Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvoering der productie het aantal arbeiders, werkzaam inde Nederlandsche steenkolenmiverheid. nog niet onbelangrijk is toegenomen. En «dit terwijl het kolenverbruik over de wereld eer af- dan toegenomen was. Wat was er echter gebeurd? Engeland, dat in 1913 24 pCt. van de wereldproductie der kolen voor zijn rekening nam. had zijn aandeel geleidelijk tot 10 è 12 pCt. zien dalen. En de mijnwerkers boetten het achterblijven van Engeland inde mechanisatie met een ongekende werkloosheid. Wij gaan nu echter nog even met onze Hollandsche mijnwerkers verder. We hebben gezien dat deze menschen er m geslaagd zijnde hoeveelheden van het zwarte goud, welke zij ineen etmaal boven kunnen brengen, geweldig te doen stijgen. Vinden zij deze stijging nu tot uitdrukking gebracht inden inhoud van hun loonzakje? Ook op deze vraag geeft het documentatie-bureau antwnord door ons mede te deeleir, dat het gemiddelde loon der mijnwerkers, ondergrondschen zoowel als bovengrondschen, daalde van f 5.72 in 1922 tot f 4.97 in 1925, om daarna te stijgen tot f5lO in 1928. Zelfs als wij volledig rekening houden met het feit dat de indexcijfers sinds 1922 zijn gedaald, dan nog moeten wij een loonsverlaging van 5 tot 7 pCt. constafeeren ’ Toeneming der productie naast verlaging der loonen. Doch hiermede zijnde zegeningen voor de arbeiders nog niet uitgeput. Het documentatie-materiaal vertelt ook iets over den gezondheidstoestand der mijnslaven. Doch het.is, helaas, niet veel goeds. In 1923 was gemiddeld 3.3 pCt. der mijnwerkers ziek, in 1924 was dit percentage reeds geklommen tot 3.6, in 1926 was -bet 4.6. Doch nog was het hoogtepunt niet bereikt. In 1928 waren.regelmatig 5.6 pCt. der arbeiders door ziekte verhinderd om hun werkzaamheden te verrichten. En stelt U zich heusch maar niet voor dat zij er in Limburg de kantjes afloopen, want het apparaat der controleerende artsen is er welhaast nog beter ontwikkeld dan het productie-apparaat. Het is er zelfs zoo goed, dat de ~Ned. Werkgever”, het democratische blad bij uitnemendheid, het daar gevolgde systeem als navolgingswaardig voorstelt. Als wij echter zien dat elk jaar een hooger percentage zieken gaf, dan vragen wij ons werkelijk met angst in het hart af; „waar gaan wij* heen” en wat wordt er van -overheidswege legen,,deze gezondhciclsverwoestende arbeidsmethoden gedaan ? Het steeds toenemend aantal ongevallen met doodelijken afloop in deze industrie hebben wij hier nu nog maar niet eens besproken. Als wij aan de riteiten zouden vragen wat zij daartegen ■willen doen. zoucTen zij ons antwoorden 'dat er niet voldoende ambtenaren beschikbaar ziin om tegen deze ongerechtigheden op te tornen. De regeering zal denken, om een variant op een bekend spreekwoord re gebruiken: Beter rooo arbeiders inde miin 'dart één ambtenaar op het kantoor van de 'arbeidsinspectie. Dit voorbeeld om aan te toonen, data! is het waar, dat de rationalisatie geen sterkere uitbuiting tertgevolge jnehoeft te hebben. zij toch niettemin herhaaldelijk met sterkere uitbuiting gepaard gaat. Doch wij willen no'g een ander, een meer algemeen voorbeeld aanbalen, Verschenen is thans de October-aßewering van het Maandblad voor de Statistiek, waarin ook werkloosheidscijfers van pntoV landen worden genoemd en het is werkelijk afschrikwekkend als men ziet welke afmetingen deze geesel der arbeidende klasse in verschillende landen weer of nog steeds heeft, terwijl het vooruitzicht bestaat. dat de toestand zich nog verder in on.gunstigen zin zal wijzigen. Zoo waren er in Duitschland half September 1.393.000 werklnozen, van welke er 804 000 werden gesteund. Welk soort arbeiders van' elke ondersteuning waren buitengesloten, wordt niet medegedeeld. Dat zij mede tot de couponnetjes-knippende gemeente zullen beknoren, achten wij desniettemin toch zeer onwaarschijnlijk In elk geval komt de bourgeoisie van deze slachtoffers harer productiewijze goedkoop af, In Engeland waren aan het einde van September 1.217.000 arbeiders en arbeidsters als werkzoekenden ingeschreven. Meer dan 10 pCt. der tegen werkloosheid verzekerde arbeiders was werjiloos. En als wijde vraag zouden stellen: „Wanneer zullen deze menschen weer In het productieproces worden opgenomen?”, dan zou niemand het wagen ons daarop een woord te geven. De samenstellers van het overzicht tn het Maandschrift zeggen doodleuk dat de gevolgtrekking wordt gemaakt, dat’het bedrijfsleven in het loopende jaar „blijkbaar” niet in staat is geweest den stroom van nieuwe en, tengevolge pan rationalisee-

———— ———■— I—m1—mn—■—r 11 ringsmaatregelen, vrijgekomen arbeidskrachten in die mate op te nemen als in normale omstandigheden mogelijk is. Het is, zouden we zoo zeggen, heel voorzichtig gezegd, want het woordje blijkbaar had er toch zeker wel uit kunnen blijven. We nemen het den samensteller echter in geen enkel opzicht kwalijk, want al had dat woordje er niet ingestaan, dan nog zou er in Duitschland geen enkele werklooze minder op straat hebben gestaan. In het licht van deze cijfers bezien doet de opmerking van den heer D. Goedkoop, als zouden er geen geschoolde arbeidskrachten zijn, wel eenigszins vermakelijk aan. En speciaal ziin gezegde, dat er, zoodra er een behoorlijke bedrijvigheid inden scheepsbouw valt waar te nemen, gebrek ontstaat aan geschikte werklieden, is geenszins van humor ontbloot. In zulke opmerkingen ligt echter ook zulk een diepe tragiek verscholen, dat door den humor de lachlust niet wordt opgewekt. Als onze redacteur het „toestaat, zullen wijde volgende week nader aangeven, waarom naar onze meening de beschouwingen van den heer Goedkoop niet van tragiek ontbloot zijn. Wij hopen intusschen, dat onze leden uit de door ons gegeven feiten en cijfers voor zoover als noodig is, zullen hebben gezien, dat wij'er, al zijn onze organisaties gelukkig veel sterker geworden, nog lang niet zijn. Verdere versterking zoowel in omvang als in diepte htfjve ons parool, want het kapitalistische stelsel heeft zijn gevaar voor de arbeidersklasse- nog in geen enkel opzicht verloren, al schrijven zij zich vooral aan katholieke zijde de vingers blauw om nu reeds den arbeiders wijs te maken, dat een ander door ons voorgestaan productiestelsel beproefd en mislukt is.

1 wmmsmmmml De burgersmedenactie te Rotterdam. (C.0.) Onze burgersmedenactie heeft haar beslag gekregen met bet afsluiten van een nieuwe overeenkomst. De oude, welke reeds vanaf 1923 voortgezet werd met een minimum uurloon vqn 63 cent en waaruit de vacantiedagen waren geschrapt, hadden wij, als geheel niet meer passend op den werkelijken toestand, ongezegd. De pogingen onzerzijds om tot een betere overeenkomst te geraken, hebben maar niet zoo één, twee, drie succes gehad-De eerste maanden na den inzet kregen wii zelfs sterk den indruk dat er in ’t geheel niets van komen zou. Ten slotte heeft ons bestuur in overleg met de ledenvergadering het besluit genomen een aantal ondernemingen voor bet feit te plaatsen dat er foonsverhooging moest worden, gegeven en anders staking onvermijdelijk zou zijn. Hierbij was bet wel zeer opmerkelijk dat luist déar., waar in ’t algemeen de loonen nog niet de slechtste waren, het eerst moest worden aan gepakt. Het ronfract is nu tot stand gekomen met min. loonen voor geschoolden van 70 ets., voor genefenden van 62 ets. en voor* ongeschoolden van ets. per uur. De drié vacantipdncrpn< welke vroeger in het contract hadden gestaan, doch later, in 1023. waren afgeschaft, ziin weer als minimum npgenomén en een aantal grooterp ondernemingen verbonden zich 4 dagen toe te staan. Inden loop van onze actie zijn vervolgens reeds in dezen zomer bü een aantal ondernemingen 3 en 4 vacantiedagen gegeven. De loonen hebben wij verhoogd gekregen bij Bettenhausen met 2 ets. per uur, of van 71 op 74 ets: bij Gispen met 2 tot 4 ets., per uur; bij Koelega met 3 ets. per uur ; bij de fa. v. Kooten met 5 ets. per uur, of van 72 op 77 ets. per uur en bij de firma Landman met 3 ets., of van <77 op 80 ets. per uur. Deze twee laatste firma’s zijn vrij groote constructie- en reparatiewerkplaatsen met 40 é 50 werklieden. Wij kunnen hieraan nog toevoegen, 'dat tegelijkertijd aan ’n onderneming, die wel niet tot het burgersmedenbedrijf gerekend kan worden, n.l. de Graan-Elefator-Mij., welke echter tot voor betrekkelijk korten tijd geleden lid was van den Burgersmeden-patroonsbond, ook een verzoek om verhooging van de loonen en het invoeren van 6 vacantiedagen, was gericht. Deze directie antwoordde’ ons, zooals te doen gebruikelijk, dat zij geen metaalbedrijf was en met eigen menschen de zaakje., opknapte. Dat was niets nieuws en omdat al eens eerder een dergelijk ant-

woord ons bereikt had en er toen ook niets voor de arbeiders inihke verhooging van de loonen uit de bus kwam, hebben wij geantwoord er geen bezwaar tegen te hebben dat de directie dit standpunt innam. Wij hebben er echter aan toegevoegd, dat als het nu weer net zoo zou gaan als den vorigen keer en er na bespreking met de arbeiders niets tot stand kwam van wat wij hadden gevraagd er dan el ernstig bezwaar onzerzijds bestond. Bovendien zonden wij dat standpunt dan moeten beschouwen als een uitvlucht om aan de gevraagde verbeteringen te ontkomen. Het gevolg is toen anders geweest. Reeds den daarnpvolgenden dag we>-d met de arbeiders geconfereerd en verkregen zijn ; 6 dagen vacantie en 4 ets. loonsverhooging. Als wij hierbij in acht nemen dat deze arbeiders daarbij behouden een uitkeering van 3 a 3J- week extra loon, welk emolument zij vreesden dat zou worden in gehouden hij de nieuwe regeling, dan mogen wij zeggen, dat ook deze menschen niet slecht gevaren zijn bij deze actie. Door het contract gaande min.-loonen met 7 ets. per uur naar hoven en het gaat er nu maar om dat de burgersmeden zorgen, dat er behoorlijk uitvoering aan wordt gegeven. Want zooals wij reeds zeiden, het is opmerkelijk, dat dein ’t algemeen niet aio het slechtst aangeschreven ondernemingen, het eerst aangepakt zijn en daar waar veel meer te klagen valt, nog achterwege zijn gebleven. \Vij verwachten dat ook de andere pérsoneelen van zich zullen doen spreken en als er klachten zijn over de uitvoering, zoo spoedig mogelijk bij ons bestuur komen. In ’t algemeen verwachten wij van de totstandkoming van deze nieuwe overeenkomst, die een nauwer contact gebracht heeft tusschen de patroons onderling en vanzelf ook van deze met de arbeidersvakvereenigingen, een betere controle op loonen en arbeidsvoorwaarden in dit bedrijf. Onzerzijds moet er daarom ook voor gezorgd worden, dat de samenwerking door uitwisseling van gedachten en bespreking onder de leden-burgersmeden zooveel mogelijk bevorderd wordt. Wij hebben daartoe een commissie gekozen, die het bestuur op gezette tijden bijeen zal roepen. Vrienden, ook met déze groep zijn wij inden laatsten tijd op den goeden weg. Voorwaarts in deze richting!

IELECTROTECHNiSCH BEDRUP,! De actie voor een contract inde electro= technische industrie te Rotterdam. (J. W.) Inde actie voor een collectief contract met de werkgeversorganisaties komt eenige teekening. Wij hebben met do bestoren der beide organisaties (R.-K. zoowel als Alg.) geconfereerd en zullen m weten wat hun beslissing zal ziin op de door ons kenbaar gemaakte beon hun voorstellen. Hopelijk zullen die bezwaren Zoodanig worden ondervangen, dat onze ledén nog deze maand hun fiat op een contract kunnen geven. Het contract met de groote werkgevers is voor een jaar gecontinueerd, want geen van beide partijen heeft het voor den gestelden termijn opgezegd. Tntusschen houden onze leden zich paraat, want ook al komt het contract voor elkaar, er is nog altijd veel werk aan den winkel, Internationale kartels en trusts. (Doe. Bureau N. V. VJ 11. Het bestaande internationale walsdraadkarte! is in 1927 opgerirht en omvat Duitschland en het Saaj-gebied aan den eenen en Frankrijk, België en Luxemburg aan den anderen kant. De hoeveelheden voor den binnen- en buitenlandschen afzei zijn vastgesteld, evenals de gemeenschappelijke prijzen. Wederzijds wordt de verzorging der binnenlandsche markten aan de-betrokken landen overgelaten. Verder is tusschen Duitschland, de Scandinavische en Baltische landen een losse overeenkomst aangegaan voor den draadkabel-export. *Jij beoogt de vaststelling van minimumprijzen. Bovendien bestaat tusschen Duitschland en Oostenrijk een regeling inzake wederzijdsche gebiedsbescherming. Voor zoover inde mach in>industr ie internationale organisaties bestaan, zijn dit kapitalistische vervlechtingen. Hier-

bij kan o.a. genoemd worden de trust voor melkmachines (Molkereimaschinentrust A. G. Seperator) in Stockholm, welke ongeveer j der wereldproductie van melkmachines voor haar rekening neemt. Zij bezit fabrie* ken en filialen in Zweden, Noord-Amerika, Canada, Duitschland, Oostenrijk, Hongal nje, Frankrijk en Tsjecho-Slowakije. Verder zijn er inde machine-industrie verschillende andere groote ondernemingen met internationale verbindingen. Inde e ma i 1 1 e-industrie bestaat het Midden-Europeesch kartel voor Emaille, waren, waarvan Duitschland, Polen, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk en Hongarije lid zijn. Doel van-het verdrag is de vaststelling van export-quota, verdeeling van het afzetgebied en regeling van uniforme prijzen. Het internationale k o p e r-kartel momenteel 92 pCt. der wereldproductie (Japan staat er nog buiten). Voor de verschillende landen zijn productie-quota vastgesteld; de verkoop bevindt zich in handen van verkoop-bureaux en agentureh. De prijzen worden door het syndicaat geregeld, waarbij men zich baseert op den markttoestand. Inde a 1 u mi n i u m-productie bestaat een in 1926 opgericht kartel tusschen Duitschland, Zwitserland, Frankrijk, Engeland en Oostenrijk. Het omvat ongeveer 50 pCt. der wereld-productie. De vereenigde Staten staan er nog buiten, evenals Canada en Noorwegen, welke door de American Aluminium Co. (de M dlontrust) worden gecontroleerd. De werkzaamheden van het kartel beperken zich tot het vaststellen der prijzen. In dit verband kan ook gewezen worden' op de organisatie van de leveranciers van de grondstof voor aluminium. De Europeesche ba u x ie t-prodücenten hebben zich n.l. aaneengesloten inde Bauxit Trust A.G. te Zürich. Tot het intern, z i n k-kartel behooren Duitschl., Frankrijk, Polen, België, Engeland, Noorwegen, Nederland en Italië. Zoodoende is 95 pCt. der Europeesche zinkproductie vereenigd, hetgeen L jna de helft der wereldproductie beteekent. Tegelijkertijd heeft het Amerikaansche Harriman-concern invloed op de zink-productie van Polen, de belangrijkste Europeesche producent, Inde n i k k e I-industrie wordt een internationale voorbereid. Nikkel wordt voornamelijk in Canada gewonnen, en de nikkel-productie daar te lande wordt gecontroleerd door de Amerikaansche InternationalNickel Co. en door de Engelsche onderneming Mond Nickel Co. Deze beide ondernemingen hebben zich in 1928 aaneengesloten en beheerschen thans 90 pCt. der wereldproductie. De 1 o o d-producenten der Vereenigdé Staten en van Canada hebben in f928 een overeenkomst aangegaan ter verdeeling der afzetmarkten. Er staan echter nog te veel landen buiten het kartel. Inde k w i 1: z i I v e r-productie is door de beide belangrijkste producenten, Spanje) en Italië, in Lausanne een verkoopbureau opgfericht. Dit syndicaat beheerscht 80 pCt,! der wereldproductie. Voor bi sm u t h is in November 1927! een overeenkomst aangegaan tusschen'; Duitschland, Engeland en Holland, waarvan het doel is uniforme prijzen vast te stellen. De Europeesche uraniu m-productié; is geconcentreerd ineen verkoop-maatschap-| pij, waarvan België en Tsjecho-Slowakije' deel uitmaken. Inde electriciteits-industrie is de concentratie reeds zeer ver gevorderd. Meestal zijn, er ook financieele ondernemingen bij beJ trokken. In deste-kstroo m-industrie berust de internationale samenwerking b.vj bij de Trust Financier de Transports et d’ Entreprises Industrielles te Brussel en bij de Bank für elektrische Unternehmungen in Zürich. De belangrijkste ondernemingen, welke verbindingen hebben, zijn.' de General Electric Co. of America, de Westinghouse Electric and Manufacturing Co. (Vereenigde Staten) en de BrownJ Boverie & Co. (Zwitserland) : deze concerns staan in verbinding met ondernemingen in Duitschland, Frankrijk, Engeland, Italië,, Japan, Tsjecho-Slowakije, Noorwegen,- Oostenrijk en Polen. De overeenkomsten tusschen.de electrjciteitsondernemfngen der afzonderlijke landen hebben in hoofdzaak' betrekking op het uitwisselen van patenten en ervaringen, afbakening van belangengebieden enz. Wat de z w a k s t r o o m-industrie be* treft, moet vooral gewezen worden op het telef oo nbedrijf. Op het oogenbiik is de toestand zoo, dat 70 pCt. van het telefoon-net der wereld zich bevindt in handen van particuliere maatschappijen en slechts 30 pCt. in handen der overheid. De grootste onderneming op dit gebied is de American Telephone and Telegraph Company, die, nadat ze de Amerikaansche binnenlandsche markt beheerschtef overhing tot de oprichting van de International Standard Electric Corporation, om zoodoende haar invloeds-i sfeer tot het buitenland uit tg breiden,)

Sluiten