Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mste JAARGANG No. 10 ZATERDAG 10 MAART 1934 OPLAAG 45.200

|| ABONNEMENT; Bij vooruitbetaling per jaar ƒ1.50 B Voor Buitenland verhoogd met porto ■ Losse nummers ,0.03

HOUVEh | HEMOMXLAAN 2A AMSTERDAM.! |

ADVERTENTIËN:V Gewone advertentiën per regel ƒ 0.30 I Afdeelingsadvertentiën „ „ „ 0.20 B Aanvragen voor personeel ... „ „ „ 0.20

Schijn en wezen. Twee, drie jaren zoo ongeveer geleden, beleefde de revolutionnaire grootschreeuwerij haar hoogconjunctuur. Van de gewone, normale en beproefde vakvereenigingstactiek gezwegen in dit verband van de tactiek op politiek terrein deugde geen snars meer. Men bedronk zich aan revolutionnaire frases, schreeuwde het van de daken dat de tijd een nieuwe revolutionnaire koers eischte en dat alsmaar buiten-parlementaire actie tot de uiteindelijke zegepraal van het proletariaat zou leiden. Gemeenplaatsen als: de „grafkelders van het reformisme”, of de „platgetreden paden van het reformisme”, behoorden tot het geestelijk ratjetoe van de redacteuren der diverse „revolutionnaire” bladen en blaadjes. En menig mensch was geneigd aan zichzelf te gaan twijfelen wat z’n socialistische overtuiging betrof. Als je niet oppaste, ging je jezelf klein vinden onder zooveel revolutionnair-socialistisch-jargon. Je kwam er allicht toe naar de neiging over te hellen, dat de arbeidersklasse van Nederland stond te dringen naar revolutionnaire strijd en actie, ’t Was een herleving, een geestelijke renaissance van de tijd van de jaren 1887, toen de toenmalige socialistische arbeidersbeweging zich instelde op de groote. dag daarop men met tot dolken oragesmede oude vijlen de kapitalisten radicaal zou vernietigen. Je kwam er toe, als je ten minste niet al te diep nadacht, al die schreeuwende revolutie-predikers voor revolutionnaire helden te verslijten. Totdat in het eerste kwartaal van 1933 minister Deckers met z’n maatregelen kwam, waarbij alles wat bij defensie werkte, voor de keus geplaatst werd tusschen het min of meer vaste baantje of de vakvereeniging Het aantal helden dat de overtuiging stelde bóven stoffelijk gewin, bleek beperkt te zijn tot een ambtenaar aan de topografische dienst en een meisje-ambtenares aan het ministerie van defensie. De rest liet de boel de boel en ging er als een troep hazen vandoor, de organisatie in de steek latende. Het is geenszins uit leedvermaak of zucht om te bedillen dat wij dit constateeren en evenmin is het bedoeld om een blaam te werpen op hen die gingen. Maar revolutionnaire helden waren er toch, dat zal iedereen moeten toegeven, maar een beroerd klein beetje. Wij hebben indertijd bij de betrokken bondsbestuurders eens geïnformeerd of de bij hen als „links” bekend staande personen tot het laatst, als een soort laatsten der mohikanen waren gebleven. Daar was echter geen sprake van. De lui die tot de voornaamste mondhelden hadden behoord, waren in vele gevallen inde voorste rijen der capitulanten meêgehold. En daarmede is de vroegere indruk van vele bedachtzamen bevestigd, dat al dat revolutionnair geblaat veel geschreeuw maar uiterst weinig wol zou opleveren. Maar kom nu ééns bij de .échte revolutionnairen, menschen die georganiseerd waren inde bij het N.A.S. aangesloten organisatie van overheidspersoneel. Vooral in Amsterdamwas de bloem van revolutionnair gemeentepersoneel nogal sterk vertegenwoordigd. Op 1 Juli 1933 telde het N.A.S. in totaal

21.987 leden, waarvan er maar eventjes 5702 of bijna een kwart gedeelte tot de organisatie van overheidspersoneel behoorden. Maar als gevolg van genomen of nog dreigende maatregelen door de gemeentebesturen, is deze federatie bezig als een slappe pudding ineen te zakken. Daar, bij de bloem van de echte, onverzoenlijke en wat men noemt revolutionnaire klassestrijders is er geen houwen meer'aan. Revolutionnaire figuren met een oude Nassiaansche reputatie zooals Lansink Jr., Nieuwenhuis en Dikshoorn, verlaten als ratten het zinkende schip en ondernemen pogingen om neutrale plaatselijke organisaties te grondvesten, waartoe zij het afbraak-materiaal, alias de vluchtende revolutionnairen van het N.A.S., als bouwsteenen gebruiken. Een weinig verheffend, neen, laat ons liever zeggen een weerzinwekkend schouwspel. En over en weer slingert men elkander nu de grofste verwijten naar het hoofd en gaat men zóóver zelfs elkanders karakter aan te tasten. Al deze verschijnselen mogen, ook voor velen in onze eigen rijen, een ernstige waarschuwing inhouden om de geestesdrijvers van diverse pluimage op de juiste waarde te taxeeren. De arbeidersbeweging, die in deze tijd moeilijkheden van veelsoortige aard ondervindt, heeft allerminst behoefte aan revolutionnaire dikdoenerij. Wij moeten klaar en duidelijk de toestanden en verhoudingen zien zooals zij in werkelijkheid zijn en vóór alles niet laboreeren aan zelf-overschatting. Er zijn tijden waarin zelf-overschatting alleen maar belachelijk is. Zoo’n tijd hebben wij gehad. Maar in het tijdsbestek van heden is die overschatting een ernstig gevaar en niet alleen voor hen die er aan mank gaan. Als ’t op daden aankomt en niet op woordenpraal en al dan niet échte gevoelsoverwegingen, hebben wij uiteindelijk met heel gewone menschen te doen wien niets menschelijks vreemd is.

En met dé.t normale menschen-materiaal moeten wij onze beweging, onze organisatie, opbouwen en versterken en haar door de branding van deze tijd heen brengen. Dat moge ons allen tot richtsnoer dienen bij het werk van iedere dag. En onze idealen van héden en mórgen zullen tóch zijn als die van gisteren, want het is de geest -die onkwetsbaar is en die heerschen zal over alles. Verloop der ledentallen in 1933. De jaarcijfers over 1933 betreffende de ledentallen van de diverse bonden die metaalbewerkers organiseeren, zijn thans nagenoeg bekend. Zij ontbreken ons nog van 0.8.W.M. (haar laatst bekende cijfers zijn die van 1 Juli 1933) en van de Syndicalistische Federatie. Maar deze hebben wij hier op deze plaats inde regel niet laten meetellen, omdat zij zelf nimmer cijfers publiceert. Rekening houdende met de cijfers van 0.8.W.M. per 1 Juli j.1., kunnen wij dan toch de balans van vier organisaties opmaken. In tegenstelling met een reeks van voorgaande jaren geven de cijfers van alle f organisaties achteruitgang te zien. Het verlies is nog wel niet groot, maar men kan er wel staat op maken dat 1933 de inzet vormt vaneen tijd van achteruitgang, wat de aantallen georganiseerden betreft. Op 1 Januari 1933 telde onze Bond 46.494 en op 1 Januari 1934 44.548 leden, zoodat het verlies 1946 leden bedraagt. De R.K. bond daalde over hetzelfde tijdvak van 20.924 op 19.722 leden, zoodat zijn verlies 1202 leden bedraagt. De Chr. bond komt er wat beter af; hij daalde van 11.038 op 10.735, derhalve met 301 leden. 0.8.W.M., waarvan ons zooals boven reeds gezegd, dlleen de cijfers van 1 Jan. en 1 Juli 1933 bekend zijn, daalde gedurende het eerste halfjaar van 1349 op 1289 leden en leed dus een verlies van 60 leden. Deze cijfers ineen staatje samenvattend, waarbij we dan tevens het verlies in pro-

f Steunt de Oostenrijksche kameraden! Het dagelijksch bestuur van de Algemeene Raad uit N.V.V. en S.D.A.P, heeft besloten tot het organiseeren vaneen steunbeweging ten behoeve van de slachtoffers der Oostenrijksche gebeurtenissen. Steun is noodig voor de nabestaanden van hen die inde strijd voor de vrijheid vielen, zoowel als voor hen die door het optreden der Oostenrijksche regeering broodeloos zijn geworden. Wij hebben het met sympathie begroet dat de Oostenrijksche arbeiders niet zonder meer het hoofd inde schoot gelegd hebben toen men hun de allerlaatste vrijheden wilde ontnemen. Wij zouden gejuichd hebben bij hun overwinning en dat brengt mede dat wij meevoelen met hun nederlaag en met de nood die daaruit voor duizenden kloeke strijders voortvloeit. De steunbeweging die nu op touw is gezet, zal 5 weken duren. Een beroep doen wij op al onze leden, om er aan mee te helpen de ontstane nood en ellende te lenigen. Dat kan geschieden, éenerzijds door op de u aangeboden steunlijsten te teekenen voor wat men kan missen. Anderzijds doen wij een ernstig beroep op al onze werkers om zich van steunlijsten te voorzien, er intensief mee te werken en zulks met de overgave die pas! bij de waardeering waarmede wijde strijd der Oostenrijksche kameraden hebben gevolgd. „Wat wij missen kunnen”, dat wordt voornamelijk beheerscht door onze innerlijke gevoelens van solidariteit met hen die nu geslagen zijn. Bondsmakkers, doet wat in uw vermogen is, daarbij geleid dooreen warm hart!

OFFICIEELE MEDEDEELINGEN Over de week van 12 tot en met 17 Maart 1934 wordt het contributiezegel op de llde week in het bondsboekje geplakt. centen voegen, geven ons het volgende beeld: 1 Jan. 1 Jan. Achter-1933 1934 uitgang In pCt. Alg. bond 46.494 44.548 1946 4.2 R.K. bond 20.924 19.722 1202 5.7 Chr. bond 11.036 10.735 301 2.7 0.8.W.M. 1.349 1.289') 60 4.4 Totaalcijf. 79.803 76.294 3509 4.4 Het totaal aantal georganiseerde metaalbewerkers is dus van 79.803 op 76.294, dat is met 3509 of met 4.4 pCt. achteruitgegaan. De R.K. bond staat met een verlies van 5.7 pCt. bovenaan, terwijl de Chr. bond met een verlies van 2.7 pCt. het minst te lijden had. Oudergewoonte hebben wij nagegaan welk percentage elk der bonden in het totaal heeft. Wij zullen ook nu een vergelijking met 1933 maken. 1933 1934 Alg. bond 58.3 pCt. 58.4 pCt. R.K. bond 26.2 „ 25.8 „ Chr. bond 13.8 „ 14.1 0.8.W.M 1.7 „ 1.9 „ Ofschoon niet zoo heel veel, zouden deze verhoudingscijfers toch iets anders kunnen worden indien wij weten hoe voor 0.8.W.M. de toestand op 1 Januari 1934 was. De cijfers geven ons overigens weinig aanleiding tot commentaar. Voor onze Bond was het verhoudingscijfer in het totaal aantal georganiseerden de laatste jaren achteruitgaande, gevolg vaneen sterkere crisis-groei der beide religieuze organisaties. Daarin is nu stilstand gekomen en wij gingen zelfs met 0.1 pCt. vooruit. Een onbeteekenend verschil overigens. Het is te verwachten dat alle bonden in 1934 verdere verliezen te boeken zullen krijgen, gevolg van allerlei oorzaken, die met de aanhoudende crisis verband houden. Dit wil geenszins zeggen dat wij bij ruimere werkgelegenheid weer zullen groeien, want ongetwijfeld zal een aantal der tegenwoordige leden niet meer in ’t bedrijf terugkeeren tenzij het enorm druk zou worden in onze industrie. Maar op dit laatste zullen wij maar niet rekenen. Toch moet er nog een groote reserve aan ongeorganiseerden zijn en daaraan zullen wij inde toekomst onze aandacht moeten blijven schenken. ‘) per 1 Juli. ©ABONNEERT U OP NZE3IDS Sociaal-economisch-technisch maandblad. Uitgave van de Alg. Nederlandsche Metaalbewerkersbond Prijs voor leden f 1.00 per jaar, desgewenscht te voldoen in vier termijnen Meldt U ais abonne bij Uw gBHHH afdeelingsbestuur

Sluiten