Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De R.D.M. in 1931. (Vs.) De vier grootste Rotterdamsche en Schiedamsche ondernemingen in onze industrie hebben hun winst- en verliesrekeningen benevens hun balansen gepubliceerd over het beruchte crisisjaar 1931 en het lijkt ons goed dein de verslagen voorkomende cijfers eens nader te bezien. Wij willen dan inde eerste plaats de financieele resultaten van het bedrijf der R.D.M., waarmede de Scheepsbouw Mij. „Nieuwe Waterweg” ten nauwste is verbonden, aan een beschouwing onderwerpen. De R.D.M., de onderneming die blijkens dein vroegere verslagen verstrekte gegevens en volgens het oordeel van vele deskundigen behoort tot de allersterkste bedrijven inde metaalindustrie, heeft dit jaar een betrekkelijk onprettige boodschap aan de aandeelhouders moeten sturen. Zij heeft n.l. aan deze groep „nuttige” leden onzer samenleving moeten laten weten, dat het dividend vanwege de malaise slechts 6 pCt. zou bedragen en dat het daarmede dus tot op de helft van het dividend over 1930 zou zijn gedaald, althans nominaal. In werkelijkheid was het nog ongeveer 6/io pCt. hooger, omdat in het laatst van 1931 vijfhonderdduizend gulden aan het aandeelenkapitaal zijn toegevoegd, terwijl over deze zeer laat gestorte gelden het normale dividend wordt uitgekeerd. Desniettemin is een dividend van 6%» pCt. voor de R.D.M. zeer laag, niet volgens onze opvattingen natuurlijk, maar in vergelijking met de resultaten welke in deze onderneming in vroegere jaren werden geboekt. Het bedrijf is, zodals vele van onze lezers zullen weten, in 1902 gesticht. Gedurende de eerste vijf jaren werd er geen winst gemaakt ineen zoodanige omvang dat dividend kon worden uitgekeerd. Doch daarna onderging de winst zulke beteekenende stijgingen, dat het dividend vrijwel zonder onderbreking van 2£ pCt. over 1907 tot 25 pCt. over 1921 kon stijgen. De crisis welke in 1921 een aanvang nam, deed de winst vooral inde jaren 1923 en 1924 een zeer scherpe daling ondergaan, met het gevolg dat het uitte keeren dividend in 1922 en 1923 „slechts” 15 en 7 pCt. van het aandeelenkapitaal kon bedragen. Doch daarna ging het weer „wat” beter. Over de jaren 1924 tot en met 1927 kon een dividend van 10 pCt. worden uitgekeerd, over 1928 steeg het tot 12 en over 1929 zelfs weer tot 15 pCt., waarmede het gouden tijdperk, zooals de onderneming dat vóór, tijdens en na de oorlog gekend had, weer aangetaroken scheen te zijn. Dit was echter slechts schijn. Een nieuwe crisis kwam en zij bracht weer direct een teruggang van de winstcijfers. Voorzichtigheidshalve werd over 1930 een dividend van „slechts” 12 pCt. beschikbaar gesteld. En nu kwam de jobstijding, volgens welke niet meer dan 6 pCt. aan dividend zal worden betaald. Wel een bewijs dus, dat de crisisgevolgen ook voor dit sterke bedrijf zeer ernstig zijn. Deze gevolgen worden echter nog veel sterker door de bruto-winstcijfers dan door de dividendcijfers gedemonstreerd. Zoowel in 1929 als in 1930 werd als winst op orders een bedrag van ruim 2.3 millioen gulden geboekt. In 1931 daalde de bruto winst met niet veel minder van 1|- millioen gulden tot 590.000 gulden. Als gevolg van deze groote winstdaling wordt slechts een betrekkelijk klein bedrag voor afschrijvingen bestemd, t.w. 95000 gulden. Als men weet dat in het vorig jaar een som van niet minder dan 1£ millioen gulden voor afschrijvingen beschikkwam, dan zou men geneigd zijn eerstgenoemd bedrag zelfs belachelijk laag te noemen. Deze lage afschrijving doet haar invloed dan ook wel eenigszins op de balans gevoelen. Gedurende de laatste jaren kwamen o.a. de gebouwen en de vaste gereedschappen, die een gezamenlijk bedrag van meer dan 12 millioen hebben gekost, voor ƒ I. op de balans voor. Dit jaar prijkt deze post echter met een bedrag van ƒ 308.000. op de balans. Dit is dus een achteruitgang. Een achteruitgang intusschen waardoor de kracht van dit bedrijf niet of althans niet noemenswaard wordt geschaad. Ook de Vereeniging tot Behartiging van de Belangen van het Personeel voelt het lage winstcijfer dit jaar aan de lijve. Stelde de directie in vorige jaren nog wel eens ƒ 100.000.— voor het fonds van deze vereeniging beschikbaar, dit jaar kan het niet lijden om haar met een gave hoe klein dan ook, te bedenken. Nu wij enkele grepen hebben gedaan uit het cijfermateriaal dat het verslag geeft, willen wij ook nog onze aandacht schenken aan het daarin verwerkte „proza”. Een verslag is als regel uit twee hoofddeelen opgebouwd, t.w. de rekeningen en het beredeneerde gedeelte, waarin

de directie haar meening geeft over de toekomst van het bedrijf, over de noodzakelijk geachte wijzigingen, enz., enz. En dit gedeelte mag nooit door hen, die kennis nemen vaneen verslag, verwaarloosd worden. Luister maar eens naar wat de heer Endert ons juist in dit gedeelte te zeggen heeft: Het hierdoor (n.l. door de crisis) verstoorde evenwicht tusschen te bedongen prijzen en de kosten is, voor zoover zulks door ons zelve beïnvloed kan worden, alleen te herstellen door nog verdergaande bezuiniging op al onze uitgaven. Hiertoe behoort zeer zeker ook hetgeen wij aan derden te betalen hebben voor aan ons te bewijzen diensten. Zij, die zich zoo krampachtig verzetten tégen het aanpassen aan de nieuwe toestanden van alle loonen en salarissen in ons land, zoowel productieve als improductieve, of slechts schoorvoetend iets willen toegeven, mogen toch wel bedenken, dat het niet alleen redelijk, doch ook noodzakelijk is, dein onze scheepvaart-, scheepsbouw- en reparatiebedrijven gestoken kapitalen rendabel te houden, willen wij inde toekomst nieuw kapitaal beschikbaar hebben om nieuwe werkgelegenheid te benutten en ons weer tot het oude peil op te werken. Wij mogen wel zeggen dat deze door ons geciteerde en gedeeltelijk gecursiveerde zinnen aan duidelijkheid niet veel te wenschen overlaten. De heer Endert wil blijkens deze uitlatingen vóór alles het dividend van de nuttige (haast hadden wij geschreven „nuttelooze”, doch dat zou misschien ongepast lijken), de nuttige aandeelhouders dan, veilig te stellen, al gaat deze veiligstelling dan ook ten koste van de loonen en de salarissen over de geheele linie. Ziet daar dan de blijde boodschap die de directie van deze groote onderneming in dit stadium van de crisis te brengen heeft. Het geeft niet of de loonen reeds met 5 pCt. zijn verlaagd, het is niet van beteekenis dat de tariefverdiensten tot het uiterste minimum zijn teruggebracht, verdergaande bezuinigingen op al „onze” uitgaven blijft geboden. Geen woord wordt gewijd aan de enorme fouten, die aan ons productieproces kleven; geen letter wordt geschreven over de velé duizenden slachtoffers van de crisis; geen klank van medelijden met de vele ultgestootenen wordt vernomen. De roep om een verdere verlaging van het levenspeil van alle in loondienst werkzame personen laat geen ruimte voor deze sentimentaliteiten. Loonsverlaging en behoorlijke dividenden! Dat zijn nog altijd de exclamaties van vele, ja zelfs van zeer vele leiders van onze bedrijven. De oud-voorzitter Kalf van de Nederlandsche Werkgeversvereeniging heeft niet voor niets betoogd, dat de arbeiders belmoren tot de bevoorrechte klasse. Laten de metaalbewerkers daarom de juiste conclusies trekken uit de woorden van de directie van de R.D.M. en zich steeds hechter aaneensluiten, * * * Een volgende maal schrijven wij iets over de andere ondernemingen.

Fongers’ Eijwielenfabriek te Groningen. (W. H. S.) In „De Metaalbewerker” van 5 Maart 1932 hebben wij gepubliceerd een motie, welke op een gecombineerde personeelvergadering van bovengenoemde onderneming was aangenomen. Deze motie was de directie op 24 Febr. j.l. met een begeleidend schrijven toegezonden, terwijl d.d. 16 Maart ’32, nadat nogmaals met het personeel vergaderd was, wederom schriftelijk verzocht werd een conferentie toe te staan, nu om de verhouding te bespreken tusschen deze directie en de organisaties. Het heeft tot nog toe niet mogen baten. Een conferentie werd niet toegestaan, neen erger nog, wij mochten op onze brieven niet eens antwoord ontvangen. Deze directie is door de feiten gedwongen moeten worden ten opzichte van de productie in haar onderneming nieuwe wegen in te slaan. Het krijg* -w evenwel alle schijn

van dat zij ook gedwongen zal moeten worden zich ten opzichte van de verhouding tusschen directie en personeel te herzien. Wij hebben ons nu per „Open Brief”, die wij hieronder laten volgen, tot deze directie gewend, Groningen, 7 April 1932. Open Brief aan de directie van de N.V. Fongers-Rijwielenfabriek, Heereweg 85, Groningen. Mijne Heeren, Waar U het niet noodig schijnt te oordeelen onze brieven d.d. 24 Februari ’32 en 16 Maart ’32 te beantwoorden, zien wij ons genoodzaakt langs dezen weg uiting te geven aan de gevoelens van Uw personeel. Uw personeel kan het ten volle apprecieeren, dat er door U naar gestreefd wordt den achterstand, welke in Uw onderneming valt te constateeren, weg te werken. Het is ervan overtuigd, dat het hoog tijd werd dat een nieuwe koers werd ingeslagen en ook door U een goedkoop Fongersrijwiel aan de markt gebracht diende te worden. De tijden zijn er niet naar, dat het publiek alleen om de naam bereid is een bedrag van 25 è, 30 gulden meer te betalen dan noodig is. Die tijd is geweest en daarmede is ook de periode afgesloten waarin Uw onderneming kon steunen op die groepen uit het publiek, welke de meening waren toegedaan dat het nu eenmaal in verband met hun maatschappelijke positie noodzakelijk was een Fongersrijwiel te berijden. Een deel van dit publiek moet nu ook op de kleintjes letten, terwijl een ander deel in verband met de lage automobielprijzen zich een auto heeft aangeschaft. Het rijwiel is meer en meer een massa-artikel geworden, waarvoor afzet gezocht moet worden onder de massa der bevolking: de arbeidersklasse. Eén van de oorzaken dat Uw onderneming den ontwikkelingsgang, dien de Neder landsche rijwielindustrie inden loop der jaren heeft ondergaan, niet heeft medegemaakt, is voor een deel te vinden inde omstandigheden hierboven door ons aangestipt, maar volgens de zienswijze van Uw personeel, ook voor een zeer belangrijk deel in het feit, dat U er steeds op uit is geweest Uw personeel er vanaf te houden zich te organiseeren. Met toezeggingen en mooie beloften hebt U Uw arbeiders, voor zoover zij voorheen georganiseerd waren, van de organisaties losgeweekt en het grootste deel van Uw personeel was toen zoo naïef te gelooven dat het voor hem geen zin had zich te organiseeren, terwijl het tevens meende zich zoodoende financieel te bevoordeelen, daar het de vakbondscontributie inden zak hield. Achteraf is echter maar al te duidelijk gebleken, dat het aan beide zijden de zuinigheid geweest is, die de wijsheid bedroog. U leefde inde veronderstelling door zoo te handelen, waardoor U ontslagen bleef van den georganiseerden aandrang Uwer arbeiders naar lotsverbetering, de personeelsuitgaven zoo laag mogelijk te houden en daarmede in het belang van Uw onderneming werkzaam te zijn. Dit was, zacht uitgedrukt, een uiting van kortzichtigheid, omdat U daarmede tevens den stimuleerenden invloed uitschakelde die van normale vak-actie uitgaat en van groote beteekenis is voor de technische ontwikkeling van het bedrijf. De moeilijkheden waarvoor U zich inden laatsten tijd geplaatst zag, zijn voor een groot deel daar het gevolg van. Maar ook Uw arbeiders hebben het aan den lijve gevoeld dat zij, met zich niet te organiseeren, op den verkeerden weg waren en zij hebben inden laatsten tijd blijk gegeven daarvan overtuigd te zijn. Het grootste deel van Uw personeel heeft zich bij onze organisaties aangesloten met het vaste voornemen zich daarvan niet meer af te laten brengen. Uw personeel beseft volkomen dat de doorgevoerde en nog verder door te voeren reorganisatie voor Uw onderneming een kwestie is van bestaan of niet bestaan. Het is ervan overtuigd dat een nieuwe koers door U moest worden ingeslagen. Maar het mag, neen het moet den eisch stellen, dat die nieuwe koers dan ook volledig zal zijn. De feiten hebben Uw personeel duidelijk gemaakt, dat het voor zijn belangen zelf dient te waken. En waar het U niet mogelijk is geweest een groot deel van Uw arbeiders te vrijwaren voor werkloosheid, dat wil zeggen te vrijwaren voor ontbering en ellende, daar zou het een daad van wijs beleid zijn, wanneer U zoudt besluiten voortaan alle personeelaangelegenheden via onze organisaties af te doen. Wij geven U de verzekering, dat de besturen van onze organisaties volkomen in staat zijnde zaken objectief te beoordeelen en de belangen van de ondernemingen door hen nimmer uit het oog verloren worden, maar zij zijnde aangewezenen om er zorg voor te dragen, dat ook door de on-

dernemers rekening wordt gehouden met de belangen der arbeiders. Uw personeel en onze besturen, zij verwachten van U een ruiterlijke erkenning dat U met Uw oude tactiek gefaald hebt en dat ü deze zult prijsgeven. Zij vinden het jammer, dat zij door Uw toedoen, gedwongen waren dezen weg te kiezen om datgene tot U te kunnen zeggen, dat zij meenden thans tot U te moeten zeggen en het zou hen spijten, wanneer zou blijken dat dit ernstig maanwoord door U niet werd verstaan en zij dientengevolge gedwongen zouden worden naar andere middelen om te zien om U van de dwalingen Uws weegs tefug te brengen. Vertrouwende, dat U alsnog bereid zult zijn mede te werken aan het scheppen van een sfeer waarin het mogelijk zal zijnde eventueel zich voordoende zaken objectief te behandelen, rekening houdende zoowel met de belangen van Uw onderneming maar niet minder met die van Uw personeel, teekenen wij hoogachtend, voor de samenwerkende organisaties, G. POST, voorzitter. W. H. SEGAAR, secretaris.

Inde kortgeleden gehouden vergadering van de Coöperatieraad kwam o.m. aan de orde het jaarverslag over de werkzaamheden van het jaar 1931. Uit dit verslag bleek, dat er met succes is gewerkt en dat mede tengevolge van de arbeid van de Coöp. Raad het ledental van de Centr. Bond van Ned. Verbruiks-Coöperaties in het afgeloopen jaar met 13362 is gestegen, een stijging, welke in geen enkel voorafgaand jaar bereikt is geworden. Tengevolge hiervan is het ledental van de Centr. Bond op 203.300 gekomen. Niet alleen echter komt deze groei van de Coöp. beweging tot uitdrukking inde vermeerderde ledentallen van de verbruikscoöperaties, ook uit het omzetcijfer van de Handelskamer blijkt, dat de groei van de Coöp. beweging ook gaat inde richting van consolidatie van deze beweging. Ondanks de zeer belangrijke daling van de prijzen inde groothandel, kon de Handelskamer haar omzet op het oude peil handhaven, hetgeen beteekent, dat in vergelijking met het jaar 1930 op de basis van de indexcijfers van 1927, de omzet in werkelijkheid met een drie millioen gulden omhoog is gegaan. Uit de verdere ter tafel gebrachte mededeelingen releveeren wij, dat in verschillende plaatsen van ons land zeer goed geslaagde vergaderingen zijn gehouden, waarvan wij enkele hier met naam noemen. H. Lindeman sprak te Assen voor 400 bezoekers, te Enschedé op drie vergaderingen voor 1500 bezoekers, te Den Helder voor 600 en te Goes voor 250 bezoekers. In Amsterdam had L. v.d. Wal een Zondagmorgenvergadering in Carré met 1100 bezoekers. K. de Boer sprak voor de Diamantbewerkersbond in Handwerkersvriendenkring voor 500 bezoekers. Verder spraken K. de Boer en G. v.d. Houven nog op 2 vergaderingen te Dordrecht met tezamen 1100 bezoekers, te Assendelft voor 750 bezoekers, te Arnhem voor het kader van de vakbeweging met hun vrouwen voor 350 bezoekers. K. de Boer voerde het woord voor de Velper Bestuurdersbond met 250 bezoekers, voor de werklooze leden van de Goudsche Bestuurdersbond met 200 bezoekers, voor de stakende textielarbeiders te Neede op 2 vergaderingen met 350 bezoekers en te Den Helder voor 450 bezoekers. Mededeeling werd gedaan van nieuwe coöperaties te Amersfoort, Alkmaar en Doetinchem, terwijl met een aantal andere plaatsen voorbereidende besprekingen zijn geopend om ook daar tot de oprichting van een coöperatie te geraken. Vermelden wij ten slotte nog, dat de bemiddeling van de Coöperatieraad ineen viertal geschillen werd Ingeroepen, waarvan drie tot een goed einde werden gebracht. Bij dé regeling van de propaganda werd medegedeeld, dat van het door de Coöp. Raad uitgegeven vlugschriftje 140.000 ex. zijn geplaatst. Inde binnenkort opnieuw te houden vergadering van de Coöp. Raad zal de uitwerking van de propaganda-plannen een punt van bespreking uitmaken. In dit verband kon nog worden medegedeeld, dat de propaganda-actie te Leeuwarden 140 nieuwe leden had opgeleverd en die te Winschoten 60 nieuwe leden. de B,

Sluiten