Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•9 De Groninger scheepsbouw (I.B.) Bij het begin van de oorlog (September 1939) was er op de scheepswerven in Groningen nog werk aan de winkel. Verscheidene schepen stonden voor buitenlandse reders op stapel, echter niet voor Duitsland, in verband met de betalingsmoeilijkheden. Echter werden er ook bestellingen, die vóór September 1939 gegeven waren, geschrapt. Voor zover de orders wel werden uitgevoerd, ging dit met allerlei moeilijkheden, zoals stijging van prijzen en te late levering van materialen, gepaard. Nieuwe orders waren er bijna niet te krijgen. De scheepsbouw in Groningen houdt in sterke mate verband met de Groninger kustvaart. De kustvaart nu stond er bij het uitbreken van de oorlog niet rooskleurig voor. Wel lag niet alles plat, maarde slag kwam toch hard aan. Van de 400 coasters, die de Groninger kustvloot vormen, bleven er slechts 40 a 50 inde vaart. Zodoende was er reeds vóór Mei 1940 weinig vraag voor nieuwbouw. Rooskleurig zag het er dus voor de Groninger scheepsbouw, die in goede tijden aan 1500 tot 2000 man werk biedt, niet uit. Na Mei 1940 was het er niet beter op geworden. Men is echter niet met de handen over elkaar blijven zitten. De kustvaartschepen staan op het ogenblik in het middelpunt der belangstelling. Dit vindt z’n oorzaak in het feit, dat er geen grote zeeschepen beschikbaar zijn, omdat deze zich óf in het buitenland bevinden óf in havens, die voor het scheepvaartverkeer zijn gesloten. De kustvaartschepen, waarover op het ogenblik kan worden beschikt, zijn wel inde positie om uitte varen, daar zij zich óf in het Groningse bevinden óf elders inden lande, vanwaar zij practisch alle de haven van Delfzijl kunnen bereiken om inde vaart gezet te worden op het enige overzese gebied, waarmede het handelsverkeer op het ogenblik mogelijk is, n.l. de Oostzee. De lading die gehaald zal moeten worden is vnl. hout, waaraan hier grote behoefte bestaat, vooral in verband met de wederopbouw. In normale tijden vervoerden de kustvaarders nooit hout, omdat men toen grotere schepen beschikbaar had. De „uif’lading zal bestaan uit cokes en zout, producten van Nederlandse bodem, die men in Scandinavië, waar het hout vandaan komt, even nodig heeft als wij het hout. De belanghebbenden bij deze tak van bedrijf hebben zich aaneengesloten en onder leiding van het Rijkstaureau voor de Zeescheepvaart'en met medewerking van den commissaris voor zee- en binnenscheepvaart in Nederland, president Christiansen, is men aan het werk geslagen. Reeds is een zestigtal kustvaarders inde vaart gebracht en er zullen meer schepen volgen. Het is te hopen dat dit inde vaart brengen van kustvaarders weer werk zal verschaffen aan de Groninger scheepsbouw, n.l. reparatie en nieuwbouw. In dit verband laten wij hieronder een gedeelte uiteen artikel volgen van den heer T. L. Mellema, voorkomende in het „Technisch Vakblad voor den Noordelijken Scheepsbouw”, dat handelt over de problemen voor de scheepsbouw in het noorden. * * * .De verandering inde omstandigheden over een groot deel der wereld, en ook over Nederland, hebben onze scheepsbouw in het noorden van ons land niet onberoerd gelaten, en problemen in het leven geroepen, welker oplossing niet gemakkelijk gevonden zal worden. Daar is, om enige te noemen, het probleem van uitvoering der verkregen orders voor het buitenland, daar is verder het probleem van de daaraan verbonden betalingsmoeilijkheden. Daar is ook het afwerken der voor ons land in aanbouw zijnde schepen, en daar is voorts de dreigende werkelijkheid van het uitblijven van orders. En dan is daar de vraag naar materiaal en eindelijk nog het probleem van de noodzaak om bij gebrek aan voldoende werkkapitaal

aan de werknemers ontslag te moeten geven. Zo zal iedere werf, iedere scheepsbouwer nog meerdere moeilijkheden aan de vorenstaande kunnen toevoegen. Sommigen zijn dan ook geneigd bij de pakken neer te gaan zitten af te wachten wat komen zal —, anderen zouden willen doorgaan alsof er geen wolkje aan de hemel is; maar enkelen zijn zich ook bewust, dat er ondanks de moeilijkheden moet worden voortgewerkt. En zij, die aldus denken, weten dat arbeid verlossing brengt van vele zorgen, en zij erkennen daarmede, dat arbeidde grote wet des levens is! Hoe zal die arbeid, waar nu reeds ledigheid is, verkregen kunnen worden? Voor die bedrijven, welke voornamelijk op herstel van schepen zijn aangewezen, bestaat de mogelijkheid om aan het herstelplan van de binnenvaart en kleine zeevaart deel te nemen. Er bestaat een centrale scheepsbouwvereniging de welbekende vereniging „Hoogezand” die zich tot de betrokken instantie heeft gewend en die er op wijzen kan dat het noordelijk scheepsbouwbedrijf ook een deel van Nederland is dat recht heeft op een aandeel inde herstellingswerkzaamheden. Wij hebben goede hoop dat dit verzoek niet tevergeefs is geschied en is reeds toezegging ontvangen dat onze repa-

ratiewerven ook daarbij ingeschakeld zullert worden. Voor de andere werven moet getracht worden de mogelijkheid te scheppen om de bouw van nieuwe kustvaarders voort te zetten. De tot nu aan de dag getreden energie is nog aanwezig —• kan niet verdwijnen of te niet gaan door grotere en kleine levensgebeurtenissen; die energie is een levend deel van ons volk, en is tot uiting gekomen inde bouw van honderden kustvaarders, die wel na-getekend en na-gebouwd kunnen worden, doch die in wezen een oorsprong én schepping zijn van de denk- en arbeidsenergie onzer noordelijke scheepsbouwers. Die kustvaarders hebben in type en vorm, in afwerking en inrichting, in zeewaardigheid en in exploitatie nagenoeg de graad van volmaaktheid bereikt. Daarom, wanneer geen materiaal aanwezig is, zal de Vereniging moeten trachten iets in die richting ter hand te nemen en te beproeven materiaal te krijgen. Daartoe zullen provinciale en Rijks-autoriteiten zeer zeker hunne medewerking willen verlenen; het betekent een onderdeel van de Groninger opbouw, van de Groninger gemeenschap! Waar dit materiaal wél aanwezig is, heeft men, naar ik meen, dit reeds in bewerking voor vroeger aangenomen orders.

DE VAKORGANISATIE moet plaats bieden aan ALLEN. Niets mag dus de toetreding kunnen verhinderen, noch godsdienstige, noch partijpolitieke opvattingen. Loonactie bij de N.V. Thabur – Den Haag (H. J. B.) De samenwerkende organisaties zijn er in geslaagd voor ongeveer 100 man personeel van de N.V. Thabur te Den Haag (stofzuigerindustrie) een nieuwe uurloonregeling vast te leggen, welke voor deze mensen van zeer grote betekenis moet worden geacht. In tegenwoordigheid van de organisaties heeft de directeur het personeel medegedeeld, dat dit het werk was van de samenwerkende metaalbewerkersbonden en hoopte, dat hetgeen door overlegwas bereikt, door de arbeiders zou worden gewaardeerd. Door den bestuurder Baart is namens de organisaties der arbeiders gewezen op het feit, dat alleen door organisatie en samenwerking dit resultaat is bereikt, waarbij hij een woord van dank bracht aan den heer Blik voor de wijze, waarop de laatste tijd het overleg heeft plaats gehad. Daar aan verschillende arbeiders een beduidende uurloonsverhoging moet worden verstrekt, is overeengekomen, dat om de vier weken loons-

verhoging zal worden gegeven, zodat op 31 December 1940 het minimum uurloon zal zijn bereikt. Wij laten hieronder volgen de minimum-loonregeling, welke 1 September 1940 zal worden ingevoerd en welke voor één jaar is vastgelegd: mannelijk personeel vrouwelijk Leeftijd geschoolden geoefenden personeel 14 jaar 8 15 „ 10 10 10 16 13 1212 17 „ 16 1515 18 „ 19 17 17 19 25 23 21 20 „ 31 29 25 21 „ 36 33 28 22 „ 42 39 30 23 47 43 32 24 „ 51 47 34 25 „ 55 50 36 26 60 55 27 „ 64 58 28 „ e.o 69 63 Amsterdam Nieuwe zegelkaarten. (V. Ee.) Wij maken onze leden-loodgieters erop attent, dat de nieuwe vacantie-zegelkaarten 1940 1941 bij onze boden verkrijgbaar zijn.

De houw van kustvaartuigen in het Schuitendiep

Sluiten