Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i Van Maas en Nieuwe tot Amstel en IJ Zelden hebben wij een actie gevoerd met zulk een vreemdsoortig verloop als die, welke wij in November van het vorige jaar bij het bestuur van de Metaalbond aanhangig hebben gemaakt. ’tGing aanvankelijk zeer normaal, óók wat het tempo betreft, d.w.z. met een soort van slakkengangetje. Industriëlen hebben en vooral de laatste jaren, wel geleerd wat aanpakken en doorzetten is. Tempo, tempo is nu eenmaal het parool van de tijd, door ondernemers van allerlei schakering uitnemend verstaan. Maar als ’t op onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden aankomt, wordt de Diesel tractie voor de ouderwetse diligence verwisseld. Dan kent men „geen geest van de tijd” en wordt er lustig „op zien komen” gespeeld! Pas na de 22e Januari is het tot de verantwoordelijke leiders van de Metaalbond doorgedrongen, dat het betrachten van enige spoed wenselijk en geboden was. Maar toen ook kreeg de zaak de vreemdsoortige wending, waarop wij hierboven doelden. Toen het de afdeling Rotterdam van de Metaalbond duidelijk werd, dat de stroom niet langer waste keren, desavoueerde het bestuur van deze afdeling zijn hoofdbestuur en tegelijk daarmede de onderhandelingen, welke tussen dat hoofdbestuur en de hoofdbesturen van de vakbonden lopende waren. Dat geschiedde zelfs zó cru, dat het bestuur van de afdeling Rotterdam van de Metaalbond precies handelde, alsof er van tot dan toe gevoerde z.g. landelijke onderhandelingen in ’t geheel geen sprake was geweest. Na verzending van de brief van 24 Januari, waarin door de samenwerkende bonden aan het hoofdbestuur van de Metaalbond kennis werd gegeven van de volmacht door de leden aan de besturen verleend, en waarin op een conferentie, nog diezelfde week te houden, werd aangedrongen, ging het bestuur van de afdeling Rotterdam van de Metaalbond er toe over, de plaatselijke vakbondsbestuurders voor een conferentie uitte nodigen. De wederzijdse hoofdbesturen werden aldus en nog niet eens op elegante wijze, aan de dijk gezet. Er werd tevens door bereikt, dat de Rotterdamse aangelegenheid van die van Amsterdam werd gescheiden, hetgeen wel opzettelijk zal zijn geschied. Onze hoofdbesturen lieten zich echter niet op deze wijze uitschakelen; zij hielden de leiding van de onderhandelingen aan zichzelf. De actiewas nu gelocaliseerd geworden en voorlopig tot Amsterdam en Rotterdam beperkt. De Metaalbond heeft daardoor niet onduidelijk gedemonstreerd, dat zijn innerlijke ontwikkeling nog lang niet voldoende rijp is om het gehele nationale terrein te kunnen beheersen. De besturen van zijn beide grootste en invloedrijkste afdelingen hebben ruwweg het werk onder de handen van zijn hoofdbestuur weggehaald. Een weinig fraaie figuur. Inmiddels hebben de onderhandelingen met de plaatselijke werkgeversbesturen plaats gevonden en die met betrekking tot Rotterdam

reeds hun beslag gekregen, zij ’t ook beperkt tot de grote bedrijven: Wilton-Feijenoord, Rotterdamse Droogdokmaatschappij, P. Smit Jr. en „Gusto”. Na zeer langdurige onderhandelingen op 4 Februari j.l. bleken de voornoemde ondernemingen bij wijze van uiterste concessie bereid te zijn tot het volgende: 10. loonsverhoging in twee tempo’s n.l. op 19 Februari en 1 Augustus: voor de lonen tot en met 30 cent, telkens 1 cent; voor de lonen van 31 tot en met 50 cent op 19 Februari 2 cent en op 1 Augustus 1 cent; voor de lonen van 51 cent en hoger, telkens 2 cent. 20. een volle week vacantie, samenvallend met de schoolvacantie van de kinderen, waardoor de arbeiders eindelijk verlost zijn van de gehate bepaling, dat de vacantie moet vallen inde week waarin de Koningin verjaart. 30. een commissie zal worden gevormd van werkgevers en werknemers, teneinde een ontwerpregeling voor het werken in ploegen samen te stellen. De genoemde verbeteringen bestrijken in ronde cijfers 11.000 werklieden, waarvan naar ruwe schatting 6000 personen met 4 cent, 3000 met 3 cent en 2000 met 2 cent in loon verhoogd zullen worden. Na 1 Augustus bedraagt de totale gemiddelde verhoging 7£ a 8 procent. Ongeacht deze verbeteringen zullen de leeftijdsverhogingen voor de jongere werklieden op normale wijze worden gehandhaafd. Een loyale uitvoering ten deze is de besturen uitdrukkelijk toegezegd. Op Zaterdag 5 Februari zijn deze voorstellen met onze leden van de twee grootste bedrijven, n.l. Wilton-Feijenoord en Rotterdamse Droogdok Mij. behandeld en na vrij uitvoerige discussie tenslotte aangenomen. Aan de werkgevers zal nog worden verzocht uit beide vergaderingen werd daarop met kracht aangedrongen om de tweede verhoging op een vroegere tijdstip dan 1 Augustus te laten ingaan. Wij mogen aannemen dat ook de leden, werkzaam bij P. Smit Jr, en „Gusto”, de voorstellen zullen aanvaarden. De organisaties zullen dan voor het gehele jaar 1938 gebonden zijn. Op het tijdstip waarop wij dit schrijven, is voor Amsterdam nog geen overeenstemming verkregen. Aanvankelijk door de werkgevers gedane voorstellen zijn door de besturen van onze bonden afgewezen. Maar een ultimatum is nog niet gesteld, omdat de onderhandelingen zullen worden voortgezet. Hopenlijk zullen wij er in slagen ook in Amsterdam zonder strijd een redelijk resultaat te bereiken. Te zijner tijd zullen wij in ons blad op deze acties en haar resultaten terugkomen. ’t Spreekt overigens vanzelf, dat wij onze acties op breder terrein en in het gehele land zullen voortzetten. Dat zullen dan, gelet op de houding van het bestuur van de Metaalbond, uiteraard locale, wellicht zelfs zeer partiële acties moeten worden. Vast staat, de lonen ook in andere delen van ons land, moeten omhoog. En daarom, bondgenoten, allemaal krachtig meegewerkt om onze positie te versterken door aanwerving van nieuwe leden voor onze Bond.

Aan de deur wordt niet gekocht Barstend van begeerte om toch ook maar voor „vol” te worden aangezien en speculerend op de argeloosheid en onnadenkendheid van vele, weinig ter zake kundige lieden, laten de communisten niets onbeproefd om ons hun compromitterend gezelschap op te dringen. Vooral in hun blad „Het Volksdagblad”, eertijds ~De Tribune” geheten, doen zij het voorkomen alsof zij op het terrein van de vakstrijd wonder wat inde melk te brokkelen hebben. Zij staan overal buiten, maar dat belet hen niet om hele kolommen van hun orgaan vol te schrijven over onze acties en daarbij de pose aan te nemen, alsof hun raadgevingen, wensen en adviezen inderdaad ook door anderen ernstig genomen worden. Ook naar hun eigen oordeel overigens, schijnt dat toch niet voldoende in te slaan. Want ’t is ons inde laatste toeken gebleken,

dat de communisten thans ook proberen zich daadwerkelijk in onze actie en die van de met ons samenwerkende Christelijke honden te dringen. Zij deden dat te Rotterdam en te Delft door zich per strooibiljet tot de bij onze acties betrokken arbeiders te wenden. Wij zijn evenwel noch van de ongevraagde hulp, noch van de gratis aangeboden adviezen van dit communistisch gezelschap gediend en zullen uiteraard niets ongedaan laten, om dit, ons standpunt ter kennis van het publiek te brengen. Al was het alleen maar om goed te laten uitkomen, dat wij ons door de schijnheilige opdringerigheid van de communisten niet wensen te laten compromitteren, noch te laten intimideren. Want wijlen vader Cats had het al door: „Al draeght den aep een gouden ring, Soo is het doch een leelick dingh.”

Loodgieterscontract (C.0.) Op 25 Januari heeft een nieuwe bespreking plaats gehad met de beide besturen van de lootgieterspatroonsbonden. Deze hebben hun standpunt, dat de lonen niet verhoogd kunnen worden, niet verlaten. Men is bereid met de gezellenorganisaties maatregelen te treffen, waarbij paal en perk gesteld wordt aan de jongensexploitatie in het vak, door zo spoedig mogelijk een regeling te treffen, waarbij vastgesteld wordt het percentage jongens voor elke onderneming tegenover het aantal volwassenen en tevens een loonregeling vast te stellen voor de jongeren. Daarnaast willen de patroonsverenigingen met de gezellenorganisaties maatregelen overwegen om paal en perk te stellen aan de werktijd van voor zichzelf werkende bazen. Deze laatsten zouden elke onderneming, die met gezellen werkt, pp di‘; ogenblik door de grote vrijheid die ze bezitten bij nacht en ontij te werken, moordende concurrentie aandoen. Volgens de patroons moet eerst met de medewerking van de overheid o.a. door verbindendverklaring van het collectieve contract, beperking van de werktijd als hierboven genoemd, e.a. maatregelen het loodgietersbedrijf weer gezond gemaakt worden, alvorens aan verbetering van arbeidsvoorwaarden kan worden gedacht. Verhoging van het loon zou thans slechts ten gevolge hebben, verder ontslag van volwassenen en tewerkstelling van jongeren in het bedrijf. Eerstdaags zullen de leden nu door de afdelingsbesturen ter vergadering worden geroepen om onze houding nader vast te stellen. De gestadige jager wint In het vorige nummer van ons blad hebben wij de maandstaat, gevende de toestand van onze Bond op 1 Januari 1938, opgenomen en konden daardoor kennisnemen van het ledencijfer waarmee we het jaar 1937 hebben afgesloten. En daardoor zijn wij thans in staat om de oogst van het afgelopen jaar geheel te overzien. Inde achtereenvolgende maanden was de vooruitgang aldus: Januari ... 321 leden Juli 595 leden Februari... 459 „ Augustus... 210 „ Maart 373 „ September 185 „ April 477 „ October ... 371 „ Mei 660 „ November 360 „ Juni 482 „ December 281 „ Totaal over 12 maanden 4774. Dat klopt dus precies met begin- en eindcijfers: 1 Januari 1938: 46.263 leden 1 Januari 1937: 41.489 „ vooruitgang: 4.774 leden Procentelijk uitgedrukt gingen wij over 1937 met 11.5 pCt. vooruit hetgeen, gelet op ons aanvangscijfer, een zeer belangrijk percentage is dat wij, ook indien de ledenaanwas gunstig blijft, dit jaar vermoedelijk niet zullen bereiken. Trouwens, alles in het leven is nu eenmaal .betrekkelijk, dus óók de procentelijke berekening en dito uitkomst. Dat willen wij met een enkel voorbeeld duidelijk maken, door de beide jaren 1936 en 1937 samen te nemen. In 1936 gingen wij met 989, in 1937 met 4.774 leden vooruit. Samen met 5.763 leden. Het jaar 1937 heeft het dus over deze periode genomen goed moeten maken. Maar desondanks bedraagt de procentelijke groei over beide jaren tezamen, niet minder dan 14.2 pCt. Hoe geringer van omvang de organisatie is, des te gemakkelijker ook ineen tijd van opgang een hoog winstpercentage te bereiken valt. Met dat al, kameraden, hebben wij een gunstig jaar en ook een gunstige verslagperiode (dit jaar houden wij onze tweejaarlijkse algemene vergadering) achter ons liggen. Wij mogen toch niet vergeten, dat we op 1 Januari 1936 nog maar 40.500 leden telden en dat we eigenlijk onze boontjes er reeds op inde week hadden gelegd, dat we nog wel wat verder, tot beneden het cijfer van 40.000, zouden zakken. Maar toen zijn we, tegelijk met de herdenking van ons 50-jarig bestaan, op een keerpunt gekomen en is het sedertdien in opwaartse richting gegaan. En nu maar verder naar de 50.000 leden!

Sluiten