Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Scheepsbouw-uitslagen

Het aftekenen van huid-, kim- en vlakplaten. Het haaks aftekenen van huid-, kim- en vlakplaten kan zolang als het schip nog niet kleiner wordt, dus tot zover dat het nog in het groot spant blijft. Het aftekenen van de vlakplaten. Eerst maken we een lengte balein A; dat is een strook bandijzer 6 a 7 meter lang, 75 mm. breed en 2\ mm. dik. Die maken we goed recht en vlak. Met een meetlint worden de spantafstanden daarop gezet; niet met de duimstok, dat is niet zo zuiver. Want met deze balein worden nog meer werkstukken afgetekend. Als we de spantafstanden op de balein hebben gekrast, hakken we deze krassen op de beide kanten van de balein fijn In; dan blijven ze beter zichtbaar. Voor het maken vaneen mal, voor het aftekenen der landen, meten we de breedte van het land van de spantenvloer op. Daarvoor nemen we ook een strook ijzer 2i mm. dik en de breedte van het land. Zetten daar een spantafstand op en geven op de kant van de mal een hakje; dan zetten we er de spantgaten op en uit de spantgaten zetten wede andere gaten op steek erop, niet meer dan 4 dia uit elkander (afb. B). Het is niet nodig om nog meer landmallen te maken voor de stuiken; de zes middelste gaten gebruiken we daarvoor om de stuikmal aan te houden; alleen is het oppassen hoe we de stuikmal aanhouden, want de gaten inde landmal staan 4 dia,

en de afstand van de rijen gaten van de stuikmal staan 3 dia. We houden de stuikmal op de buitenstuiken vaneen binnenplaat, op de binnenste 2 gaten van de 6 aangewezen gaten aan. Maar let erop, dat we dan de rij gaten van de stuikplaat houden, waar de landgaten in de rechte lijn staan, met de zijgaten van het stuik, en op het binnenstuik vaneen binnenplaat de 2 laatste gaten aanhouden, en ook de rij gaten aanhouden van de stuikmal, van welke de landgaten inde rechte lijn staan. En op de buitenstuiken vaneen buitenplaat de 2 buitenste gaten en ook de stuikmal aanhouden, waar de landgaten en de rechte lijn staan met de rij van de stuikmal, inde binnenstuiken van de buitenplaat de 2 binnenste gaten aanhouden. Het maken van de stuikmal C. We nemende breedtemaat van de plaat van de vloer op, zetten de breedte van de landen erop en geven op de kant van de mal op de breedte van het land een hakje. We zorgen er vooral voor, dat wede gaten goed op steek zetten; de afstand der gaten is 4 dia en de onderlinge rijen We zetten op de mal van hetgeen er op de plaat verbonden wordt, zoals dubbele bodem of zaadhout. Dan krijgen we nog een mal voor de spantgaten D. Daarvoor nemen wede breedte van de plaat van de spantenvloer op, zetten aan beide einden de breedte van de landen erop en op de kant van de mal geven we een hakje. Daarna worden de maten erop gezet van hetgeen op de plaat verbonden wordt. Dan verdelen wede afstand voor de gaten

7 dia, en zetten op het midden van de mal een vaste maat. Als deze mallen allen goed zijn, kunnen we beginnen met het af tekenen van de platen. Er wordt in het midden van de plaat een rechte lijn geslagen E—F; uit die rechte lijn wordt de haakse lijn gezet G—H. Nu worden uit de haakse lijnde spantafstanden op de plaat gezet. Als de lijnen op de plaat geslagen zijn, gaan we eerst met de spantenmal de spantgaten erop zetten. We houden de vaste maat, die op de mal staat, op de hartlijn van de plaat aan, en tekenen dan meteen de breedte van de plaat en het binnenland daarop (J.K.L.M.). Daarna wordt er een lijn langs de afgetekende punten getrokken, dan krijgen wede zuivere breedte van de plaat en van het binnenland. Nu wordt de landmal gebruikt. Deze mal wordt met de hakken, die op de kant van de mal staan op de spantenlijn, op de 2 spantgaten, en op de landlijn aangehouden; dan hebben we daar voldoende controle over of alles zuiver is afgetekend. Vervolgens worden de gaten erop gezet; voor de buitenplaten met het spantgat naar de buitenlijn en op de binnenplaten met het spantgat naar de binnenlijn; maar dat wijzen de spantmallen wel aan, die toch voor alle gangplaten gemaakt moeten worden. Nu worden de stuiken afgetekend. De mal wordt op de onderste en bovenste 6 gaten en met de hakjes, die op de mal staan, op de landlijnen aangehouden; dan worden de gaten erop gezet. Daarna zetten we er de gaten op van hetgeen erop verbonden wordt en de splitsen. Op de binnenplaat komen de splitsen op het buitenstuik buitenkant plaat en op de buitengang de splitsen op het binnenstuik op binnenkant plaat.

Het aftekenen vaneen kimplaat. We nemende breedte van de kimplaat op de vloer op. Een kimplaat is inde meeste gevallen een buitenplaat. We spannen 2 latjes, die even dik zijn als de plaat, om de spantenlijn en tekenen zo daarop de landen af op het laagste punt van de zeeg, vanwaar de plaat begint. Dan nemen we uit het laagste punt de zeeg op; dat krijgen we alleen op het land wat in verband komt met de huidplaten; wat met het vlak in verband staat, dat blijftin de rechte lijn. We maken een spantmal naar de breedte van het buitenste latje en zetten daar op het midden van de mal een vaste maat en verdelen de gaten afstand erop. Voor de stuiken zouden wij aanraden geen mal te maken, omdat daar nogal eens verschil mee ontstaat en dan zouden er maar slechte gaten van komen. Het aftekenen van één kimplaat is goed, dan weet men zeker, dat het schip goed gebouwd wordt. Voor het land, wat in verband komt met de huid, moeten we een andere landmal maken, omdat dit land in verband met de zeeg schuin loopt, maar deze mal kunnen we voor de huidplaten gebruiken. We slaan op het midden van de plaat een rechte lijn N—O; daaruit wordt de haakse lijn gezet P—Q en uit de haakse lijnde spantaf standen. Dan gebruiken wede spantenmal en houden de zetmaat op de rechte lijn aan en zetten we er de gaten en de maat van het land van vlakplaat op (U—T). Nu nemen we het zeeglatje en zetten de zeegmaat op de spanten; de zetmaat, die op de spantenmal staat, zetten wij op het zeeglatje en houden die op de rechte lijn aan. Dus we krijgen op het bovenland een schuine lijn R—S en zetten de breedte van het land erbij. Dan gebruiken wede landmal en zetten de gaten erop; mal aanhouden zoals tevoren is aangegeven. Met het verloop van de spantgaten is het beste, om met den persoon, die de spanten aftekent, te overleggen, hoe te doen. Verder zetten wede stuikgaten erop en hetgeen erop verbonden wordt. Het aftekenen van de huidplaten. Eerst wordt er een latje gemaakt voor het opnemen der zeeg van de landen. Op dat zeeglatje wordt een vaste maat gezet; deze vaste maat wordt op een waterlijn op de spantvloer aangehouden om de zeegmaten op het latje te zetten. De zeeg van de landen is onder en boven hetzelfde. Dan wordt er een spantenmal gemaakt volgens de breedte van de plaat, zetten erop wat er op verbonden wordt, de gaten en de breedte van de landen. Dan wordt er een stuikmal gemaakt van de breedte van de plaat, zetten er op wat er op komt, de breedte van de landen en verdelen de afstanden der gaten. Als wede plaat gaan aftekenen, nemen we het zeeglatje en houden het met de maat van het spant waar de plaat eindigt en bij het spant, waar de plaat begint, aan de bovenkant van de plaat aan, en zetten de vaste maat of waterlijn op de plaat: dan krijgen we een schuine lijn V—W. Uit de schuine lijn zetten we een haakse lijn X—IJ. Nu zetten we uit de haakse lijnde spantafstanden op, maarde spantenbalein evenwijdig uit de schuine lijn leggen. Vervolgens zetten we op elk spant de zeeg en meten de breedte van het land af, slaan dan lijnen naar de verkregen punten en zo verkrijgen we het bovenland. Nu'nemen wede spantenmal en houden de hakjes van het bovenland op de landlijn aan en tekenen de gaten erop en het onderland. Dan gaan wede landgaten erop zetten met de landmal: dat doen we op dezelfde wijze als aangegeven is PU de vlakplaten. Als we dat gedaan hebben gebruiken wede stuikmal en tekenen er de stuikgaten op af, De stuikmal aanhouden zoals het hiervoren is aangegeven. Verder tekenen we er op af wat er op "''nrdt en worden de splitsen erop gezet. O.

Sluiten