Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het 66ste congres van het Engelse Vakverbond. nst 1.V.V.) De strijd der Engelse tegen het fascisme: Het hoogtepunt van het congres van dit jaar van het Engelse Vakverbond vormde ongetwijfeld het referaat van zijn algemenen secretaris Citrine over de strijd tegen het fascisme en vóór de democratie. Het standpunt op dit gebied is niet geïmproviseerd. Verleden jaar, toen in verband met de sterke groei vaneen meer of minder op dictatuur beluste wereld, aan de belijdenis tot de democratie zelfs in kringen der arbeidersbeweging twijfel ontstond, zette het Engelse Vakverbond reeds een krachtige strijd in tegen het défaitisme in het lager der democratie. Het vatte de strijd aan en dat moet hier duidelijk naar voren gebracht worden toen het fascisme zijn onbekwaamheid en het bankroet van het leidersprincipe nog niet zelf over de hele linie bewees. Gaarne herinneren wij aan de moedige woorden die de voorzitter Walkden destijds uitte; „De democratie wordt niet aangevallen omdat ze faalde, doch omdat ze successen bereikte. Politieke dictaturen werden gevestigd om de opmars der democratie tegen te houden. Achter deze dictaturen proberen de kapitalisten verloren terrein te herwinnen.” Dit jaar kon Citrine in zijn verslag reeds zó grondig met het fascisme afrekenen, dat er van het fascistisch politiek- en economisch program van den verlosser, dat op politiek gebied in moord en doodslag en op economisch gebied in algemene verarming uitloopt, geen spoor meer overblijft. Zijn strijdroep tegen de dictaturen van rechts en links (hij verklaarde terloops, dat over de communisten bijna niet meer gesproken behoeft te worden, omdat zij in bijna geen enkel land meer een gevaar vormen voor de arbeidersbeweging) vond ingang bij alle afgevaardigden en werd neergelegd ineen resolutie, waarin inde inleiding dank wordt uitgesproken aan alle instanties en organisaties der arbeidersbeweging voor de reeds gevoerde onbeperkte oppositie tegen het fascisme. Verder staat inde resolutie: „Het congres brengt opnieuw zij a, diepe afschuw tot uiting ten opzichte van de onderdrukking der vrijheid en der democratie, de nationalistische en militaristische tendenzen, de verdrukking van andere rassen en de verslechting van het levenspeil der vrouw, die karakteristieke eigenschappen zijn van het fascisme.” „Het congres uit opnieuw zijn geloof aan de vrijheid en de democratie en is ervan overtuigd, dat de schonere vrijheid en daadkrachtiger democratie van het socialisme alleen verwezenlijkt kan worden door versterking van de vakbeweging, der arbeiderspartij en der coöperatieve beweging, evenals door gemeenschappelijke actie van deze drie takken der arbeidersbeweging.” Het congres eiste van de Algemene Raad, „ter bestrijding van het fascisme elk mogelijk middel te baat te nemen, de militairisatie der politiek te verhinderen en de krachten der vrijheid en van de democratische vooruitgang te steunen en te versterken.” .......Het congres verlangt van de Algemene Raad zijn onbeperkte tegenstand tegen het fascisme in elke vorm voort ta zetten, opdat de regering genoodzaakt wordt een ondubbelzinnige verklaring af te geven, waarbij opleiding en bewapening van civiele gedeelten der staatsburgerij als on wettelijk veroordeeld en zonder aanziens des peroons verhinderd mouten worden.” Het standpunt van het congres der Engelse vakbonden inzake anti-oorlogspropaganda en ontwapening en betreffende de directe actie tegen dé oorlog: In nauw verband met de door het Internationaal Verbond van Vakverenigingen op zijn internationaal congres in Brussel aangenomen resolutie en zijn ten gunste van de doorvoering bij de landelijke vakcentralen ingestelde enquête over de practische mogelijkheden der actie ingeval van oorlog, heeft enige tijd geleden een gemeenschappelijk comité van Vakbeweging en Partij deze problemen onderzocht en een verslag samengesteld, waarin in het bijzonder het vraagstuk behandeld wordt, of de arbeidersbeweging tegen elke oorlog moet optreden. „Het is vanzelfsprekend”, zo staat in het gemeenschappelijk rapport, „dat onze beweging krachtigst tegen elke poging van de regering, het land openlijk te verwikkelen ineen agressieve actie tegen een ander land, zal optreden. Aan de andere kant werd echter met het oog op gebeurtenissen die zich kortgeleden op het continent hebben afgespeeld, naar voren gebracht, dat zich gelegenheden kunnen voordoen waarbij de arbeidersbeweging zich genoodzaakt zou kunnen zien elke defensieve actie te ondersteunen om het land en zijn democratische instellingen te beschermen.” In het rapport staat verder, „dat uit de discussie gebleken is, dat het

onmogelijk is, inde toekomst voor alle mogelijke gevallen een onver ander lijke houding vast te stellen.” Dit aan het congres voorgelegde verslag werd met grote meerderheid goedgekeurd, waarmede tevens de politiek van de Algemene Raad goedgekeurd werd. Zonder de gedachte aan algemene staking als één der mogelijkheden om de oorlog te bestrijden, prijs te geven, legde het congres de klemtoon op dein het bericht genoemde maatregelen die bij afzonderlijke gevallen getroffen moeten worden, o.a. statuaire bijeenroeping vaneen conferentie bij onverschillig welk oorlogsgevaar. Aanvaarding van de algemene staking zonder in bijzonderheden af te dwalen over de mogelijkheid haar te kunnen doorvoeren, kan ongetwijfeld gevaarlijker zijn dan door vaststaande feiten bedongen vérstrekkend voorbehoud. Het moet als een verdienste van het Engelse vakverenigingscongres aangerekend worden, dat feit onomwonden tot uiting gebracht te hebben. Niets kan voor een waarachtige oorlogsbestrijding hinderlijker zijn dan wanneer de arbeidersklasse en zoals Bevin in het bijzonder naar voren bracht een groot gedeelte van de middenstand zich er eenvoudig op verlaten, dat de vakbonden wel het nodige zullen doen om in geval van ernst een oorlog door algemene staking te verhinderen. De algemene staking is ingeval van oorlog alleen een internationaal wapen. Het is echter thans reeds zeker in het bijzonder wanneer men aan de toestand inde fascistische landen denkt dat, zoals Gibson zeer terecht opmerkte, voor practische doorvoering van de algemene staking, behalve 3 of 4 landen in Europa, niemand in staat is de nodige waarborg te geven. Algemene staking is revolutie en tot revoluties kan men van tevoren niet beslissen. Wat daarentegen wel gedaan kan worden, is, vóór alle mogelijkheden, ook die van de algemene staking, uitgerust en uitvoerig ingelicht te zijn. Deze eventuele gebeurtenissen hebben betrekking op de practische enquêtes die het I.V.V. ingesteld heeft en waarmede voortgegaan wordt en hebben tevens betrekking op het aan het Engelse vakverenigings-congres voorgelegde uitvoerig verslag. Het bevat behalve het reeds vermelde standpunt ingeval van ernst voor de antioorlogs-propaganda, een omvangrijk en met alle bijzonderheden rekening houdend program en eisen, die steeds aan de regeringen moeten worden gesteld, omdat deze via de Volkenbond verwezenlijkt moeten worden, n.1.: absolute ontwapening, instelling vaneen internationale politiemacht als middel om hiertoe te geraken, directe en aanmerkelijke vermindering van de uitgaven door bewapening, algemene afschaffing der voor Duitsland verboden wapens, afschaffing der militaire luchtvaart, afschaffing der particuliere bewapeningsindustrie en van de wapenhandel, internationale controle op de doorvoering van het ontwapenings-verdrag. Wat betreft de strijd tegen eventuele aanvallers, m.a.w. tegen landen die vredelievende bij legging vaneen conflict afwijzen, bevat het verslag een bepaling die luidt als volgt; „Wij hebben onvoorwaardelijk tot plicht, onze regering in alles te steunen bij de vervulling van haar plicht, deel te nemen aan een collectieve actie tegen een land dat de vrede verstoort”. Deze bepaling komt geheel en al overeen met de Brusselse resolutie van het Internationaal Verbond van Vakverenigingen, waarin voorkomt; „leder land, dat zich niet onderwerpt aan de scheidsrechterlijke procedure, moet door de internationale arbeidersbeweging als aanvaller worden beschouwd. Vanaf dit ogenblik is het de plicht van de georganiseerde arbeiders in het aanvallende land, de algemene stakirig te proclameeren. Het is de plicht van de organisaties inde andere landen deze staking te ondersteunen en de boycot tegen de aanvallende staat te organiseren.” (Slot volgt.) De Nederlandse Rijwielnijverheid in 1933.1) (Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek van 31 Mei 1934.) Deze statistiek heeft wederom betrekking op ondernemingen welke in het jaar van telling of het boekjaar 500 of meer rijwielen hebben vervaardigd. Opgenomen zijnde rijwielfabrieken d.w.z. ondernemingen welke zelf frames bouwen benevens de rijwielmontage-inrichtingen welke rijwielen monteren uit gekochte of door anderen voor haar in loon gebouwde frames. De meer uitvoerige gegevens inde tabellen hebben uitsluitend betrekking op rijwielfabrieken. In deze inleiding zijn voorts nog gegevens verwerkt nopens door framebouwerijen gebouwde frames. De belanghebbende ondernemingen zijn voor zover nodig gehoord over de wenselijkheid tot geheimhouding van gegevens,

terwijl ook de publicatie dezer statistiek in overleg met de betrokken ondernemersorganisatie is geschied. Overzicht: Inde statistiek over 1933 zijn opgenomen 34 rijwielfabrieken 2) met tezamen 38 afzonderlijke fabrieken en 60 rijwiel-montage-inrichtingen 3). Over 1933 valt een belangrijke toeneming der rijwielproductie te vermelden; de gemaakte gemiddelde prijs per rijwiel daalde evenwel aanzienlijk. Ook het aantal gebouwde transport-driewielers zg. carriers is aanmerkelijk toegenomen, hetgeen eveneens het geval is met door framebouwers vervaardigde, afzonderlijk verkochte frames. De rijwielfabrieken bouwden blijkens de gegevens inde tabellen in 1933, 38.200 rijwielen meer dan in 1932, d.i. een toeneming van ruim 26 pet. 4). Deze ondernemingen leverden evenwel ruim 11.000 frames minder af. Van het artikel transportdriewielers werden er 780 18 pet. meer verkocht. 1) Verklaring der inde statistiek voorkomende tekens enz.: betekent: 0 (nul). x betekent: opgaven ontbreken (zijn niet verzameld). 2) De aandacht zij er op gevestigd, dat 21 dezer rijwielfabrieken opgaven verstrekt hebben over boekjaren, welke 1 tot 5 (voor 15 fabrieken 3 tot 4) maanden vóór 1933 begonnen. Drie in 1932 opgenomen ondernemingen vervaardigden in 1933 zelf geen frames, twee andere bouwden minder dan 500 rijwielen, terwijl één zich alleen op het bouwen van frames toelegde, daarentegen zijn inde statistiek over 1933 5 andere ondernemingen opgenomen, waarvan er twee in 1932 minder dan 500 rijwielen bouwden, terwijl drie toen in de groep der rijwielmontage-inrichtingen waren opgenomen. 3) Dit aantal bedroeg over de jaren 1926/1932 resp. 34, 43, 49, 58, 56, 50 en 50. Voor de statistiek over 1930 verstrekten 5 rijwielmontage-inrichtingen opgaven over boekjaren welke 1 tot 3 maanden vóór 1933 begonnen. Drie in 1932 opgenomen ondernemingen zijn over 1933 begrepen in de groep der rijwielfabrieken, drie monteerden in 1933 minder dan 500 rijwielen, één is opgeheven, over 1933 zijn opgenomen 12 andere ondernemingen, wier productie in 1932 beneden 500 rijwielen bleef, drie welke voorheen zelf frames bouwden, één welke nieuw is opgericht, benevens één welke tot dien bij het Bureau niet bekend was. 4) Vijf in 1933 wel, doch in 1932 niet opgenomen ondernemingen bouwden in 1933 rond 3.700 rijwielen meer dan zes in 1932 wel doch in 1933 niet opgenomen ondernemingen in 1932 vervaardigden. De cijfers nopens rijwielen met hulpmotor met trapbeweging, pedalen tonen een mindere afzet van 558 stuks. Hiertegenover staat evenwel dat in 1933 enige rijwielfabrieken zich zijn gaan toeleggen op de bouw van lichte motorrijwielen zonder trapbeweging —; in 1933 werden 681 lichte motorrijwielen verkocht. De gemiddelde prijs van de af zet stelde zich voor de rijwielen met hulpmotor op rond ƒ159.— en voor de lichte motorrijwielen op rond ƒ2lO.— per stuk. (Eigen doe. bur.) Meer arbeiders en minder loon bij A.E.G. In het Juli-nummer van het „Mitteilungsblatt” van de Internationale Metaalbewerkers Bond troffen wij een stukje aan over de toestand bij de A.E.G. (Allgemeine Elektrizitats-Gesellschaft) in Duitsland, waaraan wij het een en ander wensen te

ontlenen, daar dit een duidelijk licht werpt op de situatie in het Derde Rijk. „Het aantal tewerkgestelden bij de A.E.G. is in het laatste boekjaar gestegen van 28.000 tot 30.000, hetgeen dus een toename van 2000 arbeiders betekent. Zoals alle andere ondernemingen heeft de A.E.G. niet nagelaten zich te beroemen op wat zij noemt haar bijdrage tot de door Hitler georganiseerde „Arbeitsschlacht” (strijd tegen de werkloosheid), terwijl de Nazi-pers met voldoening op deze resultaten gewezen heeft. Deze 2000 arbeiders hebben echter zo weinig loon gekregen, dat zij practisch voor niets gewerkt hebben. Dat is echter niet alles. De A.E.G. heeft namelijk tegelijkertijd met het in dienst nemen van deze 2000 arbeiders toestemming gekregen de lonen van het gehele personeel zodanig te verlagen, dat de 30.000 arbeiders die de onderneming nu in dienst heeft, minder kosten dan de 28.000 arbeiders die er voorheen werkten. Volgens een mededeling van de A.E.G. zelf zijnde totale uitgaven voor lonen en salarissen tegenover het voorafgaande boekjaar van 67.73 op 51.52 millioen Rijksmark gedaald, zodat de firma, afgezien van de gratis levering van 2000 menselijke arbeidskrachten door de leiders van het Derde Rijk, nog 16.21 millioen Rijksmark aan lonen cadeau heeft gekregen. Tegelijkertijd zijn ook de uitgaven voor sociale doeleinden van de A.E.G. gedaald van 11.84 tot 9.74 millioen Rijksmark, zodat men bij de bovengenoemde 16.21 millioen Rijksmark nog eens 2.1 millioen Rijksmark mag optellen. Wanneer de A.E.G. ook ditmaal nog niet in staat ia om dividend uitte keren maar evenwel toch haar schuldenlast met 80 millioen Rijksmark heeft kunnen verminderen —, dan tonen bovenstaande gegevens klaar en duidelijk aan in welk een netelige positie de A.E.G. door haar voortdurende expansiewoede aangeland is. Anderzijds wordt het duidelijk bij een vermindering van 18.31 millioen Rijksmark aan lonen en sociale lasten (23 pCt.) en een gelijktijdige personeelsuitbreiding van 2000 man, op welke manier het Derde Rijk zijn bijna failliete grote ondernemingen denkt te redden van de ondergang. Moge dit een waarschuwend voorbeeld zijn voor de arbeiders van andere landen.” (Eigen doe. bur.) CORRESPONDENTIE ~ L. J. S. te R. Te laat voor dit nummer. RED. ABONNEERT U OP Onze gids sociaal-economisch-technisch maandblad. Uitgave van de Alg. Nederlandse Metaal bewerkers bond. Prijs voor leden f 1.00 per jaar, desgewenst te voldoen in vier termijnen. Meldt U als abonné bij Uw ibhuh afdelingsbestuur! iiaiiiiiiiiiifliliiiiiiiiiiiiiiiiw

ADVERTENTIËN Heden overleed na een kortstondige ziekte onze veel belovende kameraad KOOS PLANQUE inde jeugdige leeftijd van slechts 23 jaar. Hij ruste zacht! Het bestuur der afd. Schiedam. Schiedam, 4 Oct. 1934.

Herplaatsing wegens zetfout. Heden overleed na een kortstondige ziekte ons lid JOSEPHUS JOHANNES WALHAIN, inde leeftijd van 71 jaar. Hij ruste in vrede! Het bestuur der afd. Den Haag.

METAALBEWERKERS van Utrecht en Zailen, wordt lid van Uw eigen ziekenfonds „ZIEKENZORG", AMSTERDAMSCHESTRAATWEC No. 3! HET BESTUUR

Sluiten