Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat, in iedere vakgroep aan ten hoogste 10% der werknemers, op wie net minimum uurloon betrekking heeft, een lager uurloon te betalen, met dien verstande, dat dit uurloon ten hoogste. 5 cent lager mag ‘zijn dan het minimum persoonlijk uurloon. Aan nieuw te werk gestelde werknemers zal gedurende de eerste twee weken ten. minste het minimum persoonlijk uurloon worden betaald; hierbij moet ui acht worden genomen, dat voor werknemers, die nieuw te werk worden gesteld ineen hogere vakgroep dan waarin zij laatstelijk gewerkt hebben, gedurende de eerste drie maanden het minimum persoonlijk uurloon van hun vorige vakgroep geldt. Naast het minimum persoonlijk uurloon is een minimum gemiddeld' uurloon vastgesteld, dat, voor zover Rubriek A betreft, bij eiken werkgever gemiddeld aan de tot een en dezelfde vakgroep behorende werknemers, voor zover zij de 65-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt en voor zover Rubriek B (leeftijd 18 jaar en ouder) betreft, bij eiken werkgever gemiddeld aan de tot een en dezelfde vakgroep behorende werknemers van één leeftijd zal worden, betaald, een en ander onverminderd het bepaalde in het voorlaatste en het'laatste lid van dit artikel. Bedraagt het tot een vakgroep behorende aantal werknemers van één leeftijd in Rubriek B (leeftijd 18 jaar en ouder) minder dan tien, dan zal een eventueel tekort aan gemiddeld uurloon voor die werknemers verrekend mogen worden met een eventueel teveel voor de tot die vakgroep behorende werknemers van andere leeftijden in Rubriek B (leeftijd 18 jaar en ouder). Onder „tekort” en „teveel” aan gemiddeld um'loon wordt verstaan het verschil tussen het uurloon, dat de betrokken werknemers gezamenlijk verdiénen en het minimum gemiddeld uurloon, dat zij gezamenlijk moeten verdienen. Het minimum persopnlijk uurloon en het minimum gemiddeld uurloon bedragen in, centen: (zie staat onderaan deze pagina). Voor werknemers, die zich In omscholing bevinden, geldt gedurende de eerste zes maanden geen minimum persoonlijk uurloon en geen minimum gemiddeld uurloon. Onder „omscholing” wordt verstaan: opleiding tot een ander vak Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor de vrouwelijke werknemers, voor de leerlingen krachtens Titel II der Nijverheidsonderwijswet en voor de leerlingen, die volgens het College van Rijksbemiddelaars daarmede gelijk te stellen zijn. Artikel Ba. Maximum gemiddelde uurlonen en uurinkomens voor ondernemingen, in welke in tarief wordt gewerkt. Voor de ondernemingen, in welke in tarief wordt gewerkt, gelden voor de tot vakgroep I en 2 behorende werknemers van rubriek A als maximum gemiddeld uurloon en zowel inde eerste helft als inde tweede helft van elk jaar als maximum gemiddeld uurinkomen: de gemiddelden, genoemd in Mededelingen n". 56 van de Afdeling Statistiek van de

Stichting Bemetel •)-, vermeerderd met de volgende bedragen in centen: Vakgroep 1 Vakgroep 2 Gem- gem. gem. gem. gem. klasse uurloon uurink. uurloon uurink. A 20 2722 29 B 22 30 25 33 C 20 .26 22 29 D 23 30 25 34 Voor de gemeenteklassen A, B, C en D dient te winden uitgegaan van de gemiddelden uit de Medclingen no. 56 resp. voor de gemeenteklassen I, 11, II en 111. Dein individuele ondernemingen krachtens artikel 8a de Regeling van 29 Octoher 1945 thans geldende maxima, welke de hierboven gestelde overschrijden, blijven ongewijzigd, behoudens nadere beschikking van het College van Rijksbcmiddelaars; van deze maxima zal uiterlijk 1 October 1946 door of namens de desbetreffende ondernemingen opgave worden gedaan aan het College van Rijks. bemiddelaars; bij deze opgave zullen tevens de overeenkomstige gemiddelden van de desbetreffende onderneming inde tweede helft van het jaar 1939 worden • gevoegd. De door het College van Rijksbemiddelaars bij afzonderlijke beschikking goedgekeurde uurlonen, resp. uurinkomens, welke de hierboven gestelde overschrijden, blijven gehandhaafd. Artikel Bb. Maximum gemiddeld uurloon voor ondernemingen, in welke niet in tarief wordt gewerkt. Voor de ondernemingen, in welke niet in tarief wordt gewerkt, gelden voor de tot vakgroep 1 en 2 behorende werknemers van Rubriek Ade volgende maximum gemiddelde uurlonen, in centen: Gem.klassc Vakgroep 1 Vakgroep 2 , A * 96 89 ( B 93 86 C 89 82 D ,85 78 De door het College van Rijkbemiddelaars bij afzonderlijke beschikking goedgekeurde lonen, welke de hierboven gestelde overschrijden, blijven gehandhaafd. Artikel 9. Overwerk. Algemene overwerkvergunningen dat zijn overwerkvergunningen voor het gehele bedrijf van één of meer ondernemingen zullen door de werkgevers niet worden aangevraagd dan nadat zij daaromtrent met dein artikel 19 te noemen werknemersvertegenwoordiging hunner ondernemingen overleg hebben geplteegd. Indien bij dat overleg geen overeenstem-' ming wordt bereikt, wordt het overwerk afhankelijk gesteld van het al dan niet verlenen der vergunning door de bevoegde Regerings-autoriteiten. Omtrent andere overwerkvergunningen zal door den betrokken werkgever terstond kennis worden gegeven aan dein artikel 19 té noemen werknemersvertegen’) Deze Stichting is gevestigd Nassaulaan 13, ’s-Gravenhage.

woordiging zijner onderneming, die deze aangelegenheid desgewenst ingevolge het aldaar bepaalde met den werkgever kan bespreken. Wanneer overwerkvergunning-'n, waaromtrent het vorenstaande in acht is genomen, verleend zijn, zullen zij door de werknemers worden uitgevoerd; dit laatste geldt ook voor overwerk, dat zonder speciale vergunning kan worden opgedragen. Artikel 10. Betaling van overuren. Voor overuren dit zijn uren buiten de voor de desbetreffende werknemers normale werkdag worden de volgende toeslagen betaald; a. voor de laatste 2 uren vóór de aanvang en de eerste 2 uren na het einde van de normale werkdag per uur 25 pet. van het uurloon; b. voor elk der overige uren. met uitzon, dering van die onder c. genoemd, 50 pet. van het uurloon; c. voor elk uur op Zondagen en dein artikel 12 genoemde feestdagen 100 pot. van het uurloon. De Zon en feestdagen lopen van middernacht tot middernacht. Overuren zijn eveneens: uren, waardoor binnen het bestek van de normale werkdag de voor de desbetreffende werknemers normale dagelijkse arbeidsduur wordt overschreden; deze uren worden met dein het vorige lid onder a. gnoemde gelijkgesteld. Onder „normale werkdag’ wordt ver• staan het tijdsverloop tussen de aanvang en het einde van de. dagelijkse werktijd der betreffende werknemers, zoals deze in normale omstandigheden is. Door het College van Rijksbemiddelaars wordt zo nodig beslist, wat ineen bepaald geval moet worden verstaan onder „normale werkdag”. Onder „de laatste 2 uren vóór de aanvang en de eerste 2 uren na het einde van de normale werkdag’ wordt verstaan: de laatste 2 uren en de eerste 2 uren, direct aansluitend aan het tijdstip van aanvang resp. einde van de normale werkdag, waarbij een wettelijk verplichte of door de plaatselijke omstandigheden geboden schafttijd tot de normale werftdag wordt gerekend. Het bepaalde inde eerste drie leden van dit artikel geldt niet voor werknemers, die op een karwei werkzaam zijn. Voor de eerste zes uren, waarmede hun wekelijkse arbeidsduur 48 uur overschrijdt, wordt per uur een toeslag betaald van 25 pet. van het uurloon ér: voor de overige uren 50 pet., terwijl voor elk uur op Zpn• dagen en dein artikel 12 genoemde feestdaggen een toeslag wordt betaald van 100 pet. van • het uurloon. Reisuren gelden niet als overuren. Het bepaalde inde leden 1 t.m. 6 geldt niet voor verschoven uren, waaronder, in deze regeling wordt verstaan; a. de uren, gedurende welke buiten de normale werkdag gewerkt wordt met het reeds te voren vaststaande doel om bepaaldelijk aangewezen uren, waarop niet gewerkt werd anders dan ten gevolge van bedrijfsstoornis of waarop niet gewerkt zal worden, dein artikel 12 genoemde feestdagen en de vacantie niet inbegrepen, in te halen;

b. de uren, gedurende welke een werknemer ten gevolge van bedrijfsstoornis werkt buiten de normale werkdag, indien hij. met inbegrip van die uren, in vier achtereenvolgende weken gemiddeld niet langer werkt dan de voor hem geldende nortnale wekelijkse arbeidsduur: de uren, buiten de normale werkdag gewerkt om de bedrijfsstoornis te verhelpen, vallen wèl onder de bovenstaande regeling. In continu-bedrijven kan door den ■werkgever na overleg met de werknemersvertegenwoordiging een regeling worden getroffen, waarbij van het in dit artikel bepaalde worót afgeweken. Artikel 11. Betaling in geval van arbeid in ploegen. X. Behoudens het hieronder sub 2 en 3 bepaalde zal voorlopig in verband met de bijzondere omstandigheden aan werknemers, die ineen ploegendienst werken,- over elke periode van twee werkweken hun uurloon worden betaald: bij een werktijd van 90 u. over 104 u.; bij een werktijd van 92 u. over 107 u.‘, bij een werktijd van 94 u. over 110 u.; bij een werktijd van 96 u. over 113 u. 2. Het sub 1 bepaalde is niet van toepassing op: a. werknemers, werkzaam in continubedrijven ; b. werknemers, die ineen drieploegendienst werken. Voor de beloning van de onder a. en 6. bedoelde werknemers zal door den werkgever, na overleg met de kern en onder goedkeuring van het College van Rijksbemiddelaars, een regeling worden getroffen. 3, Voor de niet sub 2 genoemde werknemers kan, voor zover de ploegendienst voor een tijdvak van ten minste zes maanden is ’ steld, door den werkgever, na over r met de kern en onder goedkeuring van het College van Rijbsbemiddelaars, een van het bepaalde sub 1 afwijkende regeling worden getroffen. De werkgevers zullen er naar streven, dat op de Zaterdagmiddag, voor zover mogelijk, niet wordt gewerkt. Artikel 12 Christelijke feestdagen. Over de 2de Paasdag, 2de Pinksterdag. Hemelvaartsdag. Iste en 2de Kerstdag en Nieuwjaarsdag, voor zover de laatstgenoemde drie dagen niet op een Zondag vallen, zal, indien op die dagen niet gewerkt wordt, aan de werknemers niettemin het uurloon worden betaald, dat zij dientengevolge derven, waarbij met overwerk of werktijdverkorting geen rekening wordt gehouden. Het geval, dat er op deze feestdagen wel wordt gewerkt, wordt geregeld door artikel 10; het bepaalde in het eerste lid. onder c. van genoemd artikel, is alsdan van toepassing. Artikel 13. » ' Vacantie. Aan de werknemers, die ten minste 3 maanden onafgebroken bij één o) meer onder II bedoelde werkgevers in dienst zijn,, zal met inachtneming van de hierna

GEMEENTEKLASSE A GEMEENTEKLASSE B4) GEMEENTEKLASSE C GEMEENTEKLASSE D LEEF- Vakgroep Vakgroep Vakgroep Vakgroep T,JD 1 l 23 12 iT ï 23 123 n.l. m.g. m.g. m.g. m.g. , m.g. . m.g. . m.g. . m.g. . m.g. . m.g. . m.g. m.g. n ~ «1. , . u.l. f u.l. , u.l. , u.l. , u.l. f u.l. , u.l. . u.l. f 0.1. . U u. 1.2) u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. u.l. H 14 14 14 14 14 14 13 13 13 12 12 – 12 – 15 17 17 17 17 17 17 16 16 16 15 15 15 16 2! 21 21 21 21 21 20 20 20 19 19 19 17 25 _ 25 25 25 25 25 24 24 24 23 23 23 18 30 31 30 31 30 31 29 30 29 30 29 30 29 30 29 30 29 30 28 29 28 29 28 29 19 36 37 36 37 36 37 35 36 35 36 35 36 34 35 34 35 34 35 33 34 33 34 33 34 20 43 45 43 4f 43 45 42 43 42 43 42 43 40 42 40 42 40 42 38 40 38 40 38 40 21 50 52 50 52 50 52 4850 4850 4850 46 48 46 48 46 48 44 46 44 46 44 46 22 57 60 57 60 56 59 55 58 55 58 54 57 53 56 53 56 52 55 51 54 5) 54 50 53 £3 64 67 63 66 62 65 62 65 60 64 59 63 59 62 58 61 57 60 57 60 56 59 55 58 24 7074 68 72 A67 71 68 72 66 70 A65 69 65 69 63 67 A62 66 62 66 61 65 A6O 64 25 74 78 A72 77 . 72 76 A7O 75 69 73 A67 72 66 70 A64 69 26-65’) A 77 82 A7S 80 A72 77 A69 74 *) u.l. = minimum persoonlijk uurloon. 2.) m.g.u.i. – = minimum gemiddeld uurloon. *) A = Rubriek A. *1 Dit gedeelte van deze staat is nieuw. , ~.

4

Sluiten