Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgende bepalingen, jaarlijks een vacantie worden verleend, die, voor zover haar tijdsduur 6 werkdagen of minder bedraagt, aaneengesloten zal worden gegeven en voor het overige uit verspreide vacantiedagen zal bestaan. De tijdsduur der aaneengesloten vacantie is afhankelijk van het aantal maanden, gedurende welke een werknemer bij de aanvang dier vacantie onafgebroken bij één of meerder onder 11 bedoelde werkgevers in dienst is geweest. Voor de werknemers, voor wie dit onafgebroken dienstverband 3 maanden bedraagt (waaronder begrepen het geval, dat een werknemer gedurende ten hoogste ticee weken buiten zijn schuld zonder werk is geweest), is de tijdsduur der aaneengesloten vacantie 3 werkdagen. Voor elke maand, die .dit onafgebroken dienstverband langer heeft geduurd, bedraagt de aaneengesloten vacantie 1 werkdag méér, met dien verstande, dat zij, bij een onafgebroken dienstverband. van 6 maanden of langer (waaronder begrepen het geval, dat een werknemer gedurende ten hoogste drie weken buiten zijn schuld zonder werk is geweest), 6 werkdagen bedraagt. Voor elke maand, die het onafgebroken dienstverband langer heeft geduurd dan 6 maanden (hetzij vóór hetzij na de aaneengesloten vacantie), wordt de vacantie vermeerderd met 1 verspreide vacantiedag,(met dien verstande, dat zij, bij een onafgebroken diensttijd van 12 maanden o/ langer (waaronder begrepen het geval, dat een werknemer gedurende ten hoogste 4 weken buiten zijn schuld zonder werk is geweest), in totaal 12 werkdagen bedraagt, waaronder twee Zaterdagen. De aaneengesloten vacantiedagen worden genoten tussen 1 Mei en 1 October; de verspreide vacantiedagen vóór het einde van het kalenderjaar. Met inachtneming hiervan bepaalt de werkgever uiteindelijk, wanneer de vacantiedagen genoten zullen worden. De verspreide vacantiedagen zullen, voor zover zij voor alle werknemers of bepaalde groepen werknemers gelden, na overleg met de Kern worden vastgesteld. Onder deze verspreide vacantiedagen kunnen onder meer worden begrepen: Christelijke feestdagen, niet vallende onder de in artikel 12 genoemde; gedenkdagen van het Koninklijke Huis; nationale feestdagen. Over de vacantiedagen zal aan de werknemers het inkomen worden betaald, dat zij dientengevolge derven, waarbij met overwerk of tijdelijke werktijdverkorting geen rekening wordt gehouden. Aari een werknemer, die reeds vóór 1 Mei van enig jaar in dienst was van een werkgever, als onder 11 bedoeld, en wiens dienstbetrekking bij dien werkgever in het tijdvak van 1 Mei tot 1 October van dat jaar eindigt (anders dan om een dringende reden, als bedoeld in artikel 1639p van het Burgerlijk Wetboek) alvorens hij de aaneengesloten vacantiedagen heeft genoten, zullen deze vacantiedagen worden gegeven vóór het einde zijner dienstbetrekking, tenzij op goede gronden aangenomen kan worden, dat hij deze vacantiedagen genieten zal bij zijn nieuwen werkgever. Voor zover de werkgevers, voor wie 'één algemene vacantieweek geldt, diegenen hunner werknemers, die krachtens dit artikel geen 'recht hebben op 6 aaneengesloten vacantiedagen, tijdens de vacantie der andere werknemers niet te werk kunnen stellen, zullen zij hun over die tijd niettemin het inkomen betalen, dat die werknemers dientengevolge derven, waarbij met overwerk of tijdelijke werktijdverkorting geen rekening wordt gehouden. De wefkgevers zijn echter ook bevoegd die tijd door de desbetreffende werknemers vóór of na de vacantie te doen inhalen; de uit dien hoofde gewerkte uren gelden, voor zover zij buiten de normale werkdag vallen, als overuren inde zin, van artikel 10. Hij, die bij de aanvang der voor hem vastgestelde aaneengesloten vacantiedagen oi van één of meerder voor hem vastgestelde verspreide vacantiedagen ongeschikt tot werken is tengevolge van ziekte oi ongeval, zodat hij van de vacantiedagen geen gebruik kan maken, ontvangt deze vacantiedagen op een andere. tijd in het lopende kalenderjaar. Het recht op vacantie zal nimmer mogen worden vervangen door betaling van extra loon. Artikel 14. Kort – verzuim. Met uitsluiting van het anders en overigens bepaalde in artikel 1638 c van het Burgerlijk Wetboek, wordt bij verzuim, voor zover dit binnen de arbeidstijd noodzakelijk is, het uurloon slechts doorbetaald inde hierna te noemen gevallen en tot de daarbij vermelde maximumduur: a. over twee dagen: bij huwelijk van den werknemer; b. over één dag; bij bevalling van de ■echtgenote;

bij overlijden van de echtgenote of een der kinderen of ouders, alsmede bij de begrafenis van één dezer personen, mits de plechtigheid wordt bijgewoond: bij overlijden of bij de begrafenis van één der broeders, zusters, schoonouders, zwagers of schoonzusters; c.- over twee uren; bij uitoefening van de kiesbevoegdheid; bij inspectie voor de militaire dienst. Bij gedwongen Verzuim, als bedoeld in artikel 1638d van het Burgerlijk Wetboek, zal ten hoogste het loon van 6 werkdagen worden vergoed. Als loon inde zin van dit artikel wordt bedoeld het voor den werknemer vastgéstelde uurloon, berekend over de normale arbeidsduur. Artikel 15. Opzeggingstermijn. Zowel voor de werkgevers als voor de werknemers geldt een opzeggingstermijn van een.week, uitgezonderd In geval van ontslag om een dringende reden, als bedoeld inde artikelen 1639p en 1639 g van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer een werknemer voor bepaalde werkzaamheden ia dienst is genomen, kan voor de duur der eerste drie maanden zijner dienstbetrekking een kortere opzeggingstermijn worden overeengekomen. Eveneens kan wederzijds een kortére opzeggingstermijn worden overeengekomen ten aanzien van werknemers, wier proeftijd nog niet verstreken is, echter alleen voor zover de proeftijd niet méér dan vier weken bedraagt.. f Artikel 16. Uitzonderingen betreffende de werknemers op weekloon of dagloon. De bepalingen van artikel 8 en artikel 10 zijn niet van toepassing ten aanzien van de werknemers op weekloon of dagloon. Van de werknemers kunnen slechts diegenen weekloners of dagloners zijn die een min of meer bijzondere werkkring hebben, welke onder meer tot uiting kan komen ineen andere werktijd dan die in het algemeen inde onderneming geldt Door het College van Rijksbemiddelaars wordt zo nodig beslist of een bepaalde werknemer als weekloner of dagloner mag worden beschouwd. Artikel 17. Werknemers, die op een kanvei worden aangenomen. a. De karweiwerkers, die practisch geregeld werkzaam zijn voor werkgevers inde metaalindustrie, vallen, voor ’ zover bij deze regeling niet uitdrukkelijk anders is bepaald, onder de bepalingen van deze regeling, echter met dien verstande, dat de gemeente, waarin zij te werk worden gesteld, als maatstaf dient voor de loonbepaling. b. De voor een speciaal karwei aangenomen werknemers, voor zover zij niet onder a.' behoren, vallen, tenzij zij zes maanden of langer onafgebroken bij denzelfden werkgever in dienst zijn. niet – onder de bepalingen van deze regeling. Artikel 18. Arbeid buiten vaste woonplaats. Werknemers, die in verband met de hun opgedragen werkzaamheden langer dan een week buiten hun vaste woonplaats moeten overnachten, zullen, wanneer zij gehuwd zijn, om de 14 dagen en wanneer zij ongehuwd zijn. om de 4 weken, inde gelegenheid worden gesteld Zaterdags, na afloop van het werk, naar huis te reizen, waarvoor de werkgever hun de reiskosten heen en terug zal vergoeden. Artikel 19. Vertegenwoordiging der werknemers. Bij eiken werkgever zal een werknemersvertegenwoordiging zijn (bijv. genaamd; kern. fabrieksraad, fabriekscommissie). Deze werknemersvertegenwoordiging wordt bij geheime stemming rechtstreeks door en uit de werknemers gekozen. De kiesbevoegdheid behoeft echter niet . te worden toegekénd aan werknemers, die de 21-jarige leeftijd nog niet bereikt hebben of niet gedurende het halfjaar, aan de verkiezing voorafgaande, onafgebroken bij den betrokken werkgever in dienst zijn geweest. De verkiesbaarheid behoeft niét te worden toegekend aan werknemers, die de 25-jarige leeftijd nog niet bereikt hebben of niet gedurende het halfjaar, aan de verkiezing voorafgaande, onafgebroken bij den betrokken werkgever in dienst zijn geweest. De werknemersvertegenwoordiging stelt zich ten doel, in alle fabrieksaangelegenheden de morele en materiële belangen, alsmede de veiligheid der werknemers te bevorderen; zij zal, zowel adviserend als onderhandelend optreden.

„leder diertje heeft zijn pleziertje”, heb ik destijds op de eerste bladzijde van mijn dagboek geschreven en waarschijnlijk heb ik daarmede mezelf willen verontschuldigen voor de ietwat- bizarre gewoonte om met.jezelf te praten. En tot mijn verbazing ben ik nu tot de ontdekking gekomen, dat dit gebazel nog enig nut kan opleveren. Moet je horen! Ineen onbewaakt ogenblik heb ik m’n dagboek op tafel laten liggen en de Redacteur van dit blad, het schijnt toch waar te zijn dat lui, die aan journalistiek doen, geen gewone mensen zijn, heeft er brutaalweg in gekeken. Met de spreekwoordelijke opdringerigheid. die dat soort mensen eigen is en waarmee ze je volkomen overrompelen, heeft hij daarop verklaard: „Sommige van die dagboekbladen van jou zijn .uitstekend geschikt om in onze krant op te nemen, n.l. die waarin je het hebt over de propaganda voor de Bond Weliswaar staat er een hoop onzin in en onze leden zijn gaar genoeg om dat te onderscheiden, maarde hoofdzaak is dat je mij op die manier van veel werk ontlast. Als jij toch over die dingen schrijft in je dagboek, dan behoef ik het niet nog eens te doen inde krant.” Ik heb mij aanstonds beroepen op mijn democratische rechten als vrij burger in een vrij land, om net zoveel onzin te schrijven als ik zelf wil, zonder door den

één of anderen nalven garen redacteur verplicht te kunnen worden daaraan publiciteit te geven. Maar hier bleek nu eens duidelijk ï mans genialiteit! Onder instemmend geknik bij alles wat ik oetoogde, verklaarde hij, dat al mijn ontboezemingen prachtig geschikt waren om in m’n dagboek op te nemen. En of ik nu maar naar den, voorzitter wilde gaan. Die had mij iets te vertellen over.de propaganda en als ik dat gehoord zou hebben, dan zou ik het moment zegenen dat

hij mij oe eer had aangedaan om in zijn krant mijn prullerige dagboekblaadjes te publiceren! Geslagen ben ik toen naar de kamer van den voorzitter gewankeld en ik heb alleen nog maar gestameld: „Hier ben ik”. Toen heeft de voorzitter de rest gezegd, waarvan ik zó ondersteboven ben, dat ik morgen een dag ga vissenkom op adem te komen. Snipperdag!

Bijlage A, bedoeld onder 1, van dc regeling van arbeidsvoorwaarden inde Metaalnijverheid. Koninklijk Besluit van 16 April 1925. Staatsblad no. 145, voor zover van toepassing krachtens het bepaalde onder X dezer regeling. GROEP XI, Bewerking van metalen. 222. Appendages! het bedrijf van vervaardigen of herstellen van) met krach twerktuig. 223, Blikslagers- of koperslagersbedrijf (het) met krach twerktuig en het bedrijf, uitgeoefend in blikfabrieken. 225. Bouten, klinknagels of moeren (het bedrijf van vervaardigingen van). 226. Brandkasten, kachels, ijzeren meu. beien of voorwerpen van plaatijzer (het bedrijf van vervaardigen van). 230. Capsules (het bedrijf van vervaardigen van). 231. Draadtrekkerijen (het bedrijf, uitgeoefend in) en het vervaardigen van draadnagels. 232. Draadvoorwerpen (het bedrijf van vervaardigen van). 235. Gereedschappen en schaatsen (het bedrijf van vervaardigen van).' 237. Hoogovenbedrijf (het), daaronder al of niet . begrepen het vervaardigen van cokes en het vervaardigen én distribueren van lichtgas. 244. Loodpletters- en zinkplettersbedrijf (het) en het bedrijf van persen van buizen van compositie of lood. 247 Messing, brons, alluminium, koper- en andere metaallegeringen en metalen (het bedrijf van vervaardigen van r voorwerpen van) en het bedrijf van vervaardigen van zilveren lepels, vorken en messen 249. Metaalgietefsbedrijf (het). 251. Mpffelarijen (het bedrijf, . uitgeoefend in). 253. Smederijen (het bedrijf, uitgeoefend in) met krachtwerktuig, het vervaardigen van kleine Ijzerconstructies met krachtwerktuig. het herstellen van rijwielen, daaronder al of niet begrepen. 259. Verzinken of vertinnen (het taech'ijf • van), voor zover dit niet langs galvanoplastische weg geschiedt. 265. IJzerdraaiers- en metaaldraaiersbédrijf (het). .266. IJzergietersbedrljf (het), 269. Ijzerwaren (het bedrijf van vervaardigen van geëmailleerde, vertinde of verzinkte). 270. Zink (het bedrijf van vervaardigen van).

GROEP XII. Vervaardiging van stoom- of andere werktuigen, instrumenten, enz. 272. Automobielen (het bedrijf van vervaardigen van) motorrijwielen en vliegtuigen, het beproeven van vliegtuigen daaronder niet begrepen. 273. Brandspuiten (het bedrijf van vervaardigen van). 277. Bruggen, ijzerconstructies, stoomketels en tanks (het bedrijf van monteren van). 278. Bruggenbouw- en ijzerconstructiewerkplaatsen (het bedrijf, uitgeoefend in), daaronder al of niet begrepen het monteren. 279. Dynamo’s en electromotoren (het bedrijf van vervaardigen en herstellen van) daaronder al of niet begrepen het installeren. 280. Gas-, electriciteits-, watermeters en stofzuigers (het bedrijf van vervaardigen en herstellen van). 289. Instrumenten (het bedrijf van vervaardigen en herstellen van fijne). 291. Krachtwerktuigen, arbeids- en andere , werktuigen, mechanische apparaten en toestellen (het bedrijf van vervaardigen van). 293. Ketelmakersbedrijf (het). 299. Krachtwerktuigen. arbeids-en andere werktuigen, mechanische apparaten, toestellen, automobielen en vliegtuigen (het bedrijf van herstellen van). 301. Machines (het bedrijf van monteren en demonteren van) drijfwerk, toestellen en het bedrijf van slopen van automobielen. 307. Rijwielen en motorrijwielen (het bedrijf van vervaardigen of herstellen van), de handel in en het bewaren van rijwielen en motorrijwielen daaronder al of niet begrepen. 312. Toestellen (hel bedrijf van vervaardigen of herstellen van electrische) en accumulatoren, daaronder al of niet begrepen het installeren (met uitzondering van radio-apparatenfabrieken). GROEP XIII. Scheepsbouw, vervaardigen van rijtuigen. 321. Kinderwagens (het bedrijf van vervaardigen van) met krachtwerktuigén. 324, Rijtuigmakers- of wagempakersbedrijf (het) met krachtwerktuig. 328. Scheepsmakersbedrijf (het) met krach twerktuig. 331. Scheepsslopersbedrijf (het), daaronder al of-niet begrepen het slopen van machines en ketels en al of niet sairengaande met de handel in oud ijzer.

5

Sluiten