Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weken van dit jaar is het er niet beter op geworden. De volgende cijfers mogen dit bewijzen. Gemiddeld aantal Aantal leden werkloozen , Waarvan Waarvan 1931 Totaal loodgieters Totaal loodgieters 3 Jan. ’± 5950 ± 570 946 133 10 >- ± 595° ± 57° 1070 157 17 .. ± 5950 ±s7° ii37 150 Hoe de toestand zich inde naaste toekomst zal ontwikkelen, valt moeilijk te voorspellen. Doch wij zijn van oordeel, dat door de overheid meer gedaan zou kunnen worden aan werkverruiming dan thans het geval is. Ineen vroeger artikel, getiteld „Crisis en Paniekstemming”, heb ik daarop reeds de aandacht gevestigd. De poging welke nu door het college van B. en W. wordt gedaan met betrekking tot het opknappen van huizen, is een bescheiden begin. Er zou meer gedaan kunnen worden. In het algemeen is de metaalindustrie niet het troetelkind van onze overheid. Als er een brug of een paar ponten te bouwen zijn, dan leurt men daar het geheeie land mee door. Dat geeft voor de Amsterdamse ondernemingen een zware concurrentie, want bedrijven gevestigd in gemeenten met een veel lageren loonstandaard, kunnen als regel goedkooper offreeren. In sommige gevallen wilde men aan de Amsterdamsche ondernemingen nog wel een deel van de opdracht geven, doch de laagste inschrijvingsprijs werd dan uitgangspunt. Dit is een ernstige handicap voor de Amsterdamsche industrie, mede tengevolge waarvan we nu deze hevige crisis doormaken.1) In aansluiting op de poging door B. en W. gedaan wat werkverruiming te scheppen, hebben wij ons dezer dagen schriftelijk gewend tot den wethouder voor de bedrijven. We hebben daarin op de mogelijkheid gewezen door het vervroegd doen uitvoeren van bepaalde werken (bruggen) de werkloosheid eenigermate te verlichten. En indien het college dan ook bereid zou zijn om het werk in onze stad te houden, dan kon dat een heilzame werking* hebben. * * ♦ Terwijl eenerzljds veel wordt gedaan om de werkloosheid te beperken en groote sommen gelds worden besteed aan werkloozenuitkeering, moeten we aan de andere zijde helaas constateeren dat ondanks de enorme werkloosheid, men voorgaat met het vragen en verleenen van overwerkvergunningen. Stoomvaart Maatschappij „Nederland” laat een paar schepen verbouwen. Het motorschip „P. C. Hooft” wordt van nieuwe motoren voorzien en de oude motoren uit dit schip worden overgebracht inde „Salawati” en de „Saparoea”. De verbouwing van de beide laatstgenoemde schepen is opgedragen respectievelijk aan de Nederlandsche Dok Mij. en de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. Beide werven kampen al geruimen tijd met onvoldoende opdrachten, hetwelk duidelijk blijkt uit de personeelmindering. Aan de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. is b.v. binnen één jaar tijds de personeelsterkte gedaald van 2565 op 1513 man. De Stoomvaart Maatschappij „Nederland” heeft schepen te veel, hetgeen weer moge blijken uit het gelamenteer over de opgelegde tonnenmaat. Voor haast is dus al weinig reden. En niettegenstaande dat, wordt aan de ~Saparoea en de ~Salawati” overgewerkt. Er werken twee ploegen aan. De dagploeg werkt 10 uur per dag en de 1 nachtploeg 11 uur. Is het geen krankzinnige toestand? Bij honderden, om niet van duizenden te spreken, zijnde arbeiders uit het productieproces gestooten en anderzijds laat men meer uren werken dan het normale aantal. Hier wordt de werkloosheid opzettelijk in de hand gewerkt. Als in zoo’n geval de ondernemers niet : erstandiger zijn, zou men dat toch minstens van de overheidsinstanties mogen verwachten. In dezen tijd met ontzettende werkloosheid dient men elke overwerkvergunning hardnekkig te weigeren. , ) Li dit verband willen wij toch opmerken dat t elders in ons land niet beter is. Eed. Werkloozenzorg. (B.) Inde ochtendbladen Van 27 Januari lazen wij een bericht van den veleenden inhoud; Crisis=werkloosheid en uitkeeringsduur. De nieuwe regeling. ’s-GRAVENHAGE, 26 Januari. De minister van Arbeid, Handel en Nijverheid heeft de volgende regeling vastgesteld inzake verlenging van den uitkeeringsduur yoor leden van werkloozen-

kassen in bedrijfstakken, waarin in 1931 van crisiswerkloosheid kan worden gesproken. ie. Voor werkloozenkassen in bedrijfstakken, waarin in 1931 van crisiswerkloosheid kan worden gesproken, kan, hetzij voor alle leden, hetzij voor bepaalde groepen daarvan, de uitkeeringsduur worden verlengd. 2e. De minister van Arbeid, Handel én Nijverheid bepaalt, of en in hoeverre ineen bedrijfstak van crisiswerkloosheid kan worden gesproken. 3e. Is voor een bedrijfstak bepaald, dat van crisiswerkloosheid kan worden gesproken, dan kunnen de besturen van de tot dien bedrijfstak beboerende werkloozenkassen een voorstel doen, om het reglement voor de werkloozenkas zoodanig te wijzigen, dat de uitkeeringsduur, hetzij voor alle reglementair rechthebbende leden, hetzij voor bepaalde groepen daarvan, met ten hoogste zes weken en tot eendoor den minister van Arbeid, Handel en Nijverheid te bepalen datum van het jaar 1931 wordt verlengd. Is dé uitkeeringsduur verdeeld over twee kalenderhalfjaren, of andere perioden, dan kan het aantal uitkeeringsdagen reeds in het eerste kalenderhalfjaar (c.q. de eerste uitkeeringsperiode) met ten hoogste 36 worden vermeerderd. Vanzelfsprekend geldt het vorenstaande niet voor hen, die in 1931 geen recht op uitkeering hebben, omdat zij reeds drie of meer jaren achtereen waren uitgetrokken. 4e. Nadat de termijn, waarvoor de verlengde uitkeeringsduur van toepassing was, is geëindigd, wordt nagegaan of en in hoever de middelen waarover de werkloozenkas kan beschikken op den datum van eindiging zijn gedaald beneden 50 pCt. van de middelen, waarover zij kon beschikken op het einde van het jaar 1930, blijkende uit het vermogensblad van dat jaar. Dit berekende verschil zal van overheidswege aan de kas worden verstrekt dooreen verhoogd subsidie, volgens het werkloosheidsbesluit-1917. De minister van Arbeid, Handel en Nijverheid behoudt zich het recht voor om, voordat dit bedrag is vastgesteld, voorschotten te verkenen op het aan de werkloozenkas toekomende bedrag voor het doen van uitkeeringen, als de geidelijke omstandigheden van de kas het noodig maken. Eerst op Vrijdag 30 Januari kwam van het ministerie van Arbeid, Handel en Nijverheid op ons bondskantoor de officieeie circulaire in. Inmiddels waren door het N.V.V. de kasbesturen ter vergadering bijeengeroepen om de ontstane situatie te bespreken. Ineen op 2 Februari gehouden vergadering van ons bondsbestuur is besloten, een aanvrage voor verlenging van den uitkeeringsduur met 6 weken (36 dagen) bij den minister in te dienen. Vooraf zal echter, zoqals de laatste jaren dienaangaande te doen gebruikelijk is, overleg plaatsvinden met de besturen van de R.K. en Chr. organisaties, welk overleg reeds was vastgesteld op Woensdag 4 Februari. Waar ons is medegedeeld, js inde metaaldustrie ook volgens het oordeel van den minister crisiswerkloosheid. Het is dus vrij zeker te noemen, dat voor onze kas toestemming zal w'orden verleend om den uitkeeringsduur met 6 weken te verlengen. Tot goed begrip zij echter medegedeeld, dat een gunstige beslissing van den minister niet met zich zal brengen, dat al onze leden die reeds uitgetrokken zijn, direct weer 6 weken uitkeering zullen ontvangen uit do werkloozenkas. Voor zoover ons op heden bekend, komen alleen die leden voor 6 weken verlengden uitkeeringsduur in aanmerking, die in hel jaar igji geheel zijn uitgetrokken. Met andere woorden, alleen zij, die in het jaar 1931 hun volle reglementaire uitkeering hebben genoten en ook al zouden zij 6 weken arbeid hebben verkregen daarna in 1931 geen aanspraak op de reglementaire uitkeering kunnen doen gelden, komen voor den verlengden uitkeeringsduur in aanmerking. Wij zullen echter trachten, ten aanzien van de vraag welke uitgetrokken leden voor den verlengden uitkeeringsduur in aanmerking komen, de grenzen ruimer gesteld te krijgen. Vóór dit blad is verschenen, is de aanvrage voor den verlengden uitkeeringsduur bij den Minister ingediend. Zoodra mogelijk zullen wijde afdeelingsbesturen, bovenal de penningmeesters, met de beslissing van den Minister in kennis stellen en hun betreffende de daaraan verbonden werkzaamheden nader berichten. ♦ » ♦ Toen wij het bovenstaande geschreven hadden, troffen wij in „Het Volk” van Woensdagmorgen 4 Februari een persbe-

richt betreffende deze aangelegenheid aan, welk bericht wij hier in zijn geheel laten volgen: DE VAKCENTRALEN BIJ DEN MINISTER. Voor de regeling thans in aanmerking: landarbeiders, metaalbewerkers, textielarbeiders, sigarenmakers, glas- en aardewerkers en een deel der transportarbeiders. Omschrijving van het kasvermogen. ’s-GRAVENHAGE, 3 Februari. Maandag j.I. heeft de minister van Arbeid, Handel en Nijverheid op zijn departement vertegenwoordigers van drie vakcentralen, het N.V.V., het R.K.W. en het C.N.V. ontvangen, ter bespreking van de door dezen bewindsman aan de kasbesturen gezonden circulaire betreffende verlenging van den uitkeeringsduur in verband met de crisiswerkloosheid in 1931. De minister had gemeend, dat zijn circulaire algemeene instemming zou hebben gevonden, aangezien zoowel de werkiooze arbeider als de werkloosheidsverzekeering hierbij sterk zijn gebaat. Nu van de verschillende mededeelingen inde pers, zoowel als ook van andere zijden, dit niet het geval schijnt te zijn, moet dit berusten op een misverstand. De minister wil er nadrukkelijk op wijzen, dat de bedoeling dezer regeling is, in 1931 gedurende de crisis de kassen in staat te stellen, haar gewone reglementaire uitkeeringen te laten doen, daarenboven den uitkeeringstermijn met ten hoogste zes weken te verlengen, onder waarborg, dat de kassen bij het beëindigen van den crisistoestand nog beschikken kunnen over 50 pCt. van het vermogen der kas, dat op 31 December 1930 aanwezig was. Door de vertegenwoordigers der vakcentralen is er op gewezen, dat hier van een misverstand geen sprake kan zijn, aangezien naar hun oordeelde regeling zoodanig had moeten zijn, dat de geheeie verlenging van den uitkeeringsduur voor rekening van de overheid kwam. Gevraagd werd of de regeering alsnog hiertoe zou kunnen overgaan. De minister verklaarde tot verder gaande maatregelen niet bereid te zijn. Op de vraag, wat onder een crisis moet worden verstaan en of rekening zal worden gehouden met de abnormaal groote werkloosheid in bedrijven, waar, streng opgevat, van bedrijfscrisis niet kan worden gesproken, werd door den minister verklaard, dat hij zulks ook met den minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw moet bespreken. Aanvankelijk meende de minister, dat voor de regeling reeds thans in aanmerking moeten komen: landarbeiders, metaalbewerkers, textielarbeiders, een gedeelte van het transportwezen, de sigarenindustrie, de glas- en aardewerkers. Voorts zal nog nader worden overwogen of meerdere bedrijven eventueel in aanmerking kunnen komen. Ten slotte werd vastgesteld, dat als overwogen zou worden beschouwd; het bezit der werkloozenkas op einde 1930, zonder rekening, te houden met eventueele oude schuld aan het rijk. Werkloozenzorg op het platteland. IJsselmonde. (J. B. A. R.) Wij vertelden u een vorige maal van den edelachtbaren heer burgemeester van IJsselmonde en hoe deze zijn wethouder uitfoeterde, omdat door dien wethouder toch werkloozensteun was uitgekeerd. Hij eischte zelfs dat het geld weer in het „kistje” zou terugkomen. Geachte lezers, meent niet dat dit kwam omdat zulke hooge bedragen waren uitgekeerd, want de hoogste uitkeering bedroeg naar ik meen ƒ7. ’s Maandags moesten die begiftigden maar terugkomen, was er gezegd. Maar gezien de stemming van den heer Hazenberg, was er niets meer in ontvangst te nemen. Inmiddels gingen de ontslagen aan de verschillende fabrieken steeds grootere afmetingen aannemen en dientengevolge steeg te IJsselmonde het aantal werkloozen elke week. De arbeiders liepen te hoop, zij demonstreerden met groote borden waarop „honger” stond te lezen. Zij groepten samen inde dorpsstraat en voor het gemeentehuis. En in deze christelijke gemeente, met een christelijke meerderheid inden raad en een christelijken burgemeester, plus een afdeeling vaneen Chr. bond, liet men hen loopen, de hongerlijders en werden vrouwen en mannen door zijn edelachtbare van het gemeentehuis weggesnauwd. In samenwerking met de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders had onze afdeeling zich intusschen per request

, tot den minister van Binnenlandsche Zaken i gewend, werd door ons een manifest uitgegeven inde geheeie gemeente, werd ©en protestvergadering belegd en trachtten wij zijn edelachtbare te spréken te krijgen. Dit laatste mocht niet gelukken. De protestvergadering slaagde des te beter, stampvol was de zaal. Van de raadsleden had slechts één, behalve dan de twee soc. democraten, den moed om naar die vergadering te komen. Maar hij zei niets en vertrok nog vóór de mol ie, welke daar voorgesteld werd, aan de orde kwam. Zijn edelachtbare was vertegenwoordigd door zijn zoon, die er blijkbaar alleen als luisterpost was. Dooreen spreker van de S.D.A.P. en één voor onze organisatie werd de geheeie gang van zaken behandeld. Een protestmotie werd met algemeene stemmen door de vergadering aangenomen. Van zijn excellentie werd op ons request geen enkel antwoord ontvangen. Wij zonden daarna een telegram aan den minister en een afschrift daarvan aan den burgemeester. Van den secretaris-generaal van den minister kwam toen een antwoordtelegram, dat ~de zaak in onderzoek was”. Laten wij er direct bij vertellen, dat bet onderzoek -waarschijnlijk nog steeds voortduurt, want van het departement van Binnenlandsche Zaken werd verder nooit meer iets gel:oord. Toen de commissaris der Koningin te IJsselmonde kwam en er aangeplakt stond dat men zich tot hem kon wenden voor een audiëntie betreffende gemeentelijke aangelegenheden, togen wij met een bestuurder van onze afdeeling er op uit. Wij teekenden ter secretarie de audiëntielijst en wachtten geduldig, zonder dat ons zelfs een stoel werd aangeboden, de komst van zijne excellentie af. Buiten was de bevlagde dorpsstraat en stond het ~padvinderscorps” van IJsselmonde in militaire formatie opgesteld, hetwelk zeer waarschijnlijk door den burgemeester was verzocht. Binnen heerschte een zenuwachtige stemming. Zijn edelachtbare liep in gekleede jas met de ambtsketen om als maar om ons heen te draaien. De wethouders, pplitieke vrienden van onzen vriend W. van den Chr. Bond, bleken evenmin op hun gemak en liepen eveneens uitgedost in gekleede jas in en uitte draaien, fe kreeg zoo het gevoel dat het den heeren dwars zat dat ér ook nog over iets anders zou worden gesproken behalve overeen nieuwen weg enz. enz. En toen zijne ExcèlTëffïïe reeds geruimen tijd binnen was, kwam zijne edelachtbare de burgemeester minzaam informeeren wat wij te bespreken hadden. „Zijn excellentie had haast, moest U weten . Maar fijntjes stuurden wij toen den burgemeester met een kluitje in het riet en vertelden hem dat wij dat zelf aan zijn excellentie zouden vertellen en dat wij onze audiëntie-aanvraag handhaafden. Overigens beteekent zoo’n audiëntie zeer weinig. De commissaris zou het er met het college van B. en W. over hebben. Maar, zooals vaneen oud-mioister van Buitenlandse!:© Zaken verwacht kan worden, zeer diplomatisch poneerde hij als zijn meening: „Ik vertegenwoordig wei het Hooge Gezag, maar ik kan het niet uitoefenen”. Toen kwam er „werkverschaffing”. Het loon werd ƒ 15.— per week voor produotief werk. Hier en daar werd er aan een werkiooze eens wat steun gegeven, meest door middel van bonnen. Ja, er was zelfs een gezinshoofd dat niet anders dani bonnen kreeg. De uitkeeringen in geld bedroegen soms 435 gulden, maar alles: was zoo willekeurig, dat niemand er een pijl op kon trekken. lot nu toe zal de lezer tevergeefs gezocht hebben naar iets christelijks in dezen gang van zaken, of naar een stevig ingrijpen van de christelijk gcorganiseerden,; of naar een poging van christelijke bondsbestuurders om hun politieke vrienden, die toch de meerderheid inden raad vormen, ervan te overtuigen dat juist door hen van die gemeentebestuurders, christelijke barmhartigheid werd verwacht. Troost U, waarde lezer! Daarvan hoop ik U een volgende maal iets te vertellen. Uit de afdeelingen. AMSTERDAM. (A.Z.) Filmvoorstelling in Tuschiuski. Op Zondagmorgen 22 Februari a.s. zal voor onze leden in Tuschinski, Reguliersbreestraat, vertoond worden de zeer mooie film „De Wevers”. Dit is een bijzondere attractie. Speciaal voor georganiseerde arbeiders wordt daar in beeld gebracht de wanhopige opstand van Duitsche wevers tegen hun uitbuiters, die hen op de geraffineerdste wijze bet loon, in lange dagen van arbeid verdiend, ontstalen. Deze film geeft ons een duidelijk beeld van den wanhopigen toestand waarin nog

Sluiten