Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43ste JAARGANG No. 16

ZATERDAG 18 APRIL 1936

OPLAAG 41800

i pmmm fi— JL!! *ri 1 WEEKBLAD VAN DE gi ji – x il |AL€MEN^Nro^LAMDS^METMLiSi^™i^^|

D’r is ons iets overkomen wat moeilijk te herstellen, eigenlijk niet te overleven is. De bezoldigde functionaris van de 0.8.W.M. dat is de lilliputter onder de organisaties van metaalbewerkers met name de ons finaal onbekende heer Bartels, is hevig op ons vervolgen. Dat is ons gebleken uiteen stukje in „De Arbeid” van 10 April j.L, waarin deze heer onder het hoofdje: „Metaalbedrijf” ons van alles en nog wat beticht. Wij zelf zijn daarvan de oorzaak wegens het schrijven van het artikeltje „Links van ons ” in ons blad van 4 April j.l. Volgens m’neer Bartels hebben wij ons daarin bediend van „schunnigheden” en „scheldwoorden” en dat bovendien op „misselijke” wijze gedaan. En daarom wil deze m’neer Bartels niet meer met ons polemiseren. Is daar nou overheen te komen; is dan nu te overleven? De man vergeet waarschijnlijk, dat wij nog nooit met hem gepolemiseerd hebben, nóch begeren dat inde toekomst te doen. Daarvoor is de organisatie die hij representeert ons te onbenullig. Indien wij zo af en toe de behoefte gevoelen iets over de 0.8.W.M. op te merken, constateren wij slechts. Aan polemiek hebben wij allerminst behoefte. De heer Bartels begaat de vergissing te menen, dat zijn uil een valk is... Vergissingen nu zijn heel lastig en onaangenaam. Z’n besluit, niet meer met ons te willen polemiseren, is overigens niet onverstandig; de man zal in z’n leven wel stommer dingen gedaan hebben. Daarvan getuigt ’smans nieuwe aanval in „De Arbeid” van 10 April j.1., waarin hij bij hernieuwing uiting geeft aan z’n mening, dat wij voorstanders zijn van de aanpassing van „Colijn”. Welnu, als hij er z’n voordeel in ziet, de zaak zó te stellen, laat hem begaan. Wij polemiseren óók niet en laten hem rustig dazen. Maar er zijn twee redenen, waarom wij ons ditmaal met zijn pennevrucht willen bezighouden. Inde eerste plaats dit. Het factotum van de 0.8.W.M. schrijft over de onlangs gevoerde loodgietersactie en construeert daaruit het bewijs, dat wij voor de Colijnse aanpassing zijn, want wij hebben ons niet tegen verdere loonsverlaging verzet. En dan laat hij volgen: „Daarom alleen al niet, omdat deze organisatie een lening van zeven duizend gulden aan de bedrijfsvereniging van loodgieters- en fitterspatroons in Nederland heeft gegeven. Hieruit blijkt, dat met de contributiecenten van de arbeiders de patroonsorganisaties gesteund worden, dat dus de vijand van de arbeidersklasse door de arbeidersorganisatie in stand gehouden wordt en dat dus de strijd van de arbeidersklasse daar ten zeerste door wordt verzwakt. Er blijkt ook uit, op welk een goede voet deze organisatie met de patroonsorganisatie staat en dat van deze elementen, van de bestuurders van de A. N. M. B. dus, geen strijd tegen deze werkgevers verlangd kan worden voor de belangen der arbeiders.”

Een kwaadaardige Jubilaresse* (buurvrouw van drie-hoog-achter aan 't roddelen.)

En hierop laat m’neer Bartels dan volgen; „Het is natuurlijk te begrijpen, dat de kopstukken van de A. N. M. B. liever over deze zaken niet polemiseren, maar zich er liever met scheldwoorden en ongure kwalificaties van afmaken.” Nou, heeft die m’neer Bartels dat nou es eventjes fijn onthuld? Dat is nou eens wat waar de kopstukken van de A. N. M. B. liever over zwijgen! En daarom zal hij, Bartels, dat nou eens haarfijn aan de grote klok hangen. Meer listig dan verstandig gooit de man twee dingen door elkander. De bedrijfsvereniging van loodgieters- en fitterspatroons heeft met de patroonsvereniging in dit bedrijf niets te maken. Enige jaren geleden heeft onze Bond deze bedrijfsvereniging voor ziekteverzekering, waarvan wij mèt de R.K. en Chr. organisaties zelf deel uitmaken en waarvan één onzer de functie van voorzitter vervult, een hypothecair crediet geopend. Zoals met alles wat wij in financieel opzicht doen, hebben wij daarmede niet de minste geheimhouding betracht. Het staat vermeld op bladzijde 147 van ons gedrukt uitgegeven verslag over de jaren 1932-1933. En dat verslag wordt aan ieder, die er om vraagt, gratis verstrekt en o.a. ook aan de voornaamste bladen toegezonden. Wat dacht m’neer Bartels nu eigenlijk te onthullen? En waarom zouden „de kopstukken van onze Bond hierover liever niet polemiseren? Maar bovendien moeten wij nog opmerken, dat de bedrijfsvereniging van ziekengeldverzekering van de loodgieters- en fitterspatroons sedert 1932 van dat verleende crediet geen gebruik meer gemaakt heeft, omdat zij ’t niet nodig had. Sedert 3 jaren staan wij volkomen quitte tegenover elkander, dus óók ten tijde van de laatstelijk gevoerde contract-actie. ’t Is heel erg jammer voor m’neer Bartels, maar heus, als hij geen andere pijlen op z’n boog heeft, dan kan hij wel thuis blijven. Welke moeite men zich ook zal getroosten, onthullingen omtrent onze Bond zijn niet te vinden, omdat wij gewoon zijn met betrekking tot ons werk de grootst mogelijke publiciteit te betrachten. Voor m neer Bartels en de zijnen is er zelfs in onze vuilnisbak niets te vinden, waar zij ons mede zouden kunnen pogen te compromitteren. * * * Nu wij toch met de O. B. W. M. bezig zijn, kan het z’n nut hebben over deze organisatie, wier representant doet denken aan de kikker, die zich tot een os opblaast, iets meer te zeggen. In hetzelfde stukje in „De Arbeid”, waartegen wij ons nu verweerd hebben, brengt de schrijver in herinnering dat de O. B. W. M. op 29 Januari 1.1. 12J jaar bestond. „Het federatiebestuur,” aldus lazen wij, „had gemeend dit jubileum onopgemerkt voorbij te moeten laten gaan, omdat het van mening was, dat het heden geen tijd was om feestte vieren. Er moest eerder

aan een sterke, intensieve propaganda gedacht worden.” Dat is nu precies onze mening, ofschoon dat er bij slepen van de tijdsomstandigheden slechts een flauw verzinsel was. De O. B. W. M. heeft allerminst reden om met vreugde of met voldoening op haar 12£-jarige loopbaan terug te zien. Opgericht in Augustus 1923, telde zij aan het einde van dat jaar 466 leden. Dat was vrijwel het aantal waarmee zij haar levensloop aanving. Zij wist het te brengen tot 1349 leden op 1 Januari 1933 en daalde daarna gaandeweg tot 1037 cp 1 i Januari j.l. Ineen tijdsverloop van 12i jaar wist zij derhalve haar ledental met precies 571 leden op te voeren. Neen, zeg nou zellef: twaalf-en-een-half jaar te moeten sappelen om ’t van 466 tot 1037 leden te brengen, geeft dat nou reden tot vreugde en jolijt? Men neme daarbij in acht, dat de gehate Algemene Bond in dit zelfde tijdvak van 21.861 tot 40.500 of met bijna 19.000 leden vooruitging. Gelukkig maar dat de tijdsomstandigheden er zijn om de innerlijke wrok over zóveel onbegrepen liefde, zóveel miskende huwelijkstrouw, zóveel onvruchtbaar gestook tegen de Algemene Bond, te verbergen. Om op je koperen bruiloft te barsten van afgunst en je geboorte tot inde diepste afgrond te verwensen. Moed houën maar jongens en voorlopig nog 12% jaar d’r bij! De jeugd voor het Plan. Een brochure voor de jongeren. De voorzitter van de A.J.C., Jan Peters richt zich ineen brochuretje, uitgegeven door de C.P.C., A.J.C. en Jeugdraad van het N.V.V. tot de jeugd van Nederland, „In wat voor een wereld leven wij? Hoe leeft de jeugd van vandaag?” Deze vragen stelt de schrijver aan de jongere generatie en hij laat niet na op deze vragen een duidelijk antwoord te geven. Waarvoor leven wij? Dat vragen zich honderden jongeren dagelijks af, die hun uitzichtloos bestaan elke dag voortslepen. De oorzaak van dit alles is gelegen In het feit, dat in deze wereld het winstmotief het allesbeheersende is. „Het Plan van de Arbeid opent voor de jongere het uitzicht op een leven, dat hij voor een groter deel door eigen krachten kan richten.” Voor alle jongeren ligt hier een taak! Op duidelijke, krachtige wijze zet Peters de bedoeling van het Plan uiteen. Moge dit frisse geschriftje met duizenden aan den man worden gebracht. Een prachtig stukje werk voor alle jongeren in onze beweging om voor een goede verspreiding zorg te dragen. Geeft bij verhuizing steeds direct Uw nieuw adres op aan Uw afdelingsbestuur of aan den bode. Door verhuizing en dientengevolge ontstane contributieschuld gaat steeds een aanzienlijk aantal leden voor de Bond verleren. Werkt er aan mede dit te voorkomen.

OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 20 tot en met 25 April 1936 wordt het contributiezegel op de 17e week in het bondsboekje geplakt. * ♦ * Wij vestigen de aandacht van belangstellenden inde problemen der werkloosheidsverzekering op het artikel getiteld ~Steunregeling Werklozen” op pagina 2 van dit blad. Mei'oproep aan alle werkers ! Getrouw aan de traditionele betekenis van het Meifeest, de internationale demonstratiedag voor de arbeid en de vrede, richten we een oproep tot alle werkers, krachtiger dan ooit op te komen voor hun eisen voor de vrede en een maatschappij, waarin de arbeidde plaats inneemt, die haar toekomt. Nog nooit traden de economische en politieke tegenstellingen van het kapitalisme zo sterk aan de dag als thans. Technische vooruitgang en opstapeling van rijkdommen betekenen thans voor de arbeiders en de volkeren grotere ellende en verscherpte nood. De binnenlandse vrede van elk land en de vredelievende samenleving der landen worden erger dan ooit bedreigd. Arbeiders! Grotere en dreigender gevaren vereisen verdubbeling van uw krachten. Met onweerstaanbaar élan moeten de grote massa’s van stad en land door u meegesleept worden op de weg naar verwezenlijking van onze sociale en economische eisen. Om voor goed een einde te maken aan de crisis, die de wereld teistert, moeten de maatschappij volkomen hervormd, de kapitalistische monopolies en hun politieke macht gebroken worden. Eist derhalve de onmiddellijke invoering der 40-uren-week als eerste stap inde richting van deze sociale hervorming. Om de gevaren van het fascisme en de oorlogsbedreigingen, die het in zich bergt, definitief te overwinnen, willen we zonder genade de fascistische dictatoren bestrijden, de democratie, de vrijheid, de rechten der arbeiders versterken en de wereldvrede hechter maken dooreen nog sterkere en meer effectieve solidariteit en internationale samenwerking. Reeds thans kan gezegd worden, dat de reactie, die de laatste drie jaar ineen aantal landen veld won, terugwijkt. Langzaam maar zeker winnen de meer strijdbare en beter georganiseerde krachten der democratie het verloren terrein terug. Over het algemeen is men het er over eens, dat de jongste militaire avonturen en oorlogs-voornemens der fascistische dictators toe te schrijven zijn aan hun in gevaar verkerend prestige. De krachten van de vrijheid, de vrede en de sociale gerechtigheid moeten zegevieren over deze laatste bedreiging met een wereldoorlog, die veel ernstiger zou zijn dan alle andere, die er aan voorafgingen. Wij zullen zegevieren, als we het werk voortzetten, dat ons ineen onwrikbaar geloof verenigt. Voorwaarts inde strijd voor de verdediging van onze rechten, voor een betere en rechtvaardiger maatschappij, voor sociale gerechtigheid, vrijheid en democratie en voor een duurzame en rechtvaardige vrede! Het Bestuur van het Internationaal Verbond van Vakverenigingen.

Sluiten