Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allerlei

Brieven van vrouwen Beste Ans, Ja, kind, zo staan we dan al weer bijna aan het eind van het jaar 1938, een jaar zo vol spanningen, als de wereld sedert 1914 eigenlijk niet meer gekend heeft. Wil je wel geloven, dat ik nauwelijks de moed heb, om al de verschrikkelijke dingen, die ons in het diepste van onze menselijkheid geschokt hebben, nog eens op te noemen? Leven we tegenwoordig niet allemaal ineen voortdurende angst, dat er iets gebeuren zal? Ik heb wel eens geprobeerd om terug te denken aan andere tijden, toen de mensen het ook moeilijk hadden, maar dan merk je, dat je niet voldoende onderwijs hebt gehad, om je de feiten uit het verleden duidelijk voor ogen te stellen. Ik dacht bijv., hoe de mensen in ons land zich gevoeld moeten hebben inde Franse tijd, toen Nederland bij Frankrijk was ingelijfd en de jonge mannen als soldaten voor Napoleon moesten vechten. Zou die toestand met de tegenwoordige te vergelijken zijn? Ik heb zo’n gevoel, dat het nu allemaal veel erger is, omdat de geweldmiddelen, waarover de grote rijken beschikken, zo ontzaglijk zijn, dat een oorlog

eigenlijk gelijk staat met uitmoording van de bevolking. Wat voel je dat toch dikwijls, dat je niet genoeg weet. En dan begrijp ik rfiet, dat de regering ons onderwijs zo laat verkommeren. Wat ben ik blij, dat onze jongen niet naar de kweekschool is gegaan, om onderwijzer te worden. Het lachte ons eerst wel wat toe, maar als je nagaat, hoe lang jonge onderwijzers en onderwijzeressen moeten wachten voordat ze aan de slag komen, dan zeg je tegen jezelf, dat je kinderen alles beter kunnen doen dan bij het onderwijs gaan. Ik herinner me, dat ik es een propagandawagen van de Algemene Bond van Handels- en Kantoorbedienden gezien heb, waarop stond: „Laat uw kind geen kantoorbediende worden”, en ik zou me kunnen voorstellen, dat men op dezelfde manier de ouders waarschuwde, die hun kinderen onderwijzer willen laten worden. Is het eigenlijk niet idioot, dat de regering de werkgelegenheid voor onderwijzers kunstmatig beperkt door grote klassen voor te schrijven? Aan de ene kant hoor je de gedachte propageren, dat het beschikbare werk over zoveel moge lijk arbeiders moet worden verdeeld, maar onze regering doet precies andersom: die verdeelt het geven van onderwijs over zo weinig

mensen als maar mogelijk is. En snap jij nu hl dat verband de houding van de Katholieken in de Tweede Kamer, Het is net als met de bestrijding van de werkloosheid. Ze hebben een grote mond tegen de regering, omdat die niet genoeg doet, maar als Pietje bij paaltje komt, dan doen ze niemendal. Ik begrijp de Katholieke arbeiders niet, die zich steeds maar weer laten gebruiken om mensen inde Kamer te brengen, die.de belangen van het arbeidende volk opofferen aan de kapitalistische politiek van de regering. Wat zal ik een schik hebben, als de Metaalbewerkersbond de 50.000 leden haalt. Ik zit werkelijk in spanning, of het 50.000ste lid nog voor Oudejaarsdag zal worden ingeschreven. En nu moet je niet denken, dat ik een kinderachtige voorliefde heb voor dat mooie getal, maar ik voel zo sterk, dat we nooit iets zullen bereiken zonder een sterke arbeidersbeweging. Als alle arbeiders zich eensgezind voelden en zich aaneensloten tot één macht, zou zo’n schandaal als de verknoeiing van het onderwijs en het sollen met werklozen doodgewoon niet mogelijk zijn. Weet je, wat ik zo’n fijne gedachte vind? Dat we elkaar het volgend jaar allemaal zullen zien op moeders zeventigste verjaardag. Ik hoop maar, dat we die dag allemaal in gezondheid zullen beleven en dan zullen we, ondanks alle narigheid van de tegenwoordige tijd toch ook wel tot de conclusie komen, dat we vergeleken bij vroeger een hele boel gewonnen hebben. Een goed uiteinde en een prettig begin wens ik je met je man en kinderen namens ons allen. JE FIE.

Zonderlinge verenigingen TJ denkt misschien, dat ons land, waar drie mensen, die bij elkaar zitten, geneigd zijn om samen een vereniging te vormen, op het gebied van het plaatsen van de mensen in hokjes, met een bepaald etiketje erop, de andere landen van de wereld ver vooruit is. Maar dan vergist u zich grondig, want Amerika, dat wil zeggen de Verenigde Staten, overtreffen ons verre. Wanneer u ziet, wat voor verenigingen daar worden opgericht, dan kunt u begrijpen, dat we daarmee maar liever niet concurreren. In Oklahoma, een van de staten van Uncle Sam’s rijk, is door ongetrouwde meisjes een vereniging opgericht, die streeft naar een wetgeving, waardoor alle getrouwde mannen gedwongen worden een trouwring te dragen. „Society for the prevention of married men posing as bachelors” (Vereniging tot bescherming tegen mannen, die zich voordoen als vrijgezellen) heet dit gezelschap van jonge meisjes. Jessye Arnet, de stichtster van de S.F.P.M.M.P. A.B. zegt, dat de meeste nftisjes maar weinig tijd te verspillen hebben. Daarom dienen ze direct te weten of een man getrouwd is of niet. Een nog mallere vereniging hebben jonge, getrouwde vrouwen in Sioux City opgericht. Zij noemen zich „The wives of spanking husbands club” (W.0.5.H.C.), hetgeen letterlijk vertaald wil zeggen: een club van vrouwen, die door hun mannen geslagen worden. Hiermee is absoluut geen demonstratie bedoeld tegen slaande mannen, of geen poging om een goedkoop martelaarschap na te jagen, maar deze vrouwen zijn overtuigd, dat de moderne Amerikaanse vrouw zich veel te veel vrijheden permitteert, waarvoor ze eigenlijk een pak slaag verdient. Zij willen zelfs, dat de wet zo veranderd wordt, dat een man, die voor de een of andere overtreding van zijn vrouw boete zou hebben te betalen, deze kan afdoen door zijn vrouw een flink pak slaag te geven. Groeiende stenen Er zijn juweliers, die mensen verlokken tot het kopen van edelstenen onder het motto: de stenen groeien! lemand, die bijvoorbeeld een diamant koopt, kan die later inruilen voor een grotere diamant en hoeft dan enkel het verschil in prijs bij te betalen. Doch zo stenen laten groeien is een klein kunstje, wanneer men ten minste over voldoende duiten beschikt. Nee, dan is een zekere méneer Barber, wonende in een plaatsje in het Engelse graafschap Suf folk, heel wat knapper. Die laat werkelijk stenen groeien, zoals een ander aardappelen en koolrapen. Reeds vijftien jaren is hij met het kweken van stenen bezig. Hij geeft ze water op dezelfde wijze als de planten in zijn tuin en keert ze af en toe om. De stenen groeien met een snelheid vaneen halve c.m. per jaar.

uit

Er woonde eens, ‘t is lang geléen, Ja, vast wel duizend jaren, Een heel oud vrouwtje, klein en teer; / Haar huisje stond aan ‘t blauwe meer, tussen blaren. T Ze leefde daar geheel alleen, Geen mens kon ooit iets horen; Ze deed haar werk voor dag en dauw, jN Bij zon of regen, wind of kou, Niets kon haar rust verstoren. 'S Doch ééns per jaar kreeg zij bezoek. En dagen van tevoren, \ Was ‘t vreemde vrouwtje inde weer. Zij boende, schrobde, keer op keer. SS Om ‘t tweetal te bekoren. Dat was het lieve dwergenpaar, /) Lawimba en Winola. r Die brachten honing, krenten, koek, zij gingen op bezoek, y- Naar ‘t feest van vrouwe Lola. Daar ging het dagen vrolijk toe, tl Ze dansten en ze zongen, a Ze smulden en ze hadden jool, 8 Lawimba speelde fijn viool, Het was er ongedwongen.

Maar eens ging weer 't kabouterpaar, Zo vrolijk als voorbenen. /JyVYt Naar 't kleine huisje aan 't meer, / Verwonderd liepen z' op en neer ... ( Vrouw Lola was verdwenen ... -"'vV //• Bedroefd en eenzaam zaten zij, Aan 't zo vertrouwde meertje. Ze pinkten beiden weg een traan, Zo héél veel moois was heengegaan , Ach..., kwam ze nog één keertje... A nrfO Winola sprak; „Kom laat ons gaan, We moeten afscheid nemen". jj» Maar ziet... wat steeg daar uit het meer? Het was een elfenkindje teer ... k t . Zij sprak: „Gij moet niet wenen". „Vrouw Lola komt hier nimmer weer, ‘ Keert huiswaarts beste mensen. Ze is thans elfenkoningin, Zij gaf voor beiden deze ring, Met vele schone wensen." ‘t Werd bij het meertje roerloos stil, Het elfje was verdwenen. éPjjCtoj' De dwergjes keken simpel rond, Ach, dat z‘ ons nog een. tijding zond, ;V, VK/ Voor goed is zij nu henen .. . A7 :<

Toen keerden zij naar huis terug, Lawimba en Winola. Zij vlijden zich op 't groene mos. En in ’t wonder-stille bos, Herdachten zij vrouw Lola ... B. OZNOWICZ—GOBETS. –

Sluiten