Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanvoerders van „strijdwillenden”. Jan van Duinberg, die Duinbergse brieven schrijft in het orgaan van de Chr. Metaalbewerkersbond en daarin zo’n beetje van de hak op de tak springt, heeft in het nummer van 3 Augustus een ervaring beschreven, hoe aan zekere fabriek in verband met een aanhangig gemaakte loonsverlaging een gestencild manifest werd verspreid, waarin op één vel de lezers niet minder dan 12 maal met , .kameraden” worden aangesproken. Hij zegt er van: „Maar blijkens was dit kameraadschappelijke pamflet afkomstig vaneen eomité, dat ondergronds Werk verrichtte inde plaatselijke afdeling van de Alg. Bond. Misschien ligt het aan ons, maar dp zulke kameraadschap zijn wij niet gesteld en het ware te wensen, dat men ook inde Alg. Bond zulke „kameraden” niet had.” Wij hebben, toen wij dit lazen, niet eens de verzuchting geslaakt: mocht de wens van Jan van Duinberg werkelijkheid worden. De oorzaak zal wel hierin gelegen zijn, dat wij aan de door hem bedoelde pamfletten minder waardij toekennen daar Jan van Duinberg blijkt te doen. Het door hem bedoelde comité van „strijdwillende leden in de Alg. Ned. Metaalbewerkersbond” is in werkelijkheid slechts een mystificatie, een door de communisten toegepaste truc om zieltjes onder de moderngeorganiseerde arbeiders te winnen. Dat is geen vermoeden, doch steunt op ervaring. Verschillende malen dat ernstige leden van onze Bond bij wijze van proef contact zochten met zulk een comité, bleek steeds dat de metaalbewerkers er erg dun of helemaal niet gezaaid waren. De taktiek van de communisten staat in dat opzicht voor niets en heus, ook Jan van Duinberg zal goed doen met zich vertrouwd te maken met de gedachte, dat alle betekenis aan die comité’s van strijdwillenden moet worden ontzegd. Zo goed als in elke andere vakvereniging kunnen onze leden, die voorstanders zijn van het voeren van strijd tegen eventuele loonsverlaging, inde daarvoor belegde vergaderingen voor hun standpunt pleiten. Niemand neemt hun dat kwalijk en niemand zal hen er een haar om krenken.- Dat overigens het afwijzen, vaneen loonsverlaging nog iets anders is dan daartegen' in strijd gaan, hebben onze leden en die van andere bonden herhaaldelijk gedemonstreerd. ’t Is alles echt communistische humbug wat in die prullerige manifesten „geschreven” wordt. . Prullerig, ook vanwege de kreupele stijl waarin de schrijvers zich uiten. Slechts één voorbeeld ter illustratie, ontleend aan „De Strijd” van 17 Augustus, orgaan van de „strijdwillende leden inde Alg. Ned. Metaalbewerkersbond”. „Als bijvoorbeeld de arbeiders van Verschure of Scheepsbouw, Amsterdamse Dok, enz., van welke vakgroep branche ook, er geen werk op een van deze werven meer voor hen is, dan worden deze arbeiders ....” enz. De stakker die hier aan ’t woord is, zou bij slechts de geringste zelfkennis zich moeten schamen voor z’n flodderwerk. Maar brutaal als de beul en dom als een ezel, schrijft hij er maar op los. Onze leden achten wij in doorsnee genomen te verstandig om achter zo’n kever vaneen schrijver aan te lopen. De hemel beware ons voor z’n kameraadschap. Maar k propos Jan van Duinberg (niet boos worden), hoe kom jij aan zo’n zonderlinge keuze van pseudoniem? Duin-Berg is dat niet een contradictie in adjécto, een tegenspraak in het bij gevoegde? ’t Is niet om ons met een andermans zaken te bemoeien, maar vVan het Instituut voor Arbeidersontwikkeling. Arbeidersavondscholen. Namens de scholendienst van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling ontvingen wij het volgende ter opname; Ontelbaar groot is het aantal kameraden, dat inde moderne arbeidersbeweging arbeid verricht als werker, functionaris en afdelingsbestuurder. Groot is de hoeveelheid werk die wordt verricht; groot is het offer dat wordt gebracht aan tijd en toewijding. Voor velen brengt dit werk grote moeilijkheden met zich mede, omdat deze arbeid verricht moet worden, terwijl men slechts toegerust is met de kennis, die de lagere school in zes of zeven leerjaren heeft aangebracht en waarvan al spoedig weer veel was verdwenen.

Velen durven zelfs een functie in het afdelingsbestuur niet te aanvaarden, omdat zij vrezen het werk niet adn te kunnen omdat zij weten, dat het maken van notulen, het voeren van de corfeSporidentie. het verrichten van huisbezoek, hèt Â’voeren van de propaganda zware eisen^stfelfe1 De arbeidskracht van velen,1 diè i overigens graag hun plaats als actief ïfrèrker zouden innemen, blijft hierdoor fÖhgebruikt. Men voelt zich gehandicapt, öfhdat de eenvoudige grondslag van kehnüs die de lagere school moet geven, riiét meer aanwezig is. 'i e “ Deze moeilijkheden kunnen uit dé weg worden geruimd. o De arbeidersavondscholen van het Instituut zijn opgericht om de arbeiders êh in het bijzonder de leden van onze arbeidersbeweging inde gelegenheid te stellen opnieuw op de schoolbanken plaatste nemen en hier de kennis op te doen, die voor het vervullen van de taak als lid, werker en bestuurder van de organisatie, noodzakelijk is. Het Instituut voor Arbeidersontwikkeling richt scholen op. Zij richt ze op, opdat gij er gebruik van zult maken. Vraagt uw afdelingsbestuur om nadere inlichtingen. Wekt u medeleden op onze scholen te bezoeken. Werkt aan u zelf. Ontwikkeling is voor den arbeider die zijn taak inde maatschappij wil vervullen de eerste voorwaarde. Gebrek aan grondstoffen inde Duitse nijverheid. Wij ontlenen aan het „Bulletin” van het Internationaal Verbond van Vakverenivan 10 Juli 1935 onderstaand bericht over het gebrek aan grondstoffen inde Duitse nijverheid en de onvermijdelijke consequenties die hieraan verbonden zijn. „Men verneemt de laatste tijd steeds meer uit alle Duitse streken en uit alle takken van industrie, dat het gebrek aan grondstoffen zich vrij ernstig doet gevoelen en in sommige gevallen reeds inperking van de werkzaamheden en ontslagen met zich heeft gebracht. Eén van de belangrijkste staalfabrieken van Mannheim deelt mede, dat in het begin van Juni 300 arbeiders ontslagen zijn en dat men de 15e Juni opnieuw 300 arbeiders weg heeft moeten zenden, uit, naar men zegt, gebrek aan werk. Zij, die deze inlichtingen verstrekt hebben, zijn echter van mening, dat voornaamste oorzaak is gelegen in gebrek' aan grondstoffen en zij vrezen, dat de fabriek misschien volledig zal moeten worden stopgezet, wat het ontslag van 2.000 arbeiders met zich zou slepen. Inde ondernemingen van Daimler-Benz heeft men onlangs 80 arbeiders af gedankt; reden: gebrek aan grondstoffen. Inde fabrieken van Opel te Rüsselsheim, heerst de grootste ongerustheid, omdat men het ontslag van ongeveer 6.000 arbeiders aanstaande acht De „voogd van de arbeid” heeft reeds in het ontslag van 1.500 arbeiders toegestemd en hij heeft voorts goedgevonden, dat alle arbeiders jonger dan 25 jaar en allen, die verder dan 30 kilometer van de werkplaatsen af wonen, eveneens ontslagen zullen worden. De Adler-fabrieken van I rankfort, waar 4.000 tot 5.000 arbeiders werken, klagen ten zeerste over gebrek aan grondstoffen; men verwacht ieder ogenblik, dat de arbeidstijd zal worden verkort. Men weet dat men zoveel mogelijk directe ontslagen vermijdt, zelfs als de duur van de arbeid zodanig beperkt wordt, dat het loon lager is dan de volledige werklozen- 1 uitkering.” Bovenstaande ondernemingen zijn zonder uitzondering grote fabrieken uit de metaalnijverheid. Het „Bulletin” geeft echter ook soortgelijke berichten over verschillende andere grote fabrieken buiten de metaalnijverheid, zoals de Duitse Maatschappij Dunlop, de Deutsche Wollwaren-Manufaktur A.G. van Grünberg (Silezië). De berichten uit de meest verschillende streken komende, betreffende het plotselinge stopzetten van de openbare werken, zijn evenzeer een symptoom voor de economische moeilijkheden van het Derde Rijk, . ,!■■; Die feiten blijven niet langer voor hst publiek verborgen; de toenemende ellende en de groeiende ontevredenheid maken, dat de mensen weer contact met elkarïdéf zoeken en veroorzaken een duidelijkizieMbare toename van het aantal spontane stakingen, vertragingen inde productie Bi4 andere veelzeggende incidenten. Tdt zoverre het „Bulletin”. rssjhem.' Wij willen in dit verband nog even hürinneren aan de berichten die onlangs in dé pers gecirculeerd hebben omtrent gen inde Duitse industrie en waarbij1 verschillende metaalbedrijven betrokkén ren, o.a. de Wanderer autofabrieken te Chemnitz en de A.E.G.-fabrieken te Berlijn. (Eigen documentatie).

Moscou roert zich. (J. W.) Sedert Litwinof Sowj et-Rusland vertegenwoordigt inde Volkenbond en daarvan izelfs voorzitter is, heeft men te Mdscou het roer omgegooid en coquetteert men daar met de „burgerlijke democratie”. Defce liefhebberij kunnen wede heren daar wel gunnen; wij weten nu eenmaal, dat men in dictatoriaal bestuurde landen af en toe veranderingen nodig heeft om de aandacht der volgelingen geprikkeld te houden, opdat zij geen of althans zo weinig mogelijk tijd kunnen vinden om over élgeh lot en eigen omstandigheden na te dénken. Hen dictator heeft nu eenmaal de opgave te zorgen, dat de volgelingen, voordat ze van de ene verbazing zijn bekomen, worden geplaatst voor een volgende verbazing. Zo beschouwd, kunnen wede heren in Moscou die verandering wel gunnen. Wan{neer men evenwel in Moscou om welke ! reden dan ook meent, dat het roer gewend \ of omgegooid moet worden, dan heeft dat f altijd weer tot gevolg, dat de communisten in andere landen mee moeten wenden of plotseling de tegenovergestelde kant uitgaan. Dit ging wel niet altijd even vlot, maar na de jarenlange en veelvuldige oefeningen, die deze wereldhervormers inde loop der tijden hebben medegemaakt, gaat het ze thans vrij goed af. Het is nu wel zo, dat wanneer de leiding in Moscou aan de touwtjes trekt, de volgelingen in andere landen de gewenste draai of buiteling maken. Ook in ons land. Maar welke wentelingen en buitelingen de leiding in Moscou ook maakt en met haar de volgelingen buiten Rusland, in één ding zijnde communisten beginselvast, aan één ding houden ze vast, dat is wat zo duidelijk uitkomt in het veel, maar steeds nog te weinig gebruikte citaat uit het boek van Lenin „Der Radikalismus, die Kinderkrankheit des Kommunismus”; „Men moet alle offers weten te brengen en zelfs wanneer het nodig is, list, sluwheid, onwettige methoden, verzwijging en verheimelijking van de waarheid aanwenden, om de vakverenigingen binnen te dringen, er in te blijven en binnen haar rijen communistische arbeid te verrichten.” Wij kunnen onze lezers niet genoeg aansporen, dit citaat goed te lezen en te herlezen, totdat men de betekenis volkomen begrepen heeft en het direct weer voor de geest staat, indien men wat hoort of leest van communistische afkomst of strekking, vooral wanneer dit betrekking heeft op de vakverenigingen. Men vergete nooit, dat de vakverenigingen, zoals wij die kennen en verstaan, voor de communisten hindernissen zijn, die zij tot elke prijs willen en moeten opruimen. Schreef Losowski, de voorzitter van de Rode Vakverenigingsihternationale te Moscou niet inde „Rote Gewerkschafts-Internationale” van Februari 1928 deze veel betekenende woorden: „Zolang wijde vakverenigingen inde ogen der massa’s niet verzwakken en vernielen, zolang wij haar discipline niet kapot maken, zolang het Vakverenigingsapparaat niet vernietigd is, zolang zullen zij een aantal arbeiders terug kunnen houden van de strijd”. Het doel waarnaar de communisten streven is dus: het vernielen der vakbeweging. Zij gebruiken daarbij: list, sluwheid, verzwijging en verheimelijking van de waarheid, dus leugen. Zo ook thans weer te Rotterdam. Voor mij liggen 2 gestencilde nummers vaneen krant die men noemt „Strijd” en wel de nummers 2 en 3 van de eerste jaargang. Het is volgens de kop een „Uitgave van het comité van strijdwillende arbeiders inde A.N.M.8.”. De samenstelling van dat comité wordt niet vermeld. Welke strijd ze willen voeren staat er niet bij, maar wanneer men de voddige, smerig uitgevoerde pamfletten leest, voelt men onmiddellijk: dat is van de richting Moscou, dat zijnde communisten en begrijpt men dat hier „communistische arbeid” wordt verricht. Natuurlijk geven zij zich niet zo bloot, dat iedere argeloze lezer direct inde gaten heeft uit welke hoek de wind waalt. Het recept „list j en sluwheid” is toegepast. Ook blijkt, wanneer men van de inhoud kennis neemt, dat het recept „verzwijging en verheimelijking van de waarheid” veelvuldig wordt toegepast en dat de strekking is o vernietiging van het vakverenigingshpparaat”. Daarbij komt, dat het blaadje wordt aangediend als een publiciteitsorgaan van meerdere afdelingen en er komen in nummer 3 „berichten” voor uit de afdelingen den Haag en Delft. Wetende wat daar geschied is, dringt zich dejconclusie: „dat zijnde communisten”; des te overtuigender aan ons op. Natuurlijk is het onbegonnen werk, na te gaan uit wie van onze leden dat comité nu eigenlijk wel bestaat. Wij maken ons sterk, dat er niet één van onze leden bij

betrokken is en het zal wel zo zijn, als in het begin van dit jaar, toen een soortgelijk „comité” zch opwierp om invloed uit te oefenen op de ledenraadsverkiezingen en uiteindelijk bleek te bestaan uit één, zegge en schrijve één wasechte communist, die, als wij ons wel herinneren, altijd tot de klaplopers heeft behoord. Dit alles zou evenwel geen reden voor ons zijn er ook maar een woord aan te verspillen, ware het niet, dat de wijze van verspreiding van die blaadjes enige aandacht vraagt. Men probeert de adressen van leden, die wel eens een critisch woord over de leiding der organisatie laten horen, te weten te komen en stopt dan onder kruisband, voorzien van dat adres, zo’n blaadje inde brievenbus. Het betrokken lid weet dan niet van wie het komt. Wil hij er toch wat meer van weten en vervoegt hij zich aan het adres op het blaadje vermeld, dan is het de vraag of hij wat te weten komt, maar dit ene in ieder geval wel, dat aan het opgegeven adres geen lid van onze Bond woont. Men wroet dus inde volle zin van het woord in het donker. Dat is dus de strijd, die deze strijdwillende mensen zoeken, de strijd van den duisterling. En die durven zich in hun orgaan dan nog opwerpen als de hoeders van de democratie inde vakbeweging. De democratie, die allereerst als eis stelt, dat men met zijn argumenten, meningen, bezwaren, crltiek, lof en blaam, in het volle licht der openbaarheid treedt, niets achterbaks doet of houdt, maar fier en openlijk de strijd voert. Onze leden sporen wij aan deze duisterlingen te ontmaskeren en mocht er onverhoopt en onverwacht een enkel lid onder schuilen, hem dan te wijzen op zijn democratische plicht, die zegt dat wanneer men het niet eens is met het een of ander in de organisatie, men moet proberen langs organisatorische, dit is langs democratische weg, de zaak gewijzigd te krijgen of heen te gaan. Men zij Voor deze wroetsrs gewaarschuwd.

HET PLAN-CONGRES. Van de Centrale Plan Commissie ontvingen wij het volgende bericht ter opname: De besturen van N.V.V. en S.D.A.P. besloten tot het houden vaneen OPENBAAR CONGRES r„ .' f ♦-■•■■■■■ •• • ' • – • 1 ter bespreking van het Plan van de Arbeid op Zaterdag 28 en Zondag 29 September a.s. te Utrecht, inde grote zaal van Tivoli. Het congres wordt geopend des morgens om half elf. Recht tot het zenden van afgevaardigden naar het congres hebben: a. de hoofdbesturen van de bij het N.V.V. aangesloten bonden; b. de bestuurdersbonden; c. de partij-afdelingen. Verder zullen verschillende organisaties, instanties, autoriteiten en personen tot het congres worden uitgenodigd. De namen van de inleiders worden nader bekend gemaakt. Aan het congres wordt een resolutie voorgelegd. Deze wordt de Bste September a.s. inde pers opgenomen. Omstreeks deze zelfde datum wordt het Plan gepubliceerd. Amendementen op de resolutie kunnen worden ingezonden door partij-afdelingen en de hoofdbesturen van de vakbonden en wel vóór Maandag 23 September a.s. bij C. Woudenberg, Tesselschadestraat 31 te Amsterdam (W.). Eveneens moeten aan ditzelfde adres vóór de 23ste September a.s. worden opgegeven de namen van de afgevaardigden naar dit congres. De desbetreffende instanties van partij en vakbeweging dienen er dus wel rekening mede te houden, dat zij tussen 10 en 22 September a.s. moeten vergaderen ter bespreking van de resolutie en het aanwijzen der afgevaardigden.

Rectificatie. Inde publicatie van het procentelijk overzicht van de zegelverkoop over het eerste halfjaar 1935, opgenomen in „De Metaalbewerker” van 10 Augustus 1935, is een fout geslopen. De afdeling Harlingen komt in dit overzicht voor met Eenh. zegels 75 % dit moet zijn 60 % 41 cent „ „ „ »» 2 „ „ „ 1 i» 6 „ „ „ 2 71 3 „ „ „ 3 61 » 17 „ „ „ 13 61 •» „ „ „ 18 101 „ „ „ 3 Hl >» « » n

Sluiten