Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de finpe Metaalbewerkers

Over het ontstaan van vakverenigingen Vanwege het bestuur van het N.V.V., onze vakcentrale, worden in dit seizoen in twintig plaatsen van ons land ontwlkkelings-samenkomsten gehouden voor het kader van onze moderne vakbeweging. Het N.V.V.-bestuur heeft zorg gedragen voor het benodigde aantal inleiders en de diverse bestuurdersbonden zorgen voor hetgeen verder nodig is. In iedere aangewezen gemeente worden zes van zulke bijeenkomsten gehouden, waarop telkenmale een ander onderwerp wordt ingeleid. Eén ervan heeft betrekking op het niet direct nieuwe onderwerp: „Opkomst en ontwikkeling der vakbeweging” en schrijver dezer regelen is reeds op twee bijeenkomsten als inleider van dit onderwerp opgetreden. De ervaringen die hij daarbij opdeed, gaven hem aanleiding om op deze plaats in ons blad over het ontstaan van de vakbeweging in ons land zo het een en ander op te merken. En voor ditmaal wil hij zich er dan toe bepalen in het bijzonder stil te staan bij de vraag: Hoe komt het dat eerst de jaren 1860—1870 in ons land het aanzien gegeven hebben aan de eerste vormen van vakverenigingen? Inde regel is men in onze kringen met het antwoord al heel spoedig gereed. In velerlei toonaard komt het zo ongeveer op het volgende neer: de kapitalistische wijze van voortbrenging schiep eerst een klasse van loonarbeiders met onderling gemeenschappelijke (klasse)-belangen en eerst daarmede was de grondslag gelegd voor het ontstaan van vakverenigingen. In zijn algemeenheid is dat ongetwijfeld wel juist, maar wij zijn toch zo vrij te menen, dat hierdoor nog niet verklaard is de vraag, waarom in ons land vóór de jaren 1860—1870 nog geen spoor van vakorganisatie te vinden is. De moderne industrie, waartoe wij zeker in de eerste plaats onze metaalindustrie rekenen, wrerd pas omstreeks 1830 in ons land in het leven geroepen, maar het zou toen nog ettelijke tientallen van jaren duren, alvorens zij een vorm had aangenomen, die nodig was om enige honderden arbeiders in fabrieken bijeen te brengen. De eerste machinefabriek was die van Paul van Vlissingen en werd in 1827 te Amsterdam opgericht. Maar zij ving haar productie aan met 30 Engelse werklieden, omdat in het eigen land voor dit werk geen krachten aanwezig waren. En eerst in 1839 was men zo ver, dat de eerste vijf locomotieven (stoomslepers) konden worden afgeleverd. Met andere industrietakken zal het wel ongeveer evenzo gegaan zijn. Een organisatie van metaalbewerkers, daarvoor was. vóór 1840—1850 stellig geen grondslag aanwezig. Maar er waren wel de burger bedrijven als die van metselaars, timmerlieden, schilders, smeden en nog veie anderen, niet afhankelijk van de kapitalistische productiewijze. Wat onderscheidde den timmerman, den metselaar, den schilder, den smid, van 1820 van die van 1840 of 1850? Voor hen was stellig de ontwikkeling van het kapitalistische productie-systeem geen noodzakelijke voorwaarde om in staat te zijn het wapen van de vakvereniging aan te wenden om aldus ineen zeer droevig lot verbetering te verkrijgen. Wat was het dan dat een beletsel vormde om tol vakorganisatie te geraken? Onkunde, ongeloof, onmacht, domheid of onverschilligheid? Niemand beter dan Multatuli heeft omstreeks de jaren 1865 een antwoord op deze vragen gegeven. Hij schreef in zijn „Ideeën” omstreeks deze tijd: „Wie officieel inde kost is bij de Neder-

landse Staat heeft aanspraken, kan reclameren. Dit kan de werkman niet, naar ’t schijnt. En daarom doe ik ’t voor hem bij dezen. Men schijnt te menen, dat de arbeider geboren is tot onthouding, verdriet, geloof, vermoeienis, zweet, hongerlijden en berusten. Ik geloof inde vooruitgang. Tot alle vooruitgang is bewe-

ging nodig. Die beweging ontbreekt in Holland. De arme teert zwijgend weg. Hij heeft de geestkracht niet om verbetering van zijn lot te vorderen en juist dat zelfde lot belet hem om te geraken tot geestkracht. Dit alles loopt rond in ’n fatale kring die verbroken moet worden. En dit kan wel. Ik zal ’t beproeven.” Ziedaar een opsomming van redenen, één der oorzaken vormende waardoor óók in kringen waarin wél een grondslag voor organisatie aanwezig was, toch elke organisatiegeest uitbleef. Maar dat was toch niet het enige. Daar was ook nog artikel 415 van het Nederlandse strafwetboek, aldus luidende: „Alle onderlinge zamenspanning of vereniging van de zijde der werklieden om tegelijkertijd het werk te doen ophouden, het werk ineen fabriek of werkplaats te verbieden, het tewerk komen en blijven vóór of na zeker uur te beletten en in het algemeen om de arbeid te doen staken, te beletten of duurder te maken, zo wanneer er enige poging in het werk gesteld of een aanvang met de uitvoering gemaakt is, zal gestraft worden met een gevangenisstraf van ten minste een maand en ten hoogste drie maanden. De hoofden of aanleggers zullen gestraft worden met een gevangenzetting van twee tot vijf jaren.” Deze bepaling uit het Strafwetboek is eerst in 1872 opgeheven, nadat er van liberaal-burgerlijke zijde vanaf 1860 tegen was geageerd. In feite zou het oprichten van vakverenigingen vóór 1870 weinig nut gesticht hebben, tenzij dan dat men zich zou beperkt hebben tot het richten van nederige vragen tot de patroons. • lets van die aard was er dan ook vóór 1860

wel, want Amsterdamwas reeds In 1849 een Typografen vereniging rijk, die luisterde naar de naam „Voorzorg en Genoegen”. Maar dat was geen vakvereniging inde zin als wij op het oog hebben. De naam alleen reeds duidt er op, dat we hier met een vereniging te maken hebben, die zich beperkte tot het doen van uitkering bij ziekte en dood en voorts tot het arrangeren van genoeglijke bijeenkomsten. Summa summarum, er ontbrak inde jaren vóór 1860—1870 ook nog iets anders dan de kapitalistische productiewijze om het zaad van de vakvereniging te kunnen uitstrooien. Ter waarschuwing Voor oud en jong Men schrijft ons: Nog steeds is het aantal overtredingen van de Ongevallenwet en de Invaliditeitswet zeer hoog. Het valt dan ook niet te verwonderen, dat telkens weer werkgevers of arbeiders zich terzake van deze overtredingen door den kantonrechter zien veroordeeld. Gedurende de laatste maanden werden dan ook alleen al in Amsterdam meer dan honderd vonissen gewezen of de veroordeling door het treffen vaneen schikking afgekocht. Voor de Invaliditeitswet ging het bij deze zaken voornamelijk over het niet plakken van rentezegels, het zich niet aanmelden voor de verzekering door in loondienst getreden arbeiders, het niet inleveren van de rentekaart en het weigeren van inlichtingen of het verstrekken van opzettelijk onjuiste inlichtingen. Voor de Ongevallenwet hadden de straffen betrekking op het niet doen van bedrijfsaangifte, het niet geregeld bijhouden van de loonlijst, het niet op tijd inleveren van de loonlijst, het opzettelijk onjuist invullen van de loonlijst en het doen van een valse ongevalsaangifte. De boeten varieerden in het algemeen tussen ƒ 1 en ƒ 30, subsidiair hechtenisstraffen. In enkele gevallen werd een hogere boete opgelegd. Aan enkele werkgevers, die bij het invullen der loonlijsten hadden geknoeid en uitgegeven lonen niet op de loonlijst hadden vermeld, werden boeten opgelegd van ƒ 100 en ƒ 250, subsidiair 50 dagen hechtenis. Ineen ander geval werd een werkgever wegens het niet plakken van rentezegels veroordeeld tot een boete van ƒ 162.

Uit de Jeugdgroepen

Amsterdam (v. R.) Op Maandagavond 7 November a.s. organiseert de plaatselijke jeugdraad een grote propaganda-bijeenkomst in gebouw „Bellevue”, ingang Leidsekade. Op die avond zal door de verschillende jeugdgroepen een programma worden opgevoerd, waarin tot uitdrukking komt op wat voor manier de jeugd zijn vrije tijd besteedt. Ook de metaalbewerkers zullen daar het hunne toe bijdragen, en als de voortekenen niet bedriegen zal het wel een succes worden. We hopen nu maar dat vele jonge leden van onze Bond op die avond komen en dat er verschillende ongeorganiseerde jongeren zullen zijn. Daar zullen zij dan het laatste stootje krijgen, dat hen tot de organisatie zal brengen en wij als jeugdgroep zullen ze in ons midden opnemen en hen tot actieve leden maken. Maak in je onmiddellijke omgeving propaganda voor de 7e November en zorg, dat je er zelf bij bent Het wordt stellig een heel prettige avond. Enscnede (H.) Op 26 September j.l. hebben wij een vergadering gehouden in zaal 4 van „Ons Huis”. Aanwezig waren 38 leden. Het doel dezer vergadering was tot oprichting ener zelfstandige

jeugdgroep te komen. Het resultaat was, dat kon worden overgegaan tot oprichting vaneen muziek- en lekentoneelgroep. Voor de muziekgroep gaven zich tot nu toe 16 leden op en voor de toneelgroep 9 leden. Wij wekken dan ook onze leden op en vooral zij die nog niet definitief aan het jeugdwerk deelnemen, zich hiervoor zo spoedig mogelijk op te geven. Dan kunnen wij gezamenlijk aan onze leuze „Tien procent meer leden” werken! Rotterdam Secretariaat: Eikendaal 9. (M. v.d. K.) Beste vrienden, het secretariaat, dat tijdelijk werd waargenomen door A. J Elsinga, Roentgenstraat 54, is met Ingang van heden weer bij L. Benningshof, Eikendaal no. 9. Men houde er dus rekening mee Zij, die de tocht naar Amsterdam mede maken willen, moeten dit zo spoedig mogelijk opgeven in verband met de voorbereidselen, treinreis, enz De kosten van deze tocht bedragen ongeveer ƒ 1.75. Agenda: Zondagen 23 October en 30 October, 3—4.30 uur, moderne danscursus beginners, Sint Mariastraat 91. Zondagen 23 en 30 October, 6 7.30 uur: volksdanscursus „Ons Huis”. Zondag 23 October: laatste wan-

deltocht R.J.R.; samenkomen 8.45 uur, Oostplein. Maandagen 24 en 31 October, 8 uur: jeugdherberg, mandolinerepetitie. Dinsdagen 25 October en 1 November, 9.15—10.30 uur; moderne danscursus gevorderden, St. Mariastraat 91. Woensdagen 26 October en 2 November, 8 uur: lekenspel, St. Jansstraat 17. Donderdagen 27 October en 3 November, 7.30 uur; zanggroep, jeugdherberg. Zaterdagen 22 October en 5 November, 4—6 uur; R.R.R., Windhorst. Zaterdag 29 October: propaganda-feestavond „Lybelle”; kaarten bij de bekende adressen a ƒ0.25. Zaterdag 29 en Zondag 30 October; kaderschool, jeugdherberg. Vrijdag 28 October, 8—9.30 uur: R.R.R., Windhorst. Utrecht (W. A.) Nu ons winterwerk weer begint, wekken wij jullie op de bijeenkomsten trouw te bezoeken. Wij noemen allereerst onze Woensdagavonden, van 7.30—i 9.30 uur, waar wij o.a. werken en spel, voorlezen en zang gaan beoefenen. De Zaterdagmiddagen zullen we op dezelfde wijze doorbrengen, met bovendien op gezette tijden excursies naar de gasfabriek, de electrische centrale, enz. ’s Zondags eventueel museumtaezoek. Dus, zoals jullie zien, een uitgebreid programma. Wij rekenen op jullie opkomst!

Sluiten