Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iEWEffllfl fëulïtiek

Uitstaan en afschrijven (XII)

Beplating van het vlak met de platen der doorgetrokken gangen

Wij zetten hiermede onze artikelenreeks over scheepsbouwuitslagev voort. Het laatste artikel stond in „De Metaalbewerker” van 3 Augustus 1940. Onder vlakbeplating worden die platen van de scheepshuid gerekend, welke juist de dubbele bodem omvatten,' uitgezonderd natuurlijk de horizontale kielgang, welke- als een afzonderlijk onderdeel wordt beschouwd. De kantplaten van de dubbele bodem worden dus geacht op de buitenste vlakplaten te staan. Daar deze platen gewoonlijk grote afmetingen hebben, is het gewenst ze voor het af schrijven aan beide einden te speren, nadat een rechte lijn op de plaat is geslagen. Deze lijn moet zelf ook weer zeer zuiver op de plaat gezet worden, daar bij een geringe afwijking slechte gaten ontstaan. Het beste is de slaglijn flink te spannen en op de einden van de plaat vast te zetten en daarna met een winkelhaakje op 3 a 4 plaatsen de juiste maat der slaglijn op de plaat over te brengen. Vervolgens kunnen deze gedeelten gelijnd worden en is er de minste kans, dat de gehele lijn krom zou zijn. Het zuiver haaks speren doet men, nadat de aangegeven spantafstanden op de rechte lijn uitgezet zijn. Bij dit op-

zetten der spantafstanden moet eerst de juist plaats van het stuik bepaald worden, bij dikke platen tevens de verlenging der platen tengevolge van het knikken der stuiken (zoals besproken is bij de horizontale kielplaten). Ook hier wordt het stuik aangegeven op een bepaalde afstand uiteen der spanten, hoewel de landmal de juiste plaats moet aanwijzfen. Bij blnnengangen moet de voorste rij gaten en bij buitengangen de achterste rij gaten der overlappen in één lijn staan met één der gaten van de landmal. Is eender gangen een tainnen-buitengang en wil men dan bovenstaande werkwijze toepassen, dan zou het stuik volgens de uitvoering in afbeelding 64 scheef worden, wat in geen geval aan te raden is. Bij zo’n gang kan men beter een bijzondere landmal maken. Deze mal moet dusdanig gemaakt worden, dat alle rijen van het opgegeven stuik daarmede overeenkomen, waardoor het nodig wordt er 1 gat meer in te plaatsen (zie afbeelding 64). De indeling der gaten in deze mal is niet regelmatig, de afstand „A” zal groter zijn dan de afstand „B”. Inde afbeelding is op de kant van het land met kruisjes aangegeven, welke gaten men normaal in deze spantafstand krijgt. Ook kan men bij binnenbuitengangen de stuikoverlappen breder maken dan de geëiste afmeting, zodat alle rijen van de overlap overeenkomen met de gaten van de ge-

wone landmal. Dit gaat heel goed bij een spantafstand van 25i inch met 8 nagelafstanden (afbeelding 65) en bij een spantafstand van 29 inch met 9 dito (f duims klinkwerk). Een viervoudige l duims overlap zal bij het toepassen van deze werkwijze 15 mm. breder worden, daar de nagelrijen ongeveer 5 mm. wijder uiteen komen te staan. Binnen-buitengangen komen bij de huidbeiïlating zelden voor, bij de dekbeplating daarentegen wel, o.a. bij tankschepen en daar waar geen houten dek aangebracht wordt, daar in deze gevallen het stalen dek afwaterend geconstrueerd moet worden en dus de dekgangen binnen-buitengangen zullen zijn. Hierbij is de laatste werkwijze natuurlijk zeer handig, daar men dan de landmal zonder onderbreking over de gehele lengte kan gebruiken. Inde werkplaats moet dan echter het volgende goed overdacht worden; Men meet n.l. dikwijls de breedte op van de overlap en beoordeelt daarnaar de diameter der gaten. Dit- gaat goed bij normale uitvoering, doch wordt de overlap verbreed volgens bovenomschreven recept, dan bestaat de kans dat te grote gaten op de plaat worden aangegeven, dus kan de werkman niet volgens de gewone sleur te werk gaan, doch moet hij goed uitkijken, wat de bedoeling is en de tekening grondig raadplegen. Er moet aan gedacht worden, dat hier inplaats van de breedte van de overlap, de dikte van de plaat moet nagegaan worden, daar deze laatste de nageldiameter aangeeft. Ook moet aangegeven worden of de gaten kleiner geponst of geboord moeten worden in verband met aan boord te verwachten moeilijkheden. Met het bovenstaande is de juiste plaats en de goede breedte van het stuik vastgelegd. Zijn er veel gelijke stuiken, dan is het maken vaneen ijzeren mal aan te bevelen. Hierin moet men zo mogelijk de gaten op steek zetten, zodat de mal zowel links als rechts gebruikt kan worden. Hiervan komt inde regel niet veel terecht, daar op de meeste gangen van het vlak zijzaathouten staan, waarvan de gaten natuurlijk overeen moeten komen met de gaten der stuiken op de overgang van het zaathout overeen stuik. Bij deze stuiken moet dan op de mal duidelijk aangegeven worden, wat onder en wat boven is, waarbij als onderkant gerekend wordt de naar de hartlijn van het schip gerichte kant. iZijn er veel verschillende stuiken, zoaat het maken van mallen te kostbaar wordt, dan zet men de rijen gaten der stuiken op de landmal en schrapt, ze op de plaat over, terwijl de verdeling der gaten in deze rijen op een latje gezet wordt, wat een gelijke verdeling voor alle rijen waarborgt. Op dit latje moet men de plaatgang en de spantnummers duidelijk aangeven. Inde mal voor de spantgaten moet men deze gaten zoveel mogelijk op steek zetten, teneinde deze mal te kunnen draaien. Komt er een zaathoüt voor op de betrokken gang, dan vervalt de mogelijkheid van draaien. Men moet dan de juiste plaats en de dikte van het zaathout van de spantenvloer opnemen en op deze mal aantekenen, evenals de plaats van het verbindingshoekstaal van zaathout aan vlakbeplating en weer duidelijk de onder- en de bovenkant aangeven. Men plaatse in geen geval een nagel onder de afgeknipte hoek van het zaathout, daar deze nagel bezwaarlijk aangehouden kan worden. Het maken vaneen ijzeren mal is slechts lonend, indien er een groot aantal gelijke spanten zijn. Is dit niet het geval, dan maakt men een houten mal. evenals men dit moet doen voor waterdichte of oliedichte vrangen. W. H.

GEREEDSCHAPSMACHINES Het is altijd het streven van den mens geweest zich het werk te vergemakkelijken, terwijl de onderlinge naijver en de concurrentie een steeds snellere productie en een opvoeren der kwaliteit nodig maakten. Wel zeer in het bijzonder Is dit inde metaalindustrie tot uiting gekomen, wat behalve door de steeds meer eisende techniek, mede veroorzaakt wordt door de harde materialen welke verwerkt worden. Steeds weer worden nieuwe metalen en andere stoffen gevonden, die, als bijmengsel, ons vroegere ijzer ongekende eigenschappen geven en voor vele doeleinden geschikter maakt, mede dank zij een beter inzicht inde warmtebehandeling van de gelegeerde metalen. Waar nu ook een hoog opgevoerde nauwkeurigheid der afwerking, dikwijls tot op 0.001 mm. nauwkeurig, in alle moderne machinefabrieken dan de orde van de dag is, is het zonder meer duidelijk, dat dit alleen machinaal kan worden bereikt, maar tevens dat én het meetgereedschap èn de machines èn het snijgereedschap niets te wensen mogen overlaten, terwiji ook alle hulpmiddelen aanwezig moeten zijn. Met de beste uitrusting zou nog niet veel te bereiken zijn, indien geep goede vaklieden het werk verrichten. Het is een bekend feit, dat de éne streek voor een bepaald vak, betere vakmensen oplevert dan een andere streek. Hiermede wordt wel degelijk rekening gehouden bij de keuze van de plaats, waar een nieuwe fabriek is te vestigen. Het kan zijn nut hebben eens na te gaan, waardoor de keuze van de plaats van vestiging vaneen fabriek wordt beïnvloed, alsmede welke factoren de kostprijs bepalen. Afgezien dan van militaire overwegingen, welke in ’t bijzonder voor de metaalindustrie van belang kunnen zijn, zal mert bij de keuze van de plaats van vestiging o.a. letten op: a. goede transportmogelijkheid en de prijs van de grond; b. de lonen en de belastingen ter plaatse; c. of de streek goede vaklieden oplevert; d. soms ook of er goed industrie-water aanwezig is. De kostprijs wordt beïnvloed door: a. de transportmogelijkheid van en naar de fabriek; b. een rationele bouw van de fabriek, zódat de diverse afdelingen in dezelfde volgorde zijn geplaatst als de volgorde der bewerkingen; c. de inrichting der lokalen, de belichting, de verwarming, de ventilatie; de plaatsing van de machines; d. de keuze van de aandrijving; e. de kwaliteit van de machines en gereedschappen evenals die van de hulpmiddelen; f. de vakbekwaamheid van de arbeiders; g. een juiste bepaling van de nauwkeurigheid der afwerking van diverse werkstukken; h. het invoeren van standaard-typen, zodat minder tekeningen, minder machines, modellen, matrijzen enz. nodig zijn; i. bijzondere eisen. (Wordt vervolgd.) G. W. Reserve-wagens Het is voor een bedrijf met een autopark, hetzij expeditie- of bus-bedrijf, beter enige reserve-wagens aan te schaffen en daardoor elke wagen periodiek voor onderhoud uit het bedrijf te nemen. De aanschaf van één of meer reserve-wagens, al naar gelang de omvang van het bedrijf, is ruimschoots economischer dan met het gehele wagenpark door te blijven rijden tot zich een reparatie bij eender wagens aanmeldt. De reparatiekosten zijn in het laatste geval veel hoger dan bij regelmatig onderhoud. De bedrijfskosten worden door periodiek onderhoud aanzienlijk lager gehouden. P- Dr.

Sluiten