Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ionen inde metaalindustrie

(Gegevens over het 2e halfjaar 1939) Wij ontvingen „Mededelingen No. 50”, uitgave van het (N.A.M.) Normalisatie-Bureau voor Arbeidszaken inde Metaalnijverheid Deze mededelingen hebben betrekking op de gemiddelde uurlonen en uurinkomens van de werklieden in dienst bij de leden van de Metaalbond en dan volgens de toestand zoals die was op 1 Januari 1940, zodat zij een beeld geven van het tweede halfjaar van 1939. De cijfers zijn afkomstig van de loonschriften van 91 Metaalbond-leden en omvatten 38.379 werklieden. Op pagina 3 vonden wij een overzicht van de aantallen werklieden, telkens op 1 Januari en 1 Juli vanaf 1929. Het desbetreffende staatje ziet er als volgt uit: 1 Januari 1 Juli 1929 40.997 43.091 1930 45.714 44.437 1931 36.647 30.071 1932 23.646 19.361 1933 17.555 19.381 1934 20.901 21.378 1935 19.379 21.795 1936 21.334 24.099 1937 29.952 35.332 1938 37.680 40.151 1939 41.921 43.979 1940 38.379 Het aantal werklieden is sedert 1 Januari 1936 voor de eerste maal weer af-, inplaats van toegenomen. Sedert 1 Juli 1939 daalde het aantal van 43.979 op 38.379, dat is met 5.600 of met 12.7 procent. Een onrustbarende daling, waarin zich de tijdsomstandigheden duidelijk af tekenen. De daling komt voornamelijk op rekening van de B-groep, de jongeren dus. Deze ging achteruit van 20.377 op 1 Juli 1939 tot 16.988 op 1 Januari 1940, dat is met 3.389 of met 16.6 procent. De A-groep daarentegen daalde van 23.602 op 1 Juli 1939 tot 21.391 op 1 Januari 1940, dat is met 2.211 of met 9.4 procent. De belangrijkere daling van de B-groep in vergelijking met de A-groep zal wel grotendeels aan de mobilisatie moeten worden toegeschreven. Van alle werklieden behoren er thans 55.7 pet. tot de A- en 44.3 pet. tot de B-groep. De indeling der gemeenten inde drie klassen is als volgt: gemeenteklasse I: Amsterdam, Rotterdam, Schiedam; gemeenteklasse II: Arnhem, Delft, Dordrecht, Haarlem, Hengelo (O.), Hilversum». Koog a.d. Zaan, Leiden, Nijmegen, Rheden, Utrecht, Velsen, Vlissingen, Zuilen; gemeenteklasse III: Alkmaar, Amersfoort, Apeldoorn, Bergen op Zoom, Breda, Deventer, Gorkum, Hardinxveld, Helmond, Jutfaas, Krimpen a.d. Lek, Lekkerkerk, Middelburg, Nw. Lekkerland, Olst, Oudewater, Papendrecht, Winschoten, IJlst, Zwolle. Hiernevens volgt (over twee kolom) een staatje een overzicht bevattende van de indeling der werklieden inde groepen A en B. Vervolgens geven wij een overzicht van de gemiddelde uurlonen en uurinkomens voor de groepen A en B: Gemiddelde uurlonen leeftijdsgroepen A. en B. Gemeente- Gemeente Gemeenteklasse klasse II klasse 111 P q g B r* P P n P C l» T P g T3 P g T3 . (U Leeftijd 2-o'S2-a‘s2-So opoocoobo O 4» J3 O P J3 O P -C ■P CU P —(U O .B n» CJ ■, SSgSgogoo -s v •oc <S -OC V pot o O w P 'T O O | O ~ I O J I o 14 jaar 7 8 9 8 8 8 6 6 7 15 jaar ■ 9 10 12 9 10 9 9 8 9 16 jaar 12 13 1411 1212 11 10 12 17 jaar 15 17 18 1514 14 13 1214 18 jaar 19 21 21 18 18 18 16 1415 19 jaar 23 23 24 21 20 21 19 17 19 20 jaar 29 2727 24 24 24 22 21 20 21 jaar 33 31 31 29 27 30 26 23 22 22 jaar 37 34 34 32 30 33 30 26 24 23 jaar 42 37 36 36 3333 31 28 27 24 jaar 46 40 41 39 37 36 36 29 29 25 jaar 50 44 43 43 38 38 39 33 31 26 jaar 53 47 46 41 41 36 —• 27 jaar 55 50 48 42 41 39 28 jaar 55 51 44 29 jaar 57 52 46 30 t.m. 65 j. 63 57 51 57 50 47 53 45 40

LEEFT [JDSGROEP * | LEEFTIJDSGROEP B Gemeente- Totaal aantal 1 23 1 23 klasse werkenden '■ _________________ L Geschoolden Geoelenden Ongeschoolden Geschoolden Geoefenden Ongeschoolden 30 t/m 65 jaar 28 t/m 65 iaar 26 t/m 65 jaar 29 jaar en jonger 27 jaar en jonger 25 aar en ionger I 17,231 5.022 3.019 1.431 j 4.641 1.683 1.435 II 16.807 3.915 3.591 2.134 I 3.558 2.340 1269 111 4.341 999 863 417 1.035 651 376 Totaal 38.379 9.936 7.473 3982 9234 4.674 3.080

Gemiddelde uurinkomens leeftijdsgroepen A. en B. Gemeente- Gemeente- Gemeente klasse i klasse II klasse 111 p o o P n P O 4> e _ 1» Leeftijd o p O O p O O PO 2 -p o p ,c o V Ji -p V D-P® O o O ïï O O ?. o o * 4) J* CO «J P « 2 p Pr" pr" <u ,2; Ofl n w p r"> vJ P n P u O ° O ° o 14 jaar 7 8 10 8 9 10 77 8 15 jaar 10 1114 10 1111 10 8 9 16 jaar 1415 16 13 1414 1211 13 17 jaar..... 17 19 21 16 17 18 1514 16 18 jaar 23 24 25 20 21 21 18 16 18 19 jaar 28 27 28 25 25 25 22 19 22 20 jaar 34 32 32 28 29 29 25 24 25 21 jaar 39 36 37 35 31 35 30 26 27 22 jaar 45 40 40 37 35 38 35 31 28 23 jaar 51 45 43 44 40 38 36 33 30 24 jaar 55 4848 47 44 42 41 3333 25 jaar 60 53 52 52 46 45 44 39 37 26 jaar 64 57 56 50 48 44 27 jaar 67 61 58 51 51 46 28 jaar..*.. 68 61 53 29 jaar 71 63 56 30 t.m. 65 j. 78 71 62 70 61 55 61 53 46 Wij laten verder nog twee staatjes volgen, die vergelijkende cijfers sinds 1 Januari 1928 bevatten. Het eerste staatje heeft betrekking op de gemiddelde uurlonen, het tweede op de gemiddelde uurinkomens. Ze hebben voorts alleen betrekking op de lonen van werklieden behorende tot groep A., n.l. op geschoolden, geoefenden en ongeschoolden van 30-, resp. 28-, resp. 26-jarige of oudere leeftijd. Gemiddelde uurlonen: Gemeente- .Gemeente- Gemeenteklasse 1 klasse II klasse 111 GG ' ö D G <U G CU G 35 ?3 5 ö3 5 ö' tijdstip §,.g 3§S 58 g 5 5 o ®§ 3 ' ® ó§ ■§ s *>§ w O d W o ba 2 ot O öo 2 CU Qi Ö-H <U (U öS: :ffl o öfi 0 o os o o oë o a os 1 Jan. ’2B 62 55 48 59 51 47 56 47 41 1 Juli ’2B 62 55 49 59 52 47 57 48 41 1 Jan. ’29 62 56 49 61 53 48 57 48 41 1 Juli ’29 65 58 51 61 53 48 58 49 41 1 Jan. ’3O 65 59 51 63 54 49 59 50 42 1 Juli ’3O 66 59 51 63 54 50 60 50 42 1 Jan. ’3l 66 59 52 63 55 50 60 50 42 1 Juli ’3l 67 60 52 64 55 51 60 50 43 1 Jan. ’32 66 58 51 62 54 50 59 49 43 1 Juli ’32 65 58 51 61 53 49 58 49 42 1 Jan. ’33 65 58 51 60 52 49 58 47 40 1 Juli ’33 64 57 50 59 51 48 56 47 40 1 Jan. ’34 63 56 49 57 50 47 55 46 40 1 Juli ’34 62 55 49 56 49 46 52 44 39 1 Jan. ’35 61 55 48 55 49 46 52 44 39 1 Juli ’35 57 52 46 54 48 45 51 44 39 1 Jan. ’36 58 52 46 53 47 45 50 43 38 1 Juli ’36 57 52 46 53 47 44 49 42 38 1 Jan. ’37 57 52 46 53 47 44 48 42 37 1 Juli ’37 57 53 47 53 47 44 49 42 37 1 Jan. ’3B 59 54 48 54 48 45 49 43 38 1 Juli ’3B 61 56 50 57 50 47 50 43 39 1 Jan. ’39 63 57 51 57 5048 51 44 39 1 Juli ’39 -63 57 51 57 50 47 52 45 40 1 Jan. ’4O 63 57 51 57 50 47 53 45 40 Gemiddelde uurinkomens: Gemeente- Gemeente- Gemeenteklasse I klasse II klasse 111 G G —f G <U G (U G cu G d 'ö ö"0 % d TIJDSTIP § g 2 8 g 3 § g■§ 1 § || I I i| I § <u (U <u Gfs <x> Gcu *3 C5 O OS O Ü Om O OO 8 1 Jan. ’2B 76 69 58 72 61 53 62 54 45 1 Juli ’2B 77 70 58 73 63 54 64 55 45 1 Jan. ’29 80 72 60 75 6* 56 66 56 46 1 Juli ’29 81 73 61 75 64 55 67 57 47 1 Jan. ’3O 83 76 63 77 65 56 69 59 48 1 Juli ’3O 82 74 63 76 65 56 69 60 49 1 Jan. ’3l 85 76 65 78 66 58 70 59 49

Gemeente- Gemeente- Gemeenteklasse I klasse II klasse 111 G _ Ö ö ö 0> Ö cu TIJDSTIP | g | I g Ü | I S i■ t Cj. 4 | .. Cu i ’ I Ij [u O <u ü cu <u o u ai cu O ssl S £ g O oogo Oggo o ot 1 Juli ’3l 82 74 63 77 65 57 68 58 48 1 Jan. ’32 83 73 63 76 64 58 68 58 49 1 Juli ’32 77 68 59 70 61 55 65 56 47 1 Jan. ’33 77 68 59 69 60 55 63 53 44 1 Juli ’33 75 67 57 67 59 53 61 53 45 1 Jan. ’34 75 68 58 66 58 54 60 52 44 1 Juli ’34 72 65 56 64 57 51 57 50 43 1 Jan. ’35 71 64 55 64 56 51 58 51 44 1 Juli ’35 65 60 53 62 54 50 57 49 43 1 Jan. ’36 67 61 53 61 54 50 55 48 41 1 Juli ’36 65 59 52 60 54 49 53 47 42 1 Jan. ’37 66 60 53 60 53 49 52 46 40 1 Juli ’37 66 61 54 61 56 50 53 47 41 1 Jan. ’3B 69 65 56 64 57 52 54 47 41 1 Juli ’3B 72 66 59 65 58 52 56 49 43 1 Jan. ’39 75 69 61 69 60 54 57 50 44 1 Juli ’39 75 69 61 66 59 53 57 50 44 1 Jan. ’4O 78 71 62 70 61 55 61 53 46 Uit deze laatste staat blijkt, dat de gemiddelde uurinkomens van de werklieden, behorende tot de A-groep, sedert 1 Juli 1939 enige stijging hebben ondergaan. De geschoolden, geoefenden en ongeschoolden gingen inde le gemeenteklasse met gemiddeld resp. 3,2 en 1 cent vooruit. Voor de 2e gemeenteklasse bedroeg de vermeerdering in dezelfde volgorde genoemd, resp. 4,2 en 2 cent en voor de 3e gemeenteklasse resp. 4,3 en 2 cent. Er is dus niet alleen inde le, maar vooral in de 2e en 3e klasse stijging geweest. Wij wijzen er nog eens op, dat de cijfers van het N.A.M. geen houvast bieden ter beoordeling van de individuele lonen. En het is zelfs uiterst moeilijk om vast te stellen in hoeverre de eindcijfers door individuele loonsverhogingen zijn beïnvloed. Die beoordeling wordt vooral moeilijk ineen tijd waarin grote wijzigingen inde personeelsterkten der ondernemingen zich voltrekken. En zulk een tijd beleven wij thans weer, zoals utt de cijfers van het aantal werklieden wel zeer duidelijk blijkt.

Ziekengeldver zekering Het Dagelijks Bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Ziekengeldverzekering voor de metaalindustrie heeft aan de omslagleden en afdelingskassen het volgende geschreven: „Wij hebben de eer u mede te delen, dat indien een duurtetoeslag aan de arbeiders wordt betaald, deze als loon inde zin der Ziektewet moet worden beschouwd, zowel voor de premieberekening als voor de berekening van het ziekengeld. Voorzover van het loon der arbeiders premie wordt afgehouden, zal dit ook van de duurtetoeslag dienen te geschieden; het bedrag van deze toeslag moet ook inde jaarlijkse loonopgave aan de bedrijfsvereniging worden verantwoord. Voor de berekening van het ziekengeld komt daardoor het bedrag van de verleende toeslagen over de periode, die als basis voor de ziekengeldberekening dient, ook in aanmerking. Wij verzoeken u met het bovenstaande wel rekening te willen houden.”