Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NDONKERE

betekenis van Kerstmis te schrijven, omdat wij te dezer zake de striktste neutraliteit hebben in acht te nemen. Bij onze Bond zijn Christenen en niet*Christenen aangesloten; gelovigen en ongelovigen. En er is zelfs groot onderscheid tussen de wijze van Kerst* herdenking bij Katholieken en Protestanten. Over Kerstmis willen wij schrijven, omdat de klanken voor ons zelf oude en bekende klan* ken van Vrede op Aarde, een getuigenis op zichzelf zijn. Er behoort weinig intelligentie toe om op dit komende Kerstfeest de tegenstellingen die er zijn op te roepen en bijzonder in het licht te stellen. Zoiets als de kribbe van Bethlehem naast het kanon, de tank of de duikboot. Er zijn in dit tijdsgewricht genoeg dingen waar wij ons aan kunnen ergeren, genoeg dingen ook waar de, zij ’t ook goedkope, spotlust mee kan worden opgewekt. Maar er is weinig dat ons houvast geeft, dat ons bemoediging biedt. Idealen zijn verduisterd door de rookgordijnen waarachter bedrog, misleiding en eerloosheid zich verschuilen. # * # De mensheid is in dit tijdsbestek zowel in figuurlijke als in letterlijke zin in diepe duisternis gedompeld. De duisternis van de lange nachten overschaduwt nog daarenboven het weinige licht van de korte dagen. Dat is, voor ons Westerlingen, niets ongewoons, want we zijn er vanaf onze wieg mee opgegroeid. Te midden van dit tijdsgewricht, juist enige dagen nadat de zon haar diepste punt heeft bereikt en haar glorieuze opgang aanvangt, wordt het Kerstfeest gevierd. Wij staan jr weer vóór, kameraden. En „alles moet zoveel mogelijk normaal blijven!” Een moeilijke opgave met rondom een duisternis, die zelfs door de grootste en sterkste door mensen* handen gewrochte schijnwerpers niet valt te door* boren. Mogen wij juist nu gedenken, dat een mens en dat de mensheid, zónder idealen, verloren gaan. Veel kan worden ontnomen, een levend ideaal nimmer. Als de ouderen idealen verliezen is dat nog tot daaraan toe; wellicht heeft hun leven wat al te veel ontgoocheling te zien gegeven. Maar al wat inde ruimste zin van het woord nog jong is, moge het hoogste en mooiste ideaal als een kostbaar ding, juist nu in deze sombere, donkere dagen, bewaren en hooghouden. Het ideaal van de vrede, dat is var. harmonie en gerechtigheid. Want wij willen leven en niet ondergaan. Wij willen niet wanhopen, niet denken: deze duisternis zal nooit meer door het licht worden verjaagd. Goede, hechte kameraadschap moet ons sterken en stalen om het ideaal van de vrede in ons brandende te houden. Zó brandend, bondgenoten, dat wij er inde donkerheid van het heden een licht aan hebben, dat ons de weg doet onderkennen die ons naar betere tijden voert.

Hoeveel er ook in dit tijdsbestek van oorlog en oorlogstoestand ontwricht en verward is, zo zijn er toch immer gebeurtenissen en ontwikke* lingen, die zich daaraan niet storen. Toen de oorlog uitbrak en in ons land de mobilisatie werd afgekondigd, was het nog volop zomer. Maar geen oorlog of oorlogsdreiging kon ver* hinderen, dat we langzaam aan naar de herfst en nog weer later naar de winter gingen opschuiven. Tegen de altijd durende tijds* en seizoenver* anderingen is geen Maginot*, geen Siegfriedlinie op te werpen. Dat proces zet zich door hoe ook mensen en volkeren optreden en handelen. En mét de ver* andering der tijden en seizoenen dringen zich de binnen hun grenzen vallende gebeurtenissen aan ons op. Oorlog en ellende, dood en verderf trekken als zwarte donderwolken over Europa; ze waren er reeds in Augustus, toen de natuur nog in volle rijkdom verkeerde en ze zijn er, nu winterse doods* heid en onvruchtbaarheid over de velden liggen, nog steeds. Al die ellende kan niet verhinderen, dat het feest van de vrede, dat Kerstmis in aantocht is en dat zijn getuigenis zal gaan over de zeeën met hun mijnen* en torpedogevaren, en over de staal* en betonmassa’s, die de namen van Maginot en Siegfried dragen. Eigenlijk een erg lastig geval, zo’n Kerstmis*in* oorlogstijd; zo’n getuigenis van vrede, van har* monie, terwijl de dood van alle kanten loert. Hitler in Duitsland, Stalin in Rusland, ze kunnen heel veel. Wat naar hun mening en naar de mening hunner trawanten zwijgen moet, dat móet zwijgen. Maar buiten hun controle en buiten hun invloed vallende gewetensgetuigenissen, die wel verborgen gehouden maar niet verstikt kunnen worden. Kerstmis is een lastige, opdringerige getuige voor de dood* en verderfzaaiers; een getuige, die men niet met de kogel kan afmaken, die men niet naar een concentratiekamp of naar Siberië kan op* zenden. Het-getuigenis van Kerstmis zou men misschien per decreet kunnen pogen gevaarloos te maken, maar ook dat zou weinig effect opleveren. £ * # „Alles moet zoveel mogelijk z’n gewone gang gaan”, zo hebben we sedert Augustus van vele zijden horen aanprijzen. Er is al zo veel ontwricht, veel dat onvermijdelijk was en is. En dat vele onvermijdelijke, gevoegd bij de ontstellende ge* beurtenissen buiten onze grenzen en de tijdingen, die ons daaromtrent per couranten* en radionieuws bereiken, drukt de mensen neer en roept stem* mingen op, die leiden tot neerslachtigheid en mis* moedigheid. Het is inderdaad waar, we moeten pogen „gewoon” te doen, al zullen we daarbij de realiteit niet mogen vergeten. De levensvreugde en het levensgeluk, die de benarde omstandigheden ons tot nog toe gelaten hebben, mogen wij niet ver* waarlozen. En zó van deze gedachte vervuld treden wij Kerstmis 1939 tegemoet. Het is hier niet de plaats om over de ideologische

Sluiten