebben gebracht. l) Wij zouden zeer zeker te kort schieten in onzen plicht, in het doen blijken van onze waardeering, als wij dit onvermeld lieten. Aan de beëindiging van het conflict te Vlissingen hebben deze mannen met wnst gewerkt. Dat het hun gelukt is danken wij aan Hem, Die de zaken zoo heeft willen leiden. Meer willen wij er nu niet van zeggen. Het is genoeg. In onzen kring wordt menschen verheerlijking uit den booze geacht. De juiste waardeering van den arbeid dezer mannen is op haar plaats gebracht als wij zeggen, door Gods bestel, als instrumenten in Zijn hand is de vrede gekomen.” 1 We stonden paf van het prompte toen ; ve dat lazen. 1 Ds. Hartjes en Kruyswijk, pastoor 1 jroen, nooit van gehoord! En toch, Wetselaar komt daar nu zooi

maar plotseling vertellen dat dit driemanschap aan de beëindiging van het conflict heeft gewerkt. Deze drie heefen zijn hoofd voor hoofd de instrumenten geweest in Gods hand, waardoor de vrede in Vlissingen gekomen is, aldus Wetselaar. Dat geheim was ons niet bekend. Wij hebben niet geweten dat twee dominees en een pastoor aan ’t werk geweest zijn om den ketel op ’t vuur te zetten. Maar W etselaar wist het dus wel I Wacht eens beste lezers, er komt nog meer. Ook het Chr. Nat. Vakverbond is een duit in ’f zakje komen doen. Het bestuur dezer christelijke vakcentrale schrijft 0.m.: „Tijdens den strijd zijn er vele pogingen gedaan om den strijd te beslechten. Driemaal heeft de Rijksbemiddelaar zich er mede bemoeid. Eenmaai het bestuur van dén Metaalbond. De laatste poging van den Rijksbemiddelaar is geslaagd, dank zij de intensieve actie vaneen tweetal predikanten. Ds Hartjes ds. Kruiswijk en de geestelijke adviseur van de R.K. vakbeweging in Vlissingeen, pastoor Groen. Dat dus van christelijke zijde, evenals in het loodgietersconflict, de oplossing is gekomen, zal mede wel van invloed zijn geweest op het geschetter van de socialisten bij den afloop van het conflict. Het zijn toch grenzenloos brutale demagogen die menschen met hun uitgestreken gezichten. Van heel dat geknoei door eenige geestelijken achter de schermen, wisten wij geen bal af. Dat gescharrel hebben de heeren achter onzen rug uitgehaald en dan zou zulks op „ons geschetter” van invloed zijn geweest ? Er komt nog meer moois; we zullen verder citeeren : „Onder leiding van ds. Hartjes werd een comité gevormd. Dit comité was, dank zij de uiteenzettingen inde bladen, gegeven door de leiding van den Chr. /Metaalbewerkersbond, tot de overtuiging gekomen, dat het mogelijk moest zijn een oplossing te verkrijgen en dat, waar de oplossing te vinden moest zijn, het niet langer verantwoord mocht worden geacht, dat het gezinsleven der werklieden, het bedrijfsleven in Zeeland en de gansche economische gemeenschap op Walcheren groote schade bleef lijden. Het comité stelde zich ih verbinding met de stakingsleiding in Vlissingen. Beloofd werd, dat nader zou ; worden bericht op de vragen die waren gesteld. Dat is echter niet gebeurd. ') Wel is later eender predikanten bij de leiding van den Chr. Metaalbewerkersbond gekomen en heeft toen alle inlichtingen verkregen die noodig waren orn een juist oordeel te vellen.” Hier wordt ons geopenbaard dat er een commissie gevormd is die zich met de stakingsleiding te Vlissingen in verbinding gesteld heeft en daarbij A- belofte deed nader van zich te laten hooren. Van dat alles weten wij mets. Eenmaal beeft Van Spanning ons verteld dat een.

dominee bij hem was geweest om inlichtingen. Dat is alles. Maar hoe staat het nu met de andere bonden, de Federatie en den R.-K. Bond? De redactie van „St. Eloy” schreef in haar blad van 13 Ocfober een stukje „Ter opheldering”, waarin aandacht geschonken wordt aan het artikel van Wetselaar waaruit wij thans geciteerd hebben. „St. Eloy” schrijft: „We zouden dit artikel een dankbetuiging kunnen noemen aan een zekere commissie, welke volgens H. W. bestaan moet hebben, en ten doel heeft gehad, in het Schelde-conflict bemiddelend op te treden. Met alle waardeer! ng voor de menscheri uit die commissie, zoowel als eventueele anderen, voor den door hen betoonden goeden wil om partijen bij elkander te brengen, stelt ons hoofdbestuur er prijs op te verklaren, dat het noch in die commisise of een andere is gekend of gehoord en er derhalve niets mede heeft uitte staan gehad. *) Dat het hoofdbestuur van de met den Chr. Bond meest bevriende organisatie zich genoopt gevoeld heeft deze verklaring publiekelijk af te leggen, spreekt boekdeelen. Resumeerende zij hiermee vastgesteld dat Wetselaar met een aan andere organisaties onbekend comité aan ’t loven en bieden geweest is omtrent de voorwaarden waarop zijn organisatie den strijd zou beëindigen. Onze vermoedens dat het voorstel, door den Rijksbemiddelaar gedaan, alreeds door den Chr. Bond was aanvaard nog vóór wij er kennis van kregen en dat de Metaalbond en de Chr. Bond te voren precies wisten wat zij aan elkander hadden, is nu zekerheid geworden. Het meedoen aan het voorstel nopens den tweeden cent verhooging was van christelijke zijde niets dan een ergerlijke comedie-vertooning. Hier is, ’t moet er nu maar meteen uit, met een lachend gezicht bedrog gepleegd tegenover ons en anderen. Het „comité ’ had in overleg met Wetselaar alles voorbereid. Hiermee is alles nu wel heel duidelijk geworden. Zie je, niet door 18 weken staken, maar door dominee Hartjes c.s. is het resultaat aan de „Schelde” er gekomen. De heer Wetselaar heeft in z’n artikel een nogal vrij ruim gebruik gemaakt van Gods naam. Dat is zijn zaak. Maarde God die hij belijdt gaf niet voor niets het negende gebod; Gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen uwe naaste. En op de vraag: wat wil het negende |gebod?, zegt de aan Wetselaar welbekende catechismus 0.m.: ... insgelijks, dat ik in het gerigt en alle andere handelingen, de waarheid liefhebbe, opregtelijk spreke en bekenne: ook mijns naaster eer en goed gerucht, naar mijn vermogen, voorsta en bevordere. ‘) Het gecursifeerde is vaa ona. lied. „De Metaalbewerker".*

Een Herderlijke Getuigenis. De officieele christenen zijn er in ons land uitnemend in geslaagd den politieken en economischen strijd te vertroebelen door hun verdeeldheid-zaaien. Alen scheidde de geloovigen, roomschen en protestanten en voltrok bovendien de scheiding tusschen geloof en ongeloof. Men deed het niet op elk terrein van het leven, in fabriek en werkplaats alsmede in de kazerne, liet men schapen en bokken tezamen. Waar ’t echter maar even mogelijk was deed men alles om de tegenstellingen ie verscherpen. Geen dankbaarder en vruchtbaarder terrein daarvoor dan de politieke en economische organisaties, twee dingen die de arbeidersklasse noodig had voor verheffing en vrijmaking. De ontwikkeling van de zelfstandige vakbeweging heeft men door deze tactiek niet weinig bemoeilijkt. Voor zoover deze zelfstandige vakbeweging zich toch, ondanks alle verzet, baan gebroken heeft, is dat gegaan onder heftige bestrijding van hen, die zich het brengen van verdeeldheid onder de arbeiders als levensdoel hadden gekozen. Men bereikte er niet mee dat de groote massa trouw bleef aan ’t geloof der vaderen. Integendeel! Men heelt door dit voor de arbeidersklasse vijandig streven duizenden bij duizenden van zich afgestooten. De groote massa voelde de natuur sterker dan de leer en brak met alles wat natuurlijke ontwikkeling inden weg trad. Wij halen dit alles nog eens op in verband met hetgeen wij zuilen laten volgen. De vorige week herdacht Dr. A. H. de Hartog, predikant bij de Nederl. Hervormde Gemeente te Amsterdam, zijn 25-jarig jubileum. Een verslaggever van „Het Volk” vond hierin aanleiding om eens met den jubilaris te gaan spreken. Bereidwillig als steeds heeft deze ietwat van de gewone soort afwijkende dominee, den verslaggever te woord gestaan. Ten einde onzen lezers een blik te geven op hetgeen deze predikant belijdt, zuilen wij een deel uit het interview overnemen, n.l. dit: Neen, deze prof. De Hartog is een zeer on-Hoilandsche dominee! Dat bleek al dadelijk, toen wij inde studeerkamer waren gearriveerd en de a.s. jubilaris sprak: „Doet u mij het genoegen en vraag me niets over politiek I Ik bemoei me daar n.l. absoluut met mee.” „Dan bent u toch een van de weinige Nederlandsche predikanten, die deze opvatting huldigt.” „U heeft helaas gelijk. De kerk is verpolitiekt en de politiek is verkerkelijkt. ik vind dat heel jammer, want, doordat de godsdienst wordt misbruikt voor alle mogelijke maatschappelijke dingen, is de massa de kerk gaan beschouwen als een instrument van onderdrukking in plaats van vrijmaking. Men heeft de kerk in prikkeldraad gezet; bet volk begint van haar te vervreemden, De diepst-innerlijke behoefte van den religieuzen mensch bevredigt zij niet. Wezenlijke vroomheid is zoo persoonlijk en de godsdienst zoozeer gericht op de eeuwigheid, dat men er geen „zaakje” van moet gaan maken. Ik heb „De Middaghoogte” gesticht, omdat ik tot het volk wilde gaan en het naar den geest wilde dienen. Nog levendig herinnei ik me, hoe ik daartoe gekomen ben. Ik debateerde met wijlen Domela Nieuwenhuis en zag daar die ontevreden schaar van arbeiders. Toen rijpte het plan In mij om te trachten wal meer idealisme onder hen te brengen. Of ik nu vooi socialisten, anarchisten of komraunisten spreek, het blijft mij hetzelfde. Ik beschouw al die maatschappelijke kwesties en verschillen als ondergeschikt aan de eeuwigheidsgedachte.”

Sluiten