Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bestrijding van de structurele werkloosheid

Ter I6oste jaarlijkse algemene vergadering van de Nederl. Mij. voor Nijverheid en Handel heeft de heer ir. Maas Geesteranus een beschouwing gegeven met betrekking tot het vraagstuk betreffende tewerkstelling van meer arbeiders. Een ook voor onze bedrijven en industrieën buitengewoon actueel onderwerp. Want de werkloosheid is ten onzent nog steeds bijzonder groot. Inde week van 7—12 Juni j.l. (laatst bekende gegevens) telde de metaalindustrie op 75.258 georganiseer den nog 23.5 pet. geheel werklozen. Onze eigen Bond noteerde op 1 Juli j.l. nog een percentage van 26.4, waarmede wij dus boven het gemiddelde staan. Ondanks de bedrijvigheid die nu allerwege heerst, is de werkloosheid nog immer zorgwekkend. De heer ir. Maas Geesteranus gaf zijn beschouwingen aan de hand vaneen aantal door enige departementen terzake ingediende rapporten. Hij zei 0.a.: „Al veranderen de omstandigheden voortdurend, toch blijft de beperking van de gesel der werkloosheid een vraagstuk, dat zich in de komende jaren voortdurend zal opdringen, zij het dan ook, dat de zich wijzigende omstandigheden bepaalde, telkens andere kanten als urgent naar voren zullen brengen. Nu eens betreft het de jeugd, dan weer de ouderen. Volgens de algemene verwachting zal men ook inde naaste toekomst te rekenen hebben met een belangrijke structurele werkloosheid, als de conjuncturele werkloosheid door de toenemende bedrijvigheid zou zijn opgenomen. Uitgaande vaneen werkloosheid van 400.000 arbeiders, mag men aannemen, dat § daarvan structureel werkloos is, zodat men komt tot een aantal van 250.000 stuctureel werklozen. Realiseert men zich daarbij, dat een gezin gemiddeld uit vier personen bestaat, dan komt men tot een totaal van 1 millioen mensen, dat blijvend afhankelijk is van de steun van anderen.” De inleider maakt hier het zeer juiste onderscheid tussen structureel werklozen en conjunctuur werklozen. Eerstgenoemde groep dankt haar werkloosheid voornamelijk of uitsluitend aan de structuur van ons huidig economisch bestel (uitstoting tengevolge van geperfectionneerde techniek, rationalisatie, e.d.). Deze vorm van werkloosheid is de meest dreigende, óók voor de toekomst. Wij kunnen de zeer uitvoerige en goed gedocumenteerde inleiding niet op de voet volgen. Onze belangstelling gaat uiteraard uit naar de conclusies van den heer Maas Geesteranus. „De verschillende mogelijkheden overziende, meent spreker, dat er geen grond is voor optimisme. De bezwaren tegen de verdeling van de te verrichten arbeid over meer arbeiders zijn vele en veelal doorslaggevend. Toch kan niet worden berust ineen blijvende toestand, waarbij een belangrijk deel van het Nederlandse volk, wat zijn levensonderhoud betreft, afhankelijk is van ondersteuning door het overige gedeelte van de bevolking. Slaagt het bedrijfsleven er dus niet in zijn afzetmogelijkheden uitte breiden, dan zal men noodzakelijkerwijze moeten komen tot verdeling van de te verrichten arbeid over meer werklieden. Kan het niet algemeen, en dit wil spreker wel aannemen, dan slechts daar waar het wel kan. Die mogelijkheden zijn er wel. En de overheid steune en stimulere dit streven waar mogelijk.” Tot zover de heer Maas Geesteranus, die als vele andere verantwoordelijke bedrijfsleiders van goede wil is om het ontzettende kwaad van de structurele werkloosheid te bestrijden. Naar ons oordeel worden er tal van lapmiddelen aangeprezen er moet immers toch iets gedaan worden welke echter weinig practisch effect zullen geven. Op de nieuwe regering, die met haar program binnenkort voor de volksvertegenwoording zal moeten verschijnen, rust een uitermate zware verantwoordelijkheid. Regeren in Christelijke geest wil niet zeggen, dat men er af is met wat schijnconcessies aan eigen volgelingen en het door eigen vrienden laten bezetten van goede posten.

Slechts twee dingen kunnen ons, wat die structurele werkloosheid betreft, uit de put halen. Wij moeten inde richting van verkorting van de werktijd en daarnaast zal naar sterke ordening van het bedrijfsleven gestreefd moeten worden. Of men dat nu wil doen onder aanroeping van den Allerhoogste of niet is een zaak, die de regering voor zichzelf moet weten. Het Katholieke deel in het bijzonder is krachtens zijn belofte aan de kiezers verplicht woord te houden. Dat deel van onze volksvertegenwoordiging moet bewijzen, dat het, ook zonder de sociaal-democraten en mét de reactionnairen, een nieuw tijdperk van economische doeltreffendheid kan inluiden. Op de regering inde eerste plaatsrust de plicht om het initiatief te nemen tot daden, welke tot belangrijke verdere inkrimping van de werkloosheid zullen leiden. De medewerking zowel van werkgevers als van werknemers, zal daarbij niet gemist kunnen worden. Zo is ook de mening van den heer Ingen Housz,

een van de directeuren van het Hoogovenbedrijf te Velsen, die na de inleiding van den heer Maas Geesteranus aan de daarop gevolgde gedachtenwisseling deelnam. Hebben wij op grond van het niet al te duidelijke verslag den heer Ingen Housz goed begrepen, dan wil hij desnoods mensen inde bedrijven opgenomen zien, wier arbeidsduur beneden het normale zal liggen. De overheid zou dan in plaats van steun, loonsuppletie kunnen verlenen. Terecht zegt de heer Ingen Housz: „Dit zijn allemaal vraagstukken, waarbij men over de werklieden spreekt zonder hun eigen oordeel te kennen en zonder hen in de bespreking daarvan te betrekken. Daarom zou spreker ook, wanneer het Hoofdbestuur dit vraagstuk nog verder ter harte zou willen nemen, in overweging willen geven, dat niet te doen zonder ook de arbeidersorganisaties in deze studie te betrekken.” De goede bedoelingen van den heer Ingen Housz waarderende, blijven wij evenwel van oordeel, dat de regering de koe bij de horens moet vatten en zelf moet zeggen wat zij wil en wenst. En dat moet spoedig gebeuren, want er is haast bij.

VOOR DE SPAANSE KINDEREN EEN STEUNBEWEGING VAN S.D.A.P. EN N.V.V.

De besturen van S.D.A.P. en N.V.V. hebben besloten, een steunbeweging te organiseren voor de verpleging van kinderen van onze Spaanse kameraden. In groten getale komen deze weerloze kinderen over de grenzen van hun land en hebben dringend behoefte aan hulp en bescherming. Inde verschillende landen doet de moderne arbeidersbeweging alles wat mogelijk is, om deze jongens en meisjes te helpen. Vanzelfsprekend blijft de Nederlandse arbeidersbeweging daarbij niet ten achter. Van de thans te verzamelen steungelden zal een zo groot mogelijk aantal Spaanse kinderen worden gehuisvest en verzorgd. Besprekingen zijn nog gaande over de vraag, of voor rekening onzer beweging de kinderen in het buitenland zullen worden verpleegd, dan wel hier te lande zullen worden onder gebracht. De steunbeweging zal ongeveer vijf weken duren. De vorige week zijnde steunlijsten en het andere materiaal, op deze inzameling be-

trekking hebbende, reeds aan de bestuurdersbonden en partijafdelingen gezonden. Wij twijfelen er niet aan, of in alle geledingen van Partij en Vakverbond zal het besluit onzer besturen tot het bijeenbrengen van gelden voor de verpleging van Spaanse kinderen met sympathie worden begroet. Inde komende weken kenne ieder zijn plicht. Het is niet voldoende, op de steunlijsten voor een bepaald bedrag te tekenen. Daarnaast is het noodzakelijk, dat men met de steunlijsten werkt om zodoende te trachten de opbrengst onzer steunbeweging tot het uiterste op te voeren. Wij doen een beroep op alle leden van onze organisatie, hieraan hun volle medewerking te verlenen. Steunt allen en steunt veel! Werkt met de steunlijsten! Onze Spaanse kameraden, die met inzet van hun leven een zo heldhaftige strijdvoeren, hebben daar recht op! Hoog de internationale solidariteitl.

Sluiten