Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36STE JAARGANG ZATERDAG 9 NOVEMBER 1929 No 45

EERLfiMPSCIfIEW METfIfIIBEWERKiRSBOMP |

ABONNEMENT: Bij vooruitbetaling per jaar f 1.50 Voor Buitenland verhoogd met porto B Losse nummers . . „0.03 IS

I 24 AMSTERDAM.! I I ..~ZLXELEFQ9F ; ZI I

ADVERTENTIEN: W » Gewone advertentiën .... per regel f 0.30 B || Afdeelingsadvertentiën . . . „ „ „ 0.20 H Aanvragen voor personeel . . „ „ „ 0.20

OPLAAG 35.400 Officiëele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op, de 45a week in het Bondsboekje geplakt Beschermers van kwade zaken. In Amerika heeft zich een ernstige crisis iaan de beurste New-York voltrokken en van den weeromstuit is ook die van Amsterdam inden maalstroom meegegaan. Het edele gilde van beursspeculanten is zelf slachtoffer geworden van eigen winst- en hebzucht en een aantal „grooten” inde financieele wereld hebben zich ten koste van de „kleinen” verrijkt. „Het Volk” heeft aan deze niet alledaagsche gebeurtenis de voorlaatste crisis te Amsterdam dateert van 1907 eenige belangrijke artikelen gewijd. Belangstellenden zullen deze artikelen hebben gelezen en hun indrukken er bij hebben opgedaan. Voor anderen, die er geen kennis van namen, willen wij hier in verband met wat het „Algemeen Handelsblad” in zijn nummer van 4 November bevatte en naar aanleiding waarvan wij dit artikel besloten te schrijven enkele mededeelingen van „Het Volk” overnemen. Onder het opschrift: „De doodsklok klept op het Damrak’l, een opschrift dat doet denken aan den roman van Paap; „De doodsklok van het Damrak”, schrijft de redactie o.m. het volgende: „Op de Amsterdamsche effectenbeurs, waar inde leidende monopolie-fondsen Philips, Margarine-Unie, Kunstzijde en Koninklijke sinds dezen zomer met razende kracht werd gespeculeerd en de koersen tot een duizelingwekkende hoogte werden opgedreven, heeft zich ook de angst van de speculanten meester gemaakt en een debacle zooals men in geen tientallen jaren gekend heeft aan onze beurs, heeft ingezet. Honderden die gespeculeerd hebben, zien op het oogenblik hun bestaan bedreigd of hun spaargelden verloren gaan. Langs onzichtbare wegen komen deze in de zakken van de groote kapitalisten terecht, die door ontijdig te spreken of te zwijgen, de koersen gedurende eenige maanden hebben overgelaten aan het zinlooze spel der speculanten. Sinds de speculatie zich op deze fondsen wierp, zijn er millioenen verloren. \ oor de 4 leidende fondsen, die wij hiervoren noemden, berekenden wij sinds de hoogste koersen een verlies van f 1.300 millioen. Men moet dit echter goed begrijpen. De hoogste koers van de Margarine-Unie bijv. was,einde Augustus 680 pCt. De koers was gisteren (29 October) bijna 300 pCt. lager. Het verlies op een aandeelkapitaal van ruim f 130 millioen is dus f 390 millioen, d.w.z. dat inde oogen van de speculatie het kapitaal van de

Margarine-Unie op einde Augustus f 880 millioen waard zou zijn geweest en gisteren slechts f 494 millioen; dus bijna f 400 millioen lager. Dit doet zien op welke grondslagen het publiek zijn gelden inzet en geeft een kijk op het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef bij de leiders der groote ondernemingen, die dit spel aanmoedigen. Want door behoorlijke en tijdige publicaties van cijfers en mededeelingen, omtrent de vooruitzichten welke bestaan, zouden dergelijke wantoestanden voorkomen kunnen worden. Het is immers begrijpelijk, dat degenen, die achter de schermen zitten, niet de dupe worden, want zij weten precies de momenten, waarop zij moeten koopen of verkoopen. Wij hebben nu nog slechts de vooraanstaande fondsen genoemd, doch bij alle effecten, die gewoonlijk aan groote koersmarges onderhevig zijn, zijn enorme dalingen ingetreden. Suiker-, rubberen mijnwaarden zijn afgetakeld en ook daarin heeft het publiek millioenen moeten offeren aan het grootkapitaal.” zoover wat wij in ’t bijzonder van belang vonden om er in breede kring bekendheid aan te geven, * * •* De groote pers van ons land, in meerdere of mindere mate representante van de financieele wereld zooals zij aan de beurs reilt en zeilt, zit met het gebeurde min of meer in haar maag. Vroeger was het geven van eenige rekening en verantwoording aan het „groote publiek” niet zoo noodig, maar ja, de tijden zijn veranderd en dus kan niet meer met een doodsch stilzwijgen worden volstaan. % • Het „Handelsblad”, beursblad bij uitnemendheid, wijdt een heel groot artikel aan de beurscrisis, kennelijk met het doel om de zucht naar speculatie in bescherming te nemen. De redactie van dit orgaan, die nogal heel erg van moraliseeren houdt als ’t over de politiek gaat, neemt het anderen, die thans tekeer gaan tegen de speculatiezucht, hoogst kwalijk dat zij ef nu de moraal bij gehaald hebben. Daarvoor is naar het oordeel van de „Handelsblad”-redactie niet de minste aanleiding, want, zoo betoogt zij, speculeeren doet ieder die koopt en verkoopt en daarin zit toch niets wat strijdig is met eenige moraal. ’t Spreekt vanzelf dat vooral datgene wat „Het Volk” geschreven heeft, de redactie heeft geprikkeld tot het volgende: „Er zijn talrijke handelingen van zakelijken aard, waaraan een zeker risico verbonden is en die met hetzelfde doel worden urtgevoerd als waarmede een beursman vandaag een effect koopt met het voornemen het na een bepaalden tijd weer te verkoopen, dus het maken van winst. Wie een huis koopt met de overweging, dat het pand na verloop van tijd, om welke reden ook, meer waard zal worden, speculeert. Immers de mogelijkheid blijft bestaan, dat dié verwachting ongegrond blijkt en dat het huis zelfs in waarde daalt. De handelaar die een partij

goederen koopt speculeert, daar hij we de verwachting, maar niet de zekerheic heeft bij verkoop winst te kunnen maken. De fabrikant, die een nieuw artikel op de markt brengt, speculeert, daar hij onmogelijk kan weten of dit artikel voldoende koopers zal hebben om zijn uitgaven voor productiemiddelen en grondstoffen goed te maken en hem daarboven nog een winst zal verschaffen. Zoo zouden wij tal van voorbeelden kunnen noemen van zulke „speculaties”, die zelden met dezen term worden aangeduid, maar het toch in wezen zijn. En toch zak niemand op het denkbeeld komen zulke handelingen te veroordeelen.” * * Ziezoo, we zijn er; de „Handelsblad”- redactie heeft zich de vingers krom geschreven om aan te toonen dat wat daar aan de beurs voorvalt en als regel vrij goec gaat, iets heel gewoons is, iets dat zich op andere wijze maar in denzelfden geest in de geheele maatschappij voordoet. Wij zouden de speculatie-objecten hier genoemd, nog wel met een enkele kunnen completeeren. Bijvoorbeeld hiermee dat een arbeider, die zich van ander werk voorziet, met uitzicht op hooger loon, eveneens speculeert, want, ’t zou weleens zóó kunnen zijn dat bij z’n nieuwen werkgever spoedig slapte intreedt met als gevolg de vrij groote kans dat hij spoediger op straat gezet wordt dan bij z’n vroegeren werkgever. Zeker, inde lijn van de redeneering van het „Handelsblad” is ieder een speculant. Ook de dief die er op uitgaat om ’s nachts in te breken, want ’t gevolg van diens „speculatie” zou wel eens kunnen zijn dat hij in Leeuwarden of elders terecht komt. ’t Is waar, niemand vraagt den dief z’n onheilbrengend beroep uitte oefenen, maar wie noodigt hem of haar uit die land koopt om het straks met dubbele winst te verkoopen ? Inderdaad, in alleszit iets speculatiefs, maar dat wil nog niet zeggen dat al die speculaties daarom óók persé nadeelige gevolgen moeten brengen, niet alleen voor den speculant, maar ook voor een grooter of kleiner deel van z’n medemenschen. Niemand, zoo schrijft deze redactie, zal op het denkbeeld komen zulke handelingen te veroordeelen. Dat is nogal erg naïef uitgedrukt. Waarachtig wel; vele ivan de handelingen door haar genoemd zijn wèl te veroordeelen. Dat de meeste lezers van het „Handelsblad” dat niet doen, is toch zeker op zichzelf nog geen bewijs dat al die dingen in orde zijn. Ze mogen dan al niet wettelijk, niet volgens de burgerlijke moraal te veroordeelen zijn, alles goed en wel, maar men kan toch anders dan het „Handelsblad” aldus oordeelen, dat de meeste, zoo niet alle van de genoemde speculaties, anti-maatschappelijk zijn. AI die verrichtingen, zoo schrijft het „Handelsblad”, geschieden wel door puur eigenbelang, maar zij hebben ook gemeenschapswaarde, want zij zijnde voor het bedrijfsleven onontbeerlijke ondernemingsgeest. Zonder die drijfveer zou er geen productie, geen distributie, geen vervoer

zijn, zou de wereld niet in haar behoeften kunnen voorzien, Sthans niet op den kapitalistischen grondslag. Deze laatste toevoeging maakt dit betoog zoo scheef als het op zichzelf genomen ook is, ten slotte toch nog logisch. Want zij die in het kapitalisme het maatschappelijke stelsel bij uitnemendheid zien, moeten natuurlijk alle uitwassen, alle ups and downs ervan, voor lief nemen. Maar Â’t zal de redactie van het „Handelsblad” toch uiterst moeilijk vallen om den grondspeculant gemeenschapswaarde toe te dichten. Wij ten minste kunnen die zelfs met de lantaarn van Dioganes niet ontdekken. Is het wonder dat deze kapitalistische redactie ten slotte ook nog waardeering wfeet aan den dag te leggen voor den allerslechtsten vorm van beursspeculatie? Zij constateert dat daardoor de koersbewegingen te voorschijn worden geroepen, die het voor maatschappijen mogelijk maken nieuwe aandeelen uitte geven met een redelijke kans daarvoor koopers te vinden. Dit laatste nu mag op grond van de ervaringen betwist worden. Juist de meest serieuze en voor de welvaart van ons land onmisbare industrieën en ondernemingen, waarin vele handen nuttigen arbeid vinden, zien zich het noodzakelijke kapitaal onthouden, omdat de leidende fondsen als gevolg van de speculatiezucht, het geld bij stroomen toevloeit. Resumeerende stellen wij vast dat beursen andere speculaties wortelen inde kapitalistische wijze van produceeren en distribueeren, daarvan de onafscheidelijke schaduwen zijn. Die de speculaties in bescherming neemt, beschermt daarmee het kapitalisme in al zÂ’n consequenties, maar beschermt daarmede tevens een . . . kwade zaak. I Gelezen bladen j J van ons vakblad mogen niet worden ♦ * weggeworpen, doch beboeren aan onge- ♦ * organiseerde kameraden ter lezing ge- * * geven te worden, « He Jen *... niet morgen! U kunt heden nog doen waf morgen een vraag is. Uwe gezondheid van heden waarborgt Uw gezin niets, een levensverzekering bij De Centrale alles. De Centrale «s eender meest soliedc Maatschappijen en heelt billijke premien en voorwaarden. de Centrale Rijnstraat Den Haag

Sluiten