Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich hier weer eens op z'n allerbest getoond. Met 7 extra trams-met-bijwagens waren de Schiedammers naar het Rotterdamse Beursplein vervoerd en leden uit andere omliggende plaatsen waren per speciale autobus vanuit hun Woonplaatsen gekomen. 't Was at. Het bondsbestuur, dat is nu weer eens bij vernieuwing gebleken, kan op de leden, werkzaam bij de Rotterdamse—Schiedamse bedrijven, rotsvast rekenen. De beide andere bonden hadden eveneens heel goedgeslaagde vergaderingen en ook daar werd dezelfde machtiging met vrijwel algemene stemmen verleend. Slechts één vergadering in Rotterdam, maar ... om nooit te vergeten. Met dank in het hart en een gevoel van trots zijn wij, bondsbestuurders, naar Amsterdam teruggereisd. WIJ WETEN WEER WAT WE AAN ELKANDER HEBBEN!

Boven links: Een gedeelte van ae 3400 leden, die j.l. Zaterdag te Rotterdam in het Beursgebouw bijeen waren. Boven rechts: De bondsvoorzitter H. J. v.d. Born tijdens zijn toespraak. Onder: Het Beursgebouw stroomt leeg.

een stille tijd de opdrachten hebben kunnen uitvoeren. Maar het ontbrak de rederijen ten enenmale aan middelen om nieuwe schepen te laten bouwen. De opdrachten, door kapitaalgebrek zolang uitgebleven, zijn nu toch losgekomen maar inmiddels zijn vooral de materiaalprijzen zeer toegenomen. Dat nu werkt remmend en heeft tot gevolg, dat het aantal opdrachten zoveel mogelijk beperkt wordt. Dat alles in aanmerking nemende, constateert öe redactie van Het Schip, dat de scheepsbouw in ons land nog goed van orders voorzien is en dat dit vermoedelijk nog wel even (sic) zal duren. •h ’t algemeen is haar kijk op de toestand gunstig en dat verheugt ook ons bijzonder. 'Want het is een steun inde rug bij onze pogingen om de lonen van de werklieden verhoogd te krijgen. Wanneer de redacties van bladen als Het Schip en Schip en Werf een tamelijk optimistische klank laten horen, kan men er wel zeker van 2ijn, dat de bedrijven een verhoging van het loonpeil geredelijk kunnen dragen. En daarom zijn wij er toe overgegaan onze leden tot ernstige beraadslaging en het nemen vaneen beslissing op te roepen. Want aan elk geduld komt eens een einde.

Een brief aan de Metaalbond Hieronder laten wij copie volgen van de brief, welke d.d. 24 Januari namens de samenwerkende bonden aan het bestuur van de Metaalbond is gezonden. Voornamelijk onze leden, betrokken bij de actie inzake de bij de Metaalbond aangesloten ondernemingen, moeten van de inhoud van deze brief goede nota nemen. Amsterdam, 24 Januari 1938. Aan de Metaalbond, Noordeinde 64a, ’s-Gravenhage. Wij veroorloven ons U ingesloten te doen toekomen de uitspraak van onze op Zaterdag 22 Januari 1938 te Rotterdam gehouden vergaderingen, in totaal bezocht door ruim 4400 leden, allen werkzaam inde ondernemingen van Wllton-Fijenoord, Rotterdamse Droogdok Mij., „Nieuwe Waterweg”, P. Smit Jr., Werf „Gusto” en Swarttouw’s Constructiewerkplaatsen. Natuurlijk zullen onze besturen slechts ongaarne gebruik maken van de verleende machtiging tot het stellen vaneen ultimatum. Daartoe zouden wij dan echter van U willen vernemen of Uw bestuur bereid is dein uitzicht gestelde bespreking te bespoedigen en nog deze week te doen plaats hebben. Inmiddels tekent voor de samenwerkende bonden, (w.g.) C. OOSTERHOORN, secretaris.

Resolutie De vergaderingen van de drie samenwerkende bonden, gehouden op 22 Januari 1938 onder leiding van de desbetreffende bondsbesturen; bijeen ter bespreking van de met het hoofdbestuur van de Metaalbond gevoerde onderhandelingen over de door de samenwerkende metaalbewerkersbonden gevraagde verbeteringen inzake de arbeidsvoorwaarden, t.w.: le. een verhoging van de lonen met 10%; 2e. een week vacantie in 1938; 3e. het maken vaneen regeling en betaling van het werken in ploegen; kennis genomen hebbende van deze besprekingen en de gevoerde correspondentie; achten de uitkomst vaneen en ander zeer onbevredigend en teleurstellend, omdat: eerstens inzake de gevraagde loonsverhoging voor geen van de aangesloten ondernemingen enige toezegging is gedaan; vervolgens omdat de mededeling van het hoofdbestuur van de Metaalbond, geen bevoegdheid te hebben over de lonen van de aangesloten ondernemingen te beslissen of inzake daarvan toezegging te kunnen doen, zeer weinig uitzicht biedt dat eventueel nieuwe aangekondigde besprekingen het gewenste resultaat zullen kunnen brengen; machtigen de besturen van de samenwerkende bonden alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor het welslagen van de actie, zo nodig eveneens tot het stellen van het ultimatum aan de Metaalbond.

Sluiten