Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de </onpe Metaalbewerkers

Hoe 't in Eemnes gesteld is „Het bondsbestuur werd gemachtigd” aldus öe aanhef vaneen nieuwe alinea in het kort verslag van onze op 7 November gehouden bondsraadsvergadering „nadere plannen uit te werken met betrekking tot de bestemming Van ons terrein te Eemnes. Hieromtrent door den voorzitter in ruwe trekken ontvouwde voornemens, werden in Principe aanvaard.” Onze jeugdgroepen mogen uit deze beknopte mededeling niet afleiden, dat ons terrein binnen korte tijd reeds in staat zal zijn onze Pinksterfeestvierders te ontvangen. Wat dit betreft moeten wij eventuele illusies wredelijk verstoren. Om ongeveer 400 personen wij hopen en Verwachten, dat dit aantal verre zal worden overtroffen gedurende 3 dagen voedsel, huisvesting e.d. te verlenen, is heel wat meer nodig dan alleen maar een groot terrein. Het treffen van voorbereidingen om te Eemnes iets tot stand te brengen, dat ons in staat zal stellen daar enige honderden personen te huisvesten, is tijdrovend en vereist veel zorg. Wij zijn er mee bezig, maar dit jaar zal het stellig nog bij plannen-maken en voorbereidingen treffen, blijven. Momenteel zijn we nog doende om van Waterstaatswege verlof te bekomen om de bestaande uitwegen, welke naar de rijksstraatweg Voeren, voor een ander doel te benutten dan Waarvoor zij tot nog toe bestemd waren. En men weet, zulke toestemmingen worden niet ih een vloek en een zucht verkregen. Wij hebben grootse plannen, dat staat vast,

maar -méér dan plannen zijn het nog niet. Nu wij toch over ons terrein bezig zijn, kunnen we nog wel een enkele mededeling doen. Reeds eerder schreven wij, dat arbeiders van Eemnes onder leiding van de Heidemaatschappij bezig waren het speelveld te egaliseren. Dat

werk is intussen beëindigd. De betrokken arbeiders hebben ook nog enige verbeteringen aan ons amphitheater aangebracht, o.a. door de zijvleugels te versterken en de trappen te verbeteren. Momenteel is een particuliere firma bezig om het speelveld verder af te werken, in te zaaien, enz. enz. Zij is eveneens doende om een deel van het voorterrein, gelegen tussen het huis en de ingang aan de Gooijersgracht, te verfraaien. Dat gedeelte zal er inde a.s. zomer veel mooier uitzien, dan verleden jaar het geval was. Onze kampleider Nelemans besteedt nu verder z’n tijd om aan de omrastering te werken en hij heeft inmiddels ons zaaltje opgeknapt. Dat ziet er nu heel wat vriendelijker uit dan voorheen. De Eemnesser werklieden hebben dan verder nog de door jonge werklozen aangelegde wreg enigszins verbeterd. En tenslotte kunnen wij nog mededelen, dat ook het voorste weiland, doorlopende tot aan de rijksstraatweg, door de Bond aangekocht is. Dat is een weide met een oppervlakte van 22.880 vierkante meter en zij is bestemd om daarop een gebouw te laten verrijzen. Ons gehele bezit omvat thans 78.400 vierkante meter of bijna 8 hectare. Waarmede niet gezegd is, dat ons terrein in de toekomst niet meer uitbreiding zal ondergaan. Maar voor ons a.s. Pinksterfeest moeten wij toch nog leentjebuur bij anderen spelen. Toch maar trouw meedoen en tijdig de benodigde spaargelden bijeenbrengen. Want inde omgeving van het Flevokamp en in dat kamp zelf, is ’t ook de moeite waard om er feestte vieren.

l/Ui:m*l (Br. K.) Het ligt in onze bedoeling om inde loop van dit jaar een kleine serie historische artikelen te schrijven, die gewijd zullen zijn aan min of meer bekende figuren uit de Middeleeuwen. Deze artikelen zullen evenals dit bij de geschiedkundige figuren uit de Oudheid het geval was stuk voor stuk een afgerond geheel Vormen. Het leek ons echter wenselijk, alvorens we met Publicatie hiervan beginnen, iets te vertellen over het tijdperk, dat wij gemeenlijk Middeleeuwen hoemen. Er heerst namelijk nogal wat misverstand daaromtrent en als we daar een klein deel Van kunnen opheffen, zullen wij zeer tevreden Sijn. Waar komt de term Middeleeuwen vandaan? Ziedaar een vraag, die wij allereerst moeten beantwoorden. Om niet te verdwalen in het oerwoud der historische gebeurtenissen, heeft men de geschiedenis verdeeld ineen aantal grote tijdperken, die elk een toepasselijke naam hebben gekregen. De tijd der Griekse en Romeinse beschaving duidt men gewoonlijk aan met Oudheid of Oude Geschiedenis. Wij geloven niet dat deze naam een nadere verklaring behoeft. Het is immers de oudste ons bekende tijd (althans in Europa) en deze loopt tot ongeveer 500 na Christus. Toen is deze beschaving ten onder gegaan na de val Van het West-Romeinse rijk. De periode van omstreeks 1500 tot nu toe duiden wij aan met de naam Nieuwe en Nieuwste Geschiedenis. Ook dat zal wel iedereen duidelijk zÜn. Waarom we dit tijdvak laten beginnen bij 1500 zullen we straks vertellen. De 1000 jaren, gelegen tussen het einde van de Oudheid en het begin der Nieuwe Geschiedenis vormen de Middeleeuwen. Het is als ’t ware de middelmoot en vandaar deze volkomen toepasselijke benaming. De term Middeleeuws staat bij de meeste

mensen niet al te best aangeschreven. Wanneer wij b.v. onze verontwaardiging willen luchten over barbaarse toestanden en gebeurtenissen in wat iemand eens heel sarcastisch het Elfde Rijk heeft genoemd, dan zijn wij al gauw geneigd deze Middeleeuws te noemen. Welk een belediging voor de Middeleeuwen, de arme miskende Middeleeuwen, die wij liefst nog duister ook noemen. Zij verdienen nochtans een mildere beoordeling. Niet dat wij, gelijk sommige lieden, terug zouden willen gaan naar de Middeleeuwen. Dat zou trouwens ook niet goed mogelijk zijn, althans niet ongestraft. Evenmin als het goed voor het uurwerk vaneen klok is, wanneer men de wijzers terugdraait, evenmin verdraagt ons maatschappelijk raderwerk zo’n terugzetting. Daar is het te ingewikkeld voor. Maar duister waren de Middeleeuwen geenszins. Duister is hoogstens „onze” kennis van deze tijd. Zeker, toen de Romeinse beschaving ten onder was gegaan door allerlei oorzaken, waar wij hier onmogelijk verder op kunnen ingaan, was er een grote teruggang inde Europese cultuur. Doch langzamerhand heeft, onder leiding van de R.K. Kerk, West-Europa zich hersteld en uit de tijdelijke chaos is een cultuur gegroeid, die op velerlei gebied de prachtigste dingen heeft nagelaten. Wij willen slechts wijzen op de Gothische kathedralen, waarvan die te Reims wel eender bekendste is. Is het niet typerend, dat deze buitengewoon kunstzinnige prestatie der Middeleeuwers inde wereldoorlog (wij bedoelen die van 1914—1918!) tot puin is geschoten door de Duitse soldaten. Van „duistere” Middeleeuwen gesproken. Niet alleen op het gebied van de bouwkunst, maar ook op dat der schilderkunst en der literatuur bezitten wij een rijke erfenis uit deze tijd. De meest karakteristieke eigenschap der Middeleeuwen was organisatie. De maatschappij was verdeeld ineen aantal vaste kringen of gesloten cirkels. Binnen het verband van de Kerk, de adel, de gilden en de marken had ieder zijn

plaats Inde gilden waren de handwerkers georganiseerd; inde marken of markgenootschappen de grondgebruikers (landbouw en veeteelt). Deze maatschappij beantwoordde even veel (of even weinig) aan de eisen des tijds als de onze. De overgrote meerderheid der mensen aanvaardde haar in ieder geval als goed en juist, iets wat wij van de tegenwoordige samenleving niet durven beweren. Natuurlijk waren er ook groepen, die slecht bedeeld waren en deze zijn dan ook herhaaldelijk in opstand gekomen. Zij hebben als hét ware getracht de bestaande kringen te verbreken. Dit was vooral het geval tegen het einde van de Middeleeuwen. Wij denken aan de boerenopstanden, waarvan misschien wel de bekendste is de z.g. Jacquerie in Frankrijk. Ook in Engeland heeft men soortgelijke gebeurtenissen gekend, die echter geen van allen onmiddellijk succes hebben geboekt. Een bekende leuze uit deze tijd was; „Toen Adam spitte en Eva spon, waar was toen de baron?” Dit is haast een programma op zichzelf. Een ideale maatschappij was het dus niet. Verre vandaar. Maar is de onze zo ideaal? In ieder geval is de smaad onverdiend en wie spreekt vaneen Middeleeuws trammetje of van Middeleeuwse spoorwegtoestanden, begaat niet alleen een anachronisme1), maar is bovendien erg onrechtvaardig. Wij willen deze verdediging van de Middeleeuwen niet besluiten, zonder nog even gewezen te hebben op een serie gebeurtenissen, die van het hoogste belang is geweest voor de bewoners van West-Europa. Wij bedoelen de Kruistochten. Oorspronkelijk op touw gezet uit godsdienstige motieven, n.l. om „het Heilige Land te ontrukken aan de heidenen”, zijn zij wel is waar later ontaard in zeer materialistisch getinte veroveringstochten, doch zij hebben ook zeer veel goeds ten gevolge gehad. De kruisvaarders brachten een schat van kennis en ervaring mee naar huis. Zij hadden hun horizon verruimd. „Als iemand verre reizen doet, dan kan hij veel verhalen.” Op kunst- en wetenschappelijk gebied brachten zij nieuw bloed in het oude Europa. Men heeft het einde der Middeleeuwen gesteld op omstreeks 1500. Toen veranderde door de ontdekking van Noord- en Zuid-Amerika en de zeeweg naar Indië, door de uitvinding van de boekdrukkunst en de her-uitvinding van het buskruit, door de Hervorming en door verschillende politieke gebeurtenissen de maatschappij zo sterk, dat wij met een gerust geweten daar een scheidingslijn mogen trekken. De Middeleeuwse kruistochten zijn in menig opzicht de voorbereiders van de nieuwe tijd geweest. ‘) lets dat niet past inde omstandigheden van het ogenblik.

Sluiten