Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt men teleurstelling, zooals dat meermalen voorkomt. De zegel waarde over het afgeloopen jaar was met inbegrip van de Eenheidszegel 76.8, zonder die zegels 81.3. Het vorige jaar was de verhouding met Eenheidszegels 78.2, zonder Eenheidszegels 82.9. De zegel waarde is dus eenigszins gedaald, hetgeen verband houdt met het loodgietersconflict. Het aantal uitgereikte vrijstellingszegels is als volgt: bij werkloosheid 2204, bij ziekte 712, bij militairen dienst 590. WERKLOOSHEID. De algemeene bedrijfstoestand heeft zich in het afgeloopen jaar gunstig ontwikkeld. Vooral was dit het geval inde Verwarmingindustrie en het electro-technisch bedrijf. In verband hiermede was de werkloosheid in verhouding tot andere jaren belangrijk verminderd. Alleen inde slijp-, lak- en nikkelindustrie was de toestand door verandering der bedrijfsverhoudingen zeer slecht. Het zal echter voor de betrokken arbeiders overweging verdienen, of zij zich niet naar een ander bedrijf zullen moeten verplaatsen. Ook het bestuur zal moeten nagaan, wat in overleg met de Vakcentralen voor deze menschen gedaan zal kunnen worden, daar wij zulk een toestand op den duur niet kunnen en mogen bestendigen. In het afgeloopen jaar werd uitgekeerd: Uit de Werkloozenkas: ie kwartaal 12.601.69 i> 7-9bo-35 O 6 Sa?.** •»*>»••••>> 4.132.70 4e ft. ••'•••••>) 5-432-75 Totaal ƒ 30.127.49 en door Maatschappelijk Hulpbetoon ; ie kwartaal 2.276.53 2e ~ 2.421.28 3e jf 3.160. – 4e ~ s 6.518.69 Totaal f 144376.50 In 1927 is uitgekeerd uit de werkloozenkas t 48.576.36. Minder uitgekeerd in 1928 ƒ 18.448.87. In 1927 is uitgekeerd door Maatschappelijk Hulpbetoon ƒ 35.635.10, Minder uitgekeerd in 1928 ƒ 21.258.60. In 1928 was het totaal bedrag van de "werkloozenkas en Maatschappelijk Hulpbetoon ƒ 44.503.99. Minder uitgekeerd dan in 1927 ƒ 39.707.47.

ONDERSTEUNINGSFONDS MAATSCHAPPELIJK WERK. Aan het tot stand komen van dit fonds is een stukje geschiedenis verbonden. Een korte mededeeling daarvan lijkt ons gewenscht. Meermalen worden aanvragen voor steun gedaan bij het bestuur, doordat onze leden door ziekte of andere moeilijkheden in financieele zorgen kwamen. De grootste moeilijkheid voor het bestuur om te kunnen helpen, was steeds, dat het geen middelen had om de gevraagde hulp 4e kunnen verleenen. Meestal moest een beroep worden gedaan op de hulpvaardigheid van onze leden, door steunlijsten te laten circuleeren. Dit beroep op onze leden is nooit tevergeefs geweest. De wijze waarop zij hun plicht deden was zelfs meermalen bewonderenswaardig. Toch was dit niet de aangewezen weg. Er moesten andere wegen gezocht worden, waardoor het bestuur een zekere bron van inkomsten kreeg, zonder dat het genoodzaakt was door middel van steunlijsten een beroep op de leden te doen. Door het bestuur werd op de ledenvergadering een voorstel tot oprichting vaneen steunfonds ingediend. De inkomsten voor dit fonds zouden worden verkregen door den verkoop van 2-cents-zegels, op dezelfde wijze zooals voor het Volksgebouw, alleen met dit verschil, dat de eene maand Volksgebouwzegels en de andere maand zegels voor het steunfonds zouden worden verkocht. Met algemeene stemmen ging de ledenvergadering met dit voorstel accoord. Dat de oprichting van dit fonds een goed werk is geweest, bleek wel tijdens het loodgietersconflict. Ook anderen hebben het nut van het fonds reeds ondervonden. Voor beoordeeling der aanvragen werd door het bestuur uit zijn midden een commissie gevormd, die alle aanvragen onderzoekt, daarover een rapport uitbrengt bij het bestuur, hetwelk daarna zijn beslissing neemt. In deze commissie hebben zitting de bestuursleden C. J. Cornelisse, N. La Lau en L. van Zorge. Het bezit van het fonds bedroeg op 1 Januari 1929 ƒ 162.74. Recapitulatie Ondersteuningsfonds Maatschappelijk Werk. I n k om sten: Bijdragen leden ........ ƒ 816.83 Totaal ƒ 816.83 Uitgaven: Drukwerk, reglementen en steunboekjes ƒ 68.45 Steunverlening E...... „ 585.64 Saldo ...i,.v......,, 162.74 Totaal ƒ 816.83

Kameraden, Hiermede heb ik een beknopt 'overzicht gegeven van het werk onzer afdeeüng. Het verloop van de verschillende acties is vermeld in ons verslag, dat öp de jaarvergadering is behandeld en goedgekeurd. Het afgeloopen jaar heeft wel getoond dat onze afdeeüng kerngezond en tevens in staat is de haar toevertrouwde belangen harer leden te kunnen behartigen op velerlei gebied. Dat ledenaanwinst hiervan een gevolg is, is verklaarbaar. Doch dit op zichzelf verheugend verschijnsel is niet voldoende. Meer en meer moeten de arbeiders en in het bijzonder onze leden doordrongen zijn van het feit, dat wij ineen geweldig tijdperk leven. Een tijdperk waarin alle symptonen wijzen op een overgang naar een anderen maatschappijvorm, waardoor belangrijke vraagstukken, die nauw samengaan met het welzijn van de arbeidersklasse, aan de orde komen. Op een paar wil ik slechts de aandacht vestigen, n.l. op de medezeggenschap en de ontwapening. Aan deze beide belangrijke punten zullen de arbeiders hun volle aandacht moeten schenken, willen zij niet ten onder gaan door het huidige stelsel met zijn hulp van burgerwachten en fascistische instellingen, die als doel hebben, het in stand houden vaneen maatschappijvorm die op uitbuiting van.de arbeidersklasse is gebaseerd. Dat onze leden daarvan doordrongen mogen zijn en zullen begrijpen dat saamhoorigheid, solidariteit en trouw aan de organisatie een van de eerste voorwaarden dienen te zijn die ons in staat stellen, niet alleen om weerstand te bieden, maar om met steeds toenemende kracht de wegen te vinden die leiden naar een beteren maatschappijvorm, De loodgietersactie te Utrecht. (G.) Het geduld van onze leden-loodgieters, dat zoo geruimen tijd op de proef is gesteld, is dan eindelijk met succes bekroond. Juist aan het einde van de vorige week hebben wij van den secretaris van den Bond van Loodgieters- en Fitterspatroons een collectieve arbeidsovereenkomst ontvangen, waarbij bepaald is dat den arbeiders vacantie wordt verleend. We moeten eerst met de werkgevers nog een en ander bespreken, waarna wij volledig verslag zullen doen aan onze leden. We wilden alleen met deze' voorloopige mededeeling volstaan om de onrust, welke

de laatste weken nogal toegenomen was, wat te kalmeeren. Wij komen uitvoeriger op de zaak terug. Uit de Afdeelingen. ALKMAAR. (A.D.) Onze op 16 Maart j.l. gehouden feestavond is buitengewoon geslaagd. Daartoe werkte dan ook bijna alles mede. De wakkere voorzitter van de z.g. feestcommissie, vriend E. Asjes, opende de vergadering, heette natuurlijk allen welkom en in het bijzonder onzen hoofdbestuurder vriend v.d. Bom. Na nog even te hebben medegedeeld, dat de voorzitter van de afdeeüng, vriend Wiese, wel aanwezig, doch na het hem overkomen ongeval nog niet geheel in orde was en daarom op den achtergrond bleef, gaf hij het woord aan v.d. Born. Wie het voorrecht heeft v.d. Born te hebben leeren kennen, weet hoe of die voor een feestavond geknipt is. Inden beperkten tijd, welken wij, ondankbaren, hem hadden toebedacht, wist hij ineen kernachtige rede naar voren te brengen waarom wijden plicht hebben ons te organiseeren, en welke de voorrechten zijn van den modern-georganiseerden arbeider. Hij wees er op waartoe in 1928 de Bond in staat was en met het oog op den loodgietersstrijd inde groote plaatsen gevoerd, liet hij uitkomen, dat wij ook voor wat anders dan een paar centen moeten weten te strijden en dat juist de vacantie in 1929 de inzet van onze activiteit zal zijn. Met een krachtig „Op voor vacantie!”, besloot hij zijn luid toegejuichte rede. De Arb. Tooneelvereen. „Falkland” Heiloo trad hierna op met het blijspel ~ I Senator”. Het was oer-komisch en de lachsalvo’s inde zaal waren wel een bewijs hoe het inden smaak viel. Het uitstekende spel van „Falkland” droeg daar zeker niet het minst toe bij, en het daverend applaus was dik verdiend. Nadat de humorist nog eenige nummers ten beste had gegeven, kregen wij declamatie van „Falkland” en wel door mevr. De Gier en den regisseur den heer Rossenbacker. Hun onderwerpen en nog meerde wijze waarop zij werden voorgedragen, riepen ons even uit de feeststemming tot de harde werkelijkheid terug. Ook hiermede oogstte „Falkland” verdiend applaus. Inde pauze’s en vóór het bal hadden wij een uitstekend nummertje muziek, bestaande uiteen trio, onder leiding van den. pianist J. Molen. Het trio verdient voor het vele en goede werk zeker een woord van lof en aanbeveling. Met een gezellig bal werd deze avond besloten.

Wie smeedde die pracht en die praal? Dat zijn al die mannen, zoo kalm en ge[woon De mannen ring—boem! yan Metaal. Refrein. 4e Couplet. Wat roept uit het ijzer? Wat brult uit het [vuur? De hulde! De hulde der daad! Wat roept dan de klok aan het eind van [het uur ? Strijdt verder en houdt je paraat! Want jou is de wereld, die het ijzer verbreekt, O man zonder weelde of praal. Voor jou is dit lied waar m’n liefde van [spreekt Mijn mannen ring boem van Metaal, Refrein. De Explicateur. En nu geachte vrienden Dames en Heeren .wil ik een kleine film U even demon[streeren. .Verschillende tablaux ga ik U hier yer[toonen. De luistervink ziet niets ... die moet me [wel verschoonen. Maar voor die vinken dan, die inde zaal [niet zijn Vertel ik wat men ziet gefilmd op het ... , . . [gordijn ■«in wil de pianist met de instrumentalisten de .woorden illustreeren met veler hande [listen ? Welaan dan luisteraars! de film gaat aan [het draaien het eerst plaatje komt (allen roepen Oh! Oh ! Oh ! Oh !) Hoort U het niet lawaaien ? (Men imiteert het lawaai yan een fabriek.) Dit is nu het bedrijf, waar men machines [maakt. 'Get u hoe alles vliegt? Hoort u hoe alles [kraakt ? Daar giet men vormen, kijk! Eerst komt [een houtmodel. ■«ÜÖR stort men het zand, dat ziet u zeker [.wek?

Dan vloeibaar in dien vorm stort men het [heet metaal En wat men al niet maakt is waarlijk [kolossaal. Hoort u dat gieren wel? Dat zoemen en [dat dreunen. Dat stampen en gebonk, dat zuchten en [dat kreunen ? Hoort u die hamers wel als klokken-slagen [vallen ? Hier werkt het nijver volk met vele duizendtallen. Hoor, hoor wat een gebeuk, gerammel en [geklop. De hamer raakt hier wel den spijker op [den kop. Hoor hoe het vuur hier loeit, bewaar me [wat een gloed! Het schroeit in je gezicht, het brand je in [je bloed. Geachte luistervink, ziet u die ovens [gloeien ? Ga een eindje achteruit, u zult uw kleeren [schroeien! Hier maakt men alles nu in ’t klein en [kolossaal Dat hoort u zeker wel aan al dat «root [kabaal. Hier rijst het prachtig werk tot nut van [vele zaken Die de een verschroeit en een anders kouwe [kleeren raken. (Gelach). Hier rijst de locomotief, uit stukken en uit [brokken. De wagens die ’t publiek naar schoone [landen trokken. U denkt daar niet bij na, die vaak een [ritje maakten, Hoe hier, vóórdat u reed, de heete .vuren [blaakten. U dacht maar: ’t gaat aldus: Je neemt een stukkie staal, Dat buig je op je knie en neemt een buis [metaal. Een buis dat is .een gat en om dat gat j?at

Dan heb je al een pijp. Enfin, u is niet [wijzer. En dan ? dan neem je een wiel en nog een [wiel er naast, Een ijzeren stok er door, nietwaar, je bent [er haast. Dan leg je een vuurtje aan... en wacht is, [nog een ketel! Dan zet de machinist zich op een kleine [zetel. En zegt: Allee vooruit! Nou en dan komt [er stoom, Dat hoor je aan het gesis, hoor maar, ’t is [net een droom. (Gesis). Dan komt de Chef en fluit (Gefluit), saluut! Ga jij niet mee? En kijk, daar gaane me naar Santvoort aan [aan de See. (Nou daaaaaaaaaaaaaag). (Gelach inde Studio). Lacht u daarom, publiek ? Het is haast om [te schreien. Zoo weinig geeft de mensch zich rekenschap bij tijen. Hij krijgt het klaar en wel zoo voor hem [staan. Stap in! Hij neèmt het resultaat... en weet niet van [het begin. Maar kom, wë gaan weer door, een volgend [plaatje biedt Een werkplaats .waar u veel carosserieën [ziet. Hier maakt men auto’s klaar, dat ziet u [zeker wel. Vrachtwagens, fietsen, motoren, ook dat is [kinderspel! Maar mannen die hier zijn, gij lasschers, [klinkers, sjouwers, Gij weet het beter he; wat rust op jullie [schouwers ? Laat eens je handen zien I • Goed kijken [luistervinken! Hier komt een werkmanshand! U ziet geen [ringen blinken. Daas is geep ruimte voor en geen geleges[hei<t

Hoewel hij zonder sier een groote zegen [spreidt. En wilt U het symbool wat in hun harten [huist ? Denk U die vingers saam. Ziethier! Men [noemt dit „vuist”. Met dezen hamerkop verrichte hij veel [wonderen. En dat hij blijft gebald moet U niet zeer [verwonderen. Hij moest door de eeuwen heen zich al te [hevig weren En op de koppen slaan der al te doove [Heeren. Maar vrees hem niet publiek, zijn recht was [dat hij staakte. Bedenk wat hij voor U, en gij voor hem [wel maakte. ’t Lijkt simpel al dat werk, een fiets dat is [een fiets, Je stuurt, je trapt, je belt, (een fietsbel) je rijdt en verder niets. Een auto is een ding, dat rijdt een beetje [sneller. Je stuurt die met een rad en waarschuwt [effe feller (een claxon) Een schip dat gaat vooruit, eerst met, toen [zonder raderen. Dat geeft een ander sein, als het de kust [zal naderen. (een sireen) Een Radio, nietwaar, dat een instrument, Waardoor een stem heen roept, die je 200’n [beetje kent. Thans voor wij verder gaan met nieuwe [beeltenissen, komt eerst een zanger op, U kunt U gaan [verfrisschen, terwijl ik hem vast haal. U drinkt wat [thee of zoo en ik haal den artist, en hijsch eerst dit tableau. (Wordt vervolgd.)

Sluiten