Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gereedschappen en toestellen voor het loodgietersvak (II)

De vlotterkraan De vlotterkraan (fig. 7) is genormaliseerd onder No. 335, en samengesteld uit: kraanhuis 1, klepzitting 2, dichtingsring 3, opsluitmoer 4, klepsluk (rubber) 5, klep 6, dop 7, bevestigingspen met sluitingen en splitpen 8, hefboom 9, vlotterlichaam 10 en bovenplaat 11. Bij iederen loodgieter is de vlotterkraan een bekende. Zij heeft ten doel in het closetreservoir automatisch een afsluiting inde waterleiding tot stand te brengen, wanneer voldoende water in het reservoir is gekomen. Hierbij is gebruik gemaakt vaneen hefboom (welke soort?), draaibaar om de bevestigingspen 8 (steunpunt). Op de korte arm van deze hefboom werkt de waterleidingdruk (last) en op de lange arm de opwaartse druk (macht), veroorzaakt door het drijven van het vlotterlichaam op het water. Het zal duidelijk zijn, dat de toevoer der waterleiding door klep en klepzitting is afgesloten als er evenwicht in het hefboomstelsel is. Nemen we aan dat de boring van de klepzitting 3 mm. is, dan is het oppervlak ± 7 mm.3 en weten we, dat de gemiddelde druk inde waterleiding + 2,5 atmosfeer = 2,5 kg./cm.3 = 25 gram/mm.' bedraagt, dan kunnen wede totale druk W, die op de klep drukt, eenvoudig berekenen, n.l. 7 x 25 = 175 gram. Deze druk moet dan door de opwaartse druk van het water, werkende op vlotter en hefboom, op – geheven worden. Konden we nu de hefboom als een mathematische beschouwen, d.w.z. als een denkbeeldige zonder dikte of zwaarte, dan waren we gauw klaar. We zouden dan de hoofdeigenschap der hefbomen (zie vorig artikel) alleen voor last en kracht kunnen toepassen, om de drukte berekenen, waarmee de vlotter door het water omhoog moet worden gedrukt om de watertoevoer te sluiten. 8.v.: De last bedraagt, zoals reeds berekend is, 175 gram, lastarm = 15 mm. Kracht = de opwaartse druk = x en de krachtarm waaraan x werkt 300 mm., waaruit zou volgen; 175 x 15 = x X 300 of 175x15 x = = 8J gram. 300 Met een opwaartse druk van J-9 gram zou, volgens deze berekening, de vlotterkraan gesloten kunnen worden. Deze berekening is echter niet juist, omdat we het eigen gewicht van de hefboom hebben uitgeschakeld. In tegenstelling met de berekening In ons vorige artikel, waarbij het gewicht der hefboomsarmen geen invloed van betekenis had op onze uitkomst, heeft het hier op de uitkomst een grote invloed. In figuur 7 zien we aangegeven het zwaartepunt van de hefboomsarm cot aan het vlotterlichaam = Z, en het zwaartepunt van het vlotterlichaam plus het overige deel van de hefboom

= Z2. Verder geven P, en P, het gewicht aan dezer delen, aangrijpende in punten Z, en Z2. Stel het gewicht van de gehele hefboom met vlotterlichaam op 325 gram. De hefboomsarm tot aan het vlotterlichaam 22 x 1,25 X 0,3 cm., hetgeen een inhoud geeft van ± 8,5 cm.3. 1 cm.3 weegt 8,5 gram (dit noemt men s.g.), dus dit gedeelte van de hefboomsarm weegt 8,5 x 8,5 = ± 75 gram. Het vlotterlichaam plus het overige deel van de hefboom weegt dan’ 325 75 = 250 gram. In figuur 8 is de gehele hefboom nog eens apart weergegeven met de daarop werkende krachten en aangrijpingspunten. Inde werktuigkunde noemt men het product vaneen kracht en de arm waaraan deze kracht werkt een moment. De momenten, die met de wijzer van een uurwerk meedraaien, noemt men positieve momenten en die tegengesteld draaien, negatieve, resp. aangeduid door plus of min (zie pijltjes bij fig. 7 en 8). W, Pa en P, zijn positieve werkende krachten en x is een negatief werkende kracht. Verder is de algebraïsche som van alle momenten bij evenwicht altijd nul. Stellen we een vergelijking op, waarbij we alle negatieve en positieve momenten optellen, zodat de uitkomst nul wordt, dan krijgen we: 15 x W + 110 X P, + 300 X P, 300 x x = 0., x is hierbij de enige onbekende, die dus te berekenen is als volgt: 15 X 175 + 110 X 75 + 300 X 250 300 X x = 0 of 300 x = 85875 85875 x = = + 286 gram. 300 De opwaartse druk moet dus 286 gram bedragen, wil de toevoer der waterleiding afgesloten worden, hetgeen wil zeggen dat het vlotterlichaam zover in het water ondergedompeld wordt, tot dit 286 cm.3 water verplaatst. Als het vlotterlichaam 4,5 cm. ondergedompeld is, verplaatst het ± 300 cm.3, zodat dan de opwaartse druk ruim voldoende is om vaneen goede afsluiting verzekerd te zijn. Uit bovenstaande beschouwing zien wij, dat wanneer het eigengewicht in rekening wordt gebracht, de opwaartse druk heel wat groter moet zijn dan bij de eerste berekening. De druk inde waterleiding zal in een gebouw afnemen, naarmate een leiding hoger stijgt. De druk op klep 5 zal ook afnemen. Het door de vlotter verplaatste water zal echter niet noemenswaardig veranderen, omdat het gewicht hefboom en vlotter constant blijft en volgens de berekening van de 286 gram verplaatst water slechts 9 gram nodig was voor het sluiten van de waterstroom.

VRAGENBUS Vraag 83: Bij mij inde werkplaats gebruiken we nog al veel brons, lagers, enz. Nu zou ik gaarne van u willen weten, waaraan ik nu kan zien of de kwaliteit goed is. Het meeste brons is phosphorbrons, een enkele maal voor speciale gevallen nikkelbrons. Bij het draaien krijgt men vaak de indruk gewoon messing onderhanden te hebben. Nu beweer ik altijd dat dit niet deugt. Volgens mij moet het brons taai zijn, zodat men als men een ijzerbeitel zou gebruiken, korte krullen krijgt. Zo kan het gebeuren, dat vaneen zending, dus één gietsel (dit beweert tenminste de gieterij), men als het ware twee soorten brons heeft, waarvan het ene net messing, terwijl het andere taaier en ook donkerder van kleur is. Maakt men hier nu melding van bij de gieterij, dan is steeds het antwoord: ~o, dat maakt niets uit, dat komt alleen door het mengen, het is dan niet voldoende geroerd, enz.” Antwoord. Uw mening in deze is zeer juist. Phosphorbrons Is bij het bewerken zeer goed van messing en andere bronssoorten te onderscheiden. Wanneer de behandeling inde kopergieterij goed is, dan moet de samenstelling van ieder voorwerp uit één of desnoods meer gietingen dezelfde zijn. Feit is echter, dat hierop somtijds niet voldoende wordt gelet; het percentage phosphor verandert bij te hoog of langdurig verwarmen zeer spoedig. Het is dus duidelijk, dat daarmee de kwaliteit der legering gemoeid is. Het juiste mengen, dus goed roeren, is hier een belangrijke factor. De aanschaffing van phosphorbrons is een kwestie van vertrouwen. Wanneer u bussen uit de handel of metalen van bonafide firma’s betrekt, zullen de door u genoemde fouten achterwege blijven! L. Vraag 84: Zoudt u mij een eenvoudig schema kunnen geven vaneen variometer voor een gelijkstroomtoestel? Antwoord: Vroeger, toen de draaibare condensatoren vrij duur waren, werden variometers, dikwijls gebruikt om de antenne-kring vaneen ontvangtoestel op de verlangde golflengte af tè stemmen. Tegenwoordig gebruikt men daarvoor meestal een draaibare condensator in combinatie met een vaste of aftakbare spoel. De variometer bestaat uiteen vaste en een draaibare spoel; de laatste wordt meestal binnen de vaste spoel aangebracht (fig. 1). De twee spoelen zijn in serie geschakeld. De antennestroom die beide spoelen doorloopt, schept in elke spoel een magnetisch

veld. Door de ene spoel te draaien, zullen de magnetische velden elkaar in mindere of meerdere mate verzwakken of versterken, al naar gelang van de stand van de draaibare spoel t.o.v. de vaste spoel. De zelfinductie is daardoor regelbaar en wel des te beter naarmate het oppervlak van de windingen van de beide spoelen gelijkheid nadert. Om dit te bereiken, althans bij benadering, wikkelt men de spoelen op gedeeltelijk bolvormige spoeldragers (fig. 1). De schakeling inde antennekring is aangegeven in figuur 2. De vaste condensator kan dooreen schakelaartje worden kortgesloten voor ontvangst van golven boven de 300 meter. Bij de serie-parallel variometer van Edison-Bell kunnen de twee spoelen, behalve in serie, ook nog parallel geschakeld worden.

Automatisch afschakelen, van geladen batterijen Het is meestal gebruikelijk om de laadstroom van batterijen, na beëindiging van de lading, met de hand af te schakelen. Het tijdstip waarop de lading als geëindigd kan worden beschouwd, beoordeelt men daarbij naar de zuurdichtheid en het oplopen der spanning. Daarvoor is dus nodig, dat men tijdens de laadperiode van tijt tot tijd de zuurdichtheid controleert en uit de optredende gasontwikkeling het tijdstip van de beëindiging van de lading vaststelt. Deze controle kost tijd en geld. Men kan nu wel, door inde keten een eenvoudige schakelklok en motorschakelaar op te nemen, de laadstroom na een zeker aantal uren uitschakelen en ontkomt dan aan de voortdurende controle, maar men weet dan nooit met zekerheid of de batterij te lang of te kort is geladen. De duur van de lading hangt n.l. niet alleen af van het accu-type en de laadstroom, maar ook van de gehele of gedeeltelijke ontlading van de batterij. Een belangrijke verbetering voor het laden van accumulatoren is door Pöhler aangegeven, een verbetering

j3ie hierin bestaat, dat met de naar hem genoemde schakelaar de laadstroom op het juiste tijdstip automatisch wordt onderbroken. Het principe waarop deze z.g, Pöhlerschakelaar is gebaseerd, is de, in het algemeen nog weinig bekende, eigenschap vaneen lood-accumulator, dat vanaf het tijdstip waarop een accumulator tijdens de lading een spanning van 2,4 volt bereikt, een nagenoeg constante hoeveelheid electriciteit nodig is om hem geheel vol te laden. Wordt derhalve vanaf dat tijdstip de stroomsterkte op een bepaalde waarde gehouden, dan is de lading na een bepaalde tijd geëindigd. De inrichting van de Pöhlerschakelaar, die in verschillende uitvoeringen wordt vervaardigd, wordt in hoofdzaak gevormd dooreen schakelaar, een spanningsrelais en een uurwerk. Het anker van het spanningsrelais. waarvan de wikkeling op de batterij – klemmen is aangesloten, wordt wanneer de cellen een spanning van 2,4 volt bereiken, aangetrokken en hiermede een uurwerk in werking gesteld. Na verloop vaneen bepaalde, instelbare tijd sluit het uurwerk een relais, dat de schakelaar uitschakelt en daarmede de lading beëindigt. v.d. Z.

Sluiten