Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een gemakkelijke methode om de hoogte van torens, masten, bomen, enz. te berekenen. Over het algemeen zal men bij hoge voorwerpen, zoals torens, masten, bomen, enz. de lengte veel korter schatten dan zij in werkelijkheid is, hetgeen zijn oorzaak vindt in het feit, dat hoe verder een voorwerp van ons verwijderd is, hoe kleiner dit in ons oog zal schijnen. Dit is zeer goed waar te nemen als or aan torens gearbeid wordt; de

arbeiders zijn dan in ons oog gelijk dwergen. Voor het meten van meergenoemde ftoge voorwerpen zijn meerdere biethodes; onder andere kan men de hoogte vaneen mast bepalen door biiddel van de zon. Daartoe plaatst men een stok van 1 meter lengte naast de mast op de grond, meet de lengte der schaduw, die deze stok af werpt en kijkt hoeeel maal deze afstand op de schaduw, welke de mast afwerpt, uitge*et kan worden. Zoveel maal als de' mngte van de schaduw van de stok °P de schaduw van de mast gaat, zoveel meters is de mast hoog. Een ander eenvoudig middel, dat d>eestentij ds in toepassing wordt gewacht, aangezien de zon maar al te dikwijls achter de wolken schijnt, is het volgende. neemt een driehoekig – stuk

carton, waarvan één van de hoeken haaks moet zijn en de twee zijden, welke deze haakse hoek vormen, eenzelfde lengte hebben. Vervolgens maakt men aan één van de hoeken van de schuine zijde, bij wijze van schietlood, een steen-aan-een-touwtje vast (zie afb.: gearceerd driehoekje). Houdt men nu dat driehoekje zo, dat hoek A ter hoogte van het oog komt, hetgeen pl.m. 1,50 m. is en ’t schietlood je (steen – aan -een -tou wtj e) langs de opstaande zijde van de rechte hoek loopt, dan zal vanzelfsprekend de onderzijde evenwijdig lopen met de grond. Wanneer men nu net zo lang achteruit loopt •—, het driehoekje steeds in dezelfde richting houdend en kijkende langs de schuine zijde van het driehoekje totdat men de top van het voorwerp in één lijn ziet met deze schuine zijde, dan kan men daaruit de hoogte berekenen en wel op de volgende wijze. De hoogte van het voorwerp is dan de afstand tussen de plaats maar men zich bevindt en het hart van het voorwerp, waarvan men de hoogte wil meten, plus de afstand van het oog tot de grond. De hoogte van mast D-C (op afbeelding) is dus de afstand tussen A en B, plus de afstand tussen punt A en grond. Afstand A-B= 7 m., afstand A-grond = 1,50 m. De mast is dus totaal 8,50 m. Wij zullen nu verklaren, waarom dit zo moet zijn. Van het driehoekje is één hoek haaks en de twee zijden, welke deze hoek vormen, zijn even lang. Wanneer nu twee zijden van het driehoekje verlengd worden (zie A-D en A-B) en hoek B is ook haaks, dan verkrijgt men een driehoek (A-D-B), welke gelijkvormig is aan het kleine driehoekje. Twee driehoeken van verschillende grootte zijn gelijkvormig, als de hoeken der driehoeken onder dezelfde gradenhoek staan. Op de tekening hebben beide driehoeken één hoek van 90° en twee hoeken van 45°. Daar de twee rechthoekige zijden van het kleine driehoekje even lang zijn, zullen ook de twee rechthoekige zijden van de grote driehoek even lang zijn. A-B is gelijk aan B-D. A-B=7 m. B-D is dus ook 7 m. J. H. L. BRBUR.

tijdperk van de lichte betalen? Deze vraag wordt door prof. dr. Ernst Schultze gesteld in het vaktijdschrift „Leichtmetall” (lichtmetaal). Hij zegt in het kort het volgende: De geweldige vlucht van de productie van de lichte metalen over de Sehele wereld doet bij ons inderdaad öe vraag opkomen of het ijzeren tijdig*ls; misschien teneinde loopt. Zoals het stenen tijdperk opgevolgd s door het bronzen, zo is dit op zijn eurt opgevolgd door het ijzeren iidperk, dat thans de wereld' gedu-rende 3000 jaar heeft geholpen die voorwerpen te maken, die door brons, °Per, steen, been of hout niet konen worden geleverd, althans niet met e eigenschappen, die wij er van verengden. Gaat men de geschiedenis van het ?]Zer na dan bemerkt men, dat ook het .izer eerst gaandeweg is ingevoerd en aonvankelijk als een merkwaardig en vermoedelijk kostbaar materiaal werd eschouwd, getuige het voorkomen in Optische graven naast gouden voorwerpen. -En technische volmaking van de nserbereiding voltrok zich zeer lang- en eerst inde paar eeuwen vöör vIIZe jaartelling begint de eigenlijke er°vering door het ijzer. lets dergelijks is zich wellicht thans ezig te voltrekken met de lichte etalen, waarbij het aluminium wel ah de spits gaat.

In 1845 door Wöhler ontdekt en 10 jaren daarna door St. Claire Deville bereid op commercieel technische basis, kostte 1 kg. aluminium toentertijd ongeveer 1500 gulden. Thans kost het minder dan 1 gulden per kg. Aanvankelijk werd het gebruikt als luxe en versieringsmateriaal. Zo kwamen de pronk kookpannen inde handel. Op dit ogenblik wordt het over de gehele linie inde techniek toegepast. In het bouw- en verkeerswezen, waarbij vooral niet vergeten dient te worden de vliegtechniek. Dan inde motorenbouw, terwijl talloze apparaten, machine-onderdelen en scheepsonderdelen van aluminium worden gefabriceerd. Juist inde scheepsbouw is de kans groot dat het, gezien de recente scheepsbranden, het hout op de schepen gaat vervangen. De uitvinding van het duraluminium in 1909 door Wilm heeft aan de zeer uitgebreide toepassingsmogelijkheden natuurlijk geen geringe stoot gegeven. De werkplaatstechniek heeft zich ook aangepast aan het nieuwe materiaal, speciaal waar het betreft de bewerking, zodat van deze zijde geen grote moeilijkheden meer te verwachten zijn. In sommige gebieden van de techniek is inderdaad het ijzer voorgoed verdrongen door het aluminium of een van zijn legeringen en teikens verovert het meer terrein. Het woord is dus thans aan de toekomst. Bm.

Moeilijkheden bij het electrisch lassen van koper en aluminium Zij die 25 & 30 jaar geleden de beginresultaten van het autogenisch lassen hebben gezien en daarna de ontwikkeling dezer techniek hebben gevolgd, kunnen bij het beschouwen van de hierboven en -onder gereproduceerde foto’s zeer duidelijk zien tot welk een hoogte het autogenisch lassen van staal en ijzer is opgevoerd. Bij het electrisch lassen van deze metalen kan men op soortgelijke resultaten wijzen. Men behoeft over geen grote fantasie te beschikken om de moeilijkheden te gissen, welke bij de groei van beide lastechnieken zijn overwonnen. Ook bij het autogeen lassen van diverse andere metalen en legeringen zijn reeds behoorlijke resultaten verkregen. Het electrisch lassen van deze metalen biedt echter nog tal van problemen. Aan de oplossing hiervan wordt blijkbaar gewerkt, want in vakbladen en periodieken op dit terrein leest men steeds van proeven, onderzoekingen en gedachtenwisselingen over de optredende moeilijkheden tijdens het electrisch lassen van diverse metalen en hun legeringen. Bij het electrisch lassen van koper zijnde practische moeilijkheden nog niet geheel overwonnen en is het resultaat nog geen honderd procent. Toch behoort het electrisch lassen van koper thans tot de mogelijkheden. Dat de las minder sterk is, vindt zijn oorzaak inde vorming van koperoxyduul tijdens het lassen. Daarnaast is de koperlas poreus. Dit kan echter voor een goed deel verholpen worden door de las in warme toestand te behameren, hetgeen echter vaak weer andere bezwaren meebrengt. De grote moeilijkheid is hier het vloeibaar maken van het te lassen materiaal (het werkstuk), hetgeen zijn oorzaak vindt inde sterke warmtegeleiding van koper. De hitte van de vlamboog wordt door de gehele kopermassa opgenomen, waardoor men de las zelve niet voldoende heet kan krijgen. Het materiaal blijft dik-

Het lassen van diverse spruitstukken en pijpvertakkingen vloeibaar; dein het materiaal ontstane gassen kunnen niet uitwijken, waardoor de las poreus wordt. Door het te lassen voorwerp in zijn geheel voor te verwarmen wordt dit verbeterd. Het grote voordeel van electrisch lassen t.o.v. autogeen lassen, n.l. de plaatselijke verhitting, gaat hierdoor verloren. Er zijn thans inde handel electroden bestaande uiteen staafje koper met een oxyduul werende bekleding, waardoor het lassen vergemakkelijkt en het resultaat beter wordt. Ook bij het electrisch lassen van aluminium zijn enige problemen. Een ervan is de zeer snelle oxydatie van het metaal, ook al is de lasstaaf vaneen kleding hiertegen voorzien. Een andere lastige eigenschap van dit metaal is de vrij plotselinge overgang van de vaste toestand inde vloeibare en omgekeerd. In het eerste overgangsgeval is de kans op doorbranden groot; in het tweede geval op poreus worden. Deze moeilijkheden over winnen is voor een groot deel een kwestie van routine. Zo heeft de ervaring geleerd, dat bij aluminium de lasstaaf alleen bewogen moet worden inde richting van de las (dus niet zijdelings bewegen zoals bij ijzer). Zo ook moeten het vloeien van het materiaal en het voortbewegen van de lasstaaf op elkaar zijn afgestemd (routine). Wordt nu aan al deze voorwaarden voldaan, dan nog is het niet mogelijk om aluminium dunner dan 2 mm. en dikker dan 10 mm. electrisch te lassen. Na afkoeling van de las moet men er voor zorgen, dat de slak. welke van de bekleding op de las achterblijft, grondig wordt verwijderd, daar anders het metaal aangetast wordt. Men doet dit eerst met een of ander gereedschap, waarna men de plaats met heet zwavelzuur 5% insmeert; een warmwater afspoeling volgt., l. Een autogeen gelast knooppunt van stalen huizen en ogen hij vliegtuigbouw

Sluiten