Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36STE JAARGANG ZATERDAG 26 OCTOBER 1929 No 43

lißiwiiiai rpnßMmpwiMHjpi| AUEMEGNEN MEDERLAHDSCHEN METAALBEWRKERSBOMDI

MABONNEMENT: Bij vooruitbetaling per jaar f 1,50 K-.. Voor Buitenland verhoogd met porto Losse nummers „0.03 Ki

f^^^^EURTGIN^H^^RHOUVE^i i HEMOFiXLAAH 2& AMSTERDAM.! I I _ telefoon: 2017& n=r I

AD VERTENTIEN; V H Gewone advertentiën .... per regel f 0.30 ■ II Afdeelingsadvertentiën . . . „ „ „ 0.20 Hl Aanvragen voor personeel . . „ „ „ 0.20

OPL.AAG 35.300 Officiëele Mededeelingen. i , Deze week wordt het contributiezegel op de 43s week in het Bondsboekje geplakt. * * * Wij maken de leden van de afdeeling lAmsterdam attent op een in dit nummer voorkomende advertentie. Redeneering en conclusie. Ter vierde Chr. Sociale Conferentie, onlangs te Lunteren gehouden, heeft Prof. Dr. Vollenhoven een inleiding gehouden over „Nieuwe Stroomingen in het Socialisme”. ’t Kan buitengewoon interessant geweest zijn, maar het ligt niet op onzen weg hier op deze plaats daaraan een beschouwing te wijden. Anders staat het met de inleiding van Mr. Dr. van Rhijn, die n.l. gesproken heeft over den invloed van deze nieuwe stroomingen ojl de moderne vakbeweging. Dit laatste, daar moeten wij bij zijn, want het raakt ons hart. Genoemde Dr. van Rhijn heeft een aantal stellingen verdedigd die als volgt luidden : 1. Het is voor de Chr. Vakbeweging noodzakelijk, zoowel ter verdieping van eigen levensbeginselen als voor het wegnemen van misverstanden bij buitenstaanders omtrent haar doel, zich telkens weer de vraag te stellen, waar de scheidingslijn tusschen moderne en chr. vakbeweging loopt. 2. Gezien de nieuwere stroomingen in het socialisme is het onjuist de verschillen tusschen beide zonder meer aldus te omschrijven, dat de moderne vakbeweging anti-religieus en materialistisch zou zijn en de christelijke niet. 3. De verschillen tusschen de christelijke en de, meer en meer het socialisme verwante, moderne vakbeweging kunnen als volgt worden omschreven : a. religieus. ' De moderne vakbeweging bouwt vooral op de macht van den mensch, in organisatie vereenigd ; gaat uit vaneen vrijen mensch, 'en heeft een optimistischen kijk op de ontwikkeling der menschelijke natuur. De christelijke vakbeweging stelt voorop het recht Gods, dat moet worden verwezenlijkt, gaat uit vaneen aan Gods openbaring gebonden mensch en heeft op de menschelijke natuur een meer pessimistisch en kijk. b. sociaal. De moderne vakbeweging neemt aan dat er principieel een onoverbrugbare ~ kloof is tusschen ondernemer en arbeider, acht daardoor in het huidige productieproces den strijd tusschen deze beiden normaal en ziet in dien strijd de motor voor de sociale ontwikkeling. De christelijke vakbeweging, erkennende dat op meerdere punten ernstige tegenstellingen bestaan tusschen de belangen van ondernemers en arbeiders, constateert op andere punten belangen-

harmonie en acht de bestaande tegenstellingen niet onoverbrugbaar; zij acht den strijd ook in het huidige productieproces abnormaal en ziet in samenwerking den grondslag voor de sociale ontwikkeling. De moderne vakbeweging kan nimmer tot die samenwerking komen, omdat zij, doortrokken van het socialistisch ideaal der socialisatie, hoopt op uiteindelijke uitbanning van den particuliemn ondernemer uit het productieprijs en daardoor het bestaansrecht van dien ondernemer niet kan erkennen. De christelijke vakbeweging daarentegen beschermt de functie van den ondernemer als een nuttige en erkent zijn bestaansrecht, waarmede de eerste voorwaarde voor samenwerking is vervuld. c. practisch. Als uitvloeisel van het bovenstaande kan men inde practijk van het sociale leven constateeren, dat de moderne vakbeweging bij het bepalen van haar standpunt utiliteitsargumenten den doorslag laat geven (zoo wordt bij het vaststellen der arbeidsvoorwaarden veelal de machtsvraag en niet de rechtsvraag gesteld; een algemeene staking wordt tegenover het communistisch drijven niet principieel afgekeurd, maar „onuitvoerbaar” geacht); dat de moderne vakbeweging dikwijls een zoodanige voorlichting geeft, dat een mentaliteit wordt gekweekt, ongeschikt voor het vestigen vaneen maatschappij van hooger sociale orde; dat de moderne vakbeweging veel sneller dan de christelijke tot staking overgaat en dat de moderne vakbeweging een andere en geringere waardeering voor de collectieve arbeidsovereenkomst en soortgelijke organen van overleg aan den dag legt dan de christelijke. * * Tot zoover de stellingen van Dr. van Rhijn, waaromtrent wijde moeite zullen nemen om er wat dieper op in te gaan. De redactie van „De Gids” heeft aan de inleiding door Dr. van Rhijn gehouden, enkele speciale woorden gewijd. Dat geschiedde ineen soort van Luntersche nabetrachting en zij schreef o.m. deze veelzeggende woorden : „Het vlotte betoog was niet zóó overtuigend, dat de conclusie logisch uit de redeneering volgde.” („De Gids” van 12 September 1929.) Wij hebben ons afgevraagd, welke de beweegredenen waren welke de redactie aldus deden schrijven. De conclusie volgde niet logisch uit de redeneering, zegt „De Gids”-redactie. Precies, dat meenen wij ook. In stelling 2 n.l. stelt de inleider vast dat het, gezien de nieuwere stroomingen in het socialisme, onjuist is om het onderscheid tusschen christelijke en moderne vakbeweging aldus te omschrijven dat de laatste, in tegenstelling tot de eerste, antireligieus en materialistisch zou zijn. Maar in z’n repliek, nadat 12 man had

gedebatteerd, heeft Dr. van Rhijn gezegd : „Wanneer men de zaak zuiver ziet, moet geconstateerd worden, dat de nieuwe strooming in het socialisme op de practijk der moderne vakbeweging totaal geen invloed heeft gehad.” Die repliek klopt in geen enkel opzicht op wat de inleider in stelling 2 gezegd heeft en het ligt voor de hand dat „De Gids”-redactie, constateerende dat de conclusie niet logisch uit de redeneering volgde, over precies denzelfden drempel gestruikeld is als wij. In zÂ’n tweede stelling heeft Dr. van Rhijn zich aan schromelijke ketterij jegens de strijdmethode van de christelijke vakbeweging schuldig gemaakt. Men heeft immers van die zijde de moderne vakbeweging sedert jaar en dag vervolgd wegens haar anti-religieuze, haar uitsluitend materialistische handelingen ? En nu komt dóar zoo ineens zooÂ’n Dr. van Rhijn de stelling opwerpen, dat, gezien de nieuwere strdomingen in het socialisme, het onjuist is te zeggen dat de moderne vakbeweging anti-religieus en materialistisch zou zijn. Lieve hemel, wat koopt men daar nou voor bij onze christelijke tegenvoeters? Hoe kan men het bij de propaganda vóór de christelijke en tégen de moderne vakbeweging stellen, zonder de argumenten betreffende onze materialistischen en anti-religieuzen inslag ? Dr. van Rhijn heeft in stelling 3 weliswaar zeer vernuftig toch zóó weten te construeeren dat er nog genoeg „verschil” overblijft, doch dat hóólt niet bij de korte maar krachtige slagwoorden zooals tot nu toe in gebruik waren, Â’t Is en Â’t blijft „Ersatz”, waarvan men weinig pleizier te verwachten heeft. We hebben zoo Â’t vermoeden dat de inleider, na door 12 debaters te zijn bekogeld, van zÂ’n eigen redeneering is geschrokken en aldus er toe gekomen is om bij zÂ’n repliek te constateeren dat de nieuwe strooming totaal geen invloed gehad heeft op de moderne vakbeweging. Â’t Doet zooÂ’n beetje denken aan de koe die wêl melk geeft, maar aan Â’t slot den melkemmer omver schopt. De toehoorders van Dr. van Rhijn waren natuurlijk jongens die van wanten weten en zij, als de lui die het bij de kleinere propaganda hebben op te knappen en geregeld den boer op moeten, moesten van die nieuw-lichterij vaneen „Mr. Dr.” niets hebben. Wat snappen de kleine lui van al die doctorale wijsheid ? Onzin. Inde propaganda moet je kort maar kernachtig kunnen afgeven, op de modernen en zeggen dat hun beweging antireligieus en materialistisch is. Dat slaat er in, dat brengt nog wel eens nieuwe leden en daarom is Â’t per slot van rekening begonnen. ♦ * * Er zou nog heel wat te zeggen zijn over de gewrongen constructie die Dr. v. Rhijn aan de volgens hem wel bestaande verschillen gegeven heeft. Een van die constructies is deze, dat de

christelijke vakbeweging de functie vatf den ondernemer als een nuttige beschermt* terwijl de moderne vakbeweging als voorstandster van socialisatie hoopt op uitbanning van den particulieren ondernemer. Wij kunnen moeilijk aannemen dat de christelijke bestuurders erg ingenomen zijn met deze constructie. Inde eerste plaats is er niets christelijks of onchristelijks uitte distilleeren. Ineen destijds van christelijke zijde uitgegeven debat-boekje het draagt niet den naam van den samensteller en bevat evenmin een datum van uitgifte of eenigj ander kenmerk wordt o.m. gezegd: „Maar overigens is de vraag der socialisatie van gelijke beteekenis ais die b.v* van gemeentelijke exploitatie van bedrijven. De Heilige Schrift is er noch vóór* noch tegen. Spreekt er zich eenvoudig niet over uit! Ook dient te worden onthouden dat dit vraagstuk alleen het bezit der arbeidsmiddelen raakt, en niet alle privaat-bezit.” Neen, deze door Dr. van Rhijn geconstrueerde tegenstelling biedt weinig houvast en werpt op de christelijke vakbeweging bovendien een licht dat men inden tegenwoordigen tijd beter ónder een korenmaat kan zetten. Juister is de tegenstelling ten aanzien vaneen eventueele algemeene werkstaking waar de christelijke vakbeweging op principieele gronden tegen is. Â’t Is echter de vraag of dit nu wel zoo heel veel houvast biedt. Algemeene staking is opstand, dat staat vast, maar men vergete niet dat nog niet zoo heel erg lang geleden ook de „gewone” staking, als zijde opstandig in drieërlei vorm, werd veroordeeld. Wat volgens de Heilige Schrift wel of niet geoorloofd is, wijzigt heel sterk in verband met de maatschappelijke ontwikkeling. Dat de moderne vakbeweging eerder tot staking besluit dan de christelijke, is in Â’t algemeen genomen wel juist, maar hier is zeker geen sprake vaneen principieel verschil. Hier speelt het financieel weerstandsvermogen een groote rol. Er zijn voorbeelden te noemen waarbij eendoor omstandigheden financieel draagkrachtiger christelijke organisatie minder geneigd was den strijd op te heffen dan de moderne organisatie. En wat de waardeering voor een collectief contract betreft kunnen wij vaststellen* dat de eerdere geneigdheid bij de christelijke vakbeweging lang niet altijd wortelt in het principe. Summa summaruin, Dr. van Rhijn heeft de christelijke vakbeweging met zÂ’n moderne stellingen geen dienst bewezen. Ach ja, je stuurt de kat uit en . . . ze komt miauwende terug. *♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦«« : Gelezen bladen : ♦ van ons vakblad mogen niet worden ♦ ♦ weggeworpen, doch behooren aan onge- ♦ ♦ organiseerde kameraden ter lezing ge- ♦ ♦ geven te worden. ♦ ♦ ♦

Sluiten