Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r39slfe JAARGANG No. 49 ZATERDAG 3 DECEMBER 1932 OPLAAG 47.600

I ALGEMEENS NEDERLANDSCHE METAALBEWERKERSBONDI

WABONNEMENT;I Bij vooruitbetaling per jaar ƒ1.50 Voor Buitenland verhoogd met porto Losse nummers 0.03

§ VANC>ER S HEMOM/LAAM AMSTERDAM! H ITELEFOON: I

ADVERTENTIËN:W Gewone advertentiën per regel ƒ 0.30 BM Afdeelingsadvertentiën „ „ „ 0.20 Aanvragen voor personeel „ „ .. 0.20 B

Een spaak in het wiel

„De Handelskamer”, dat is de inkoop- en productiecentrale van de coöperaties in Nederland, heeft op Zaterdag 26 November op officieele wijze haar nieuwe, groote en grootsch opgezette gebouw in gebruik genomen. Er zijn veel toespraken gehouden, veel goede wenschen uitgesproken voor de toekomst en het initiatief van de directie is geprezen. Over dat alles zullen wij het hier niet hebben, maar wel mogen onze leden dit terloops weten, dat ook het N.V.V. bij deze gelegenheid vertegenwoordigd was in de persoon van vriend de la Bella, eender secretarissen, tevens voorzitter van de Coöperatie-Raad. De directie van „De Handelskamer” heeft bij deze gelegenheid enkele mededeelingen gedaan en één daarvan geeft ons aanleiding om dit stukje te schrijven. * * * De heer Warmolts, eender directeuren, heeft gesproken over de gebeurtenis van de laatste weken en het is nuttig en noodig daarover onze lezers in te lichten. Men moet weten dat er in Nederland een plannetje uitgebroed is om de prijs van ons dagelijksch brood te saneer en. Er is een overeenkomst tot stand gekomen tusschen Tier organisaties van bakkers-werkgevers en zestien meelfabrieken. Het belangrijkste doel dat voor oogen staat is, het verkoopen van brood beneden eendoor een in te stellen commissie vast te stellen prijs, te verhinderen. Op straffe van uitgesloten te worden van bloemlevering op normale condities, zullen alle bakkers zich daaraan moeten onderwerpen. Dit geheele plan is in elkander gezet zonder de coöperaties er in te kennen en met het doel tot hoogere broodprijzen te komen teneinde ook de meelfabrikanten aan hoogere winsten te helpen. Er is geen twijfel mogelijk; liefde tot de consument is niet de drijfveer geweest. En dat men daarbij de coöperaties kon missen, ligt voor de hand, omdat van die zijde op medewerking niet viel te rekenen. Maarde directie van de Handelskamer moest toch haring of kuit van ’t geval hebben en zoo wendde zij zich tot een 7-tal meelfabrieken die via de Handelskamer aan vele coöperaties bloem leveren. Omtrent het ontvangen antwoord deelde de heer Warmolts het volgende mede: „Het antwoord op de gestelde vraag is ons dezer dage prompt gegeven, niet door de meelfabrieken zelf, doch door hun organisatie, de Ned, Vereen, van Meelfabrikanten. En dat antwoord luidt, dat de bepalingen van de z.g.n. saneeringsovereenkomst niet op de Handelskamer en de verbruikscoöperaties van toepassing zullen zijn. Ik stel u de vraag deelgenooten,enik stel de vraag ook aan degenen, die nog niet ten volle de bloem van de Handelskamer betrekken, of gij meent, dat wij dit antwoord ook zouden hebben ontvangen wanneer gij er niet voor gezorgd had, dat de Handelskamer op dit oogenblïk een debiet in bloem heeft van meer dan 500.000 per jaar en dus in staat zou zijn, als zij daartoe werd gedwongen, teneinde

de onafhankelijkheid van onze beweging te verdedigen, zelf een bloemfabriek op te richten.” Dit antwoord leert ons dus dat die nieuwe soort van trust welke gevormd is, geen moeite zal doen om het de coöperaties lastig te maken. De heeren voelen wel, dat, dank zij de organisatie der verbruikers, zij met de kous op de kop thuis zouden komen. Terecht kon de heer Warmolts als lid der directie dit resultaat op de debetzijde der Handelskamer en de bij haar aangesloten deelnemers schrijven. Het besluit van de Vereen, van Meelfabrikanten heeft intusschen de aandacht getrokken van de redactie van het „Handelsblad”, die reeds eerder in afkeurende zin over de plannen geschreven had. In verband hiermede schreef de redactie (avondblad van 28 Nov. J.1.): „Dit is dus de eerste capitulatie van de meelfabrikanten! De coöperaties die en bloc hebben geweigerd, om zich aan het contract te onderwerpen, worden er thans van vrijgesteld. Doch tevens zullen thans de bakkers wier bestuursleden zoo vertoornd op ons zijn, inzien, dat hun belangen inderdaad niet gediend worden door dit contract. Zonder ons te begeven op het gebied der vraag: „particulier bedrijf of coöperatie?” stellen wij toch vast dat de coöperatieve bakkerijen de groote concurrenten zijn van de particuliere bakkers. En aan die concurrent wordt thans dispensatie verleend! Of dit in het ondernemersbelang der bakkers is, zullen zij nu zelf moeten uitmaken.” Wij voor ons mogen nu als vaststaand concludeeren dat ten eerste de coöperaties door eigen invloed vrij blijven en ten tweede dat als gevolg hiervan de kans zeer groot wordt dat van het heele plan niets terecht komt. En zoo zal de coöperatieve beweging in ons land de oorzaak worden dat een voornemen om de Nederlandsche consument te brandschatten, niet tot uitvoering kan worden gebracht. Alzoo is de coöperatie de beschermster van de verbruiker; ook van die verbruikers welke geen lid vaneen coöperatie en derhalve als zoodanig ongeorganiseerd zijn. Wij lazen dat de Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen alreeds een schrijven tot de Minister gericht heeft, opdat de regeering door het nemen van maatregelen een brandschatting van de verbruikers zou pogen te voorkomen. Huismoeders en huisvaders zullen goed doen de coöperatieve beweging in ons land te steunen om er aldus aan mede te werken, dat de verbruiker beschermd wordt tegen de hiervoor beschreven en soortgelijke andere maatregelen die het leven duurder maken. Want de waarde van het verdiende loon moet in onze kapitalistische maatschappijorde evenzeer beschermd worden als het loon zelf. Arbeiders in vakvereenigingen georganiseerd verrichten slechts halt werk Indien zij niet tegelijkertijd zorgen zich inde coöperatie te organiseeren om hun koopkracht te beschermen.

Werkgelegenheid en volksgezondheid. C.0.) Op initiatief van de bonden van werkgevers in het loodgieters- en fittersbedrijf; de Bond van Loodgieters- en Pitterspatroons in Nederland en de Ned. R.Kath. Bond van Loodgieters- en Koperslagerspatroons, is samenwerking verkregen met de besturen van onze Bond en I die van de R.Kath. en Chr. bonden voor het richten van het volgende adres aan ,0e Raad van Ministers. ’s-Gravenhage, 17 November 1932. Aan den Raad van Ministers te ’s-Gravenhage. Onderwerp: Werkverruiming. Excellenties, De aan het hoofd dezes genoemde organisaties van werkgevers en werknemers inde bedrijven van de loodgieterij, water-, gas- en sanitair fitterij, ten deze domicilie kiezende Zeestraat 94a, ’s-Gravenhage, hebben de eer Uwe Excellenties te verzoeken, wel aandacht te willen schenken aan de in bijgaande Memorie van Toelichting opgesomde mogelijkheden tot werkverruiming. Het loodgieters- en fittersbedrijf zal in zekere mate proflteeren van de gelden door bemiddeling van de Regeering beschikbaar gesteld voor gemeentelijken- en vereenigingsbouw, doch, omdat zijn werk daarin slechts een betrekkelijk bescheiden aandeel vertegenwoordigt, doet zich bij dit bedrijf de sterke vermindering van het particuliere bouwwerk geducht gevoelen, waarbij nog komt dat de burgerij haar vemieuwings- en onderhoudswerken tot een minimum beperkt. In deze omstandigheid trekt het ruime veld van mogelijk uitte voeren productieve werkzaamheden voor loodgieters- en fittersbedrijf, in bijgaande toelichting nader aangeduid, meer dan gewone aandacht. Voormelde organisaties mogen in het bijzonder wijzen op den gelukkigen samenhang der factoren, die voor de hier bedoelde werkverruiming pleiten, zooals: vermindering van werkloozensteun en verschaffing van nuttigen arbeid, die grootendeels vroeg of laat toch moet verricht worden doch thans gepaard zou gaan met lage materiaalprijzen en belangrijke verbetering der volksgezondheid. Zij hopen, dat Uwe Excellenties in het vorenstaande aanleiding vinden om het tot stand komen van deze werkverruiming krachtig te bevorderen. Beoordeeling van de wijze, waarop dit zou kunnen geschieden, hetzij door aanmoediging van provinciale- en gemeentebesturen, hetzij door beschikbaarstelling van gelden aan deze besturen of het hun verstrekken van leeningen voor genoemd doel, laten ondergeteekenden gaarne aan betrokken autoriteiten over. Zij houden zich er echter van overtuigd, dat deze hunne voorgestelde plannen ernstige overweging verdienen. Afschriften van dezen brief en van de bijlagen worden gezonden aan alle in aanmerking komende Provinciale- en Gemeentebesturen. ’t Welk doende. Namens de besturen van; Bond van Loodgieters- en Fitterspatroons in Nederland. (w.g.) H. Harmeyer, voorzitter. (w.g.) J. C. Woestenburg, secretaris. Nederlandsche Roomsch Katholieke Bond van Loodgieters- en Koperslagerspatroons. (w.g.) Joh. H. van Langen, voorzitter, (w.g.) H. P. Kroesen, secretaris. Algemeene Nederl. Metaalbewerkersbond. (w.g.) P. Danz, voorzitter. (w.g.) C. Oosterhoorn, secretaris. Nederlandsche Roomsch Katholieke Metaalbewerkersbond. (w.g.) E. Schaaper, voorzitter.' (w.g.) F. v. Welle, secretaris. Christelijke Metaalbewerkersbond in Nederland, (w.g.) F. Elkerbout. voorzitter. (w.g.) J. B. H. Grootenhuis, secretaris. MEMORIE VAN TOELICHTING. op het schrijven van 17 November 1932, door bovenvermelde Organisaties gericht tot den Raad van Ministers betreffende WERKVERRUIMING. Op verzoek van den Bond van Loodgieters- en Fitterspatroons in Nederland') is door het Centraal Bureau van de Statistiek samengesteld een overzicht, loopende over ruim 600 gemeenten, waarin geheel of gedeeltelijk ontbreken voorzieningen Inzake rioleerings- en afvoerstelsels. Ineen deel dezer gemeenten zijn verbeteringen in uitvoering; ineen ander deel bestaan voornemens daartoe. De gemeenten, waar zoodanige plannen bestaan, zijn dermate gering in aantal, dat hét achterwege laten vaneen nadere specificatie wel gerechtvaardigd is. Wel is waar verzetten zich ineen aantal van de onderhavige gemeenten technische bezwaren tegen veranderingen van bepaalden aard; evenwel zijn deze uiteraard voor eenig systeem van verbetering vatbaar. Doch zelfs wanneer men deze ten volle in aanmerking neemt, dan blijven er nog honderdtallen gemeenten over, waar noodzakelijke of redelijke wenschen vervuld kunnen worden.

OFFICIEELE MEDEDEELINCEN Over de week van 5 tot en met 10 Dec. 1932 wordt het contrïbutiezegel op de 50ste week in het bondsboekje geplakt. Het aantal onvolledig uitgevoerde afvoerstelsels, onhygiënische omstandigheden, achterlijke, hinderlijke en onsmakelijke toestanden inde huizen en langs de openbare wegen over het geheele land verspreid, is dermate groot, dat door het verhelpen van dit alles een aanzienlijke hoeveelheid arbeid geschapen kan worden. Arbeid, die tot verhooging van het welzijn en het geluk der inwoners van tal van steden en dorden zou lelden en daardoor in hooge mate tot verbetering van de volksgezondheid zou bijdragen. Arbeid, die vermindering van werkloozensteun zou meebrengen. Nuttige productieve arbeid, immers gelijkelijk ten goede komende aan het algemeen volksbelang en aan de moreele en materieele behoeften van vele bekwame arbeiders. Talrijke groepen geschoolde vaklieden, die in normale Omstandigheden aan de burgerij belangrijke diensten bewijzen, als het leggen van aanvoerleidingen voor gas, electriciteit en water, het opstellen van sanitaire en badinrichtingen, het maken van afvoerleidingen voor verschillende doeleinden, zijn thans zonder werk. Dusdanig werk is niettemin in overvloed aanwezig en wacht slechts op ten-uitvoer-legglng. Vroeg of laat zal toch de noodzakelijkheid rijzen dezen arbeid te doen verrichten. Derhalve mag dit geenszins als „gezocht” werk worden aangemerkt, terwijl het bij de huidige materiaalprijzen voordeeliger nu, dan later, uitgevoerd kan worden. Hierbedoelde werken doen aan toekomstige arbeidsgelegenheid geen afbreuk, omdat uit gereedgekomen leidingsinrichtingen tal van aansluitende werkzaamheden en behoeften voortkomen, zoodat eerder sprake is van het aanboren van meerdere nieuwe werkbronnen. De hier aangegeven vorm van werkverruiming verdient om haar ideëele waarde en praktische voordeelen terwijl er weinig of geen nadeelen tegen zijn aan te voeren ongetwijfeld de levendige belangstelling van alle daarbij direct of zijdelings betrokken autoriteiten, de pers en de Nederlandsche bevolking. ‘) Wegens financieele bezwaren, verband houdende met den stand der Rijksmiddelen, heeft het Centraal Bureau van de Statistiek een volledig overzicht over alle gemeenten niet kunnen samenstellen; de Bond van Loodgieters- en Pitterspatroons in Nederland heeft daarom het navermelde uittreksel op zijn kosten doen verzorgen. Wij hebben bedoeld uittreksel, waarin de 600 gemeenten genoemd zijn met de gegevens omtrent rioleering en bestaande beerputten en tonnenstelsels, achterwege moeten laten wegens de groote plaatsruimte die er mee gemoeid zou zijn in onze krant. Dit laatste geeft dan ook de doorslag, want ongetwijfeld is het van beteekenis om eens te zien dat in deze tijd van hygiëne en vooruitgang inde maatregelen voor volksgezondheid er nog honderden gemeenten zijn, en geen kleine, waar de beerputten en het tonnenstelsel nog de normale middelen zijn. Het orgaan van de B.L.F.N. geeft in zijn laatste nummer een aantal leerzame foto’s uit „ontelbare voorbeelden”, zegt dit blad, zelfs uit plaatsen als Amsterdam, Delft, Groningen en Arnhem waar dit „schoons” te zien is. Met eenige goede wil is hier een enorm arbeidsveld te vinden, niet inde zin van werkverschaffing, doch in productief werk voor de volksgezondheid. Inzenders wordt verzocht: 10. wanneer zij overeen schrijfmachine beschikken, hun inzendingen te typen, want niet ieders handschrift is even duidelijk; 20. getypte stukken te interlinieeren, opdat eventueele correcties tusschen de regels kunnen worden aangebracht; 30. te schrijven inde spelling-Terpstra, d.w.z. met weglating van de verbuigingsuitgangen ; 40. altijd het papier aan één zijde te beschrijven ; 50. de copy vroegtijdig, in elk geval Woensdagmorgen, in onc bezit te doen zijn.

Sluiten