Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■■ S8 BSgS ÏPi& SR jpü3 Mm IOP pjg m j|| 1118 Ê\ g ™ lj. I / f MM |Sj| II y Jpn, SB|t m (Ti I C lOP\/ I I S C“* fn I i» II » ■ 1 ii Bi Wi BB kA-L V L

De eerste étappe van onze Rotterdamse actie ten behoeve van de personelen van Wilton-Fijenoord, de Rotterdamse Droogdokmaatschappij en P. Smit Jr. ligt achter ons en er is alle aanleiding om over het verloop hier nog een en ander te zeggen.1) De besturen hebben op Zaterdag 18 Maart van hun betrokken leden de machtiging ontvangen om zo nodig en desgewenst, de Metaalbond een ultimatum te stellen. Door sommige organen is daarvan gemaakt, dat de leden opdracht hadden gegeven tot het stellen vaneen ultimatum. Niets is minder juist dan dit; de besturen hadden slechts de machtiging ertoe gevraagd, geenszins de opdracht. En derhalve is er dan ook geen enkel recht geschonden toen de besturen, gebruikmakende van de hun verleende bevoegdheid, daarbij iets geheel nieuws in het geding brachten. Wij doelen hiermede op de volgende clausule, die aan het slot van het ultimatum was toegevoegd, n.1.: „Wij voegen hieraan toe, dat onze besturen in ’s lands belang (defensie-werk) hun medewerking willen verlenen om een conflict bij de betrokken ondernemingen te voorkomen en verklaren ons bereid arbitrage met bindende uitspraak voor beide partijen over de nog in het geschil zijnde punten te aanvaarden. Van vijandige zijde heeft men gepoogd hieruit de conclusie te trekken, dat de besturen, door aldus de zaak te stellen, de werkgevers een dienst zouden bewezen hebben. Maar onze besturen wisten tevoren wel heel stellig, dat hiervan geen sprake kon zijn. Wij kennen de opvattingen van de heren van de Metaalbond sedert ongeveer twintig jaren en uit dien hoofde is ons bekend, dat de werkgevers in onze industrie het middel van arbitrage steeds met grote hardnekkigheid afwezen. De reden, die hen ertoe bracht om uiteindelijk zich toch maar bij arbitrage neer te leggen, vloeide voort uit dezelfde oorzaak, die onze besturen bewoog het voorstel ertoe te doen. Toen de besturen op Dinsdag 28 Maart bij den rijksbemiddeiaar, prof. mr. A. C. Josephus Jitta, waren gekomen, was het eerste wat zij van hem vernamen, dat de regering reeds besprekingen aan het dreigende conflict had gewijd. Uiteraard heeft de rijksbemiddelaar in gelijke geest de werkgevers ingelicht. De besturen hebben zich inde loop van deze Dinsdag ernstig rekening gegeven van de gevolgen, welke een eventueel stopzetten van de arbeid met zich zou kunnen brengen. Het ultimatum inhouden bleek niet mogelijk, aangezien de werkgevers in hun halsstarrigheid bleven volharden. Toen is het denkbeeld van arbitrage bij de besturen gerijpt, waarbij werd overwogen, dat de Metaalbond een daartoe !) Zie ook het artikel „Groep B en wat er mee verband houdt'*, op pagina 11 van dit blad.

strekkend voorstel fhans moeilijk zou kunnen afwijzen. Men vergefe niet dat juist terzelfder tijd, dat onze actie door de houding van de werkgevers scherper vorm begon aan fe nemen, de internationale politieke toestand steeds dreigender aanzien kreeg. Bij elke strijd op economisch terrein speelt de openbare mening een heel ernstige rol; hoeveel fe meer reliëf zou deze krijgen indien het werk, bestemd voor de nationale verdediging van ons land, zou komen stil te liggen? Er is, vooral in dit tijdsgewricht, niet veel fantasie voor nodig om de gevolgen te overzien. De pers zou een waar Indianengehuil hebben aangeheven en al ons geredeneer en geargumenteer, dat het de halsstarrige ondernemers zouden zijn geweest, .op wier hoofden de verantwoordelijkheid zou moeten rusten, zou inde ogen van het grore publiek geen genade hebben gevonden. En wij zouden de 11.000 oudere en jongere werklieden, die bij het conflict betrokken zouden zijn geworden, een heel slechte dienst bewezen hebben, indien wij hen, ondanks deze ernstige bedenking, in strijd gejaagd zouden hebben. Verantwoordelijkheid dragen heeft, ais alles in het leven, z'n grenzen. De besturen hadden volmacht ontvangen om naar eigen inzicht zich vaneen ultimatum te bedienen; zij waren niet verplicht het te stellen, want een opdracht ertoe was niet gevraagd en niet gegeven.

RESULTAAT van de tussen partijen onder leiding van den rijksbemiddelaar in het 3e district, prof. mr. A. C. Josephus Jitta, gevoerde onderhandelingen inzake het dreigend conflict bij de werven; R.D.M.-Nw. Waterweg, Wilton-Fijenoord en P. Smit Jr. I. De hoofdbesturen van de werknemersorganisaties hebben zich op grond van de bijzondere omstandigheden bereid verklaard arbitrage te aanvaarden. De Metaalbond, kennis genomen hebbende van de mededeling van den rijksbemiddeiaar, dat de regering niet bereid is zelf als arbiter op te treden, verklaart zich, gezien de zeer bijzondere omstandigheden, bereid, arbitrage te aanvaarden door één of meer arbiters, door de regering aan te wijzen. Aan arbitrage zullen worden onderworpen de volgende vragen: a. Was de weigering van de werkgevers tot verhoging van het loonpeil van de werknemers, behorende tot leeftijdsgroep A, redelijk? b. Was een algemene loonsverhoging voor deze groep, als gevraagd door de metaalbewerkersbonden, redelijk? c. Indien het onder b. genoemde bevestigend wordt beantwoord, in hoeverre dient dan aan het voorstel van de metaalbewerkersbonden te worden voldaan? 11. Leeftijdsgroep B. 1. Loonregelingen. De door dé ondernemingen overgelegde, door beide partijen geparafeerde algemene loonregelingen voor leeftijdsgroep B waarin de reeds toegezegde loonsverhoging van 1,2 en 3 cent is verwerkt worden door de werknemersorganisaties in afwachting van het resultaat van de onderhandelingen overeen collectieve arbeidsovereenkomst voor de tijd van zes maanden aanvaard. Zij nemen aan, dat de minimum-cijfers als regel de cijfers zullen zijn, waarop de werklieden worden aangenomen, terwijl zij de overige cijfers als kwali-

Zij deden ten slotte wat onder de gegeven omstandigheden naar hun inzicht het beste was en stelden het ultimatum onder toevoeging van de bereidverklaring tot aanvaarding van arbitrage. Of het de werkgevers veel strijd gekost heeft dit voor hen nieuwe middel te accepteren, weten wij niet. Maar wei weten we, dat zij de arbitrage aanvankelijk slechts wilden aanvaarden, indien de regering zelf arbiter zou zijn. Daartegen hebben onze besturen zich met al de kracht, waarover zij beschikten verzet, waarbij zij in zoverre in het voordeel waren, dat de regering zelf weigerde in deze fuik vast te lopen. Zij was alleen, en dan evenals de vakverenigingen gedreven door het belang van land en volk, bereid om de arbiters te benoemen. En zij wees daartoe drie van de rijksbemiddelaars aan. Deze zullen nu alleen te beslissen krijgen of de werklieden, behorende tot groep A geschoolden van 30 jaar en ouder, geoefenden van 28 jaar en ouder en ongeschoolden van 26 jaar en ouder —- loonsverhoging moeten bekomen. Hun uitspraak, hoe die ook zal uitvallen, is voor beide partijen bindend. Het gaat hier om een deel vaneen van de punten, aangezien voor het overige overeenstemming bereikt is. Dat geldt voor wat betreft een loonregeling voor de B-groep; de vacantieregeling; de ploegenregeling; de overuren en het z.g. register. Dit laatste verband houdende met de vrijheid inzake keuze van werkgelegenheid. Wij verwijzen voor het overige naar het hierbij opgenomen resumé, waarin de resultaten van de onderhandelingen zijn samengevat.

ieitscijfers beschouwen, die de man moet trachten te verdienen. Individuele klachten zullen op de gebruikelijke wijze kunnen worden doorgegeven, waarna door den werkgever een verklaring zal worden gegeven. 2. Verhoging. Indien de arbiter(s) een verhoging van de lonen voor leeftijdsgroep A als redelijk zou(den) erkennen, zal een daaruit voortvloeiende verhoging voor leeftijdsgroep A evenredig doorwerking vinden op de hiervoren genoemde algemene loonregelingen voor leeftijdsgroep B, 111. Vacantie 1939. De werklieden, die op het tijdstip van het verlenen van de vacantie een jaar onafgebroken in dienst zijn geweest, genieten 5i dag aaneengesloten vacantie (een normale werkweek). De overige werklieden, mits op het tijdstip van het verlenen van’ de vacantie ten minste drie maanden onafgebroken in dienst zijnde, genieten 2\ dag aaneengesloten vacantie. Van 1 Mei af wordt aan de werklieden, die voor vacantie, als boven omschreven, in aanmerking zouden zijn gekomen, maar die vóór het tijdstip van het verlenen van de vacantie wegens werkvermindering worden ontslagen, alsnog 2\ dag aaneengesloten vacantie gegeven, wanneer zij vóór 1 Mei van het volgende jaar bij den betrokken werkgever opnieuw tewerk worden gesteld. IV. Ploegenregeling. De werknemers bij Wilton-Fijenoord, R.D.M.-Nw. Waterweg werken 93 uren in 14 dagen en ontvangen daarvoor 99 uren loon. De werknemers bij P. Smit Jr. werken 96 uren in 14 dagen en ontvangen daarvoor 102 uren loon. Als de werktijd voor de ploegen wordt overschreden, blijft de 6 uren extra-loonbetaling gehandhaafd. V. Register. De afdeling Rotterdam van de Metaalbond is bereid de gehele werking van het z.g. register te onderwerpen aan het oordeel van den voorzitter van de Metaalbond en de eventueel door dezen gewenste veranderingen daarin aan te brengen. De voorzitter van de Metaalbond verklaart zich bereid de vertegenwoordigers van de metaalbewerkersbonden inde gelegenheid te stellen hun bezwaren tegen de werking van het register kenbaar te maken. VI. Betaling van overuren. Wilton-Fijenoord is bereid dezelfde regeling foe fa passen als R,D.M.-Nw. Waterweg reeds doet. Deze regeling zal aan de organisaties worden bekend gemaakt. VII. Bedri/fsvrede. De werknemersorganisaties zullen gedurende een jaar geen actievoeren fot verbetering der arbeidsvoorwaarden bij de betrokken ondernemingen, onverminderd het hierboven sub 11,1. bepaalde. VIII. De voorzitter van de Metaalbond heeft de toezegging gedaan, dat onderhandelingen overeen collectieve arbeidsovereenkomst op korte termijn zullen kunnen aanvangen. Komt binnen bovengenoemde termijnen een collectieve arbeidsovereenkomst tot stand, dan treden de bepalingen dier overeenkomst inde plaats van het bovenstaande. Afspraak, gemaakt tussen partijen onderling. De loonsverhoging gaat de eerstkomende loonweek in en wordt 8 April 1939 voor het eerst uitbetaald. Indien de werkgevers door administratie-moeilijkheden niet vóór die tijd gereed kunnen komen, zal deze uitbetaling een week later geschieden, doch met terugwerkende kracht.

Sluiten