Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 5 JANUARI 1929

No. I

■5O II HEMOM/LAAN 2M AMSTERDAM.! 1 ;: ; T T','. §lB I 1.03 ||| ii= 2gi73 :~—i h Aanvragen voor personeel 020 H

Uitdag herstemming leden voor den Bondsraad. __ , 1 Aantal kii' Atdeelingeu: gebrachte Hiervan verkregen de candidaten; Stemmen: stemmen 12 Bergen op Zoom, Breda, Eind- C. Tops Jr., Breda 235 hoven, 's-llertogenbosch, Maas- A. Leyseu, Eindhoven 209 tricht, Tilburg, Venlo 445 Blanco 1

Voor Kieskring 12 is dus C. Tops Jr., Breda, gekozen. (Volgens de reglementsbepaling is degene, die in stemmental op den verkozen landidaat. volgt, de opvolger van dezen. In dit geval dus A. Leyseu.)

leven, waarbij onze eigen organisatie de eerste plaats inneemt. * * * Wanneer wij met betrekking tot onzen Bond en voor zoover dat thans mogelijk is de balans over het afgeloopen jaar gaan opmaken, dan kunnen wij niet zeggen dat 1928 een veelbewogen jaar is geweest. Groote acties, waarbij het geheele land betrokken was, zijn er niet geweest en in 't algemeen genomen kunnen we nu wel vaststellen dat een geest, die hunkerde naar daadwerkelijk optreden door middel van stakingen, bij de arbeiders niet aanwezig was. De uitzonderingen bevestigen den regel. Op eigen terrein zijn wij in n gevallen met een of meer ondernemers slaags geraakt en daarbij waren conflicten van groeten omvang en zeer langen duur, waarbij het uithoudingsvermogen van de betrokken arbeiders en van onze weermiddelen, op zware proef zijn gesteld. We behoeven slechts te herinneren aan de staking der loodgieters inde re gem.- klasse-plaatsen: Amsterdam, Rotterdam, den Haag en Haarlem, die 19 weken en die aan ~-De Schelde”, welke 18 weken duurde. We denken voorts aan den veel kleineren, maar niet minder feilen strijd der loodgieters te Leeuwarden, welke In 1927 aangevangen, eerst in Februari 1928 na een duur van ruim 20 weken werd beëindigd De andere conflicten waren in ’t algemeen van veel korteren duur en zijn niet gevoerd met de scherpte, welke de andere met name genoemde heeft gekenmerkt. Voor verkrijging vaneen collectief contract inde metaalindustrie, voor zoover oehoorende tot het terrein van den Metaaloond, heeft 1928 weinig activiteit te zien gegeven. De omstandigheden waren ons n ’t algemeen niet gunstig en bovendien «aren er na de mislukte onderhandclingen van 1927 weinig punten van aanraking om onrtijen weer aan de conferentietafel te orengen. Daarnaast moeten wij helaas constateeen, dat de groote beteekenis vaneen, zij iet ook inden aanvang zeer onvolkomen xmtract, niet door de massa van de arbeilers wordt ingezien. Toch is na de staking aan ~De Schelde” le draad weer opgevat en is ineen besprecing, die tusschen de vakbondsbesturen en iet bestuur van den Metaalbond plaats ?ond, wel gebleken dat beide partijen de leteekenis van Jhet collectief contract in-

zien. Ongetwijfeld zullen in 1929 de pogingen om overeenstemming te vinden, worden voortgezet. ♦ * ♦ Wat de ontwikkeling van onzen Bond betreft, mogen wij met voldoening óp het jaar 1928 terugzien. De cijfers van 1 Januari j.l, zijn op dit oogenblik nog niet bekend, zoodat we slechts rekening mogen houden met wat per 1 December bekend was. Welnu, gedurende de eerste elf maanden zijn wij gestegen van 27176 op 29995 leden, alzoo een vooruitgang met 2819 leden. Dat beteekent een groei van 9.3 procent. Maken we een vergelijking met andere bonden, dan kunnen we volmaakt tevreden zijn. De R.-K. en de Christ. Bonden publiceerden tot heden slechts de cijfers per 1 November en van O. B. W. M. is alleen het cijfer van t October bekend. Een zuivere vergelijking is dus niet mogelijk en we moeten ons behelpen met hef materiaal dat ons ten dienste staat. Welnu, de R.-K. Bond steeg van 8830 op 9630 leden en had dus over de eerste 10 maanden een groei van 800 leden te boeken. Dat is 8.3 procent. De Christ. Bond kwam van 5280 op 5762 leden en ging dus over dal zelfde tijdvak met 482 leden of 8.3 procent vooruit. Niet alleen in aantal dus, doch procentelijk, was onze Bond inde gunstigste conditie. Blijft nog over de bij het N.A.S. aangesloten 0.8.W.M., welke over de eerste g maanden van 503 op 615 leden kwam en dus met 112 leden of 18 procent vooruitging- Procentelijk bekeken is dus 0.8.W.M. het meest vooruitgegaan, maar veel practische beteekenis heeft dat niet. Een vooruitgang met 112 leden is voor een kleine organisatie als 0.8.W.M. van beteekenis, maar wij zouden in Â’t zelfde geval er zeer weinig aan hebben. Krachtens de thans bekende cijfers van de Syndicalistische Federatie, is geen enkel gegeven bekend groeiden de gezamentlijke organisaties met tezamen 4213 nieuwe leden. Een overzicht in cijfers, geeft ons het volgende beeld: Alg. Bond stijging 2819 leden » 66.9 pCt. R.K. Bond ~ 800 ~ = 19.0 ~ Chr. Bond ~ 482 ~ = 11.4 ~ 0.8.W.M. „ 112 „ = 2.7 „ [Totaal: 4213 leden = 100 PCt.

Indien wijde ledentallen van alle organisaties bijeentellen en dan de Synd. Federatie op 750 schatten, komen wij tot een totaal van 46702 georganiseerde metaalbewerkers. In procenten uitgedrukt beteekent dit: Algern. Bond 64.2 pCt. ) R.K. Bond 20.7 „ ) Chr. Bond 12.3 „ ) van het totaal. 0.8.W.M. 1.3 „ ) Synd. Federatie 1.5 ~ ) Ofschoon al deze cijfers nog geen juist beeld geven van den werkelijken toestand op 1 Januari 1929, mogen wij toch wel op grond van wat nu bekend is concludeeren, dat wij in 1928 een gezonde ontwikkeling hebben doorgemaakt. Ziedaar makkers, in kort bestek een terugblik op ons organisatieleven gedurende het thans afgeloopen jaar. Een nieuw jaar ligt thans als een onbeschreven blad papier voor ons; wij kunnen niet inde toekomst zien. Maken wij ons op om te zorgen dat 1929 voor onzen Bond en voor heel onze beweging een goed, een vruchtbaar jaar wordt. Want dat doende zullen wij een steentje er toe bijdragen het nieuwe jaar te doen zijn wat wij elkander hebben toegewenscht en brengende: veel geluk en voorspoed.

De Arbeidswet en haar uitvoering nopens de metaalindustrie. (v. H.) De Arbeidswet ~1919” is in September 1920 in werking getreden. Dat beteekende allerminst dat toen met langer werd gewerkt dan 45 uur per week. De metaalindustrie heeft de 45-urige werkweek nooit gekend en dat er 48 uur werd gewerkt, belloon eigenlijk tot de uitzonderingen. Inden scheepsbouw maakten we reeds spoedig kennis met de zoogenaamde armueUe-vergunning en in déze nijverheid is naar onze meening nooit minder dan gemiddeld 55 uur gewerkt. Dit klinkt misschien een beetje absurd, doch het is naar onze meening de werkelijkheid. Wie den toestand in deze industrie kent, zal dit wel beamen, want het is onze vaste overtuiging dat er buiten de verleende vergunningen meer uren zijn overgewerkt dan krachtens de verleende vergunningen en deze werden met kwistige hand, als pepernoten met St. Nicolaas, uitgestrooid. Aanvankelijk bleek er bij enkele districtshoofden wel een streven te bestaan om serieus de wet te handhaven, doch al spoedig bleek dat de door hen geweigerde vergunningen door den minister, zeer waarschijnlijk op advies van den direrteurgeneraal, in hooger beroep altijd werden verleend. Dit had natuurlijk tot gevolg, dat de districtshoofden niet meer, of slechts inden uitersten nood, tot weigering der vergunningen overgingen en daarmede was natuurlijk hel hek van den dam. Niettegenstaande de ondernemingen telkens groote groepen arbeiders gedaan gaven, bleef het overige gedeelte werklieden 55 uur werken. Buiten deze vergunning werd zeker nog' een grooter aantal uren, we schreven het reeds, clandestien overgewerkt. Meermalen hebben we het zelf geconstateerd, dat aan de ondernemingen van Nieuw-Lekkerland tot Hardinxveld nacht op nacht werd overgewerkt. Het aantal klachten van de georganiseerde

Sluiten