Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lets uit de geschiedenis van de wereldtaal (slot) We kunnen de verschillende ontwerpen, die bet talenprobleem geheel of gedeeltelijk trachtten op te lossen, in drie groepen verdelen. Tot de eerste behoren de talen met beeldschrift, cijfers, stippen, strepen, enz.; tot de tweede de geheel bedachte talen los van elke reeds gesproken taal; tot de derde die, welke zijn ontworpen op de grondslag van de bestaande talen. Da vorige keer hebben we iets gezegd over de eerste soort, nu zullen we enige opmerkingen maken over de andere twee groepen. De talen van de tweede soort kunnen worden uitgesproken: dat is dus al een hele stap vooruit. De woorden vertonen echter niet de minste gelijkenis met de natuurlijke talen; zij zijn door den auteur willekeurig gemaakt door allerlei lettercombinaties. Een van de interessantste talen van deze groep is Solresol, ontworpen door den Franstnan J. F. Sudre (1787—1862). De basis van de taal Solresol vormen de namen van de muzieknoten: do, re, mi, fa, sol, la, si. Alle woorden zijn samengesteld uit deze zeven lettergrepen. 8.v.: si=ja; do=neen; re=en; dore=ik; domi=u; dofa=hij; redo=mijn; remi=uw; refa= zijn; doremi=dag; dorefa=week; doresol= maand; dorela=jaar; domisol=God; solmido= duivel; sollasi=stijgen; silasol=dalen. De taal Solresol was zeer onvolmaakt en niet deugdelijk voor het gebruik, maarde gedachte is interessant en geestig. Men kan immers de woorden van Solresol niet alleen schrijven en uitspreken, maar ook zingen, fluiten en spelen op een muziekinstrument. Bovendien is het mogelijk de woorden op lijnen te schrijven als muzieknoten. Eveneens is het mogelijk als bij het cijferschrift inde muziek de woorden te vervangen door cijfers, b.v. doresol=l2s. Als aardigheid zou men de woorden kunnen maken met de zeven kleuren van de regenboog. Solresol telde in totaal 11732 woorden (7 van één lettergreep, 49 van twee, 336 van drie, 2268 van vier en 9072 van vijf lettergrepen). De ondervinding met al deze talen was steeds dezelfde: ze waren te onvolkomen en het was onmogelijk al de woorden uit het hoofd te leren. Op de reeds afgelegde lange weg begon men te begrijpen, dat de internationale taal moet gelijken op de bestaande en reeds gebruikte talen. Volgens dit principe maakte men de talen van de derde groep, waartoe Esperanto behoort, de wereldtaal, die het meest de volmaaktheid nabijkomt en daardoor ook de enige, die stevig wortel heeft geschoten. Tussen de tweede en de derde groep staat als een mengsel de taal Volapük, de bekendste en meest succesvolle taal vóór Esperanto. De ontwerper was de Katholieke priester J. M. Schleyer (1831—1912). Het woord Volapük komt van het Engelse woord worldspeak (=wereldtaal). De grammatica van Volapük was zeer eenvoudig en gemakkelijk, maarde woordvorming was niet heel natuurlijk. De woorden maakte mén door middel van achtervoegsels. Zo luiden b.v. de namen van de werelddelen in Volapük: Yulop--Europa, Silop=Azië, Fikop—Afrika, Melop=Amerika en Talop—Australië. In deze woorden is de laatste lettergreep „op” het achtervoegsel van de werelddelen. De eerste lettergreep is genomen van het oorspronkelijke Engelse woord. In Volapük bestaat de letter „r” niet, omdat de Chinezen deze niet kunnen uitspreken. Inde plaats daarvan werd gebruikt de letter „1”. Zo is Amerika niet Merop, maar Melop. Het gevolg van deze handelwijze was echter, dat de woorden onherkenbaar veranderden. Volapük loste wel het vraagstuk op van de grammatica, echter niet dat van de woordenlijst. Deze taak bleef voorbehouden aan Esperanto. Na het mislukken van Volapük verscheen de taal Esperanto als ideale wereldtaal, vergeleken met alles wat voordien was verschenen. Na Esperanto ontwierp men nog enkele wereldtaalsystemen (b.v. Ido, Occidental, Esperantido, Novial), maarde praktijk heeft aangetoond, dat met Esperanto het wereldtaalprobleem voor onze tijd is opgelost. C. K.

Zonderlinge liefdesvervoering De liefde heeft duizenden aangezichten. Zij brengt sommigen tot de hoogste vervoeringen, anderen tot de bitterste kwellingen. Zij inspireert dichters en zelfmoordenaars en is altijd opnieuw anders. Zonder liefde geen romans, geen toneelstukken. Zonder liefde geen „Miniatuurverhalen” in De Metaalbewerker! Er zijn sommige onverstoorbare mensen, die zich niet begrijpen kunnen, hoe de liefdemensen tot dingen kan brengen, die zij in normale omstandigheden niet zouden doen. Men kan hoogstens zeggen, dat deze onverstoorbaren met liefde nooit iets uitstaande hebben gehad. Mochten er onder onze lezers qok zulke „ijskouden” zijn (over vrouwen spreken wij niet, want die zijn niet zo kortzichtig!), misschien dat ze dan genezen kunnen worden door de hier volgende geschiedenissen. Een jonge Oostenrijkse boer, Luther Garten, was verliefd op de dochter van zijn buurman. Maar zij beantwoordde zijn liefde niet. Toen ze hem voor de eerste keer op zijn bede om wederliefde een weigerend antwoord gaf, pakte hij een handvol spijkers uit zijn zak en slikte die door. „Ik zal elke keer, als jij „nee” zegt, een handvol spijkers doorslikken”, verklaarde hij. Maar het meisje bleef standvastig, ondanks dat Luther haar niet minder dan tien keer om het jawoord vroeg. In totaal slikte hij meer dan zestig spijkers van verschillende grootte in, voordat hij op de operatietafel te land kwam. Maar het meisje zei nog steeds „nee”. De bevolking van het eiland Guernsey kijkt met afgrijzen naar een verwaarloosd huis en de enkelen, die het ’s nachts durven passeren, verklaren, dat de Boze door de gebroken vensters in- en uitvliegt. De enige bewoonster is echter een oude, zwakke dame. Haar vliegende bezoekers zijn vleermuizen, die het bouwvallige huis beschouwen als een prachtig jachtterrein.

Schaamte deed haar zich afzonderen van de wereld, schaamte en verdriet, omdat zij voor een onwaardigen geliefde de glans vaneen der Europese hoven had opgeofferd. Hij verspilde haar geld en liet haar toen inde steek. Karen Petrova was smoorverliefd op den verloofde van haar beste vriendin, Olga. Karen begreep goed genoeg, dat, als zij zich zelfmoordde uit onbeantwoorde liefde, voor Olga de weg open zou staan voor een gelukkig huwelijksleven met den jongen man in kwestie. Dat wilde zij onder geen beding. Zij wist haar vriendin ervan te overtuigen, dat na de doodde ziel kan worden overgebracht in het lichaam van de persoon, die men lief heeft en dat daardoor een hechtere verbintenis ontstaat dan dooreen huwelijk. De arme Olga hechtte op de duur geloof aan de voorstelling van Karen. Met hun polsen aan elkander gebonden sprongen de twee meisjes van de hoogste gaanderij van de opera te Moskou en vonden twintig meter lager een gezamenlijke dood. Het jaar 155.521.972. 849.004! Wij zeggen, dat het jaar 1938 pas begonnen is, maarde Hindoes leven op het ogenblik in het jaar 155.521.972.849.004. Hun kalender is de oudste inde wereld en begint bij de goddelijke schepping van Brahma. Hun eenheid is de „kalpa”, d.i. een dag in het leven van Brahma: 4.320.000.000 jaren. Brahma’s toegemeten tijd van léven is 100 jaren van 365 kalpa’s, zodat er nog 2.158.027.150.997 jaren voorbij moeten gaan voordat zijn tijd is vervuld. De Joden beginnen hun kalender op het tijdstip, waarop naar hun mening de wereld is geschapen, d.i. 3760 jaren vóór Christus’ geboorte. De Mohammedanen daarentegen beginnen bij de „Hegira” of vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina, in het jaar 622.

MINIATUUR

De bedelares door Dick Sutton. Juffrouw Burroughs gaf niet aan bedelaars. Uit principe. Bedelaars waren luiaards, was haar mening. Zij moest zelf hard werken en was niet van plande luiheid te steunen met haar zuurverdiende geld. Als zij eens een keer iemand iets gaf, was het pas, als zij na lang uitvragen de zekerheid had, dat het geld goed besteed was. Toen juffrouw Burroughs buiten betrekking geraakte, kwam zij uit haar stadje elke dag naar New York om een baantje te zoeken. Na een week slaagde zij. Ze kwam van haar bezoek aan een professor van de Calumbia Universiteit terug met een contract in haar zak. Overeen week zou zij in dienst treden. Terwijl ze op de boot naar New Yersey wilde stappen, miste zij haar beursje. Inde drukke ondergrondse trein was iemand zo behendig geweest om het uit haar tasje te halen. Daar stond juffrouw Burroughs in New York, waar zij niemand kende, zonder een cent op zak. Snel rekenend kwam zij tot de conclusie, dat zij zeven en «

vijftig dollarcent nodig had om haar woonplaats te bereiken. Er zat niets anders op, dan eenvoorbijgangsterte vragen, haar zeven en vijftig cents te willen lenen. Zij klampte onbevreesd een dame aan, die haar welwillend aanhoorde. Haar stem beefde een beetje, toen zij vertelde „ miste zij haar beurs.”

van de diefstal en van de zeven en vijftig cent, die zij nodig had om naar New Yersey en verder te komen. „Ik begrijp niet, dat u nog niet thuis bent gekomen. Ik heb u twee jaar geleden het geld voor de boot naar New Yersey al gegeven.” Juffrouw Burroughs bleef verbluft staan. Zij had toch niets dan de waarheid gesproken! Maar zij gaf de moed niet op. Er moesten toch mensen zijn, die in staat waren om te constateren, dat haar verhaal de eenvoudige waarheid was. Herhaalde malen vroeg zij om de benodigde zeven en vijftig cent, maarde meesten, die zij aanklampte gaven zich nauwelijks moeite naar haar te luisteren. Gelukkig toonde een oudere dame een prettig aandoende belangstelling. Zij vroeg bijzonderheden en zei tenslotte; „U kunt die zeven en vijftig cent van mij krijgen, maar dan moet u me eerst eens vertellen waarom jullie in verschillende wijken van New York telkens andere verhalen opdist.” Juffrouw Burroughs keek de dame schaapachtig aan. „Ik bestudeer de bedelarij en ik heb menen te merken, dat in Bronx de vrouwen geld vragen, omdat hun man ze inde steek heeft gelaten, in Harlem vragen ze geld om voor haar ziek kind een dokter te kunnen halen. En hier aan de rivier vragen ze altijd om reisgeld naar de overzijde. Vertel me es, spreek jullie dat onder elkaar af of heeft het een andere reden?” „Ik begrijp u niet", zei juffrouw Burroughs, zenuwachtig. „Wat ik u vertelde is werkelijk waar.” „Ik kan er in komen”, zei de dame, „dat u liever geen beroepsgeheimen vertelt, maar zie me asjeblieft niet voor zo dom aan, dat ik uw trucje niet door heb!”

„Gelukkig toonde een oudere dame een prettig aandoende belangstelling.” Verontwaardigd liep ze weg, juffrouw Burroughs geslagen achter latende. Toen haar de moed inde schoenen begon te zinken, naderde haar een jonge, goedgeklede vrouw. „Hier heb je zeven en vijftig cent. Wat een idee om juist zo een mal bedrag te vragen. Ik ben bang, dat de mensen je nog geloven ook. Hier pak aan, maar smeer ’m meteen, want ik heb de hele avond al geen cent verdiend door jou met je zeven en vijftig cent. Maar denk er aan, dat ik je in deze wijk niet weer aantref. Is dat een manier om een fatsoenlijk mens het brood uit de mond te stoten? Je hebt de hele markt hier verpest.” Juffrouw Burroughs liet zich zeven en vijftig cent in haar hand drukken. „Het zal mij verwonderen”, zei de jonge vrouw, „of ik vanavond nu nog aan mijn trek zal komen. Jij ook met je zeven en vijftig cent-smoesje! Schiet op alsjeblieft.” Diep geschokt stapte juffrouw Burroughs op de boot naar New Yersey,

Sluiten