Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE AFDEELINCEN ALPHEN AAN DEN RIJN. (J.Th.V.) Zaterdag j.l. had de officieele opening plaats van het Volksgebouw. De voorzitter Den Uijl riep alle aanwezigen een hartelijk welkom toe, in het bijzonder onze vrienden uit Boskoop en de eigenaar van het pand, de heer v. d. Linde. Hierna las spr. een aantal telegrammen voor: van het N.V.V., van het hoofdbestuur van de V.A.R.A., van K. ter Laan en van pg. Oldemans uit Bodegraven. Alle deze hielden de beste wenschen in voor de plaatselijke beweging. Namens het bestuur van de bouwvakarbeidersbond werd een bestuurstafelkleed aangebeden. De Vrouwenclub schonk een inktstel, de A.J.C. een waterstel en onze afdeeling een reproductie van Toorop’s beroemde schilderij „De Mijnwerker”. Hierna liet onder leiding van Van Kesteran „De Stem des Volks” zich hooren. De verschillende strijdliederen werden zeer correct uitgevoerd. De rest van de avond werd opgeluisterd door Binke en zijn band. Het was al met al een gezellige avond, waarop wij als arbeiders trotsch kunnen zijn. Speciale vermelding verdient dat wat in het gebouw is gedaan, geheel belangloos gebeurd is. J. Th. V. DOESBURG. (A J.E.) Kameraden, thans hebben wij het honderdste lid ingeschreven. Voorwaar een hoopvol teeken, gezien hoe hier de verschillende afdeelingen, die in de loop der jaren vanaf 1909 zijn opgericht,-weer als een nachtkaars uitgingen. Laten wij van pu af aan vertrouwen, dat dit nu niet weer zal gebeuren. En laat ons zorgen dat( we niet onder de 100 leden dalen. Vroeger werd er altijd gezegd, werkloos worden wij toch niet, dus waarom zullen wij in de organisatie gaan. Wij zien thans, dat ook wij in de crisis betrokken worden en wij al onze krachten zullen moeten inspannen om het verloren terrein, wat de arbeidsvoorwaarden betreft, terug te winnen. Ook onze organisatie biedt u andere dingen dan de werkloozenkas. Laat men zich nu niet op zijpaden begeven door allerlei geklets dat uit de oude doos wr"1t opgediept en zoodoende twist en tweedracht zaaien onder onze leden. Voortbouwen aan onze afdeeling zij het parool, opdat we een waardige plaats gaan innemen in de Bond en in de geheele arbeidersbeweging. Werken wij vooral voor een nieuwe en betere maatschappij. HAARLEM. Leden – electriciëns opgelet. (C. v. d. W.) Naar aanleiding van een kwestie over het naleven van de collectieve arbeidsovereenkomst door een niet nader te noemen werkgever, stelden wij ons in verbinding met de inspectie van het G.E.B. Van dit bedrijf ontvingen wij thans het bericht, dat in de bestekken de bepaling is opgenomen dat op ieder werk dat voor de gemeente in woningblokken wordt uitgevoerd, een eerste monteur in de zin van de collectieve overeenkomst aanwezig moet zijn. Wij verzoeken onze leden hiermede rekening te willen houden en bij gebleken verzuim het bestuur daarvan mededeeling te doen. ■■ "*■— HENDRIK-IDO-AMBACHT. <\fecr.) Voor de leden zijn nog eenige kalenders van het N.V.V. ter beschikking. Ze zijn, zoolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij Adr. Lodder, Dorpstraat; A. Klootwijk, Veerweg en B. Schippers, Hooftwijk. Kameraadschap. Het Bioscoop-Theater „Cinema Royal”, gevestigd aan de Nieuwendij k te Amsterdam, herdacht op 8 Februari j.l. z’n 10-jarig bestaan. Op zichzelf niets bijzonders. Er zijn zooveel bioscopen, al of niet jubileerend, dat daaraan geen algemeene aandacht geschonken kan worden. De directie van „Cinema Royal” echter heeft altijd een zeer ruim standpunt ingenomen omtrent hetgeen zij in haar onderscheidene theaters op hst doek en (of) voor het voetlicht bracht. Elke onderneming in deze maatschappij

is er op ingesteld, winst te maken, maar daarom is het toch nog niet hetzelfde hoé die winst verkregen wordt. De directie dezer onderneming heeft in tegenstelling met andere soortgelijke ondernemingen. er altijd naar gestreefd om vooral ook die filmwerken welke een sterk maatschappelijk karakter droegen, te vertoonen. Zij deed het ook nu weer ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan der onderneming door zich het vertooningsrecht voor Nederland te verzekeren van de pacifistische film „Kameradschaft”, een meesterwerk van de z’n bekwaamheden bekende regisseur G. W. Pabst. Daartoe uitgenoodigd met nog vele anderen die een functie in het openbare leven vervullen, hebben wij dit filmwerk kunnen zien nog vóór de vertooning in hst publiek plaatsvond. We behooren tot de menschen die maar heel zelden een film gaan zien en erg enthusiast zijn we dan ook niet naar de vertooning gegaan. Maar wat wij er gezien hebben, heeft diepe indruk op ons gemaakt en op allen die tot de genoodigden behoorden. Wij kunnen geen beschrijving van deze film geven, want daartoe leent ons blad zich niet. Het hoofdbeeld van de film is een brand ineen Fransche steenkolenmijn, gelegen in het grensgebied Duitschland—Frankrijk. De verschrikkelijke uitwerking van die brand, diep onder de grond, wordt ons zóó duidelijk te zien gegeven, dat de beelden ons soms de adem benemen. Met angstige spanning is de toeschouwer getuige van de vernielingen der mijngangen, de vlucht der Fransche mijnwerkers en hun radelooze pogingen om de dood te ontloopen. Dan komen de Duitsche mijnwerkers met hun reddingsploegen de Fransche makkers ter hulp. De waarachtige broederschap van het proletariaat wordt ons gedemonstreerd. En dat alles is in een,omlijsting van gebeurtenissen en voorvallen geplaatst waarbij de aanschouwer het leven van de mijnwerker in al z’n vormen te zien krijgt. Prachtig zijnde beelden van het landschep en van het mijnwerkersstadje dat er te midden ligt. De aanschaffing van deze film is voor de directie van de jubileerende onderneming een groot waagstuk geweest, want haar vervaardiging was zeer kostbaar en het recht van vertooning navenant. En dan, zulk een film waarin ons als het ware vertoond wordt hoe de zwaarden worden omgesmeed tot sikkels, valt niet bij elk publiek inde geest. Allen die de film zullen aanschouwen, zullen ook versterkt worden in hun verlangen naar vrede, in hun verlangen ook naar verbroedering van het proletariaat tot ver over de staatkundige grenzen heen. De film „Kameradschaft” heeft een sterk propagandistisch karakter voor datgene v/at wij als ideaal stellen. Zij wordt thans vertoond te Amsterdam in „Cinema Royal” aan de Nieuwendijk en inde „Corso-Bioscoop” inde Kalverstraat. Vanaf 26 Februari zal zij te Rotterdam worden vertoond in „City” en „Capitol” en te den Haag in „Apollo”. Wij wekken onze leden op deze mooie, indrukwekkende film te gaan zien. Zij zullen er evenals wij, geen spijt van hebben.

Arbeidsduur en werkloosheid. Documentatie N.V.V. Aan „Industrial and Lahour Information” van 14 December ontieenen wijde volgende bijzonderheden omtrent de besprekingen, welke de Werkloosheidscommissie uit de Beheersraad van het Internationaal Arbeidsbureau van 7—9 December heeft gehouden over het vraagstuk van de arbeidstijd. Het Internationaal Arbeidsbureau had aan de commissie een rapport v/aarin, op grond van de met de arbeidstijdverkorting opgedane ervaringen, het Arbeidsbureau een verkorting van ds Arbeidstijd als middel tot vermindering der werkloosheid aanbeveelt. Om deze maatregel succes te doen hebben is een internationaal optreden op deze basis noodzakelijk. Het beveelt daarom een regeling dezer kwestie tusschen de afzonderderlijke landen, óf industrie-ge wij ze óf via de internationale kartels óf algemeen, aan. Het wijst er op, dat de kartels naast hun overeenkomsten inzake contingenteering der productie, prijzen en afzetgebieden, ook op het gebied der arbeidsverhoudingen tot overeenstemming zouden kunnen komen, waarbij, in het belang van het slagen der maatregelen, ook de arbeidersorganisaties betrokken zouden moeten worden. Een andere weg zou zijn rechtstreeksche onderhandelingen der werkgeversorganisaties met medewerking der vakvereenigingen of de regeling van de kwestie van de ai’beidstijd door internationale overeenkomsten voor elke industrie afzonderlijk, welke de regeeringen, met medewerking van de economische organisaties der werkgevers en werknemers, zouden moeten afsluiten. Het Arbeidsbureau zou dergelijke pogingen ondersteunen en door deze medewerking de waarborg scheppen, dat de algemeene grondslagen der sociale politiek behouden zouden blijden. De voorstellen van het Arbeidsbureau gaan van de noodzakelijkheid vaneen betere verdeeling dar beschikbare werkgelegenheid uit. Hierbij zou een veertigurige werkweek de maximale arbeidstijd moeten vormen, waarbij de kwestie hoe deze over de verschillende dagen verdeeld dient te worden, buiten beschouwing kon blijven. Inde meeste gevallen zou de vljfdagenweek met een dagelijksche werkdag van acht uren de meest economische vorm zijn. Na uitvoerige besprekingen heeft de commissie een ontwerp-resolutie aangenomen, welke door de Raad van Beheer in Januari 1932 zal moeten worden bekrachtigd. Inde resolutie spreekt de commissie uit, dat de oplossing van de crisis van economische, financieels en politieke maatregelen, welke buiten de bevoegdheid van het Arbeidsbureau liggen, afhankelijk is. De commissie meent echter, dat het noodzakelijk is, dat de regeeringen nationaal door middel der internationale organen, alle maatregelen treffen om werkgelegenheid te scheppen. Vooral dienen zij de internationale maatregelen ten aanzien van de uitvoering van openbare werken met alle kracht te bevorderen. Met betrekking tot de kwestie van de arbeidstijd wordt er inde ontwerpresolutie op gewezen, dat de noodzakelijkheid tot ratificatie van de internationale arbeidstijdconventies nimmer dringender was dan nu. Voor zoover deze regelingen nog overuren toelaten moet hiervan geen gebruik worden gemaakt. Bovendien moet in

alle gevallen, waarin de technische verhoudingen en de samenstelling van het personeel dit toestaan, de mdividueele arbeidstijd verkort worden, alvorens tot ontslag mag worden overgegaan. De commissie wijst in dit verband op dein verschillende landen met succes genomen maatregelen, in welke een arbeidstijd van veertig uren, inde meeste gevallen verdeeld over vijf dagen, werd ingevoerd. Om de aan een dergelijke maatregel eventueel verbonden loonsvermindering zoo gering mogelijk te doen zijn, wijst de commissie er op, dat in vele landen maatregelen zijn getroffen om te komen tot een gedeeltelijke compensatie van het gederfde loon; deze wordt dikwijls gevonden uit de uitkeeringsgelden, welke door de tewerkstelling der werkloozen zijn vrijgekomen. De commissie herinnert er aan, zonder harerzijds het initiatief tot internationale onderhandelingen te nemen, dat eenige staten de wensch hebben uitgesproken, tot tijdelijke internationale overeenkomsten over de arbeidstijd in bepaalde takken van industrie, te komen. Zij verzoekt dan ook de Directeur van het Arbeidsbureau dit idee te onderzoeken en na te gaan of, met inachtneming der verhoudingen inde afzonderlijke takken van industrie, dergelijke overeenkomsten mogelijk zijn. De commissie had slechts tot taak de kwestie vaneen betere verdeeling van de arbeidstijd gedurende de crisis te onderzoeken. Zij heeft echter van de eischen der arbeidersorganisaties tot invoering van de veertig-uren week kennis genomen, alsmede van de door verschillende werkgevers voorgestane opvatting, dat een permanente arbeidstijdverkorting in technisch hoog ontwikkelde industrieën mogelijk zou zijn. Het Arbeidsbureau wordt verzocht bij zijn verdere onderzoekingen van het vraagstuk der werkloosheid, bijzondere aandacht te schenken .aan de arbeidstijdverkorting en vooral aan de hiermede opgedane ervaringen in de afzonderlijke landen. Gezien dein alle landen groeiende beweging ten gunste vaneen verdere verkorting van de arbeidstijd is het streven om op dit terrein tot een internationale overeenkomst te komen, van bijzondere beteekenis. Het Internationale Arbeidsbureau stelt aan het slot van het aan de deskundigen uitgebrachte rapport vast, dat de door de rationalisatie mogelijk geworden en waarschijnlijk nog steeds verder gaande prestatie-verhooging der arbeiders, tallooze industrieën voor de keuze plaatst om óf een definitieve arbeidstijdverkorting door te voeren om aan alle arbeiders werk te verschaffen óf onder handhaving van de bestaande arbeidstijd de werkloosheid nog verder te doen stijgen. lil 1.1 I ■ 11111 I r Arbeid voor Onvolwaardigen. (Communiqué.) De vereeniging „Arbeid voor Onvolwaardigen” (A.V.0.) heeft bij de aanvang van het nieuwe jaar een propaganda-nummer van haar vereenigingsorgaan het licht doen zien. Hierin wordt de bijzondere nadruk gelegd op het feit, dat de onvolwaardigen (dat zijn in het algemeen de lichamelijk of geestelijk gebrekkigen) zeer onder de invloed der huidige tijdsomstandigheden hebben te lijden; zij raken als regel het eerst zonder werk als de gang der zaken tot ontslag van personeel leidt; zij vinden als regel weinig werkgevers bereid hen tewerk te stellen; zij hebben geen sterke vakvereeniging achter zich staan, die hen zoo lang mogelijk voor ontslag behoedt en zijn zij eenmaal ontslagen hen uit de werkloozenkas steunt of hun pleitbezorgster is voor een goede crisissteunregeling’. Zij komen ten laste van familieleden of zijn aangewezen op hulp van armbesturen of particuliere liefdadigheid. Voor zoover die onvolwaardigen op andere wijze geholpen worden door opneming in speciale werkplaatsen of in verplegingsinrichtingen, door voorlichting en advies in consultatiebureaux enz, gescheidt dit meerendeels door particuliere organen en vcreenigingen. En het betreurenswaardige verschijnsel van deze tijd is, dat er ernstig bezuinigd wordt op uitgaven voor sociale doeleinden! Tal van particuliere, maar ook openbare lichamen leggen de arbeid van vcreenigingen en inrichtingen werkzaam op philantropisch gebied lam, door haar het tot nu toe gebruikelijke subsidie geheel of gedeeltelijk te onthouden. De vereeniging „A.V.0.” acht het daarom een gelukkig verschijnsel, dat zij juist thans allerlei practische maatregelen heeft kunnen nemen in het belang van de onvolwaardige arbeidskrachten. Zij heeft, dank zij de medewerking van alle blindeninrichtingen en -vereenigingen, alsmede van het bestuur der Rijksverzeke-

Op advies van onze vriend Salomé heeft de Uaagsche Bcstuurdersbond zich met een adres tot de gemeenteraad gewend met het verzoek middelen ter beschikking te stellen om jeugdige werkloozen in hun vak te bekwamen, met als gevolg dat met bekwame spoed dit zeer goede werk is aangevat. Hierboven een toto van de afdeeling smeden en batikwerken.

Sluiten