Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Klinkend aan nagels en gloeiende bouten. Horen wij ruisen een machtige wijs. (L.8.) Deze passage uit de „Metaalbewerkersmars” geeft wel heel mooi de stemming weer, waarin velen van de oude werkers de propaganda-vergadering van 26 Oct. in Groningen hebben verlaten. De grote zaal van de „Harmonie” stroomde tegen 1 uur vol en al gauw was het handjes geven en groeten over de lange afstand van de oude bekenden. Het getal jongeren was niet onbelangrijk en vooral voor hen deed het weldadig aan toen zij de zaal zagen opgesierd met rode en bonte vlaggen, afgewisseld met onze plaat „Smeedt één blok”. Inde loop van de middag moesten wij dan ook reeds antwoord geven op de vraag, waarom nog niet met het jeugdwerk was begonnen. Wij zeggen hier, wat wij ook tegen die jonge vrienden zeiden, kader, kader, kader, ook op dat terrein, is de enige handicap. De wil is er. Wij vinden echter samen de oplossing wel. Als deel van de grote familie verkregen wijde medewerking van de arbeidersmuziekvereniging „door het Volk, voor het Volk” en de arbeiderszangvereniging „de Volksstem”, onder leiding van den heer Knij pinga, dien wij hier alsnog hartelijk danken, zowel voor hun zeer gewaardeerde medewerking, als voor hetgene, dat Zij ons brachten. Door hun bijdrage werd de sfeer, waarin de rede van den bondsvoorzitter ons bracht, sterker geaccentueerd. Dat bleek bij de samen gezongen „Metaalbewerkersmars” met de muziekvereniging als motor. Vrienden, 20% van ons ledental was op deze vergadering aanwezig en uit de verschillende opmerkingen bij het naar huisgaan is wel gebleken, dat men blij was met de mogelijkheid om weer aan de slag te gaan. Te lang reeds leek het op conferentiekamerwerk. Voor ieder, die kon luisteren, is nu wel komen vast te staan, dat wij er niet komen als het leger der ongetelde werkers niet aanwezig is en wij hebben het gevoeld, „verbeteringen worden doorgevoerd naar de eisen van de polsslag van de tijd” en inde afdelingen is de discussie, die bewijst dat men die polsslag aanvoelt maar zoekt naar de juiste weg voor het practische werk. Hét feit dat men nu de vakbeweging meer en meer er bij gaat halen, legt ons een sterkere verantwoordelijkheid op. Daarom was het zo treffend gesproken in het sluitingswoord van v. Wingerden: „Kankeren, goed! Moeilijkheden? Wij weten het. Maar zorg dan dat je mee aanpakt om de moeilijkheden baas te worden.” En dit, vrienden, beloven wij elkaar en beloven wij v.d. Born, die met een veldheersblik „zijn kader” óverzag. Dit komt in het Noorden voor elkaar. Tot heden schreef de Bond 1500 nieuwe leden in en wij blijven bij de aanwas niet achter. Wij zullen laten zien wat het in het Noorden inde loop van de winter tot stand kan brengen. Deze vergadering is een mooie inzet vaneen wintercampagne, die berekend is op aanwas inde breedte maar ook op versterking in de diepte. Inde afdelingen wordt deze winter weer het scholingswerk ter hand genomen en we zullen niet vergeten de vrouwen of meisjes er bij te halen om hen te laten weten, dat wij prijs stellen op hun oordeel. Laten wij, dit artikel mogen besluiten met een andere passage uit onze bondsmars Brandt alle haat, Onrecht en nijd! Brandt alle veten. Vlam van de strijd, omdat het toch zo is, dat men in de strijd de vrienden leert kennen. En wij zeggen ook op deze gronden Smeedt één blok, de A.N.M.B,

ONDERSCHRIFT. Inderdaad, ook deze bijeenkomst was, evenals de twee voorgaande, weer prima. Er werd maar één fout gemaakt, n.I. door den voorzitter van de vergadering. Hij wilde n.l. alleen de Friezen en de Groningers laten zingen en vergat de mannen uit Drente en Overijssel! Maar deze lieten zich niet onbe-

tuigd, blijkbaar om de voorzitter op zijn fout opmerkzaam te maken! En daarom mannenbroeders dit onderschrift. Het boetekleed ontsiert de mens niet en ik zou niet graag na onze eerste kennismaking, waarbij jullie zulk een goede beurt maakten, kwade vrienden willen worden. Eén kwade vriend is al erg genoeg, laat staan zoveel! KEES VAN WINGERDEN.

DEN GEVALLEN MAKKER EN MEDEWERKER GEWIJD

(Vander H.) Inde nog zo heel veel belovende leeftijd van 42 jaar overleed in dè avond van Vrijdag I November jl. in het Burgerziekenhuis te Amsterdam, Bram Keesje, sedert 15 December 1930 één van onze zeer gewaardeerde beambten ten bondskantore. Zijn ziekbed is van lange duur geweest; reeds in Januari van dit jaar werd hij in voornoemde inrichting opgenomen. Het lot was hem beschoren er niet meer levend vandaan te komen. Bram Keesje was één der zonen van het oude volk en bij de inval der Duitsers op 10 Mei 1940 zeer beducht voor de eventuele gevolgen. Hij verliet ons inde middag van 14 Mei 1940, vluchtte naar IJmulden om te pogen vandaar naar Engeland te ontkomen. Hij slaagde er niet in met het enige, voor vertrek naar Engeland gereed liggende schip mee te komen, hetgeen hem 'niet deed versagen. Enige uren nadien ontdeed hij zich van z’n regenjas, 'sprong te water en bereikte al zwemmende een door Engelse militairen bewapende sleepboot, waarmede hij na enig omzwerven in het vrije land arriveerde. Hij werd daar na enige'tijd tewerk gesteld door en ten behoeve van onze uitgeweken regering. Toen hem na enkele maanden verblijf te Londen, de gelegenheid werd geboden naar Oost-Indië te vertrekken, werd daarvan door hem dankbaar gebruik gemaakt. Op Java vond hij werk, trad er na enige tijd in dienst van de Bond van Handels- en Kantoorbedienden en zag zich o.m. ook belast met de redactie van het bondsorgaan. Dat duurde voort tot de inval van de Jappen. Bram moest als militair het land gaan dienen, werd na de bezetting van Java krijgsgevangene en na enige tijd gedeporteerd naar Thailand, waar hem een meedogenloze behandeling ten deel viel. Hij doorstond alle ellende, herkreeg z’n vrijheid nadat de Jappen hadden gecapituleerd en keerde naar Nederland, naar huis en haard terug. • Op 20 November 1945 arriveerde hij, na een afwezigheid van zo ongeveer vijf en een half jaar, inde kring van z’n gezin. Maar al spoedig trad daarna aan de dag, dat het verblijf in gevangenschap hem niet zomaar was voorbijgegaan. Midden December 1945 hervatte hij z’n werk op ons bondskantoor, doch z’n lichamelijke toestand stelde hem niet in staat tot volhouden. Een infectie, zo is later gebleken, had z’n hart aangetast en z’n leven vernietigd. Bram Keesje verzorgde -van de datum van indiensttreding af het maandblad „Onze Gids” evenals het blad „De Jonge Metaalbewerker”, waarvan hij tevens redacteur was. Deze redactie werd in 1933 door schrijver dezes van hem overgenomen. Toen met ingang van 1 Januari ons blad „De Metaalbewerker” in vergroot formaat ging verschijnen, werden de voornoemde maandbladen opgeheven. Bram werd onze assistent en het is In die kwaliteit vooral dat wij z’n werk hebben leren waarderen. Hij verzorgde van die tijd af de opmaak van onze krant, maar ook de foto-reproducties. En in onze plaats

‘ trok hij er op uit om bedrijven te bezoeken, daar fotografische opnamen te doen nemen, om deze daarna met zijn toelichtende beschouwingen in het blad te plaatsen. Dat werk lag hem en was hem toevertrouwd, zoals ook veel werk verbonden aan de verzorging van de propaganda. Onze voorzitter, van den Born, had op zijn beurt voor dat werk aan Bram een zeer gewaardeerden medewerker. Onze Bond verliest in hem een man, die z’n werk met grote toewijding, met veel kennis en bekwaamheid vervulde. Slachtoffer van z’n gevangenschap,

is hij midden uit het volle leven weggerukt. Hij, die alles ondernomen heeft om z’n leven te redden, heeft het uiteindelijk tóch moeten verliezen Z’ji nog jonge vrouw en' twee jonge dochters, die hem op 20 November zo vol vreugde over het weerzien hebben ontvangen, verloren man en vader. Het moge hun althans enigermate tot troost zijn, dat Bram z’n leven gewijd heeft aan de strijd voor de emancipatie van de arbeidersklasse. , Dente vroeg gestorven makkermedewerker wepsen wijde eeuwige vrede en rust toe. Woensdag 6 November vond de eenvoudige, doch ontroerende plechtigheid, de teraardebestelling, plaats. Familieleden, vele vrienden uit de A.J.C. en zijn collega’s van hetbondsbestuur stonden om zijn graf geschaard, toen de bondsvoorzitter Bram voor de laatste maal toesprak. Hij zeide, dat wij, het bondsbestuur, de leden van de bondsraad en zijn vrienden-collega’s van het bondskantoor, nog vaak aan hem zullen denken, uit vriendschap,-maar ook omdat wij hem zullen missen. Jo Voet, één van zijn vrienden uit de A.J.C., bracht Bram warme dank voor de trouwe vriendschap en zou het een voorrecht vinden Rib en haar beide dochters te mogen bijstaan in de moeilijke tijd, die voor hen gaat komen. , Nadat de vader van Bram’s vrouw had bedankt voor de belangstelling, ging deze groep, tijdens de plechtigheid bijeengehouden door warme vriendschap voor Bram, weer uiteen.

Erkenning organisatie Van de ministeries van Justitie en van Sociale Zaken ontvingen wij dezer dagen de mededeling, dat, gezien de onzerzijds overgelegde bescheiden, onze Bond erkend is als een voortzetting van de op 10 Mei 1940 bestaande koninklijk goedgekeurde vereniging, de ALGEMENE NEDERLANDSE METAALBEWERKERSBOND. Door deze verklaring is onze Bond volledig in al zijn vroegere rechten en aanspraken hersteld. HET BONDSBESTUUR.

Rechts. Bram. Keesje

3

Sluiten