is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 50, 1945, no 1, 23-06-1945

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|H9 II Nummer 1 na de bevrijding 23 Juni 1945 – Oplaag 25.000 IjSS? «i v&wm &&& 4»was oom sPli Verschijnt voorlopig h|9 KShIS ■' j |r|||| H&ËH 91 ;°P ongeregelde, 91 91 gnfj |H| HM Hn fisBBH IB te bepalen BhH I WÊLJSB HL| bbhHß 9h BUB bh HF BhLjhb B 9 ESPSLjhb I BH bhi 9BShO BH BI w 191 Hl H REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN – HEMONYLAAN 24 – AMSTERDAM-ZUID – TELEFOON: 27858-20821

BIJ DE AANVANG

(G. v.d. H.) Sedert 17 Augustus van het rampzalige jaar 1940 is dit de eerste maal, dat wij weer met ons blad „De Metaalbewerker” voor het forum verschijnen. Nou ja, ’t is een beetje pedant gezegd, want we komen erg armetierig met twee in plaats van met twaalf pagina’s, zoals 10l Mei 1940 gebruikelijk was. Het is slechts een schaduw van wat eens, toen wede topprestatie van 56480 leden bereikt hadden, éénmaal per 14 dagen verscheen. Toen een oplaag lot zelfs 62.000 exemplaren; nu komen wij met een armzalige 25.000. En we weten niet eens of we op deze wijze zullen kunnen voortgaan; 't is zelfs zeer twijfelachtig. Reeds hebben wij pogingen aangewend (moesten daarvoor bij hel M(ilitair) G(ezag) terechtkomen) om weer lot regelmatige uitgave van ons vakblad terug te kunnen komen, maar dat verzoek is afgewezen. Onze lezerskring mag er dus niet op rekenen, dat wij inde vorm van nu regelmatig zullen kunnen uilkomen. Ja, oude en nieuwe bondgenoten er is veel veranderd tussen de Meimaanden van 1940, respectievelijk 1945. Binnen dit tijdvak liggen vijf jaren van heel veel leed en strijd en van zeer vele offers aan goed en bloed. Leed en strijd, offers aan goed en bloed, allemaal woorden met diepe betekenis, die wij vóór Mei 1940 ook kenden en die wij, dat hebben wij sedertdien eerst recht ervaren, vaak al te ijdel en lichtvaardig gebruikten. Zeer velen ook uit onze kring hebben kennisgemaakt met cel en concentratiekamp, deportatie, gijzelaarschap en helaas ook in sommige gevallen werden jonge levens kapot gemaakt. Met weemoed denken wij aan onze vrienden, die vielen. Aan onze collega Gerrit Visser, die voorbestemd was onzen opvolger te worden. Aan Goris, de voorzitter van onze afdeling Zaandam, aan van Leeuwen, penningmeester van de afdeling IJmuiden, aan Adam Versteeg, bestuurder van de afdeling Arnhem. Zij werden als honden neergeschoten.

We denken ook aan onzen ouden makker, Jacob van der Peijl, de voorzitter van onze afdeling Vlissingen, die met de bevrijding in ’t zicht dooreen toch niet bepaald voor hem bestemde kogel werd geveld. Wij gedenken hen met eerbied en denken met bitterheid aan hun beulen en aan hel volk, dat hen voortbracht. Onze gedachten gaan uil naar de vrouwen en kinderen, die man en vader niet meer zullen weerzien. Misschien zijn er nog anderen van onze bond gevallen, waarvan óns thans nog niets bekend is. Wij denken ook aan onzen collega H. Walther, die na een langdurig ziekbed overleed. Op ons rust nu de plicht om verder te gaan en onze mooie bond van vóór 1940 weer te restaureren. Een moeilijk en vaak ondankbaar werk, omdat er zoveel verwarring, onrust, kwaadwilligheid en domheid heerst. Wij roepen op om weer te bouwen, wal werd afgebroken. Toen wij op 7 Mei weer ons bondsgebouw inde Hemonylaan betraden schrijver dezer regelen had er nadat op 17 Augustus 1940 de deur achter hem dichtviel, geen voet meer gezet was er toch wel wal weemoed in ons binnenste. Vrijwel ’t gehele gebouw leeggestolen en voor ’t overige veel vernieling en vervuiling. Dal ’l dievenluig nu gevangen zit of nog voortvluchtig is, kan slechts matig onze ergernis doen afnemen. ’t Ledental begint van dag tol dag weer te wassen maar velen van de vroegere leden zijn nog afwezig, werken niet of doen dat elders en buiten onze industrie. Dan zijn er weifelaars, die niet kunnen besluiten en anderen, die eenheid zoeken op plaatsen, waar deze niet te vinden is. Tol dezulken zeggen wij: weest niet eigenzinnig kameraad. Wie eenheid zoekt, kan deze slechts bij ons, al is ’t dan niet inde meest volmaakte vorm, vinden. Wij bouwen weer; de kiel is gelegd en ’t zit al inde spanten en huid. Voorwaarts en niet vergeten ....

WIE KUNNEN ER WEL EN NIET LID VAN ONZE BOND WORDEN? Ten aanzien van dit vraagstuk heeft het N.V.V. richtlijnen opgesteld. Daar evenals voor de oor’og onze Bond bij het N.V.V. is aangesloten gelden deze richtlijnen ook voor ons. Hieronder volgen ze. Niet ingeschreven mogen worden: 1. Oud-hoofdbestuurders, -districtsbestuurders, -gewestelijke bestuurders, -gesalarieerde afdelingsbestuurders, -gesalarieerde bestuurders van Bestuurdersbonden, -leden van Bondsraden, -Verenigingsraadsleden of -leden van soortgelijke instanties, die in dienst zijn getreden van het N.A.F. of zich daarbij als lid hebben aangesloten. 2. Personeelsleden van het N.V.V., de Ned. Vakcentrale of enige andere vakcentrale en de daartoe behorende organisaties, indien zij in dienst zijn getreden van het N.A.F. of zich daarbij als lid hebben aangesloten. 3. Oud-leden van de „Algemene Werknemers Bond”. 4. Zij, die in het N.A.F. een rol hebben vervuld als sociale voorman, leider vaneen of andere N A.F.-afdel’ng propagandist, bode of dergelijke. Sociale voormannen, aangewezen door personelen en directies om verkeerde elementen te weren en die zich behoorlijk hebben gedragen, kunnen als lid worden toegelaten. 5. Leden van de N.S.B. of een harer nevenorganisaties, zoals de Ned. Volksdienst, Nat. Soc. Vrouwenorganisatie, Nat. Jeugdstorm, Technische Noodhulp, Studentenfront e.d. 6. Leden van de Duitse weermacht en Duitse burgelijke diensten, zoals Waffen S.S., vrijwilligers Legioen Nederland, N.S.K.K., Wachtdienst, Landwacht, Kriegsmarine, Sicherheitsdienst, Gestapo. 7. Zij, die vrijwillig ineen leidende functie in dienst waren van de organisatie Todt (0.T.). Alle personen, bedoeld inde bovenvermelde rubrieken, zijn voor zover zij enig recht zouden doen gelden, voortvloeiende uit vroeger lidmaatschap van onze vakbeweging, belichaamd in het voormalige N.V.V. of de N.V.C. van dit lidmaatschap en dit recht vervallen verklaard. Van deze algemene bepaling is voor hen in enkele zeer bijzondere gevallen beroep mogelijk bij het Hoofdbestuur van de vakbond, voor welks lidmaatschap zij zich melden. Op grond van bijzondere overwegingen kan door het Hoofdbestuur van de desbetreffende organisatie, na gepleegd overleg met het bestuur van het N.V.V. ontheffing worden verleend. Wie kunnen lid zijn of worden? Met inachtneming van al het bovenstaande geldt het volgende; a. Als leden van de bij het N.V.V. aangesloten organisaties waaronder begrepen de leden van de bij de voormalige Nederlandse Vakcentrale aangesloten bonden worden beschouwd zij, die tussen 15 Mei 1940 en 1 Augustus 1942 (zijnde drie maanden nadat het Arbeidsfront werd opgericht) voor het lidmaatschap van de vakbeweging bedankten. b. Indien de hierbedoelden zich vóór 1 Aug. 1945 melden, worden zij geacht vanaf de datum van hun laatste toetreden onafgebroken lid van hun vakbond te zijn geweest en gelden voor hen alle rechten, voortvloeiende uit het ononderbroken lidmaatschap. c. Zij, die niet vrijwillig, tengevolge vaneen handeling van hun werkgever als lid van het N.A.F. werden ingeschreven, kunnen met inachtneming van het onder 4 bepaalde zich als lid laten overschrijven ineen onzer vakbonden. Voor hen gelden mede de bepalingen, onder b. vermeld. d. Zij, die vrijwillig lid van het N.A.F. werden, kunnen worden ingeschreven, met inachtneming van het onder 4 bepaalde. De periode, liggende tussen de datum van hun toetreding tot het N.A.F. en de datum, waarop zij (Zie vervolg op pag. 2.)