Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pensioenkorting bij Stork (v. H.) De redactie kon op 4 Juli eerst plaats bieden aan een tweetal ingezonden stukken over ons artikeltje in het nummer van 6 Juli 1.1. Het eerste is van ons lid J. W. Mulder. Wij zeggen direct, dat wij voor het optreden van Mulder meer waardering hebben dan voor dat van den schrijver van het tweede stuk, ons lid G. J. Kasteel. De eerste maakte n.l. de zaak zowel schriftelijk als inde ledenvergadering bij ons aanhangig; de tweede liet dat bewust na. De kern van het stuk van Mulder draait om deze vraag: „Of dein onze kringen heersende opvatting dat het pensioenrecht een verkregen recht is, waaraan niet mag worden getornd, dus onjuist is?” Ons antwoord luidt, dat deze opvatting zeker juist is als het pensioen niet variabel is gesteld. Maar dat is nu, helaas, bij Stork wèl het geval! En het is jammer dat Mulder c.s. dóen of dat niét zo is. Het staat duidelijk in art. 8 der statuten, terwijl het ook inde pensioenverklaring is opgenomen! Het is op die manier toch wel moeilijk discussiëren! Men behoeft ook niet te betogen, dat de verlaging in strijd is met de bedoeling van het artikel of van de ontwerpers Daarom zullen wij voor alle duidelijkheid de „Handleiding statuten en reglementen” citeren, zoals die na de herziening van e.e.a. in 1922 en 1924 door C.F.D. is geschreven. Op blz. 56 lezen we: „Alle pensioenen kunnen gewijzigd worden, wanneer de toestand van het fonds dit nódig maakt. Volgens art. 8 heeft minstens eens m de vijf jaar een wiskundig onderzoek plaats, met het doel om na te gaan in hoever de lasten, die het fonds te dragen heeft, en nog te dragen zal krijgen, gedekt worden door de baten. Het fonds moet op ieder ogenblik van zijn bestaan zo sterk zijn, dat alle lasten, die uit het lidmaatschap van zijn leden voortvloeien, zowel voor henzelf als voor hun nagelaten betrekkingen, daaruit betaald kunnen worden. Zou nu op een gegeven ogenblik blijken, dat dit niet het geval mocht zijn, dan worden alle pensioenen, ook de reeds lopende, gekort. Aan de andere kant zullen zij allen verhoogd worden, wanneer de uitkomst der wiskundige balans hiertoe aanleiding geeft. Ook zijn veranderingen inde Statuten en Reglementen volgens art. 12, Ie lid, op lopende uitkeringen van toepassing, zowel wanneer de nieuwe bepalingen gunstiger als wanneer zij ongunstiger mochten zijn. leder, die pensioen ontvangt, tekent een verklaring, waarin dit te lezen staat.” Hoe men nu, in ’t licht van deze feiten, over het recht van het bestuur om tot verlaging over te gaan toen de wiskundige balans een tekort van 12-J pet. aanwees, kan twisten, is ons een raadsel. Dat recht staat vast, terwijl het naar onze mening ook de plicht van het bestuur was om in het belang van de toekomstige gepensionneerden, maatregelen te nemen. Mulder schrijft, dat zij bij den opper – vlakkigen lezer de indruk hebben gewekt de aanpassing te bevorderen. Mulder weet echter heel goed, dat wij met de gehele beweging de aanpassing bestrijden, omdat wij er wat anders, wat beters, tegenover kunnen plaatsen! Maar wat heeft Mulder c.s. tegenover het grote tekort van het fonds te plaatsen? Opzien komen spelen? De zaak maar laten „uitzieken”? Tegenover de toekomst is dat allerminst verantwoord! Muller meent verder, dat wij ons wèl met de techniek van de verlaging hadden moeten bemoeien. Wij zijn vaneen andere mening en de ledenvergadering dacht daar niet anders over. De vraag of de een 1 pet. meer en de ander 1 pet. minder verlaging moet hebben, is een kwestie voor de deskundigen. En voor zover dat niet het geval is, meenden wij ons te kunnen verlaten op het oordeel van onze eigen mensen in het bestuur. Wij hebben geen reden hen te wantrouwen. Ten aanzien van art. 6 der statuten geven wij hieronder het oordeel van onzen rechtskundige; „Wat de vermindering der rente betreft, twijfelen wij geen ogenblik of daaraan is op grond van art. 6 der statuten niets te doen.” Afgescheiden hiervan menen wij met Mulder, dat de bedoeling van art. 6 hier wel enigszins geweld is aangedaan. En nu het stuk van ons lid G. J. Kasteel. Over het peil van zijn stuk zullen we ons maar niet beklagen. Men kan nu eenmaal moeilijk buiten zijn natuur treden. Omdat wij hebben geschreven niet competent te zijn ten aanzien van de techniek van de verlaging (acht K. zich daarin wèl competent? men leze ons antwoord aan Mulder!), wil Kasteel daarvan maken, dat

wij niet competent zijn t.a.v. statuten, reglementen e.d.! ’t Is prachtig gevonden, inderdaad! Gelukkig bewijst het verloop der gehele zaak, dat wij met onze kijk op de zaak en gesteund door de adviezen der deskundigen, voor 100 pet. en Kasteel voor 0,0 pet. gelijk heeft gekregen. Al zijn beweringen over de geest van de statuten en over de bedoelingen van wijlen D. W. Stork zijn, bezien in ’t licht van dein 1925 geschreven „Handleiding”, larie! In 1925 leefde D. W. Stork nog en was Kasteel, menen wij, nog bestuurslid van de personeelvere.niging. Wij hebben geschreven, dat de rechtskundige van de Bond de juridische kant van de zaak niet anders beoordeelt dan ons bestuur. Met een vrijmoedigheid, die verbazing wekt, zal Kasteel ons nu eens vertellen wat mr. Mendels wél en niét geschreven heeft. Men moet de dingen objectief weergeven, vermaant hij! En hij betoogt dan dat het advies van mr. Mendels over iets anders ging dan over de verlaging. Het is jammer voor Kasteel, dat hij hier weer eens een bok schiet. Omdat hij alles uit de derde hand heeft en bij iedereen behalve bij zijn eigen organisatie komt, kan hij natuurlijk niet weten, dat er nog andere stukken zijn dan die hij via het kamerlid Drop ter inzage kreeg. Wij herhalen dus, dat onze rechtskundige het geheel met ons eens is. En om enig bewijs aan te brengen, zullen we een paar belangrijke passages uit diens brief citeren: „Wat betreft de veranderingen inde bijdrage voor de pensioenen, alsmede de verlaging van de pensioenen voor de toekomst, zo is ook zonder de minste twijfel daar niets aan te doen op grond van art. 8 der statuten.” „Wij hebben hier dus te maken met een pensioenfonds, waarbij de aanspraken der pensioengerechtigden van den beginne af aan variabel gesteld zijn. Zelfs indien er een kleine kans ware, dat voor de tegenwoordige gepensionneerden iets zou kunnen worden gedaan, zouden wij het ongeoorloofd achten, om aan de belangen van deze weinigen de toekomstbelangen der meerderheid op te offeren!” Na dit gelezen te hebben, zal Kasteel wel weer zeggen, zoals hij ook in zijn ingezonden stuk doet, dat hij „lak heeft aan juristerij”. Het schijnt echter, dat dat lak hebben aan juristerij afhankelijk is van het oordeel der juristen, het verslag van de onder leiding van Kasteel staande vergadering van gepensionneerden, lezen wij n.1., als afkomstig uit de mond van dezelfde K.: „Ook heeft de commissie nog het advies Ingewonnen vaneen rechtskundige, doch deze gaf weinig hoop, dat er wat te bereiken zou zijn, in verband met de redactie der reglementen.” En toch: lak aan de juristerij. Kasteel schrijft, dat hij de organisatie geen verwijten heeft gemaakt, maar dat hij er zijn spijt over heeft uitgedrukt, dat deze niet meer deed. Welnu, die uitdrukking van spijt kwam pas toen de zaak verloren en verlopen was, maar hijzelf deed niets, bewust niets, om de zaak organisatorisch te regelen! Zo iemand moet zijn spijt dan ook maar voor zich houden! Kasteel probeert nu zijn ziekte te gebruiken als masker om zijn expres verzuim te verbergen. Dat is ergerlijk! De waarheid is, dat K. reeds heel wat actie had gevoerd, voordat hij ziek werd. Laat K. zich eens eerlijk afvragen: „Als ik niet ziek was geworden, zou ik dan wel bij de organisatie zijn gekomen?” Voor de rest van die ziektegeschiedenis ga ik, als zijnde een volkomen particuliere aangelegenheid, over tot de orde van de dag. K. critiseert ook de belegging van li millioen gulden inde onderneming. Op 18 Mei laatstleden heeft het bestuur van de personeelvereniging K. iets onder de neus gehouden, waarvan hij schijnbaar nog niet bescheiden is geworden. Wij moeten het hier dus wel herhalen: Kasteel heeft op de jaarvergadering van de personeelvereniging in 1933 een woord van hartelijke dank aan het bestuur, dat in deze tijden wel een vaak pijnlijke taak heeft, gebracht en zeide verder volgens De Fabrieksbode van 2 Sept. ’33; „dat hij als oud-lid van het bestuur en van het personeel met groot leedwezen gezien had, welke zware tijden de fabriek heeft doorgemaakt en dat hij een grote bewondering gevoelt voor al diegenen, die desondanks moedig hebben volgehouden. Hij brengt hun zijn oprechte dank! Wat de deelneming van de vereniging inde fabriek betreft, toen hij hiervan las, bekroop hem eerst wel de angst, of dit wel goed en toelaatbaar was. Het is hem evenwel duidelijk geworden, dat, wanneer de vereniging de fabriek niet op deze wijze geholpen zou hebben, de fabriek en daardoor ook de vereniging, in veel ~

groter moeilijkheden gekomen zou zijn. Het verheugt hem daarom, dat het bestuur na de duidelijke uitleg van de directie, waarbij alle voor-, maar ook alle nadelen waren medegedeeld, deze stap toch genomen heeft. Immers zou de fabriek tot liquidatie moeten overgaan, dan zouden zowel de gepensionneerden als het tegenwoordige personeel zeer zwaar getroffen worden.” Nu weten we wel dat K. onlangs heeft verklaard, als hij toen geweten had wat Lij nu weet, hij die belegging nooit had goedgekeurd, maar die achterafse verklaring is mij te gemakkelijk. Achteraf kijk je de koe in ’t gat en dat is geen kunst! Waar het op aan komt is, dat niemand destijds de moed had om die IJ millioen te weigeren, óók Kasteel niet en daarom is het geen werk, nu het bestuur verwijten te maken. Wij moeten allen bevorderen dat de wetgeving op de fabrieksfondsen zó bindend wordt, dat dergelijke beslissingen vaneen bestuur niet meer künnen worden gevraagd! Kasteel heeft thans veel critiek op dit en op dat. Voor een deel kunnen wij daarin meegaan. Alleen, waar was de critische K., inde vele jaren, dat hij zelf in het bestuur der vereniging zat? Thans schrijft hij, dat het bestuur niets of weinig en de directie zowat alles te vertellen heeft maar, vragen wij, waarom was K. dan zelf zo lang een marionet in dat bestuur? Vond hij het zo leuk om er voor spek en bonen te zitten? Wij besluiten met te verklaren, dat, aangezien het tekort in het fonds groot en de verlaging onvermijdelijk was, wij over de verdeling van de verlaging alleen geen actie konden ontwikkelen. Ook Kasteel heeft erkend, dat uniform 12J procent verlaging noodzakelijk was. Daarmee is echter niet gezegd, dat het met de fondsen bij Stork allemaal in orde is. De onderneming stort ai jarenlang geen bijdragen meer. Dat kan zó niet lang meer doorgaan! Een betere wettelijke grondslag en controle zullen wij dan ook krachtig bevorderen. Wij hopen daarbij dan echter rechtere wegen te gaan dan ons lid G. J. Kasteel. UIT DE AFDELINGEN ~ ALKMAAR Vacantiebonnen loodgieters. (M.C.j Op Zaterdag 25 Juli a.s., ’s namiddags van 4—4.30 uur, bestaat de gelegenheid om de vacantiebonnen in te wisselen De zegels van de zegelkaart 1935/1936 moeten allen ingewisseld worden; na deze datum is hiervoor geen gelegenheid meer. AMSTERDAM Loodgieters, attentie! (J.H.) Inwisseling van vacantie-zegels voor de georganiseerde loodgieters vindt plaats Dinsdag 28 Juli, des avonds van B—98—9 uur, inde Valckenierstraat. Alle zegels worden ingewisseld, óók van de werklozen. Verzilvering der zegels vindt alléén plaats op vertoon van bondsboekje zonder schuld. Voor de ongeorganiseerden is de inwisseling bepaald op Donderdag 30 Juli, ’s avonds van B—9 uur, inde Valckenierstraat No. 79. APELDOORN Leden loodgieters, opgelet! (Bestuur). De inwisseling der zegels voor de vacantie heeft plaats op Zaterdag 1 Augustus, des middags tussen 3 en 4 uur, in het Nutsgebouw. leder, die in het bezit vaneen zegelkaart is met daarop geplakte zegels van het boekjaar 1935—1936, moet deze op bovenvermelde datum inleveren, daar nadien de zegels niet meer geldig zijn.. Niet-opgeplakte of van de kaart gescheurde zegels zijn niet inwisselbaar. BUSSUM Leden loodgieters en electriciens, opgelet! (B. J. M.) Vrijdag 24 Juli a.s. inlevering van de gehele zegelkaart met opgeplakte vacantiebonnen. Let op dat uw patroon de juiste zegelwaarde plakt, daar reeds gebleken is, dat er patroons zijn, die ƒ 1.15 plakken, terwijl dit tot 1 Juli ƒ 1.20 moet zijn. Werklozen moeten ook inleveren. De inneming geschiedt in het Sint-Jozefgebouw, a.d. Singel, des avonds van 7J—8J uur. 31 Juli, dus een week later, uitbetaling. Na die tijd wordt niet meer uitbetaald en worden geen zegelkaarten meer ingenomen. GORINCHEM (P. d. K.) Op 1 Juni j.l. behaalde onze muziekvereniging op het Nationaal Conj cours te Vianen inde 2e afdeling voor fan-

farecorpsen twee eerste en een tweede ereprijs. Als gevolg hiervan geeft zij een concert op Woensdag 22 Juli, ’s avonds om 8 uur, op de Grote Markt, waar ook onze Metaalbewerkersmars, die ter gelegenheid van ons 50-jarig bestaan is samengesteld, ten gehore zal worden gebracht. Metaalbewerkers, gij komt toch allen naar onze eigen muziekvereniging luisteren?-Vooral ook naar onze eigen mars, die zo schitterend is samengesteld door den componist, den bekenden Willem Ciere. Op 9 Augustus gaat er een boottocht, georganiseert door De Volharding, naar Rotterdam. Daaraan is verbonden een bezoek aan de Diergaarde. Ziet hiervoor de aanplakbiljetten bij verschillende winkeliers hier ter plaatse. Wij hopen dat vele. leden deze tocht zullen medemaken. LEEUWARDEN (IJ. Z.) Onze leden loodgieters delen wij mede, dat de uitbetaling van de vacantiebonnen zal plaats hebben op 25 Juli, des middags van half vier tot half vijf, in „Ons Gebouw”. ROTTERDAM Jeugdgroep (A. J. E.) Het komende weekprogramma luidt als volgt: 18—19 Juli: Weekeindkamp te Oostvoorne. Maandag, 8 uur: Hofdijk 66, muziekgroep. Dinsdag, 8 uur; Hofdijk 66, zanggroep. Vrijdag, 7.30 uur: Hofdijk 66, ledenwerfactie. Wij verwachten nog steeds meer deelnemers aan deze actie. Het werk vordert wel, maar toch niet inde mate, zoals wij gedacht hadden. Wanneer bij de aanvang van ons winterwerk onze Bond een grootscheepse ledenwinstactie gaat organiseren,-zullen wij hebben te zorgen, dat er voldoende materiaal aanwezig is om te kunnen bewerken. Laten we nu niet zeggen, ik weet niet voldoende van de organisatie, of ik kan niet praten met de mensen, dat behoeft ook niet. Wij behoeven niets anders te doen dan bij leden van onze moderne arbeidersbeweging te gaan vragen of er nog kinderen in huis zijn, die niet georganiseerd zijn. Gemakkelijker kan het dus al niet. Is al het materiaal afgewerkt, dan pas gaan we met de mensen praten en tegen die tijd zullen wij wel zorgen, dat jullie goed beslagen er op uit kunt trekken. Laten er nu geen wegblijvers meer zijn. want op het ogenblik wordt er een felle strijd om de jeugd gevoerd door uiterst links en rechts. Nog altijd bestaat er echter een spreekwoord. „Wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen”. Zo is het ook hier. Laten wij (d.w.z. de moderne arbeidersbeweging) nu deze derde zijn. Komt dus zoveel mogelijk als in uw vermogen ligt, des Vrijdagsavonds op de Hofdijk 66, om 7.30 u. voor het verzamelen van adressen, die kunnen leiden tot versterking van de arbeidersbeweging in ’t algemeen en onze Bond in het bijzonder. VAASSEN (L. B.) Ons werd medewerking gevraagd door de P.P.C. te Vaassen, voor het bezoeken van de Plan-meeting op 6 September te Nijmegen. Hieraan is reeds gevolg gegeven; de leden zijn inde gelegenheid gesteld hiervoor te sparen. Ook is het gewenst dat de ieden die aan de meeting deelnemen, maar hier niet voor sparen, zich reeds opgeven bij den secretaris om een overzicht te krijgen van het aantal deelnemers, met het oog op de reisgelegenheid. De reiskosten bedragen één gulden per persoon. Reeds gaven zich een flink aantal mensen op. Het gaat inde goede richting. Maakt propaganda voor de Plan-meeting. Alles moet naar Nijmegen, uw vriend, uw buurman! Draagt het Plan uit onder de gehele bevolking! leder moet kennis nemen van het Plan! Het moet, het kan, op voor het Plan! * * * Daar onze bode inde week van 27 Juli t/m 1 Augustus met vacantie is, worden de leden er op attent gemaakt, dat om contributieschuld te voorkomen, men het beste inde week daaraan voorafgaande twee zegels kan nemen. ZUTPHEN Leden loodgieters, opgelet! (Bestuur). Op Vrijdag 31 Juli inwisselen van de vacantiebonnen. Zowel werkenden als werklozen kunnen dit doen bij den heer Tesink, Spittaalstraat, Zutphen, ’s avonds van 6 tot 7 uur.

Sluiten