Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lillfÏÏlfHi oxyot otutf esi

Tegenstellingen Wat heb ik een zure opmerkingen moeten horen over mijn stukje tegen het opfókken van jonge meisjes tot zwemwonderen! Men ziet mij aan voor een verwoede vijandin van de zwemsport, maar daarmee slaat men de plank geheel mis. Ik ben juist een verwoede'voorstandster van het zwemmen; ik kan zelfs tot op zekere hoogte het wedstrijd-element inde zwemsport en in andere sporten waarderen, maar tegen de uitwassen zal ik zo hard vechten als ik kan. En dat het nodig is, blijkt wel uit de verwijten, die men mij maakt. Het is de uitwerking van de regelmatige publicaties van recordverbeteringen inde kranten, met de nodige nationalistische poespas erbij, dat een groot aantal mensen zoiets allemaal als vanzelfsprekend aanvaardt, zonder er even bij na te denken. Men vergeet te veel, dat de grote geleerden, die door hun arbeidde mensheid onvergelijke-

lijke diensten bewijzen, niet gekend worden door de grote massa, die de sporthelden als wondermensen toejuicht. Ik herinner mij een voorval uit mijn jeugd, dat deze tegenstelling scherp belicht. En ik werd eraan herinnerd, doordat ik een plaatje zag van den Fransen bokser Georges Carpentier, die zich op 44-jarige leeftijd opnieuw aan het trainen is. Ik heb dienzelfden bokser zien inhalen, alsof hij een held was. Een hele stad liep uit om hem te zien. Hij werd in triomf door de straten gevoerd en daverende redevoeringen werden tegen hem afgestoken. Maar met dezelfde trein was een van de grootste geleerden der wereld gearriveerd, een man, wiens werk een zegen voor de mensheid was. Terwijl de vuistvechter werd verheerlijkt, werd de komst vaneen werkelijken held, een held des geestes, niet of nauwelijks opgemerkt. Dat zijn tegenstellingen, welke wij bijna elke dag kunnen zien. Het is in zekere zin de triomf van het lichaam gesteld boven de triomf van de geest en ik kan de gedachte niet van mij afzetten, dat wij aan deze verheerlijking van de lichaamskracht en haar uitbuiting voor nationalistische doeleinden mede te danken hebben, dat het brute geweld op het ogenblik inde wereld zulk een succes heeft. Wij beseffen te weinig, wat de overwinningen van de geest op de stof, de overwinningen van de geest ook op het lichaam, werkelijk betekenen. Wanneer wij het waarlijk beseften, zouden wij ophouden, zo uitbundig alle krachtpatserijen inde sport toe te juichen. Zij, die de wereld werkelijk vooruitbrengen, zijn niet te vinden onder de veroveraars van wereldrecords. Hun zegenrijk werk voltrekt zich inde stilte van studeerkamer en laboratorium. Wie met mensen van werkelijke.betekenis wil kennis maken, mensen, die weldoeners zijn geweest van de mensheid, voor wie geen persoonlijk offer te groot was, moet zich eens verdiepen in het boek, dat Eve Curie, de dochter van het echtpaar Curie, over haar moeder geschreven heeft. Ik zou ook naar de geschiedenis van de grote figuren inde arbeidersbeweging kunen verwijzen, maar ik heb het boek over Madame Curie, die haar leven geheel gewijd had aan het dienstbaar maken van het radium aan de genezing van zieke mensen, juist gelezen. En het heeft een sterke indruk in mij achtergelaten. En het was mij eens temeer aanleiding om te wijzen op de tegenstelling, welke er bestaat tussen de uitbundige waardering voor de helden van de sport en de betrekkelijke onopgemerktheid, waarin de grote helden van de geest leven. In dat licht moet men ook mijn fulmineren tegen de zwemkinderen zien. HUISMOEDER.

Zonderlinge verdwijningen leder jaar verdwijnen er over de wereld een groot aantal mensen, van wie men nooit meer iets hoort. Verschillende aanwijsbare oorzaken kunnen daarvoor aanwezig zijn: verlies van geheugen, het verlangen om te verdwijnen en soms ook de noodzaak, door dwang van anderen. Doch inde gevallen, die wij nu noemen, is er van dergelijke aanwijsbare oorzaken geen sprake. Het betreft hier gevallen van mensen, die als het ware inde lucht „oplosten”, of bij wijze van spreken door de aarde werden „verzwolgen”. Daar is b.v. het geval met den heer Heinrich Schwartz, een 83-jarig inwoner van Hamburg, die op 27 Juli 1936, ’s morgens om tien uur, zijn huis verliet, met een zware wandelstok in zijn hand. Om kwart over tien werd zijn stok inde goot gevonden, maarde man zelf was ineen drukke straat, met talrijke mensen, die hem kenden, als ’t ware van de aardbodem weggevaagd. Nu zal men zeggen: in hst tegenwoordige Duitsland heeft men het heel ver gebracht in het doen verdwijnen van mensen. Maar wat zegt u dan van het volgende: Een pas getrouwd paar, meneer en mevrouw Millar, waren in Saskatoon, in Canada, aan het jagen. De jonge vrouw was moe en zij bleef een

ogenblik op een houtblok zitten. Toen haar man terugkwam, was zij nergens meer te zien. De gehele omgeving zocht naar haar. Indiaanse spoorzoekers, de beste die er zijn, werden gebruikt. Bloedhonden werden op het spoor gezet. Het enige spoor leidde naar het houtblok, maar geen enkel spoor ging van het blok uit. Vliegmachines onderzochten het terrein uit de lucht, honderden mannen werkten iedere meter van de streek systematisch af. Wanneer mevrouw Millar doodwas, zouden wolven en roofvogels de zoekenden ongetwijfeld naar de plaats geleid hebben, waar zij lag. Geen enkel spoor van mevrouw Millar is ooit gevonden. Een geval, dat aan het ongelooflijke grenst, is dat van Olga Karanoff, de dochter vaneen rijke, invloedrijke Russische familie. Olga had longontsteking en was stervende. Een geschoolde verpleegster, die haar verpleegde, verliet een ogenblik de ziekenkamer om heet water te halen. Inde enkele minuten, dat zij afwezig was, was Olga verdwenen. Het onderzoek kon tot het huis zelf beperkt worden, omdat er sneeuw lag om het huis, waarop geen enkel spoor zichtbaar was. De beste detectives van Rusland hebben zich maandenlang beziggehouden met het onderzoek van deze zaak. Maarde geheimzinnige verdwijning is nooit opgelost.

Brieven van vrouwen Beste Fie, Wat is het maar koud weer de laatste tijd. Ik denk met angst en beven aan de eerste Mei, de dag, waarop de moderne arbeidersbeweging in Nederland demonstreert voor arbeid, vrijheid, vrede. Wat moet er van de optocht terecht komen, wanneer het zo koud is als de laatste weken en de jongens en meisjes van de Sportbond toch eigenlijk niet in hun sportcostuum over straat kunnen? Die ijzige Noordenwind dringt overal doorheen en het is geen wonder, dat er zoveel mensen ziek zijnde laatste tijd. Wie had dat gedachf in Maart, toen we zulke zachte dagen hadden en de mannen hun jassen al uit lieten. We hebben er grif gebruik van gemaakt, om het- huis schoon te maken en wij hoopten, dat we van die vuile kachelboel een beetje af zouden zijn. Maar dat is heel anders uitgepakt en of we het prettig vinden of niet, de windwijzer wijst al bijna een maand hardnekkig naar het Noorden. Je vindt het misschien een beetje sentimenteel van me, maar ik heb de laatste dagen dikwijls moeten denken aan het gedicht van De Genestet, „Het haantje van de toren”. Onze vaders en moeders hielden meer van dat soort gedichten dan wij; vroeger, toen ik het las, vond ik het nogal overdreven, al was het dan ook, naar ik wel eens gehoord heb, een ware geschiedenis van De Genestets eigen vrouw. Maar ik dacht, dat het niet kon, dat zoveel weken achter elkaar het haantje van de toren naar het noorden wees. Maar je weet, dat wij zelf een kerk hier dicht inde buurt hebben en uit gewoonte kijk ik elke morgen, hoe de wind waait. Ook wel een beetje uit protest tegen mijn man, die zegt, dat vrouwen nooit de windstreken uit elkaar kunnen houden en nooit weten, uit welke hoek de wind waait. En nu zie ik al weken lang dat stomme haantje maar naar het Noorden wijzen. Je voelt aan de koude wind, dat het ook werkelijk zo is en dat het haantje niet op zijn spil is vastgeroest. En elke morgen loop ik naar het raam en ondervind ik werkelijk een teleurstelling, als de kop van het koperen beest onverbiddelijk naar het Noorden wijst. Ik weet natuurlijk wel, dat er eens een dag komt, dat hij naar een andere windstreek zal wijzen en dat de wind ons zachter lucht zal aanvoeren, maar voor het ogenblik ben ik toch maar diep onder de indruk, omdat het zo lang duurt. Zou het komen, omdat wij moderne mensen niet zoveel geduld meer bezitten als de oudere generatie? Wat hebben de mensen, die vóór ons de moeilijke strijd streden tot verbetering van onze samenleving niet lang moeten wachten, voordat er iets te merken was vaneen minder ijzige atmosfeer. Als ik daaraan denk, dan schaam ik er mij over, dat wij ongeduldig worden, wanneer wij tegenslag ondervinden en het inde wereld niet gaat, zoals wij graag willen. En je had wel gelijk in je laatste brief, toen je zei, dat wij eigenlijk geen reden hebben, om zo gauw moedeloos te worden. Op vertrouwen en geloof komt het aan en als we alleen maar naar de geschiedenis van ons eigen kleine landje kijken, dan zien we vaak genoeg, hoe een soms haast verloren maar rechtvaardige zaak ten slotte toch zegevierde. Wie nu b.v. durft zeggen, dat de Spaanse zaak verloren is, doet aan zijn eigen strijd op een schandelijke manier afbreuk. Ik ken hier een arbeiderstoneelvereniging, die een Spaans propagandastuk]'e „No Pasaran” (Zij komen er niet door!) wilde opvoeren, maar er van afzag. „Het had geen zin meer” zei het bestuur. Ik vind zoiets heel erg, omdat een manifestatie tegen de onderdrukking altijd zin heeft! Wie bij voorbaat het hoofd inde schoot legt, is de vrijheid niet waard! Je ziet wel, zus, dat ik mijn geloof en vertrouwen niet verloren heb, ook al maakt het haantje van de toren me wel eens rebels, omdat het zo lang duurt, voordat het de goede kant op wijst. Hartelijke groeten van je Ans.

Madame Curie ontdekte in 1898 samen met haar echtgenoot het radium

Sluiten