Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRAGENBUS Vraag 127. Kunt u mij gegevens verstrekken voor het maken vaneen electro-motortje met als rotor een koperen of aluminium schijf (als van een Watt-meter). Ik heb dit op twee manieren geprobeerd, maar kan het niet draaiende krijgen. De motor is bestemd voor een aquarium-filterpompje. Ook gaarne gegevens, als kerndraad en voltage, overeen lastransformator van de kleinste inde handel zijnde laselectronen. Antwoord: Een z.g. wervelstroommotor met koperen of aluminium schijf, verkrijgt men door de polen vaneen wisselstroom-electromagneet voor ongeveer de helft af te dekken met een koperen plaatje, of door de helft van de polen te omgeven door een koper- en kortsluitring. Deze laatste methode is toegepast inde bij gevoegde schets. De polen van de electro-magneet moeten t.o.v. de schijf de stand hebben, die inde figuur is aangegeven. Alsdan gaat de schijf in de richting van de pijl draaien. De verklaring van .dit verschijnsel wordt ha enkele artikelen over kleine motoren in „De Metaalbewerker” gegeven. Een booglastransformator is niet zo eenvoudig om te construeren. U bespaart u veel tijd en moeite indien u een bestaand 'fabrikaat aanschaft. Bovendien ligt het ontwerpen van electrische toestellen in het algemeen niet op de weg van de medewerker van de vragenbus. v.d. Z.

Vraag 128. De motor van mijn stofzuiger is verbrand, de wikkeling van de rotor wel te verstaan, terwijl de collector zo goed als versleten is. Is zo’n motor nu om te bouwen tot een z.g.n. collectorloze motor en zo ja, hoe gaat dat in zijn werk? Antwoord: Een gelijkwaardige collectorloze motor is van uw motor niet te maken. De constructie van zulk een motor is geheel anders. Het anker is een kortsluitanker, terwijl de stator uiteen gelamelleerde ijzeren ring bestaat, voorzien van gleuven, waarin een tweephasenwikkeling is gelegd. Een van deze wikkelingen is rechtstreeks op de netspanning aangesloten, de andere wikkeling onder tussenschakeling vaneen condensator. De luchtspleet tussen rotor en stator moet, evenals bij een draaistroommotor, uiterst klein zijn. Over deze en andere kleine wisselstroommotoren delen we ineen ander artikel in dit nummer van ons blad iets mede.

Wij raden u aan het anker van uw motor te laten herstellen door het van een nieuwe collector te voorzien en het opnieuw te bewikkelen. Er zijn naast den fabrikant speciale werkplaatsen waar men tegen uiterst billijke prijs reparatie kan laten uitvoeren, v.d. Z. Vraag 129. 1. Zoudt u mij kunnen zeggen of V.V.A. schriftelijk onderwijs geeft en waar deze is gevestigd? Ik zou gaarne een cursus willen volgen, speciaal op het gebied van electrische automobielinstallaties. 2. Op hoeveel speling moeten de kleppen vaneen Chevrolet- en Kromhout-benzinemotor gesteld worden? 3. Zoudt u mij een schema kunnen bezorgen vaneen testapparaat voor het doormeten van bobines, conden5 sators en yerdeelkappen enz.? Antwoord: 1. De Vereniging V.V.A. belast zich uitsluitend met het afnemen van examens, niet met enige opleiding voor die diploma’s. Voor het gebied electrische installatie voor automobielen als schriftelijke cursus, kunt u o.a. terecht bij P.8.N.A., Velperbuitensingel 6 te Arnhem. Deze leidt volledig en ook gedeeltelijk op voor de V.V.A.-examens voor Gezel en Meester Automonteur. 2. Chevrolet: inlaatklep 0,006 uitlaatklep 0,013 ' Afstellen met voeler van deze dikte, terwijl de motor stationnair draait. Met Kromhout benzinemotor bedoelt u zeker de Hercules motor, die door Kromhout geïmporteerd wordt. Bij deze motor moet de klepspeling

bedragen: inlaatklep 0,008 '! uitlaatklep 0,010 '' beide in koude toestand gemeten. 3. De moderne testapparaten voor de ontstekingsinrichting zijn gepatenteerd; een schema daarvan kunnen wij u dus niet verstrekken. Wel zouden wij u omtrent werking en gebruik kunnen inlichten, indien u een bepaald apparaat op het oog hebt. Wij merken hierbij op, dat de eenvoudige zelf te maken „doormeetapparaatjes” meestal geen betrouwbare controle waarborgen, o.a. omdat men het gedrag van elk onderdeel niet overeenkomstig de omstandigheden inde motor kan beoordelen. Dit geldt o.a. voor temperatuur bobine, aantal omwentelingen onderbrekernok en capaciteit condensator. N.

Een bijzonderheid, de arbeidsfactor betreffend, moge hier nog vermeld worden. De inductiemotoren hebben van nature een betrekkelijk ongunstige arbeidsfactor. Dit geldt zowel voor de asynchrone draaistroommotoren als voor de éénphase inductiemotor. Schakelt men bij draaistroommotoren, condensatoren parallel met de phasen, dan kan men, voor een bepaalde belasting, de arbeidsfactor op een waarde 1 brengen. Bij de condensatormotor veroorzaakt de hoofdwikkeling een slechte arbeids-

factor omdat ze een naijlende stroom opneemt. Werkt zulk een motor evenwel met een bedrijfscondensator (fig. 3 en 5), dan neemt de hulpwikkeling, waarin de condensator voorkomt, een voorijlende stroom op. Omdat de beide wikkelingen parallel op de netspanning zijn aangesloten, wordt de phaseverschuiving tussen de totaalstroom en de netspanning weer geringer, Een condensatormotor heeft daarom een goede arbeidsfactor v.d. Z.

Wist U dat: Alle constructies ook de meest samengestelde tot drie hoofd-principes terug te brengen zijn, n.1.: 1. de hefboom, waaronder drie soorten (zie schets); 2. het hellende vlak, waartoe behoren de wig en het schroef vlak (zie schets); 3. het wiel, waaronder begrepen kunnen worden, het rollend wiel, hand-wiel, wrijvings-wiel, tandwiel en in zekere zin ook de katrol en de riemschijf. H. St.

Nog eens: „Hoe ziet het zijaanzicht er uit?"

De lezers zullen zich dat vraagstuk misschien nog wel herinneren, dat in „De Metaalbewerker” van 9 Maart 1.1. is opgenomen en waarvan vier oplossingen in het daaropvolgend nummer zijn geplaatst. Een lezer van „De Metaalbewerker” uit Vlissingen zendt ons nu twee interessante nevenoplossingen, waar-» voor wij hem vriendelijk danken en die de moeite waard zijn om onder de aandacht van de lezers te worden gebracht. De figuren 1 en 2 geven de oplossingen van den lezer uit Vlissingen

weer. Fig IA is een scheve projectie daarvan. De figuren 3,4, 5 en 6 geven nog enige oplossingen, die uit 1 en 2 zijn af te leiden. Fig. 7 is nog een aparte oplossing, waarvan fig. 7 A een scheve projectie voorstelt. In totaal hebben we nu elf zij-aanzichten gevonden vaneen zo eenvoudig voor- en bovenaanzicht. (Zie De Metaalbewerker” 9 Maart). Of zijn er lezers die er nog meer weten te vinden? H. St.

Sluiten