Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Congres van de Oostenrijksche Metaalbewerkersbond. (C. O.) Het congres van de Oostenrijksche Metaal- en Mijnarbeidersbond had voor ons buitenlanders om de tijdsomstandigheden waarin het plaatsvond, een bijzondere interesse. De agenda van deze algemeene vergadering bevatte geen bijzondere punten. Als wijde inleiding van dr. Karl Renner over de algemeene economische toestand uitschakelen, dan was de rest van de te behandelen punten al heel simpel: behandeling van de verslagen van de bondsfunctionarissen, statutenwijziging in verband met de invoering vaneen nieuwe contributieklasse en betaling van contributie door uitgetrokken werkloozen, welke daardoor hun rechten op de bondsinstellingen kunnen behouden. Vóórdat de begroetingen hadden plaatsgehad, kreeg het congres een resolutie van Victor Stein te behandelen, waaruit het bijzondere van de situatie sterk sprak welke trouwens ook bij de begroetingsspeeches van binnen- en buitenlandsche gasten het onderwerp uitmaakte. De inhoud van bedoelde resolutie laten wij hier volgen; „Voor de eerste keer sedert zijn bestaan mist de Oostenrijksche Metaal – en Mijnarbeidersbond zijn kameraden en vrienden uit het Duitsche rijk op zijn congres. Met hulp van het adellijke jonkerdom en de scherpslijpers uit de zwaar-ijzerindustrie is het de nationaal-fascisten in Duitschland gelukt over vrijheid, recht en democratie met brutaal geweld te zegevieren. Ruw geweld onderdrukt de arbeidersorganisaties en hun pers. Ruw geweld verhindert de vertegenwoordigers van de Duitsche Metaalbewerkersbond, ons antwoord op ons uitnoodigingsschrijven te geven, laat staan ons te komen bezoeken. Talrijke moorden op arbeiders en functionarissen zijn er de bewijzen van hoe men daar tracht de arbeidersbeweging murw te maken. De XVI algemeene vergadering van de Oostenrijksche Metaal- en Mijnarbeidersbond biedt haar onderdrukte en gemartelde broeders in Duitschland haar broederlijke groeten en een hartelijk „Glück auf”. Zij verzekert haar oprechtste solidariteit en sympathie en heeft de hoop dat het fascisme evenzoo snel weer zal verdwijnen als het opgekomen is.” De inhoud van deze resolutie, waarin o.a. wordt vastgesteld dat onze Duitsche collega’s zelfs niet inde gelegenheid zijn geweest het uitnoodigingsschrijven, dat zij van de Oostenrijkers ontvingen, te beantwoorden, teekent wel sterk de toestand waaronder de vakbonden in Duitschland moeten werken. Ik heb natuurlijk niet nagelaten bij verschillende collega’s van buitenlandsche organisaties, die inde gelegenheid waren geweest met Duitsche collega’s te spreken, naar de positie van de Duitsche vakbonden te informeeren. Voor zoover dat gelukt is, kunnen wij uit een en ander wel vaststellen, dat van eenige zelfstandigheid van de Duitsche vakbeweging geen sprake meer is. Door een regeeringsbeslissing is een soort van Godsvrede voorgeschreven tusschen werkgevers en werknemers en mogen de collectieve contracten niet worden opgezegd. Alle vakbondsbestuurders, die inde politieke beweging een rol vervulden, zijn óf onschadelijk gemaakt en door vervolging en terreur uit hun positie verdrongen, óf hebben zelf hun plaats uit vrees voor erger inde steek moeten laten. Zij, die nog op hun plaatsen hebben kunnen blijven, doen thans hun werk als het financieel beheer, de redactie van de vakpers en de correspondentie anders dan die over interne bondszaken, geheel onder controle van de hakenkruisregeering en haar ambtenaren. Daaruit zal men ook moeten verklaren het feit, dat de Duitsche vakbeweging zich thans met de nationaal-socialisten en de werkgevers opgemaakt heeft samen de 1-Meidag als nationale arbeidersfeestdag te gedenken. Ik zeg hierbij dat ik dit als zoodanig wil verklaren, doch dat ik er evengoed niets van begrijp. Dat het mogelijk zou zijn dat de „vrije Duitsche vakbeweging”, wanneer deze als beweging nog bestond, met de nationaal-fascisten de Meidag zou vieren en een zoodanig verraad zou kunnen plegen aan de arbeidersklasse acht ik uitgesloten. Een vrije Duitsche vakbeweging bestaat niet meer en als deel van de Internationale kunnen wij haar niet meer rekenen. Wat daarvan in Duitschland thans nog over is, dat zijnde namen van de verschillende bonden, de bondsinstellingen en een aantal

bestuurders, die naar de pijpen van de nazi-regeering moeten dansen. Een zeer belangrijk ding was voor ons te informeeren hoe de toestand nu wel precies in Oostenrijk is. Ook daar leeft men onder zeer buitengewone omstandigheden. De regeering Dollfuss heeft het parlement naar huis gezonden en regeert met noodverordeningen, w.o. inde eerste plaats de vakbeweging sterk in haar vrijheid is beperkt. Het stakingsrecht is daarmede opgeheven, demonstraties zijn verboden, de Schutzbund, een instelling ter bescherming van de Oostenrij ksche arbeidersbeweging en haar instellingen tegenover de nationaal-socialistische Heimwehr, is ontbonden. Dat de stemming onder onze collega’s op dit congres te Weenen niet bijzonder opgewekt kon zijn, is begrijpelijk. Toch is het mij opgevallen dat er bij alle misère de vaste overtuiging onder onze menschen leeft, dat hier in Oostenrijk niet gebeuren zal wat jn Duitschland met onze beweging geschied is. Daarbij heeft men dan alleen op ’t oog de eer van de arbeidersbeweging, waarvoor men met groote eensgezindheid en beslotenheid stelling wil nemen. Eén groot voordeel heeft de Oostenrij ksche beweging op de Duitsche, n.l. dat men niet te maken heeft met de communistische splijtzwam die de Duitsche arbeidersbeweging in haar diepste wezen en haar innerlijke kracht vernietigd heeft. Bij alle ellende van werkloosheid, die geen arbeidersbeweging sterker getroffen heeft dan de Oostenrij ksche, met loonsverlaging en afbraak van eenmaal verkregen rechten der arbeiders, is de eenheid ongeschokt gebleven. Voor deze eenheid mogen wij zeker diep respect hebben. Zij moge voor allen die in deze donkere tijden wel eens twijfelen, een steun zijn. Hoe groot moet het geloof, het vertrouwen en de zekerheid van de overwinning zijn van deze menschen, vakvereenigingsleden en partij genooten, die na een zoo lange tijd van diepe ellende te hebben doorgemaakt, thans nog voor grootere beproevingen staan. Van de 51.000 leden aangesloten bij de afdeeling Weenen van de Bond, zijn meer dan 40.000 werkloos. De loonen zijn in Oostenrijk de helft of even meer dan een derde van die in ons land geldende zijn, terwijl er van eenig uitzicht op verbetering van de toestand door de krankzinnige afsluitingspolitiek, geen sprake kan zijn. Dr. Karl Renner, de groote erkende economist, voorzitter van het naar huis gezonden Oostenrij ksche parlement, heeft op dit congres van metaalbewerkers- en mijnarbeidersafgevaardigden in' een klaar en rijk gedocumenteerd betoog nogeens duidelijk gemaakt, dat al de maatregelen, thans door de regeerende machten in Engeland, in Frankrijk en in Amerika getroffen, alleen het tegenovergestelde zullen brengen van wat er thans verwacht moest worden. Van eenige economische ontspanning en verlichting of verbetering van de toestand kan door afsluiting van de landen als Duitschland zich thans onder leiding van Hitler voorneemt, noch van de inflatie door Amerika toegepast, sprake zijn. Integendeel, het wantrouwen van de staten onderling zal er grooter door worden. Renner kon hier aan deze diepbeproefde arbeidersvertegenwoordigers niets anders zeggen, dan dat zij zich hadden vertrouwd te maken met het feit dat zij misschien nog jarenlang in deze ellendige toestand Zouden moeten voortgaan met hun werk en dat alleen de door de internationale sociaal-democratie aangegeven wegen leiden kunnen naar de redding van de menschheid en haar beschaving. Men is zich op dit congres niet te buiten gegaan aan dikke woorden. Ook bleek er geen verschil over de te volgen weg wat de leiding van de Bond zelf aangaat. En voor zoover die wel aanwezig was, werden deze verschillen op de meest kameraadschappelijke wijze behandeld en opgelost. Daarover ineen volgend epistel nog een en ander. Handhaving van het kapitalisme beteekent handhaving van telkens terugkeerende werkloosheid met alle ellende daarvan. De moderne vakbeweging streeft naar een productiestelsel, gericht op de welvaart van alle menschen. Zij is derhalve voor ieder denkend arbeider te prefereeren boven elke andere richting inde vakbeweging.;

W erkloosheids ver zeker ing. Leden opgelet! (H. J. v.d. B.) Ingaande 3 Juli 1933 komt er wijziging in artikel 25, lid 1 sub. b., artikel 25, lid 8 en artikel 27, lid 7 van ons reglement voor de werkloozenkas. In ons verslag nopens de toestand en de verrichtingen over het tijdvak 1 Jan. 1930 tot 31 Dec. 1931 hebben wij op de bladzijden 169 en 170 reeds mededeeling gedaan van onderhandelingen met de regeering over wijziging van art. 25, lid 1 sub. b. en wel terzake uitkeering bij gedeeltelijke werkloosheid. Overeenstemming werd in voornoemde periode niet bereikt. Alleen werd bepaald, dat indien op Vrijdag en Zaterdag niet gewerkt werd, terwijl dan minstens 14 uur werd verzuimd, deze aldus ontstane inkrimping van de normale wekelijksche werktijd gelijk gesteld mocht worden met een verkorting vaneen derde en konden wij over twee dagen uitkeering verstrekken. Veel genoegen hebben wij van deze bepaling niet beleefd. Werd b.v. de werktijd verkort doordat bij een onderneming op Maandag en Zaterdag niet werd gewerkt, dan mochten wij geen uitkeering verstrekken, ook al was het aantal verzuimde uren 14 of meer. Verder weer andere gevallen die wij moesten afwijzen omdat wel op Vrijdag en Zaterdag het verzuim viel, maar inplaats van de vereischte 14 uur, slechts 13i of 13f uur korter werd gewerkt. Kortom, deze bepaling was in vele gevallen een sof. Steeds is onzerzijds, maar ook van regeeringszijde, getracht terzake de uitkeering bij gedeeltelijke werkloosheid tot overeenstemming te komen. De voorstellen van de regeering waren echter steeds naar onze meening, welke meening volkomen gedeeld werd door de besturen van de R.K. en Chr. bonden, van te ingrijpende aard. Ten slotte deed de regeering ons bij schrijven van 25 Jan. 1933 twee voorstellen, waaruit wij een keuze konden doen n.1.: a. uitkeering bij inkrimping met een vierde, alsdan uitkeering overeen halve dag. Voor elke verdere vier uren inkrimping een halve dag uitkeering; b. uitkeering bij inkrimping met een derde, alsdan uitkeering over één dag. Voor elke verdere vier uren inkrimping een halve dag uitkeering. Beide voorstellen zijn echter opnieuw door de drie genoemde organisaties afgewezen. Voorstel a. omdat wij dan vervallen in wekelij ksche uitkeeringen overeen halve dag, varieerende van minimum 30 ets. tot maximum ƒ 1.50. Voorstel b. omdat voor de gedeeltelijk werkloozen, die volgens de bestaande reglementsbepalingen aanspraak op uitkeering hebben, een zeer belangrijke verslechting zou worden ingevoerd, n.l. elke week een volle dag uitkeering minder. Wij brachten naast deze afwijzing opnieuw de door de drie bonden geformuleerde redactie naar voren, luidende: „Wanneer bij inkrimping van de normale wekelij ksche werktijd het aantal werkuren ineen kalenderweek ten minste met een vierde wordt verkort, alsdan uitkeering over één dag. Voor elke verdere vier uur inkrimping een halve dag uitkeering.” Ook deze regeling brengt vergeleken bij de huidige regeling voor de gedeeltelijk werkloozen, een verslechting mede van een halve dag uitkeering per week. Maar daar staat tegenover, dat bij deze voorgestelde redactie aan de leden die 12—16 uur per week, korter werken en tot op heden niet voor uitkeering in aanmerking kwamen, wekelijks over één dag uitkeering zou kunnen worden verstrekt. Na met tusschenpoozen steeds weer hernieuwde onderhandelingen, begonnen in 1930, is thans door de regeering inde geest als door ons is geadviseerd, een beslissing genomen. Afschrift van deze beslissing laten wij aan het slot van dit artikel volgen. Er is verder als overgangsbepaling overeengekomen, dat deze nieuwe redactie van art. 25, lid 1 sub. b., art. 25, lid 8 en art. 27, lid 7, in werking zal treden vanaf Maandag 3 Juli a.s. Alle machtigingen daar vóór afgegeven voor leden die gedeeltelijk werkloos zijn, blijven onveranderd van kracht gedurende het geheele jaar 1933. Op de loopende gevallen wordt dus geen verslechting toegepast. Slechts dus op de nieuwe gevallen die komen vanaf 3 Juli en op de oude gevallen indien deze door onderbreking van de werkloosheidsperiode op of na 3 Juli a.s. opnieuw voor uitkeering als zijnde gedeeltelijk werkloos, in aanmerking mochten komen. Leden, die 12 uur of meer, maar geen 16 volle werkuren per week korter werken, komen vanaf Maandag 3 Juli a.s. voor uitkeering over één dag per week in aanmerking. Wij raden deze leden aan, zich op

Maandag 3 Juli bij de afdeelingspenningmeesters aan te melden. * * * MINISTERIE VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN. 19 APRIL 1933. No. 695 W.V. Afdeeling W.V. en A.B. DE MINISTER VAN STAAT, MINISTER VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN. Gelezen een verzoekschrift van het bestuur van den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond tot goedkeuring van wijzigingen inde artikelen 25 en 27 van het reglement voor de werkloozenkas; • Gehoord de Commissie van Advies voor de Werkloosheidsverzekering; HEEFT GOEDGEVONDEN: goed te keuren, dat te rekenen van 3 Juli 1933 artikel 25, lid 1 sub. b. en lid 8 en artikel 27, lid 7, van het reglement voor de werkloozenkas van den Alg. Nederl. Metaalbewerkersbond zullen worden gelezen als volgt (23ste wijziging in het reglement der kas); Artikel 25, lid 1 sub. b. b. wanneer bij inkrimping van den normalen wekelijkschen werktijd het aantal werkuren ineen kalenderweek ten minste met een vierde wordt verkort. Artikel 25, lid 8. In het geval sub. b. wordt aan het einde eener kalenderweek een verkorting van den werktijd, welke een vierde van den normalen wekelijkschen werktijd bedraagt, met één dag van werkloosheid gelijkgesteld. Bedraagt het aantal uren, waarmede de normale wekelijksche werktijd is verkort, meer dan een vierde deel daarvan, dan wordt over elke verdere inkorting, welke ten volle een twaalfde van den normalen wekelijkschen werktijd bedraagt, een uitkeering verstrekt gelijk aan die overeen halven dag van werkloosheid. De bepaling der zevende alinea is ook hier van toepassing, met dien verstande, dat de uitkeering, voor zoover zij op een halven dag betrekking heeft, niet meer mag bedragen dan 70 pCt. van de helft van het inde zevende alinea bedoelde bedrag. Artikel 27, lid 7. In -het geval sub. b. van artikel 25 wordt, ter berekening van den in het vijfde lid van dit artikel genoemden wachttijd, op den voet van het bepaalde inde achtste alinea van artikel 25, per kalenderweek berekend met hoeveel normale werkdagen dein die week verzuimde werktijd is gelijk te stellen; bij deze berekening komt dein die week verzuimde werktijd, die minder dan een vierde van den normalen wekelijkschen werktijd bedraagt, niet in aanmerking. ’s-Gravenhage, 19 April 1933. Overeenkomstig de geparafeerde minuut, DE SECRETARIS-GENERAAL (w.g.) Frederiks. Alles verloren, zelfs de eer. De moderne vakbeweging in Duitschland is de genadeslag toegebracht. Op 2 Mei, een dag na het nieuwe fascistische feest van de nationale arbeid, zijn alle gebouwen door S.A.-troepen bezet, niet een uitgezonderd. De meeste bestuurders zijn gearresteerd. „Het Volk” berichtte dat o.a. ook het gebouw van de Metaalbewerkersbond inde Alte Jakobstrasze te Berlijn bezet is en dat de voorzitter Brandes en de tweede voorzitter Geichelt (maar hier zal wel Reichel bedoeld zijn), alsmede de hoofdredacteur Kummer gearresteerd zijn. Zoo heeft zich het einde voltrokken. Het past ons niet om anderen die in druk en nood verkeeren, nog een trap na te geven. Maar wat wijde vorige week schreven ten opzichte van de houding der leiders inzake het Meifeest, moeten wij onverkort handhaven. De klap is nu toch gekomen, maar Hitler en de zijnen kunnen zich er nu nog op beroemen dat de besturen eerst nog hebben meêgeholpen de fascistische Meidag in scène te zetten. Zij hebben eerst nog in hun kwaliteit als leiders de zegekar van Hitler mogen voorttrekken, om prompt een dag daarna op hun buroaux te worden gearresteerd. Inderdaad een droevig einde, waarbij zelfs de eer niet is gered. Werkloosheid, de geesel, waardoor in het kapitalisme millioenen menschen getroffen worden, zal verdwijnen wanneer er een eind komt aan kapitalistische overheersching. Uw kracht in die strijd tegen het kapitalisme kunnen wij niet ontberen. De moderne vakbeweging, Uw vakbeweging !

Sluiten