Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Contract-actie verwarmingsindustrie te 's-Gravenhage en omgeving. (H. J. B.) Nu de contracten door de Haagse werkgevers inde verwarmingsindustrie zijn getekend en dus de collectieve arbeidsovereenkomst is aanvaard, laten wij hieronder de namen en adressen volgen van die firma’s, die met de organisaties het contract hebben afgesloten; Ir. H. W. F. Beindorff, Laan van Poot 126, Den Haag. A. C. v.d. Berg, Gallileïstraat 166, Den Haag. N.V. A. B. K. de Bock, Veenkade 26—28a, Den Haag. Ir. H. P. Caminada, Adelheidstraat 201— 203, Den Haag. J. F. Cramer & Co., Zwarteweg 21, Den Haag. N.V. Deerns & Westeringh, Bierkade, Den Haag. J. Jonker, Windlustweg 8, Wassenaar. L. V. A. v. Kerckhoven, Joh. v. Oldebarneveltlaan. 105, Den Haag. J. B. Krieger, Cypresstraat 82, Den Haag. Techn. Bur. B. Leurs, Elandstraat 109, Den Haag. R. J. C. Pulle, Zwarteweg 6, Den Haag. W. Slotboom & Zn., Bazarstraat 1, Den Haag. N.V. v.h. C. A. Toetenel, Nw. Schoolstraat la, Den Haag. B. J. Tusenius & Co., Barentzstraat 3, Den Haag. N.V. J. J. Verburg & Zn., Papestraat 11, Den Haag. N.V. Winkelhorst & Co., Rijswijkseweg 242a, Den Haag. Mach. Fabr. en Install. Bur. v.h. Ir. T. Knape, Wassenaar. Fa. G. Boudewijns, L. v. N. O. Indië 13, Voorburg (Z.H.). Het gaat er nu maar om of er door onze leden wordt nagegaan of het contract wordt nageleefd en of zodra er afwijkingen plaatsvinden, het bestuur hiermede in kennis wordt gesteld. Er zijn nog enkele werkgevers waarmede overleg wordt gepleegd en zodra ook deze het contract hebben getekend zullen wij hun namen in De Metaalbewerker vermelden. Het behoort nu verder tot de taak van onze leden om de nog ongeorganiseerden of verkeerd-georganiseerden te wijzen op het door onze organisatie bereikte resultaat en deze mensen dus in onze Bond onder te brengen. Wij nemen aan dat onze leden-monteurs dit zullen beseffen en daarnaar zullen handelen. Geen lid van de N.S.B. In ons nummer van 7 December 1935, Schreven wij ineen artikel; „De Telegraaf —De Courant en onze actie inde verwarmingsindustrie”, 0.m.; „Zijn wij wél ingelicht, dan is de heer Th. A. de Koster, lid van de N.5.8.” Bij gelegenheid vaneen onderhoud dat een onzer collega’s dezer dagen met de firma De Koster had, is dit deel van ons artikel ter sprake gekomen, waarbij van de zijde der firmanten met nadruk verklaard is, dat geen hunner bij de N.S.B. aangesloten is. En men verzocht onze collega diens medewerking tot een rectificatie op dit punt. Natuurlijk waren wij onmiddellijk bereid deze rectificatie te geven en doen dit hiermede. Indien de heren ons onmiddellijk na de verschijning van het betreffende nummer hadden ingelicht, zou deze herstelling al veel vroeger geschied zijn. Wij nemen dus acte van de verklaring dat geen der firmanten lid is van de N.5.8., een omstandigheid waarmede wijde heren zowel als ons Zelf slechts geluk kunnen wensen. Propaganda-filmvoorstellingen N.V.V. Inde week van 12 tot en met 18 Januari zullen de volgende propaganda-filmvoorstellingen worden gehouden: Zondag, 12 Januari, te Zaandam. Maandag, 13 Januari te W e es p. Dinsdag, 14 Januari, te Utrecht. Woensdag, 15 Januari, te Delft. Donderdag, 16 Januari, te ’s-Gr a ven de el. Zaterdag, 18 Januari, te Dalen.

Wijzigingen in het reglement van de werklozenkas tengevolge van het invoeren van het Uniformitèitsrapport. Beslissing van den minister. Gehoord de Commissie van Advies voor de Werkloosheidsverzekering heeft de minister van Sociale Zaken goedgevonden goed te keuren, dat I. a. te rekenen van 16 December 1935 artikel 27, lid 4, en b. met ingang van 30 December 1935 de artikelen 18, 19, 23, 25, lid 3 en 5, en 28 van het reglement voor de werklozenkas van de Alg. Ned, Metaalbewerkersbond zullen worden gelezen als volgt (28e wijziging in het reglement der kas): Artikel 18. De bijdrage voor de kas bedraagt per lid en per week: a. voor leden van 14 t/m 17 Jaren 10 ct. b. voor vrouwelijke leden van 18 jaren en ouder 12 ct. c. voor mannelijke leden van 18 jaren en en ouder 30 ct. Zij wordt wekelijks geïnd tegelijk met de contributie van de Bond, in ruil voor zegels, op de wijze, als in het huishoudelijk reglement van de Bond is bepaald. Van het betalen (verder ongewijzigd). Artikel 19. Vrijstelling van de betaling der bijdragen overeen kalenderweek bestaat, als men gedurende die volle kalenderweek: a. in militaire dienst is; b. werkloos is; c. tengevolge van ziekte of ongeval verhinderd is te werken. Deze vrijstelling geldt niet, wanneer men over die kalenderweek enig loon, enige vergoeding of enige uitkering geniet, uit welke hoofde ook. Artikel 23. 1. Recht op uitkering is eerst aanwezig, nadat men gedurende ten minste één jaar lid der kas is geweest, daaraan ten minste 52 weken bijdragen heeft betaald en na de aanvang van zijn lidmaatschap ten minste 156 dagen heeft gewerkt inde metaal-, electrotechnische en aanverwante industrieën of als metaalbewerker ineen niet tot de metaalindustrie behorend bedrijf. 2. Voor personen, die. tot het ogenblik hunner toetreding tot de kas lid waren van de werklozenkas ener andere gesubsidieerde vereniging en die ten opzichte van deze laatste kas aan hun geldelijke verplichtingen hebben voldaan, komt het aantal weken lidmaatschap, het aantal betaalde bijdragen en het aantal dagen werken tijdens het lidmaatschap van laatstbedoelde kas in mindering op het aantal ’&eken lidmaatschap, het aantal weken bijdragebetaling en het aantal dagen werken, vereist volgens de bepaling van het voorgaande lid. 3. Zolang personen, rechtstreeks overgekomen uit de werklozenkas ener andere gesubsidieerde vereniging, niet aan de kas, waarvoor dit reglement geldt, het aantal weken bijdragen, genoemd in het eerste lid, hebben betaald, kunnen zij noch op een hoger bedrag aan uitkering per dag, noch op een groter aantal dagen uitkering aanspraak maken, dan voor hen gold op het tijdstip van het verlaten der vorige kas, indien althans het bedrag en (of) de duur der uitkering bij de kas, waarvoor dit reglement geldt, voor hen hoger zou zijn dan bij de vorige kas. 4. Voor personen, die uit de werklozenkas ener buitenlandse vereniging naar de kas zijn overgekomen met geen grotere tussenruimte dan vier weken, komt het aantal weken lidmaatschap en het aantal betaalde bijdragen bij eerstbedoelde kas in mindering op dein het eerste lid genoemde aantallen, mits deze personen ten aanzien van de buitenlandse vereniging aan hun geldelijke verplichtingen hebben voldaan en er tussen beide organisaties een wederkerigheidsregeling bestaat. Te hunner aanzien wordt aangenomen, dat ' zij tijdens het lidmaatschap der buitenlandse vereniging zoveel weken gewerkt hebben, als zij daarvan lid zijn geweest. Voor hen geldt overigens terstond na de overgang het bedrag en de duur der uitkering, in dit reglement bepaald. IHet beste |ubileumsgeschenk « voor een organisatie is nog K altijd een flink aantal nieuwe leden, | Daar kan ieder lid van de Bond het zijne toe bijdragen.

Artikel 25, lid 3. De uitkering bedraagt ten hoogste per werkdag: a. voor leden van 14 en 15 jaren ƒ 0.35; b. voor leden van 16 en 17 jaren ƒ0.50; c. voor vrouwelijke leden van 18 jaren en ouder; contribu- ... ... tieklasse bl] een weekinkomen van le minder dan ƒ 10.- ƒ 0.55 2e ƒ 10.— t/m „ 14.99 0.75 3e „ 15. t/m „ 19.99 „ I. 4e „ 20. en hoger 1.30 d. voor mannelijke leden van 18 jaren en ouder: £| B Ö 5 IT3 rj r-J T3 £ § bij een weekin- ,<u g g 3 komen van > > 5 S O) 3 +» <U 6® a § g> Ol Jd s le minder dan ƒ 5.— ƒ0.55 ƒ0.55 2e ƒ 5. t/m „ 8.99 „ 0.90 „ 0.75 3e „ 9. ~ „ 12.99 „ 1.30 „ I. 4e „ 13. „ „ 16.99 „ 1.75 „ 1.30 5e „ 17. „ „ 20.99 „ 2.20 „ 1.60 6e „21. „ „ 24.99 „2.50 „ i.90 7e „25. „ „ 28,99 „2.65 „ 2. 8e „29. „ „ 32.99 „2.80 „2.10 9e „ 33. en hoger „ 3. „ 2.20 Voor de berekening der uitkering worden ongehuwden, op wier inkomsten het gezin, waartoe zij behoren, geheel of bijna geheel is aangewezen, als kostwinner aangemerkt. Artikel 25, lid 5. Hij, die verkeert in één der gevallen, bedoeld bij artikel 19 en daardoor aan de Bond een lagere contributie betaalt door de toepassing van dit artikel, wordt geacht niet naar andere contributieklasse te zijn overgegaan. Artikel 27, lid 4. Leden, wier werkloosheid van het ene in het andere boekjaar voortduurt en die in het oude en het nieuwe boekjaar in dezelfde werkloosheidsperiode achtereen over evenveel dagen uitkering hebben genoten, als voor hen het maximum-aantal dagen uitkering per jaar bedraagt, hebben eerst dan weder recht op uitkering, indien zij na hun laatste uitkeringsdag ten minste 24 dagen hebben gewerkt in metaal-, electrotechnische en aanverwante industrieën of als metaalbewerker ineen niet tot de metaalindustrie behorend bedrijf en daarna een wachttijd van zes dagen hebben doorgemaakt, als bepaald in het vijfde lid van dit artikel: Voor de berekening van het aantal dagen dat gewerkt is, worden elke volle acht .uur werken ineen kalenderweek, met één werkdag gelijkgesteld, met dien verstande, dat per week niet meer dan zes dagen in rekening mogen worden gebracht. Een werkloosheidsperiode wordt geacht te zijn onderbroken, wanneer het betreffende lid ten minste drie of meer aange-» sloten werkdagen heeft gewerkt. Artikel 28. Is aan een lid, als bedoeld in het tweede en vierde lid van art. 23, in het lopende boekjaar reeds uitkering bij werkloosheid verstrekt, dan komt het aantal dagen, waarover dat lid uitkering heeft genoten, in mindering van het aantal dagen dat als maximum in art. 27 is bepaald. 11. als overgangsbepaling het volgende zal gelden: Overgangsbepaling. Leden, bedoeld in art. 27, lid 4, behouden tot uiterlijk 29 Maart 1936 recht op hetzelfde bedrag aan uitkering, waarop zij volgens de voor het jaar 1935 vastgestelde regeling in dat jaar laatstelijk recht hadden. Regeringsmaatregelen ten aanzien van de Werkloosheidsverzekering voor 1936. (H. J. v.d. B.) Van den minister van Sociale Zaken ontvingen wij op 2 Januari 1936 het volgende schrijven. „Ten vervolge op mijn brief van 9 October 1935, No. 868 W. V., afdeling W.V. en A.8., bericht ik u, dat de daarin bedoelde regeling nog niet met ingang van de week van 30 December 1935—4 Januari 1936 behoeft te worden ingevoerd. Ik behoud mij echter voor op deze zaak terug te komen.” De minister van Sociale Zaken, W.g. SLINGENBERG. Wij brengen onzen leden in herinnering, dat de eerste brief van den minister, waarin de wijzigingen van ons kasreglement terzake de uitkering bij gedeeltelijke werkloosheid waren aangegeven, door ons is gepubliceerd in „De Metaalbewerker” van Zaterdag 26 October 1935 en het door ons daarop gegeven antwoord in ons blad van 16 November 1935.

bdL Jeinde^énj^er

BINNENKORT NIEUWE SCHEEPSBOUWORDER. „Het Volk” meldt: Binnenkort zal de K.P.M. opdracht geven voor de bouw vaneen drie-schroefs motorschip van 12.000 ton, bestemd voor de dienst van Indonesië op Z.-Afrika. Het schip wordt voorzien van drie motoren, elk met een capaciteit van 4000 p.k. Naar wij vernemen, zal de bouw zeer waarschijnlijk geschieden op de werf van de Nederlandse Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, terwijl voor de levering van de motoren „Werkspoor” zou zorgdragen. * * * STEUN AAN DE BELGISCHE SCHEEPVAART. Zoals bekend is verleent de Belgische regering steun aan de koopvaardijvloot en aan de marine (waartoe alleen de mailboten van de lijn Ostende—Dover behoren). Van de 266 millioen francs die beschikbaar gesteld zijn voor dit doel krijgt de koopvaardijvloot 160 millioen. Bij de Cockerill-werven te Hoboken, bij Antwerpen, wordt een nieuw schip voor de lijn Ostende—Dover besteld, terwijl een ander schip van deze dienst omgebouwd zal worden, teneinde voor het transport van toeristenautoÂ’s van en naar Engeland te dienen. ■* * * STEUN AAN DE POOLSE SCHEEPVAART, In Polen overweegt men uitbreiding der vloot door bouw en aankoop, waarvoor voorlopig 10 millioen zloty (1 zloty is ƒ0.28) is uitgetrokken, terwijl de vorming vaneen bijzonder kredietfonds wordt overwogen. * * * SCHEEPSBOUWORDERS IN VERSCHILLENDE LANDEN. Het gewoonlijk zeer goed geïnformeerde Britse tijdschrift „The Motorship” deelt mede, dat in October en November niet minder dan ruim 600.000 ton bruto aan , scheepsruimte is besteld, inderdaad een verheugend kwantum. Alleen voor Groot-Brittannië bedraagt de tonnenmaat 323.000 registerton, zijnde evenveel als in de maanden Februari tot en met September werd besteld. Belangrijk is trouwens ook de bedrijvigheid op verschillende Duitse werven, waarbij verscheidene schepen voor buitenlandse rederijen zijn besteld. Voorts wordt vooral in Zweden heel veel gebouwd, doch ook in ons land zijnde vooruitzichten geenszins onbevredigend. Langzamerhand wordt ook weder heel wat personeel te werk gesteld inde scheepsbouw. („Het Schip”). ♦ * ♦ DE AUTOMOBIEL IN AMERIKA. Sinds de crisis schijnt het aantal autoÂ’s in Amerika dit jaar voor het eerst weer zo groot te zijn als in 1930, toen men er 26.5 millioen telde. Zestig procent van alle automobielen ter wereld bevinden zich inde Verenigde Staten, waar men 1 auto op 4 a 5 personen heeft. Ongeveer drie kwart der gezinnen is in het bezit vaneen auto. Daaruit blijkt, dat ook talrijke arbeidersgezinnen er een hebben. * * * UIT DE COÖPERATIEVE BEWEGING. In Japan is in 1933 een Nationale Bond van Gezondheidscoöperaties opgericht met 23 aangesloten coöperaties, tezamen omvattende 79.399 leden. Deze coöperaties bezitten 43 ziekenhuizen en hebben de medewerking van 138 doktoren. * * * OPRICHTING TURKSE IJZER- EN STAALFABRIEK. Een Turkse Bank zal een crediet van 3 millioen Turkse ponden verstrekken voor de aankoop bij Krupp van de machines, benodigd voor de constructie vaneen Turkse staal- en ijzerfabriek te Karabuk aan de nieuwe spoorweglijn, welke Ankara met Filios verbindt. « * * HUMOR. De Dagelijkse Beurscourant heeft een rubriek Korte Berichten, waarvan wij er hieronder een hebben overgenomen. De Reichsbank zal in Duitsland thans het volledige monopolie hebben voor de uitgifte van bankpapier, dat gedekt zal zijn door weinig goud, veel regeringswissels en verder zal steunen op een exemplaar van de Völkischer Beobachter, dat gemetseld is inde fundering der bank.

Sluiten