is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 36, 1929, no 3, 19-01-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Zuiden. N.V. Philips’ Gloeilampenfabrieken te Eindhoven. (B.) In „De Metaalbewerker” van Zaterdag 22 Decetnber 1928 werd reeds een verslag opgenomen van de gehouden conferentie met de heeren Staal en Eveltjn op 12 December daaraan voorafgaande. Betreffende de verkorting van den werktijd werd toegezegd: „dat het vraagstuk van den werktijd nog nader ernstig bekeken zou worden, n.l. zoowel geheel teruggaan naar de 48-urige werkweek of een gedeeltelijke inkrimping.” Bij schrijven van 29 December deelde de heer Staal als onderdirecteur ons mede s Mijne Heeren, Belr. Werktijdverkorting en ïoonsv-erhooging. In vervolg op de bespreking, die wij 12 dezer met U hadden naar aanleiding van Uw collectief schrijven van 22 November j.L, deelen wij U mede, dat wij practisch aan alle metaalbewerkers en leerlingenmetaalbewerker per 1 Januari a.s. niet onbelangrijke verhoogingen hebben toegekend, die, vooral wat betreft de oudere vaklieden, boogcr zijn dan de Januari-verhoogingen plegen- te wezen. Geval voor geval is bekeken, rekening houdende met een ieders vakbekwaamheid en de mate, waarin hij voldoet. Mei betrekking tot den duur van den werktijd maakten wij U onze inzichten reeds kenbaar. '1 egen overbodig overwerk zullen wij zooveel mogelijk blijven optreden. I Zooals wij U reeds uitvoerig mondeling Uiteenzetten, zou de werkgelegenheid voor de duizenden werknemers in onze massafabricage echter in groote mate gevaar Soopen wanneer de normale arbeidstijd van onze Machinefabriek, die de noodige machines moet leveren, momenteel op 48 uur zou worden teruggebracht. Hoogachtend, w.g. STAAL, Onder-directeur. Ineen goed bezochte vergadering van «onze leden, gehouden op Dinsdag 8 Januari 1929, is verslag uitgebracht van de conferentie en van het hierboven weergegeven antwoord van de firma. De gegeven loonsverhooging heeft geen bevrediging gebracht. Vooral de jongeren, goed geschoolde krachten, waren nogal ontstemd. Dal niets ten opzichte van den werktijd werd gedaan, werd ten sterkste betreurd. De vergadering was van oordeel, dat het motief van de firma Philips, dat de werktijd van 51 uur gehandhaafd moet blijven uit gebrek aan voldoende technisch personeel, geen al te zwaar motiel is. Indien de loonen alsnog belangrijk zouden worden verhoogd, zou dat aanleiding zijn dat zeer zeker meerdere vaklieden bereid waren pm in Eindhoven te gaan werken. Besloten werd om de firma Philips in kennis te stellen met de ontstemming onder onze leden en opnieuw te trachten den werktijd verkort te krijgen, met een daaraan ver-. bonden evenredige loonsverhooging. De juiste vorm van dit verzoek en wat in deze aangelegenheid meer dient te geschieden, zal in nader overleg met de R.K. en Chr. organisaties worden geregeld. Met het ledental gaat het steeds voorwaarts I . 1 Januari was bet ledental 199. De ledenvergadering leverde een nieuwen toevoer en bracht bet ledental alweer een eindje over de 200. Vrienden, wij herinneren U aan uw in de vergadering gegeven belofte, dat gij allen aan hel werk zult gaan om het ledental nog verder uil te breiden. Vooruit! De 200 zijn er! Nu binnen den kortst mogclijken tijd bet derde honderdtal Volgemaakt. Wie werkt er mede? Een ander geluid. Onder het opschrift „Let op uw zaak” schreven wijde vorige week een artikel dal gewijd was aan de vragen welke het hoofdbestuur van de Mij. voor Nijverheid en Handel aan de departementen ter beantwoording heeft voorgelegd en die be- < trekking hadden op het nemen van maatregelen, waardoor kon worden bevorderd, dal de arbeiders meer belangstellend zullen zijn voor de onderneming waaraan zij zijn « Verbonden. Wij namen daarbij eenige gedeelten over uiteen rede door ingenieur Bölger te dezer zake voor bet departement „Haarlem” uitgesproken. VVij hebben daarbij de aandacht gevestigd op het verschijnsel dat het vraagstuk nopens interesse van de arbeiders voor I het bedrijf, geheel in het leeken van het be- 1

drijfsbelang was gesteld en dat elke ethische beschouwing aan de rede van ingenieur Bölger vreemd was. Niet omdat de arbeider een mensch is dat recht heeft om – als zoodanig te worden beschouwd en behandeld wil men hem voor hel bedrijf in– 1 tcresseeren, maar omdat de om wikkeling 2 van het economisch leven dat noodzakelijk maakt. . Men wil oude paden verlaten en nieuwe betreden louter en uitsluitend uiteen oogj punt van welgekozen eigenbelang. , hebben echter de vorige week van ; burgerlijke zijde gelukkig ook een ander ; geluid met betrekking tot dit zelfde vraagstuk vernomen en we aarzelen niet ook daarvan mededeeling aan onze lezers te doen. Aan de Technische Hoogeschoo! te Delft is een nieuwe professor benoemd tot hoogj leeraar inde mechanische technologie. Het betreft hier Prof. Ing. Landberg, die de vorige week met een uiterst belangrijke en interessante rede z’n ambt heeft aanvaard en daarbij feiten heeft genoemd en beschouwingen heeft gehouden, die waard zijn ook ter kennis van onzen lezerskring te worden gebracht. De rede droeg den titel: „Machines, 1 oenen en menseben” en deze titel op zichzelf I zal ieder belangstellend lezer aantrekken. Wij mochten constateeren, dat prof. Landberg niet verzuimd heeft ook, ja zelfs vooral, de ethische zijde van de zich meer I en meer opdringende nieuwe vraagstukken te belichten. Niet alleen wat het bedrijf, wat de industrie eischt, maar vooral wat den mensch toekomt, heeft hij uit de schaduw gehaald en er het volle licht op laten schijnen. VVij behoeven niet elk woord te onderschrijven, niet iedere beschouwing als onfeilbaar te aanvaarden om toch waardeering uitte spreken voor het geheel zooals j de spreker dat heeft gegeven. Indien het hooger onderwijs van dezen professor de lijn zal blijven volgen welke inde rede is gestipuleerd, dan mogen wij ons gelukkig prijzen dat de studenten, als toekomstige leiders van de industrie, lessen zullen ontvangen, die hun een open oog I zullen geven voor wat de arbeidersklasse verlangt. Hieronder volgt waf wij aan de rede van [ prof. Landberg hebben ontleend. * * * De metaalbewerking aldus spr. heeft voortdurend onder den invloed ge- I staan van de vraag naar bepaalde industrieproducten en beeft daarbij de volgende moeilijkheden moeten oplossen : Inde eerste plaats.'het maken van hulp-I middelen voor het geëischte werkstuk. Inde tweede plaats bekwame menschen I op te leiden. Inde derde plaats de fabricage qualitatief of quantitalief te verbeteren. Inde vierde plaats bij gebrek aan voldoende geschoolde werklieden, de werkstukken door minder geoefende menschen en op eenvoudiger wijze te laten vervaardigen. Men bestudeert den tijd, dien de werklieden noodig hebben en de gereedschappen die bij de machines gelegd moeten worden en hoe de machines het gemakkelijkst bediend worden en de gereedschappen. Dit alles brengt mede: Eentonig, maar haastig werk, waardoor weinig vakkennis geëischt wordt, eventueel minder geschoolden, het hoe langer hoe minder overlaten aan het initiatief van den werkman. i Tegenover het zorgvuldig verbeteren | i van machines en werkmethoden ligt het gevaar voor de hand, dat de zorg der in- i tellectueele en technische opleiding en de ' algemeene zorg van het menschenmateriaal verwaarloosd wordt. I Men heeft tot op den laatsten tijd, bij ‘ allen mechanischen vooruitgang vergeten, < of, in elk geval als secundair aangenomen, dat de arbeiders tnedemenschen en mede- ' werkers zijn. t Prof. Landberg gaf vervolgens een over- 1 zicht van de ontwikkeling der industrie int Engeland en van verschillende wetten die ' daar ter bescherming van kinderen en vrou- 1 wen werden ingevoerd en resumeert: In de middeleeuwen zijnde verdiensten van de ' werkende menschen zoodanig, dat zij ge- c makkelijk voor hun toenmalige behoeften £ toereikend waren. ' In het midden der tBe eeuw bestond er £ een evenwicht tusschen lootten, prijzen en s productie, alhoewel voor een groot deel van £ de bevolking op een laag peil van welstand. ' De opkomende fabrieksnijverheid kon aan r een steeds grooter aantal menschen inden v aanvang een wat beter bestaan geven ; het toenemende gebruik van slecht betaalde d knderen, de vernietiging van het bestaan L van de huisarbeiders, die niet tegen de fa- j brieken op konden werken en onafhankelijk z van de industrie, het verarmen van den e landbouw waardoor de landbouwers thuis z handwerk moesten verrichten, deed alras a de luonen sterk dalen. En toen het daar- £

naast, door de slechte regeling van de productie en moeilijkheden op financieel ge? bied, tot zeer scherpe crises kwam, toen t vvas de ellende buitengewoon groot. Door de samenwerking, van politieke en economische factoren, door weldenkende > staatslieden en industrieelen, door de be: mneiingen van vakverenigingen en werkliedengroepen, zijnde toestanden van de arbeiders in alle opzichten verbeterd en blijven zich in stijgende Jijn bewegen, zij het nu én dan geremd of tijdelijk teruggezet door economische crises of oorlogen*. Na te hebben laten hooren, in welke opzichten de positie der werkers verbeterd is, noemt spr. de wenschen en de grieven, die ze uiten, en zegt met betrekking tot het' algemeen medezeggenschap dat hij gelooft, dat de werklieden thans in elk geval hun krachten overschatien, als zij nu reeds meenen, dal de medeleiding vaneen eenigszins ingewikkeld bedrijf een voor hen aanvaardbare taak is Een geregelde bespreking over den stand van het bedrijf of een toelichting van de gronden, waarom tot een bepaalden maatregel moest worden overgegaan, ligt echter wel in het bereik der gewenschte mogelijkheden. Door de versnelde en intensievere productiewijze staan thans meer vrije uren voor de werklieden open. Terugziende op de verschillende factoren die de arbeidsvreugde beïnvloeden, gelooft spr. dat veel reeds in wording is en dat het meeste andere, met zorg en nadenkendheid van de leiders vervuld zal kunnen worden. De wereld wordt naar spr.’s rneening een betere om te bewonen dan vroeger, als een ieder blijft doorwerken inde door hem geschetste richtingen. Wat worden wij rijk! (Vs.) Wij hebben deze week wat inde „Fabrieksbode” van Wilton gevonden, in liet nummer van December, dat wij belang-, rijk genoeg vinden om het aan onze lezers over te vertellen. Natuurlijk hebben wij eerst behoorlijk gekeken ot het gevaarlijke zinnetje „auteursrecht voorbehouden” of iets dergebjks niet afgedrukt was. Want hoewel wij hel belangrijk vonden, was het toch ook weer niet zoo dat wijdoor het over te vertellen achter slot en grendels zouden willen komen. We gelooven evenwel dat de redactie, leefde ze in Italië, niet aan den kerker zou ontsnappen, omdat, naar meenen, hel geschrevene niet geheel van alle kiemen van revolutionnaire scholing vrij is. Wat toch is het geval ? Men weet dat wij inde laatste jaren nooit anders hebben gehoord dan dat wij zoo vreeselijk arm waren. De oorlog had onze bestaansbronnen doen uitdrogen, tallooze woningen waren vernietigd, kerken en openbare gebouwen waren met den grond gelijk gemaakt, uitgestrekte landerijen waren in bergplaatsen van gebarste projectielen en tnenschelijke skeletten herschapen, tallooze schepen waren inden grond geboord, mijnen waren . . . doch laat ons niet verder gaan! ’t Was om het kort te zeggen een armoelijdersbestaan geworden voor onze tweebeenige aardkorst bewoners. De gevolgen van de hierboven genoemde verwoesting zijn over ons gekomen inden vorm van loonsverlagingen en werktijclverlengingen naast een ongekende werkloosheid. Tusschen haakjes zij opgemerkl dal wij dit alles nooit hebben gezien als een onvermijdelijk gevolg van den oorlog, maar we kregen het dan toch maar. Evenwel, zooals de zonneschijn na den regen komt, zoo kwam langzaam aan ook weer wat verbetering tot stand. De werktijd werd geleidelijk weer ingekrompen van 56 tol 48 uren, de loonen stegen weer kalmpjes aan. de prijzen daalden zelfs niet onbeteekenend. Niet dal dit alles de hooge goedkeuring wegdroeg van onze bedrijfleidersl Wie een getrouw lezer is van onze werkgeversbladen, weet dat tegen vrijwel elke werktijdverkorting werd opgelornd. De loonsverhoogingen moesten als regel onder de poorten der hel worden weggehaald. De erkenning dat onze aarde niet arm was, de erkenning dat de werkloosheid, de werktijd verlenging en de loonsverlagingen geen noodzakelijk gevolg waren van den oorlog, doch een uitvloeisel van het gebrek aan organisatie dat het kapitalistische productiestelsel beheerscht, vloeide evenwel nooit of te nimmer over de lippen vaneen onzer werkgevers. En nog veel minder uil de pen vaneen dienaar der werkgevers pers. Totdat... o, lang verbeide salto mortale... de „Fabrieksbode” van Wilton van December j.1., waarschijnlijk reeds ineen oudejaarsavondstemming op oudejaarsavond zijn we immers allemaal wat gemoedclijker en geneigd om de dingen niet zoo zwart te zien onder het hoofd „Andere tijden, andere begrippen” hei volgende ten beste geelti »

In stijgende lijn neemt de vruchtbaarheid der menschelijke arbeidskracht toe i toename aan mechanische kracht is kolossaal. In Uuitschlantl werken 60 milhoen P.K. mechanische energie, of op een aantal van rond 20 millioen inde industrie werkzame arbeiders zijn naast lederen arbeider 3 P.K. werkzaam. De arbeidskracht vaneen mensch werd dus met hel 226 voudige verhoogd De grondwaarde van de arbeidsuren stijgt dagelijks. Het gevolg is, dat de fabrieken en werkplaatsen dagelijks en ieder uur enorme hoeveelheden waren afleveren. De gerationaliseerde industrie wordt in een dwangtoestand geplaatst. De ondernemer kan niet meer zooals vroeger eenvoudig de fabrieken sluiten en betere tijden afwachien, doch hij moet, wil hij zijn beslaan niet verliezen, zich bij den snellen loop der ontwikkeling aansluiien. De dagelijks geproduceerde stapels waren roepen om afzei. Zij willen ver~ orberd of versleten worden. Den laatsten zin hebben wij laten cursiveeren omdat daar het zwaartepunt ligt. Hier wordt ruiterlijk erkend, dat de klaagzangen over onze maatschappelijke – armoede ten onrechte worden aangeheven. Hierin wordt het bewijs geleverd, dal wij, toen wij inde achter ons liggende jaren verbeteringen hebben geëisrht, het recht aan onze zijde hadden. Hieruit moeten wij de eenig juiste conclusie trekken, de conclusie waartoe de schrijver van het artikel waarschijnlijk niet mocht komen, dat de positie van onze arbeiders nog lang niet is wat zij worden moét om een ongestoorden voortgang van het productieapparaat te waarborgen. De stapels geproduceerde waren roepen om afzet! Zij willen verorberd of versleten worden I , ’t Is prachtig gezegd. Doch kunnen wij deze boodschap brengen aan de velen, die ook door de onderneming van Wilton met lage loonen worden heengezonden en hun feest- en Zondagen slijten in woningen, die reeds lang onder den sloopershamer hadden moeten vallen ? Kunnen wij deze boodschap uitdragen naar onze werkloozen, die óf vaneen lage uitkeering moeten leven óf worden uitgezonden naar de hei of naar de venen om daar hun bestaan te vinden ? Zou deze boodschap ais muziek klinken inde ooren onzer ouden' van dagen, die wegens ..slijtage” aan de liefdadigheid werden prijsgegeven? Kunnen wij dat, zonder aan hen de wegen te wijzen waarlangs de goederenstapels voor ben bereikbaar worden ? Dal kunnen wij niet en dat willen wij niet. Onze organisatie heeft de grooische doch moeilijke taak om de wegen te wijzen niet alleen, doch om de wegen te effenen en daarop vóór te gaan. Wij zullen die grootsche taak niet kunnen volbrengen als wij onze strijdbijl alleen maar keeren tegen de individueele werkgevers ten einde een paar centen loonsverhooging en een uur werktijdverkorting te veroveren. Niet dat wij bedoelen te zeggen dat wij dien strijd kunnen gaan verwaarloozen. Integendeel! Maar vele ondernemingen kunnen bij den huldigen gang van zaken niet voldoen aan de allerredelijkste eischen die onze Bond met het oog op de voortschrijdende mechanisatie van het arbeidsproces zou moeten stellen. Ook de individueele werkgever is dikwijls maar een pion op het groote maatschappelijke schaakbord dal door de zoo hoog geroemde „concurrentie” wordt bespeeld. Maar als wij werkelijk duurzame verbeteringen willen, dan zal de onderlinge concurrentiestrijd verdrongen moeten worden dooreen organisatorisch juist geleid productiesysteem. Dan zal aan de productie, die de winst tot prikkel heeft, een nieuw steunpunt gegeven moeten worden, n.l. de behoeftenbevrediging der groote massa’s. Eerst dan zullen de geproduceerde waren niet meer roepen om afzet ten einde verorberd of versleten te worden, doch rechtstreeks hun doel tegemoet gaan dat bij hun productie heeft voorgezeten. Wij zijn evenwel benieuwd, of de schrijver van hef door ons aangehaalde artikel de roeping gevoelt om die maatschappij te prediken en haar komst mede voor te bereiden. Langs Noord en Merwede. (L. Sm.) Zoo ongeveer naar dezelfdé verhouding en dus op verschillende manieren en voorwaarden, is aan de werven en fabrieken, in ons vorig artikel met betrekking tol de Kerstdagen genoemd, de Nieuwjaarsdag betaald. Vergeleken met 20 jaar terug mogen we zeggen, dat er ten opzichte van de doorbetaling der feestdagen een kleine voorujtgang te constateeren valt. Waar de .arbeiders nu deze dagen betaald kregen, viel dal wel inden smaak en zij die dat