Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42ste JAARGANG No. 12 ZATERDAG 23 MAART 1935 OPLAAG 42.75Ö

mgmM ji 1 E JL J WEEKBLAD VAN DE BZ2S9 jALGEMEN^^jjEDERLAMDSj^^JET^ttBENERKERSBONDI 18, u abonnement: H DER HOUVET^n vL7rO°hUU^etailm9^per 'uar J f 1-50 H HEMOMyLAAN AMSTEPDAM 7 H Gewone advertenties per regel f 0.30 fl YnZ n..U‘l®"iand verhoogd met PO*° I “TC É/N- I Afdelingsadvertenties 0,20 I i mers « 0.03 R| TELEFOON. H Aanvragen voor personeel... * * * 0.20 £ t ' nr

Vergadering van de bondsraad. Ter behandeling vaneen agenda, die niet minder dan 15 punten bevatte, was op Zaterdag 16 Maart j.l. de bondsraad in vergadering bijeen. Wegens verplaatsing naar elders en vertrek uit de kieskringen waarvoor zij gekozen werden, moesten C. T. Tielenburg en W. Ploos van Amstel hun mandaat ter beschikking stellen. Zij werden vervangen, de eerste door B. Bernds van Delft, de tweede door J. Goris van Zaandam. Door de verkiezing tot lid van het bondsbestuur verviel het mandaat van W. van Zij 11 voor kieskring 3 (Amsterdam), omdat hij als bondsbestuurder automatisch tot lid van de bondsraad gekozen werd. Hij is opgevolgd door J. Hartkoorn. De voorzitter deed een aantal mededelingen inzake de verrichtingen van het bondsbestuur, o.a. met betrekking tot de contract-acties voor het loodgieters- en fittersbedrijf en de verwarmingsindustrie. Een in samenwerking met de andere bonden ondernomen poging om met de B.L.F.N. besprekingen te openen over eventuele stichting vaneen bedrijfsraad voor het loodgieters- en fittersbedrijf, leed schipbreuk, omdat in patroonskringen daarvoor niet gevoeld werd. Ingevolge een op de laatstgehouden algemene vergadering aangenomen voorstel van de afdeling Hengelo, is bij de afdelingen die er voor in aanmerking kwamen,een onderzoek ingesteld betreffende bestaande fabrieksfondsen (pensioen-, spaar- en kapitaalfondsen). De verzamelde gegevens zijn ineen rapport verwerkt en naar onzen rechtskundigen adviseur om advies gezonden. Deze en nog een aantal andere mededelingen gaven aanleiding tot enige discussie, waarna tot de volgende agendapunten werd overgegaan. Het bondsbestuur ontving machtiging tot voorbereiding van de herdenking van het 50-jarig bestaan van de Bond op 17 Januari 1936. Medegedeeld werd, dat naar de tot dusverre geldende maatstaf die herdenking eerst in Januari 1937 zou moeten geschieden. Uit navorsingen is evenwel onomstotelijk komen vast te staan, dat de Bond in Januari 1886 en niet in 1887, zoals steeds was aangenomen, is opgericht. Het bondsbestuur zal een plan tot herdenking aan een volgende vergadering van de bondsraad mededelen. Het ligt inde bedoeling alle leden van de Bond bij deze herdenking, die in elk geval een sober karakter zal dragen, te betrekken. Behandeld werden het rapport van den accountant omtrent het financieel beheer en de verslagen van den penningmeester, benevens het verslag van de commissie van controle, waarbij het bondsbestuur en den penningmeester décharge wordt verleend. Behandeld en goedgekeurd werd de begroting voor het jaar 1935, sluitende met een eindbedrag van ƒ 1.387.050.—. Besproken en onveranderd goedgekeurd werd een rapport van het bondsbestuur Inzake het voorstel Dordrecht, aangenomen op de laatstgehouden algemene vergadering, welk voorstel Inhield het verkrijgen vaneen beter contact tussen bondsleiding, afdelingen en leden. Dit rapport zal nader aan de algemene vergadering worden voorgelegd. In hoofd-

zaak houdt dit rapport in, reglementering van de rayonvergaderingen en uitbreiding van het aantal léden van de bondsraad, waarvan een deel te verkiezen door de rayonvergaderingen. Daarmede is de gelegenheid geopend meer onbezoldigden in de bondsraad te benoemen. Het congres of de algemene vergadering zal onverkort inde oude vorm worden behouden. Voorts werd behandeld een rapport inzake een verzoek van de afdeling Middelburg, betreffende het fonds tot uitkering aan oude leden. Het bondsbestuur concludeerde tot afwijzing van het verzoek, waarmede de bondsraad zich verenigde. Besprekingen werden gevoerd over de toestand in het district Dordrecht, meer speciaal met betrekking tot den bode-bestuurder L. Smit. Met algemene stemmen werd een desbetreffend voorstel van het bondsbestuur aangenomen. Goedkeuring werd gehecht aan ten nieuwe, met ingang van 1 April a.s. in te voeren contributieregeling voor de 14—15- jarige en 16—17-jarige leden van de Bond. Naar aanleiding vaneen van de afdeling Krommenie ingekomen motie betreffende door het bondsbestuur genomen maatregelen inzake het richtig funptionneren dezer afdeling, werden door den voorzitter mededelingen gedaan, die ertoe leidden dat het beleid van het bondsbestuur werd goedgekeurd en de motie voor kennisgeving werd aangenomen. Ongegrond werden verklaard de beroepen van Th. Muntenaar te Amsterdam, van A. Wolters te Dieren en van E. W. Dercks te Arnhem tegen de over deze personen uitgesproken royementen. Na gehouden rondvraag werd de vergadering met de gewone plichtplegingen gesloten.

De ware ondergrond van het verzet. Zuur als een vat azijn is het artikel in „De Nederlandse Werkgever” van 7 Maart j.1., waarin de redactie aan het nakaarten is over het door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp inzake ondernemersovereenkomsten. Wij schenken er aandacht aan, omdat er uit blijkt welk een grote betekenis het werkgeversorgaan aan het wetsontwerp toekent. Het is weliswaar het toekennen vaneen betekenis in het negatieve, maar voor ons verandert dit de zaak allerminst. Het werkgeversblad ziet de grote betekenis vooral inde consequenties die er in zijn gelegen. De wet bergt gevaren in zich, meer nog voor de toekomst dan voor het heden, gevaren die een bedreiging vormen voor de zelfstandigheid van den ondernemer. Dat nu is het vooral wat de redactie slapeloze nachten bezorgt. Zij klaagt, dat bij de behandeling van het ontwerp in de Kamer, de verschillende sprekers onvoldoende op de kwestie van de ordening en wat daarmede beoogd wordt, zijn ingegaan. Door de tegenstanders dan, wel te verstaan. Want van de voorstanders zegt zij: „Toch hadden de heren Albarda en Goseling hun kaarten open op tafel gelegd. Maar principiële bestrijding vonden deze afgevaardigden nagenoeg niet.” Dat klinkt niet erg vleiend voor den heer

Bierema, die zich overigens niet weinig ingespannen heeft om al de nadelen van het wetsontwerp breed uitte meten. Maar het verwijt is overigens naar onze opvatting niet onverdiend; ook wij menen dat de bestrijders het principe, te weinig aandurfden en een klaar en duidelijk debat over hetgeen zich inde samenleving bezig is te voltrekken, liefst maar vermeden. Maar „De Nederlandse Werkgever” is over nog meer ontevreden, getuige het volgende: „Ook verschillende onderdelen van het ontwerp zijn in het debat tamelijk oppervlakkig behandeld. Met name doelen wij op de stelling, dat de voorgestelde regeling als van blijvende aard bedoeld is en niet als crisismaatregel.” Men zal zich herinneren, dat voornamelijk de christelijk-historische heer Rutgers van Rozenburg zich over dit punt nogal sterk geweerd heeft. Maar deze heer behoort niet tot de sterke politieke figuren en is zeker de allerlaatste om diepe indruk te maken. Men meende, aldus de redactie van „De Nederlandse Werkgever”, zich van dit punt te kunnen afmaken met de dooddoener: „dat deze crisis van structuele aard is en dat „dus” de economische toestand blijvend is veranderd.” Zij erkent dat de economische toestand veranderd is, maar acht het in hoge mate onwaarschijnlijk dat die verandering een blijvend karakter zou hebben. En zij roept uit: bewijs dit nu eens! Zij vergeet hierbij dat het uiterst moeilijk is om iemand die ineen bepaald geval het liefst de schijn voor het wezen neemt, al heel slecht te overtuigen is. leder voelt het, dat zich in de maatschappij een radicale verandering bezig is te voltrekken. Maarde redactie van het werkgeversorgaan gelooft nog steeds dat alles weer zal worden als in ’t verleden. Haar ongeloof in het nieuwe dat staat geboren te worden, is overigens niet zo heel sterk, want voor alle securiteit gaat zij alvast maar voor twee ankers liggen. Zij redeneert ongeveer zó; al zou er van constructuele verandering sprake zijn, dat nog zal men aannemelijk moeten maken dat ordeningsmaatregelen, als waartoe men met deze wet een eerste stap doet, noodzakelijk zijn. Heel erg overtuigend klinkt dit alles niet, maar dat komt ook omdat in het voorgaande niet haar voornaamste bezwaar gelegen is. Ten bewijze hiervan het slot van haar artikel, aldus luidende: „Ten slotte willen wij verklaren dat hetgeen de heer Albarda in dit debat gezegd heeft, evenals hetgeen door enkele Katholieke sprekers is aangevoerd, ons versterkt heeft inde overtuiging, dat ons verzet tegen dit ontwerp niet zonder redelijke grond is, aangezien bedoelde sprekers dit wetsontwerp slechts op afbetaling aanvaarden en er een eerste bescheiden stap in zien ineen richting, die aan de zelfstandigheid van de ondernemers een einde moet maken. Dat het algemeen belang door deze geleidelijke omwenteling zal zijn gebaat, is ons echter niet duidelijk gemaakt.” Wij vrezen dat dit „De Nederlandse Werkgever” ook wel niet duidelijk te maken zal zijn. Vooralsnog is de redactie ertoe geroepen te doen wat zij anderen ver-

OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 25 tot en met 30 Maart 1935 wordt het contributiezegel op de 13e week in het bondsboekje geplakt. wijt: de strijd te voeren voor de positie die de leden van het Verbond van Nederlandse Werkgevers zich inde maatschappij hebben verworven. Alleen daarom is zij tegenstandster van ordening. Zolang het mèt chaos in ’t belang der particuliere ondernemers nog vol te houden is, moet zij van ordening niets weten. En het gekke van het geval is dat de redactie van het werkgeversblad, zij ’t ook op andere gronden en uit andere overwegingen, de communisten als trouwe hulpkrachten naast zich vindt. Sancta simplicitas! Heilige onnozelheid! Duitsland in 1934. De Nederlandse vice-consul te Berlijn heeft verslag uitgebracht van de economische toestand van Duitsland in 1934, welk verslag als bijlage bij het weekblad „Handelsberichten” van 28 Februari j.l. is verschenen. In dit verslag lezen wij: „Op 31 December 1934 bedroeg het aantal bij de arbeidsbeurzen ingeschreven werklozen 2.604.000. Dit cijfer moet evenwel, aldus de viceconsul, critisch worden beschouwd, omdat het kan voorkomen dat men geschrapt wordt uit de statistieken der arbeidsbeurzen zonder dat men daarmede daadwerkelijk opgehouden heeft werkloos te zijn. In werkverschaffing, vrijwillige arbeidsdienst, enz. werken 600.000 man. Wat de bemoeiingen van de overheid met het kartelwezen betreft, een stelselmatige bestrijding der kartels heeft niet plaats gehad. Integendeel heeft men in verschillende takken van industrie de bedrijven tot aaneensluiting gedwongen, zoals b.v. in het „Zwangskartell” der sigarettenindustrie. Met betrekking tot een ander nationaalsocialistisch programmapunt; de strijd tegen de grote magazijnen, kan gezegd worden, dat ofschoon de wettelijke regeling van de uitverkoop en het strenge optreden tegen ongeoorloofde concurrentie wellicht de grote magazijnen meer schaadde dan de kleine, de z.g. „Warenhauser” en „Kaufhauser” zich toch redelijk wel kunnen handhaven. De omzetten in beide categorieën van grote magazijnen lagen weer iets boven die van 1933. (Bureau van actie en propaganda tegen communisme en fascisme.)

Niet alleen achter de fabriekspoort, maar ook achter de helverlichte étalages van de Winkel-Maatschappijen, grijnst het kapitalistische spook u tegen. Ook daartegen u gewapend, door LID en VERBRUIKER van de COÖPERATIE te worden. En dan vooral eisen, dat u het bekende HAKA-MERK geleverd wordt*

Sluiten