Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duiken (III) Na inde beide vorige artikelen over de decompressiemoeilijkheden en het eerste middel om deze te ontgaan, de onsamendrukbare pakken te hebben gesproken, zal nu de werking van het flexibele pak met de onderdompelbare decompressiekamer worden bekeken. Het flexibele pak bestaat uit rubber tussen twee lagen canvas. Het heeft de vorm vaneen normaal costuum met dien verstande, dat jas en broek één geheel vormen, terwijl tevens de sokken één geheel met de broek uitmaken. Inde koude wateren maakt men gebruik van pakken, waarbij ook handschoenen aan de armen zijn bevestigd. Overigens kunnen ook aan andere pakken losse handschoenen worden aangebracht. Het hoofd van de duiker bevindt zich ineen koperen helm, die op een koperen borststuk is bevestigd. Het borststuk wordt met bronzen bouten en via gummi pakkingringen aan een zware gummiring op het pak bevestigd. Door de opening die ontstaat, wanneer het borststuk van het pak wordt afgeschroefd, kan de duiker het pak verlaten of er in stappen. De schoenen bestaan uit zolen en neus van lood, die aan de rubber sokken worden bevestigd. Zij dienen om het rubberpak tegen beschadiging te beschermen en zijn van lood om de duiker een stabiele houding te geven.

De helm die veel water verplaatst en bijgevolg sterk wil opdrijven, zorgt * verder voor een stabiele houding. Hij geeft door het grote volume een behoorlijke bewegingsvrijheid aan het hoofd van de duiker en is voorzien van vensters, een telefooninrichting en verschillende kleppen. De lucht wordt van boven water dooreen slang via een terugslagklep inde helm geperst. De terugslagklep dient om te voorkomen, dat de lucht uit de helm kan ontwijken, wanneer b.v. de luchtslang breekt of wordt vernield. Zou de lucht ontwijken, dan zou de duiker door de druk van het water in zijn helm worden geperst en vrij wel direct worden gedood. Nu blijftin de helm bij breuk van de slang altijd nog lucht genoeg over om de oppervlakte te kunnen bereiken. Daar dient de duiker dan evenwel direct ineen decompressiekamer, waarover hieronder nog zal worden gesproken, te worden gebracht, wil hij geen schadelijke gevolgen ondervinden. De uitlaatklep die met een veer belast is, laat de lucht uit de helm ontsnappen, zodat voortdurend verse lucht doorstroomt. Deze klep kan door de duiker door het verstellen van de veer worden geregeld. Indien hij de veer zwaarder op de klep doet drukken, krijgt de lucht enige overdruk tegenover de druk van het water dat op het pak drukt, en enige lucht dringt tussen het lichaam van den

duiker en het pak waardoor het ademhalen vergemakkelijkt wordt. Evenwel voor het werken met het hoofd omlaag is dit gevaarlijk, daar hier spoedig gevaar voor opdrijven ontstaat. Verder maakt het verschil of de duiker op een modderige bodem loopt of op rots. Op een modderige bodem, waar de duiker licht in wegzakt, zal hij zijn pak sterk met lucht vullen, teneinde niet zo zwaar op de bodem te drukken. Op glibberige rotsgrond zal hij evenwel, teneinde voldoende houvast op de bodem te krijgen, weinig lucht in het pak nemen. Wanneer met blote handen kan worden gewerkt, is de bewegingsvrijheid van de duiker in het flexibele pak groot, vooral wanneer de benen van het pak niet worden ingegespt, waardoor het knielen eenvoudiger wordt. Indien handschoenen worden gebruikt en/of de benen wegens gevaar voor öpdrijven (b.v. bij het werken met het hoofd naar beneden) moeten worden ingegespt om het volume van het pak te verkleinen, gaat veel van de beweeglijkheid verloren, maar deze blijft toch altijd nog vele malen groter dan die bij stalen pakken, waar hoogstens enige tangen, die waterdicht in het pak zijn ingebouwd kunnen worden bewogen. Wat het zeggen wil een knoop ineen touw te leggen in zulke onhandige omstandigheden, met geen andere hulpmiddelen dan twee tangen, kan ieder

Het differentieel Wanneer een automobiel of ander voertuig een bocht doorloopt, dan volgen het rechter en het linker wiel van één as, verschillende cirkels met verschillende stralen. Aangezien zij nu beiden wel dezelfde hoek van die cirkels doorlopen, volgt daaruit, dat het wiel, dat aan de buitenzijde van de bocht loopt en dus eenzelfde boog vaneen grotere cirkel aflegt, sneller moet draaien dan het wiel aan de binnenzijde van de bocht. Teneinde dit mogelijk te maken zonder dat de drijfkracht op de wielen wordt onderbroken of dat slippen optreedt, is het differentieel Ingebouwd. • Het normale differentieel is inde figuur links schematisch voorgesteld. De beide delen van de as, die aan het einde de wagenwielen dragen, zijn gebroken getekend (E en F). Op deze assen E en F zijnde conische tandwielen G en H bevestigd. In het frame D, dat de aseinden omvat, bevinden zich verder nog de pennen M en O, waarop de rondsels K en L, die de wielen G en H verbinden, kunnen draaien. Het frame D is verder verbonden met het grote tandwiel C, dat door

het, zich op het uiteinde van de cardanas bevindende, rondseltje B wordt aangedreven. Zolang beide wagenwielen even snel draaien, dus op de rechte weg, draaien ook de assen E en F even snel en bijgevolg de wielen G en H ook en het gehele stelsel draait mede rond met de assen en het wiel C. Zodra de wagen ineen bocht komt en één van de wagenwielen gaat langzamer draaien, ontstaat een verschil in snelheid tussen de wielen G en H en dit wordt gecompenseerd, doordat het frame met de wielen K en L langzaam gaat wentelen t.o.v. de assen E en F. Het frame blijft evenwel aangedreven door B en de drijfkracht wordt dus weer verdeeld over de beide wielen G en H. Dit differentieel, dat vrij algemeen bekend is. is er een met conische tandwielen. Men kan ook een differentieel met rechte tandwielen construeren, dat echter niet zo bekend is. Het rechts schematisch getekende differentieel is er een met uitsluitend rechte wielen. De aseinden E en F zijn hier de dragers van twee rechte tandwielen G en H. Inplaats van verbonden door de conische rondsels zijn deze rechte wielen nu verbonden

door twee rechte rondsels en wel de rondsels K en K’. Het rondsel K grijpt in het wiel H en K’ grijpt in G. K en K’ grijpen tevens in elkaar. Het frame D wordt weer via de cardanas A met rondsel B en tandwiel C aangedreven. Ook hier gebeurt niets, zolang het voortuig zich op de rechte weg bevindt. Komt het ineen bocht, dan ontstaat weer verschil in snelheid tussen G en H en de rondsels K en K’ (die, aangezien zij beiden slechts in één wiel ingrijpen, maar wel met elkaar zijn verbonden, een draaiing van de wielen G en H in tegengestelde richting toestaan) geven gelegenheid dit verschil te compenseren, doordat zij met het frame D weer langzaam gaan draaien t.o.v. E en F. Opgemerkt. zij hier, dat het frame Din beide constructies natuurlijk steeds met de volle snelheid van de achteras ronddraait. Op de rechte weg staat het frame al ronddraaiende echter stil t.o.v. de aseinden E en F. Ofschoon vroeger veel gebruikt, vindt het differentieel met rechte tanden tegenwoordig slechts zeer zelden toepassing. Hoofdzakelijk omdat het ingewikkelder is en meer ruimte en gewicht vertegenwoordigt. H.

zich licht voorstellen. Vanwege deze grote voordelen van het flexibele duikerpak heeft men naar middelen gezocht om met behoud van het flexibele pak dieper onder de oppervlakte te kunnen duiken. Men heeft dit gevonden ten eerste door de duiker te snel voor een volledige decompressie te laten boven komen. Dit zou gevaarlijk zijn. Evenwel brengt men de duiker zodra hij is bovengekomen direct ineen stalen kamer (de decompressiekamer), waarin men de druk weer laat oplopen tot een bepaalde waarde, die van de omstandigheden afhangt. In deze kamer, eventueel met een helper, kan de duiker zich nu ontdoen van zijn pak en zijn oefeningen verrichten en eventueel zuurstof ademen, terwijl hij indien te zeer vermoeid kalm te bed kan gaan liggen. Ofschoon reeds een stap inde goede richting hebben deze decompressiekamers, die bij een enigszins belangrijk werk steeds aanwezig zijn, het duiken naar diepten van 120 meter en meer met flexibele pakken nog niet mogelijk gemaakt. Men heeft nu kamers geconstrueerd, die men onder water laat zakken. Deze kamers zijn voorzien van electrische verlichting en van bedden en toebehoren (inde grotere uitvoeringen), terwijl verplegend personeel aanwezig is. Volgens het systeem van de duikerklok, kan men in deze kamers, wanneer zij tot op de gewenste diepte zijn neergelaten en de lucht inde kamer voldoende druk heeft, een luik inde vloer openen. De luehttoevoer geschiedt weer door middel van slangen en via een terugslagklep, daar in geval van breken van de slang anders de gehele bezetting van de kamer in enkele ogenblikken zou zijn verdronken. Het water blijft dus onder het luik staan en de duikers kunnen na afloop van het werk in deze kamer klimmen en zich daar reeds van hun pak ontdoen. Onder vakkundige leiding kunnen zij dan gezamenlijk hun oefeningen aan vangen, terwijl de decompressie zodra het luik is gesloten kan beginnen. De geestdodende oefening of opstijging in het donkere water in volkomen eenzaamheid wordt hierdoor voorkomen. Tevens kan men de kamer, zodra de duikers daarin zijn aangekomen, snel ophijsen en aan dek van het bergingsvaartulg plaatsen. Terwijl dit, b.v. bij het opkomen van een storm naar de haven vaart, kan het decompresseren van de duikers rustig worden voortgezet inde zich aan boord bevindende kamer. Men kan zelfs nog een stap verder gaan en de kamer gedurende het verrichten vaneen deel van het werk geheel beneden laten. De duikers kunnen dan binnentreden en zich ontkleden en rust nemen tot het wederom hun beurt is om het werk voort te zetten. Deze werkwijze is nog zeer nieuw, maar zal ongetwijfeld opgang maken. Aangezien met werkwijzen als de genoemde talrijke mensenlevens verbonden kunnen zijn, is het natuurlijk zaak volkomen zeker te zijn, dat geen gevaar voor leven of gezondheid ■ optreedt. Uitgebreide proeven worden dan ook inde laboratoria der fabrieken van duikwerktuigen genomen, alvorens men tot de eerste uitvoering inde practijk overgaat. Deze proeven, die eerst in het klein met daartoe geschikte diersoorten worden genomen, worden daarna met mensen voortgezet. Zodra iets verkeerd mocht gaan, kan de aanwezige arts in samenwerking met zijn zich buiten de kamer bevindende collega’s onmiddellijk maatregelen treffen, teneinde de getroffene doeltreffend te verzorgen. Het is dan niet nodig de kamer eerst op te halen, waarmede vanuit grote diepte toch altijd nog enkele minuten gemoeid zouden zijn. Het zal evenwel niet zeer lang meer duren of de geraffineerde techniek van deze inrichtingen en nog aan te brengen verbeteringen zullen het werken met normale flexibele pakken op grote diepte mogelijk maken. J. H. W.

Sluiten