Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rekenende wonderkinderen Toen Lenon Beeson, een Engels jongentje uit Burnt Oak in Middlesex, nog geen vijf jaar was, kon hij uit zijn hoofd breuken vermenigvuldigen en delen. Op zevenjarige leeftijd kon hij een getal van vijftien cijfers met een getal van één cijfer vermenigvuldigen, zonder ook maar een cijfer op te schrijven Nu hij elf jaar is, kan hij, uit zijn hoofd. b.v. 678.923.457.893.074 vermenigvuldigen met 73. Hij heeft er niet meer dan vijf minuten voor nodig. Probeer eens, hoe lang u er over doet met papier en potlood. Hoe deze jeugdige rekenwonders eigenlijk aan hun verbazingwekkende vaardigheid komen, heeft de wetenschap nog niet kunnen oplossen. In het algemeen kan wel worden gezegd, dat het alleen jongens zijn, die deze eigenschap vertonen. Een uitzondering op deze regel werd gevormd door Ellenette Betis, een lerares in vreemde talen. Zij kon uit het hoofd verbazingwekkende berekeningen maken. Niet alleen kon zij binnen een tel zeggen, hoeveel 237 maal 763 is, maar zij kon ook ogenblikkelijk het antwoord geven, wanneer men haar vroeg op welke dag de 24ste December 1895 viel. In 1892 heeft de Parijse Academie voor Wetenschappen zich bezig gehouden met het onderzoeken vaneen van de meest frappante voorbeelden van de kunst van snelrekenen. Jacques Inaudi had nooit de school bezocht. Hij trok rond met zijn vader en een aapje en amuseerde de voorbijgangers met het doen van wonderlijke berekeningen. De Franse geleerden waren verbijsterd. Men vroeg hem om van het getal 697.643.525.888.112.723 af te trekken 110.810,159.222.310.400. Hij had nog geen minuut nodig om het antwoord te geven. Beide getallen waren op een schoolbord geschreven, maarde jonge Inaudi stond er met zijn rug naar toe en kon de getallen niet zien. Misschien denkt men, dat een jongen met zulke opmerkenswaardige eigenschappen een schitterende toekomst heeft. Voor Inaudi ging dat allerminst op. Hij kwam in zulke armoedige omstandigheden, dat hij genoodzaakt was, om voor vacantiegangers ineen leeuwenkooi zijn opvallende berekeningen ten beste te geven. Dat wil niet zeggen, dat kinderen, begiftigd met dit worderbaarlijke rekenvermogen niet goed terecht kunnen komen. Een van die wonderkinderen, George Bidder, werd voorzitter van het Engelse Instituut van Ingenieurs. Een jongen, die de mannen van de wetenschap eveneens verbaasde, was Fleury. Hij was blind geboren en bezat dus niet de gave, om zich de getallen in zijn verbeelding voor te stellen. Bovendien weigerde hij hardnekkig om het Brailleschrift te leren, zodat hij van getallen niet de minste voorstelling had. Toch vertoonde hij verbazingwekkende staaltjes van rekenen uit het hoofd. In vier seconden rekende hij 825 maal 825 uit. En toen hem gevraagd werd, hoeveel seconden er waren in 39 jaar, 3 maanden en 12 uur, gaf hij na een minuut en twintig seconden het juiste antwoord (514.147.200). Er wordt dikwijls gevraagd, of de mensen die deze bijzondere gave bezitten ook ten opzichte van hogere wiskundige problemen het vermogen bezitten tot het snel uit het hoofd oplossen. Het antwoord is, dat tegenover ingewikkelder wiskundige problemen dan een eenvoudig rekensommetje, deze wondermensen gewoonlijk niet opgewassen zyn. De verklaring is, dat de rekenende wonderkinderen alleen op dit ene beperkte terrein een speciale begaafdheid bezitten. Deze wonderkinderen vallen dus niet te vergelijken met de jeugdige fenomenen, die een bijzondere aanleg tonen tot het opnemen van wetenschappen. Goethe, de bekende Duitse dichter, was daarvan een voorbeeld, want toen hij tien jaar was, sprak hij vijf talen. En in Engels-Indië is van deze vroegtijdige ontwikkeling van de geest een recent voorbeeld. Een Bengalese jongen, genaamd Shri Mohini Mohan Kushau, vroeg, toen hij tien jaar oud was, om toelating

tot de universiteit van Calcutta, ten einde te promoveren als dokter inde wiskunde. De jongen had nooit een school bezocht en had zijn kennis van wiskunde uitsluitend opgedaan uit op de markt gekochte tweede-hands-boeken. Voor dezen jongen werd van de gewone regels tot toelating aan de universiteit afgeweken en het kind werd dokter inde wiskunde, voordat * het twaalf jaar was. Opvallend is bij snelrekenaars, dat zij niet weten, hoe zij de berekeningen eigenlijk uitvoeren. Na de wereldoorlog verbaasde een jonge Duitser de mensen door uit het hoofd uit geweldige getallen de vierkantswortel te trekken*). Op papier is dat een werkje, waarbij men zijn hoofd moet gebruiken en dat enige tijd vergt. Hij deed het spelenderwijs uit zijn hoofd. Men vroeg hem, of hij de getallen in zijn hoofd zag en de berekening maakte op dezelfde wijze, als wij het op papier zouden doen. Hij antwoordde dat hij het getal, waaruit hij de vierkantswortel trok, wel in zijn hoofd zag, maar dat hij geen berekeningen uitvoerde. Het antwoord kwam als het ware bij ingeving. *) De vierkantswortel uiteen getal is het getal, dat met zichzelf vermenigvuldigd het oorspronkelijke getal oplevert. De vierkantswortel uit 64 is 8, uit 121, 11 enz.

Hij was ook bang! Meneer De Zoete was onder het bed gekropen, toen hij den inbreker hoorde. Hij hield zijn adem in en wachtte. Plotseling voelde hij, dat iemand probeerde om naast hem te kruipen. „Ben jij het Henriëtte?” vroeg hij. „Nee,” was het antwoord. „Ik bende inbreker. Schik een eindje op!” Een speciale reden „Er was een grote massa volk bij het stadhuis vanavond”, vertelde de oudste inwoner van de stad aan zijn vrouw „Was daar een speciale reden voor?” „O, ja. Het stadhuis is tot de grond toe af gebrand.” De rekening De meid rende ontsteld de huiskamer binnen. „O, mevrouw”, riep ze, „kom toch es gauw. Meneer ligt bewusteloos in het portaal. Hij heeft een stuk papier in zijn hand en naast hem staat een grote doos.” „Dat moet bepaald mijn nieuwe hoed zijn, die net gekomen is!”

MINIATUUR

Het rood-flanellen nachthemd door Henk Dubbelman. Toen de inbreker voor de safe stond, klonk uit het bed een bevende stem: „Handen op!” Gladde Dirk draaide zich om. De loop vaneen pistool was dreigend op hem gericht. „Ik had wel gedacht”, zei hij moedeloos, „dat het me vanavond tegen zou zitten.” „Waarom ben je dan niet thuis gebleven?” „Dan ken je mijn vrouw niet. Die drijft mij altijd met geweld de deur uit. Ze kan niet zien, dat ik es een avond er mijn gemak van neem.” „Tja, vrouwen”, zei de man in bed met een klank van begrijpen. „Bel de politie maar op”, zei gladde Dirk berustend. „Ik heb het spel verloren. „Denk er om”, kwanj de stem uit het bed, „dat ik de revolver op je gericht houd.” „Maak liever een eind aan dat gemartel”, zei de inbreker nors. „Hoe eerder de wagen me komt halen, hoe liever!” De dekens werden teruggeslagen en Gladde Dirk begon bulderend te lachen. „Hou je fatsoen”, gromde de man, met de revolver naar Dirk wijzend. „Je weet toch ook wat een vrouw je kan aandoen?” „Moet. je dat ding”, vroeg de inbreker proestlachend, „van je vrouw dragen?” Het waste zien, dat de man

in het lange, rood-flanellen nachthemd zich onbehaaglijk voelde. „Zij koopt ze zelf voor me”, zei hij bijna toonloos. „Ik heb geen andere.” „ik heb met je te doen", zei Gladde Dirk, maar op hetzelfde ogenblik greep hij den man bij de pols. Een van schrik verstijfde vinger bleef ineen gat van de nummerschijf der teiefoon steken. Nu had Gladde Dirk de revolver in zijn hanu. „Maak de .-.afe open, en viug wai!", genood hij. „ik heb geen iusi om hier je vrouw tegen net lijf te lopen. Dat lijkt me geen pretje." De man in het rood-fianehen nacnonemd grinnikte, terwijl hij net cijferslot van de safe het klikken. „ze heeft blijkbaar indruk op je gemaakt.” „Dat nachthemd spreekt duidelijke taal”, antwoordde Gladde Dirk. 'terwijl de man in het monsCeracntige kledingstuk voorzichtig naar het bed schooi en ae aekens over zich heen trok, stopte Dirk een paar stapeltjes bankbiljetten in zijn zakken. „Dat was op het randje af”, zucncce hij venicht. „En nat alleen om het drijven vaneen vrouw.” Hij ging vertrouwelijk op de tand van net bed zitten, spelend met de revolver. „Eigenlijk ben ik wel . zowat binnen. Ik hoef het niet meer te doen. Maar zij stuurt er me gewoon op uit.” De man in het bed knikte begrijpend. „Maar een rood-flanellen nachthemd te moeten dragen, is wei het ergste, dat een man kan .overkomen” ging Dirk voort. „Zoiets moest je een vrouw kunnen inpeperen.” „Ja, dat zou een genot zijn,” zei de ander, terwijl een gelukkige lach over zijn gezicht trok.. „Wist ik maar wat!” „Ik denk, dat ik wat weet”, zei de inbreker. „Heb je zin om stiekum met me mee te gaan? Dan drinken we ons inde eerste de beste kroeg een stuk inde kraag.” „Je bent een fidele kerel. Hoe heet je?” „Gladde Dirk”. „Nou. Gladde Dirk, ik ga met je mee. Het lijkt me reuzenlol-

lig om met een inbreker op stap te gaan. Maar we moeten voorzichtig zijn. Als zij wat hoort... De inbreker hielp hem om zich te kleden en een paar minuten later schoven ze op hun tenen de gang in. „Wat moet dat betekenen, Willem?” klonk een scherpe stem uiteen der kamers boven. „Wil je wel es gauw naar je bed gaan, of moet ik bij je komen!” De meneer stond te trillen op zijn benen. „Wacht maar” zei Gladde Dirk. Hij liep de trap op en begon tegen de dichte deur te spreken, terwijl hij de stem van den angstigen heer voortreffelijk nabootste. „Je kunt me nog veel meer vertellen, maar ik ga met een vrind op stap. En als je het lef hebt om morgen een kwaad gezicht te zetten, dan wee je gebeente. Je rijk is uit, als je dat maar weet. En als ik aan ’t ontbijt kom, dan zorg je voor een behoorlijk stukje gebakken spek. Die uitgedroogde kaas kun je zelf eten. Aju!” De meneer beneden klapte zonder geluid te maken in zijn handen. Gladde Dirk liep naar beneden. De snerpende vrouwenstem zweeg. „Kom mee!” zei de inbreker. De meneer aarzelde. „Ik heb geen geld bij me. Mijn vrouw heeft mijn portemonnaie ...” „Maak je geen zorg. Ik hou je vrij vanavond!” Toen ze buiten stonden, trok de meneer Gladde Dirk aan zijn mouw: „Je mag me niet inde steek laten, Gladde. Ik ga alleen iree op voorwaarde dat je me morgenochtend ook gezelschap houdt aan het ontbijt.”

„Dat nachthemd spreekt duidelijke taal...”

~Die drijft mij altijd met geweld de deur uit.”

Sluiten