Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37STE JAARGANG ZATERDAG 25 JANUARI 1930, No 4

fg^r—rag WEEKBLAD VAN DEN BZ3=3a| r^^^^^^^^^^^^C^^^^^ALßEWEßKEßSßMDl OO3 I | ÏSïïKiaïïS,- ; : ; TT'.'aiS Lp,—-—T^f!n^^■ I 2PlZlj , || Aanvragen voor personeel 0.20

OPLAAG 36.100. Officieele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op «le 4e week in het Bondsboekje geplakt. Het Collectief-Contract voor de metaalindustrie geteekend en in werking getreden. Nadat te voren de leden van den Metaalbond eveneens tot aanvaarding hadden besloten, is thans het collectiefcontract tot stand gekomen. Op Vrijdag 17 Januari j.l. hebben partijen het geteekend en vana [iB Januari is het van kracht geworden. Wij zullen nu niet meer terugtreden in de langdurige onderhandelingen welke aan de totstandkoming zijn voorafgegaan, noch beschouwingen wijden aan moeilijkheden en misverstanden die wij zoowel in eigen kring als daarbuiten hadden te over:winnen. De ervaring zal wel leeren of onze Bond al dan niet den juisten weg gegaan is. Het contract is er nu en daarmee is voor de profeten van allerlei slag het emplooi weggenomen. Een tijdsduur van iS maanden is spoedig voorbij en na afloop ervan kunnen dan de feiten spreken. Daaraan hebben we ten slotte meer dan aan voorspellingen. Veel zal afhangen van de wijze waarop ■partijen den geest van de overeenkomst recht laten wedervaren. De letter van ’t contract is getoetst aan ï'echt en wet, maar dat is op zichzelf nog niet voldoende om kot een goede sfeer van Verstandhouding te komen. Aan het streven, deze overeenkomst populair te maken, kunnen de leden van den Metaalbond veel af en toe doen. Zij zullen daarbij in menig geval meer op den geest dan op de letter moeten koers houden, of in elk geval beide in ’t oog moeten vatten. * Van werknemerszijde zijn drie vakbonden bij ’t contract betrokken, n.l. de Roomsch-Katholieke, de Protest .-Christelijke en onze Algemeene Nederlandsche J3ond. De beide federaties, die. van Dissel en die [van Hooze, hebben vanaf den aanvang der onderhandelingen onze pogingen om tot een contract te komen, verdacht gemaakt en daarbij niet nagelaten hun menschen omtrent den tekst van het ontwerp voor te lichten op een wijze die kant noch wal jraakt. Wij hebben ons geen enkele maal de tnoeite getroost de beweringen van deze heeren te weerleggen en deze gedragslijn zullen wij ook inde toekomst blijven Volgen. Indien er metaalbewerkers zijn die naar hun kronkelige en kwasie revolutionnaire beschouwingen willen luisteren, dan gaan deze hun gang maar, doch voor ons zijn deze groepjes te onbeteekenend om er veel aandacht aan te schenken. Slechts op een bepaald verschijnsel willen wij nog de aandacht vestigen. Zoo oud als onze moderne vakbeweging is, zoo lang ook heeft zij moeten worstelen om nieuwe dingen ingang te doen vinden. En daarbij heeft zij steeds alles wat zich revolutionnair noemt, doch in feite oerburgerlijk is, tegenover zich gevonden. Onze beweging heeft moeten vechten 1 , –

voor centralisatie, voor het instituut der bezoldigden, voor weerstandskassen, voor werkloozenkassen en voor collectieve contracten. Bij al deze dingen hebben wij inde revolutionnaire vakbeweging, of wat daar voor door wil gaan, de felste tegenstandster gevonden en altijd heeft men van die zijde gepoogd ons verdacht te maken en te kleineeren. Niettemin hebben ze later met een stalen snuit al die dingen overgenomen. Schoorvoetend en aarzelend, vooral vanwege de vroegere demagogische bestrijding, hebben zij de voetsporen van onze beweging moeten volgen. Wij laten deze heeren ook nu inzake dit afgesloten contract, voor wat zij zijn en zullen verder geen notitie van hen nemen. Ook nu hebben wij ’t spit afgebeten en ontwijfelbaar zal de dag komen, dat zij zullen pogen mede-contractant te worden. Nu gaat dat nog niet, omdat ze wel weten geenerlei kans te hebben en bovendien zitten zij teveel verward inde strikken, die zij voor ons uitgezet hebben, doch waarin zij zelf verward zullen raken. De collectieve arbeidsovereenkomst, zooals nu met den Metaalbond is afgesloten, kan onzerzijds zeker nog geen aanspraak maken op – om nu maar eens éen veel gebruikt woord toe te passen volwaardigheid.

Maar er is een begin gemaakt en wij hebben zooveel vertrouwen in eigen kracht, dat het ons ontegenzeggelijk inde toekomst zal gelukken het nu aangevangen werk te voltooien. Daarvoor is noodig, dat nog vele duizendtallen onze gelederen komen versterken en onze leden hebben derhalve tot plicht om onverstoorbaar met. de propaganda voort te gaan. Onvolmaakte en volmaakte verdeeldheid. Onder het opschrift ~De Engelsche Vakbeweging” heeft een zekere heer C. Brouwer in het orgaan van den Christeüjken Bond van 28 December j.l. een stukje geschreven waarin eenige beschouwingen gegeven worden die gewijd zijn aan het vakvereenigingswezen in Engeland. De stof voor dat stukje is door den schrijver ontleend aan het door Henri Polak uit het vertaalde boek van de Webb’s: „Na dertig jaren”. Dat werk is een vervolg op „De Geschiedenis van het Britsche Vakvereenigingswezen”, eveneens geschreven door Sidney en Beatrice Webb. Wij wenschen naar aanleiding van de beschouwingen welke deze heer Brouwer heeft geleverd, maar meer nog naar aanleiding van de getrokken conclusies, enkele opmerkingen te maken. Dat wij tot heden op deze onrijpe pennevrucht nog niet gereageerd hebben, vindt z’n oorzaak hierin dat de schrijver z’n stukje eindigde met de mededeeling dat hij „een volgenden keer” nog op andere bijzonderheden de aandacht zou vestigen. Tot heden echter hebben wij tevergeefs op een voortzetting gewacht en nu die „volgende keer” zoo erg lang uitblijft, zullen wij maar eens van wal steken, ’t Zou anders heelemaal in 't vergeetboek raken en dat zou zonde en jammer zijn. De schrijver, die uit den aard van z’n wezen voorstander is van het Nederland-

sche hokjes-systeem, volgens hetwelk de' arbeiders georganiseerd behooren te zijn in sectarische vakvereenigingen, heeft er natuurlijk belang bij den vinger te leggen op bestaande verdeeldheid inde vakbeweging van andere landen. Daartoe nu heeft dat vervolg van de Webb’s hem gereede aanleiding gegeven. De lezing van dat boek heeft hem geopenbaard, hetzij voor ’t eerst of bij vernieuwing, dat in Engeland de branche-organisatie nog altijd welig tiert en daarom vertelt hij z’n lezers dat b.v. inde metaalindustrie bijna elke branche een eigen vakvereeniging vertoont. ’t Is niet spiksplinter nieuw wat de man mededeelt, maar daar is ’t bij hem dan ook niet om begonnen. Dat zal uit wat hier nader volgt wel duidelijk blijken. Onzerzijds zij vooropgesteld dat het wezen van de Engelsche vakbeweging voor ons heel weinig bekoring heeft. De schrijver vertelt dat elke groep inde metaalindustrie een eigen organisatie heeft. Machinebouwers, ketelmakers, scheepsbouwers en ertsmelters worden door hem genoemd en verder nog tal van andere groepen. , Laat ons vaststellen dat ook deze versplintering van economische kracht voor de vakbeweging zooals trouwens elke andere i versplintering, een nadeel voor de arbeiders is, ook voor de Engelsche. Dat is niet altijd zoo geweest. De Engelsche vakbeweging is de oudste van Europa en haar ontwikkeling is een getrouwe afspiegeling van die der Engelsche industrie. Zij heeft zich de weelde van branche-organisatie kunnen veroorloven zonder schade toe te brengen aan haar taak. Dat kan niet blijvend zijn en vooral niet omdat ook in Engeland de concentratie in de industrie bezig is zich te voltrekken. Vandaar dan ook dat in Engeland de voorstanders van fusie tusschen verschillende vakvereenigingen, steeds talrijker worden. Maar Engeland is in alle opzichten het land van de traditie en men komt er daar

niet gemakkelijk toe veranderingen toe te passen, ’t Gaat schoorvoetend inde industrieele wereld en nog schoorvoetender inde wereld van de vakbeweging. I Toch hebben zich de laatste jaren (het | vervolg van de Webb’s is reeds in 1924 verschenen) eenige niet onbeteekenende fusies voltrokken. Nu mag men bij dit alles niet uit het oog verliezen dat ondanks materieele verscheidenheid, de Engelsche vakbeweging een groote geestelijke eensgezindheid te zien geeft. De hartstochten worden niet opgewekt door discussies over godsdienst en politiek. Hoe groot ook de verdeeldheid door de branche-organisatie mag zijn, alle vakvereenigingen vinden hun culminatiepunt in j de eene groote vakcentrale en inde Labour-Party. ’t Zal zeker lang duren alvorens men in Engeland met historisch gegroeide toestanden zal hebben gebroken, maar vast staat dat men er aan zal moeten gelooven in I sterkere concentratie kracht te zoeken. De ontwikkeling van het economisch leven zal den Engelschen de nieuwe wegen opdringen. Gelukkig zal daarbij geenerlei godsdienstig of politiek geschil een onoverkoombare kloof vormen.

~ Maar laat ons nu eens tot dien mijnheer Brouwer en z’n zonderlinge conclusies terugkeeren. Hij in ’t bijzonder als christelijk georganiseerd man en derhalve voorstander en zelfs voorvechter vaneen verdeelde vakbeweging, is zeker wel de allerlaatste die het recht heeft de Engelsche verhoudingen te becritiseeren. De vraag is eigenlijk gewettigd hoe hij den durf heeft er over te schrijven. Wij zullen u van uw mogelijke verwondering afhelpen, geachte lezers. Onze heer Brouwer is wel zoo voorzichtig om het principe van de verdeeldheid niet aan te tasten. Hij gooit het overeen anderen boeg, n.L deze: ~ Bij zulke organisatorische toestanden geven wijde voorkeur aan de verhoudingen in Nederland. Want vér boven deze bekrompen opvatting, gedeeldheid naar het vak en het vasthouden aan plaatselijke of gewestelijke zelfstandig-I heid, staat onze gedeeldheid om des beginsels wil.” Is het niet alleraardigst gevonden van m’neer Brouwer? De nadeelen van de „gedeeldheid” hij bedoelt natuurlijk de •verdeeldheid, maar dat woord wil er schijnbaar niet erg best bij hem uit kan hij niet ontkennen en daarom stapt hij daar met de zevenmijlslaars overheen om ten slotte te concludeeren, dat de Nederlandsche verdeeldheid toch maar heel wat beter en principieeler is dan de Engelsche. Dat doet ons denken aan ’t gesprek van die twee fuivende studenten waarvan de een zei: I ik .. . hik .. . ben .. . dron .. . dronken . . . waarop de andere reageerde met: e...n...n...e ik; hik... ben 1... lekker de I dron... dronkenste. In Engeland zijn ze verdeeld en dat vindt die m’neer Brouwer teleurstellend. In Nederland zijn we ook verdeeld, maar veel beter dan in Engeland en dat vindt de man hartverheffend. Zooveel logica blijft voor de wijzen en verstandigen verborgen, maar zal de kinderkens worden geopenbaard . . ,

De Pers IS DE CULTUURDRAAGSTER VAN HAAR TIJD De Arbeiderspers IS DE CULTUURDRAAGSTER VAN DEZEN TIJD ABONNEERT U DUS OP: HETVOLK OF VOORWAARTS

Sluiten