Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48e JAARGANG NUMMER 14 – BIJLAGE VAN „ARBEID" No. 14 – 11 APRIL 1941 – VERSCHIJNT WEKELIJKS

DE METAALBEWERKER

ORGAAN VAM DE ALG. NEDERLANDSE METAALBEWERKERSBOND – RED.: HEMONYLAAN 24, AMSTERDAM-Z. – TEL. 26175 EN 90030

HET GEBRUIK VAN METALEN

(I. B.) Ons'allen is hoogstwaarschijnlijk bekend, dat er een Distributiewet bestaat. De wet, die nu Van kracht is, dateert van 1939. Van vóór de Oorlog dus. De toenmalige regering was zich bewust, dat de vermoedelijke aard van de oorlog toeer dan vroeger naast militaire voorzorgen een volledige voorziening ten behoeve van ’s lands economische Weerbaarheid eist. Een onmisbare schakel inde keten der maatregelen, die met het oog op deze economische weerbaarheid noodzakelijk waren, wordt gevormd door de voorziening inde distributie van goederen, welke in het algemeen voor de volkshuishouding van belang kunnen -worden geacht. En dan gaat het, zoals vanzelf spreekt, niet alleen om de levensmiddelen, grondstoffen van levensmiddelen etc., maar ook om andere goederen, die voor de volkshuishouding in het algemeen van belang kunnen zijn, zoals de grondstoffen en halffabrikaten. Deze Distributiewet opende de mogelijkheid Rijksbureaux in het leven te roepen, die dan de distributie vaneen bepaald soort grondstof tot • taak zouden 'krijgen. Zo werd i September 1939 een Rijksbureau voor Metalen ingesteld. Op 29 Mei 1940 is dit Rijksbureau voor metalen gesplitst ineen Rijksbureau voor ijzer en staal en één voor non-ferrometalen. Aan het hoofd van zo’n Rijksbureau staat een directeur, die over belangrijke aangelegenheden geadviseerd wordt door een' commissie, waarin meestal personen zitting hebben uit de tak van industrie, waarover het Rijksbureau gaat. Zo hebben inde commissie voor hèt .Rijksbureau Voor ijzer en staal zitting de heren: Ir. M. H. Damme, D. C. Endert en Ir. C. A. Kessler, De directeuren van de Rijksbureaux voor ijzer en staal en non-ferro-metalen hebben grbte bevoegdheden, die zij resp. ontlenen aan de ijzeren staalbeschikking en aan de non-ferro-metalen-beschikking. Uit de bepalingen van de Distributiewet en de bovengenoemde beschikkingen waren reeds verschillende maatregelen over het gebruik van metalen voortgevloeid. Wij zullen ons deze keer beperken tot het gebruik van non-ferro, d.i. niet-ijzerhoudende metalen. Zo werd 3 Juni 1940 inde dagbladen gepubliceerd, dat het verwerken, bewerken, gebruiken, verbruiken, doen verwerken, doen bewerken, doen gebruiken of doen verbruiken, kopen, verkopen, afleveren of vervoeren van vertind blik in blad en in handvorm verboden was; Voor deze transacties moest een vergunning aan het Rijksbureau voor non-ferro-metalen worden aangevraagd Hetzelfde was het geval met oud-materiaal .van non-ferro-metalen, alsmede het afval daarvan. Voor de andere non-ferro-metalen bleef de dispensatie van verbod van bovengenoemde handelingen van kracht. Op 7 Augustus 1940 werd deze dispensatie ingetrokken voor de navolgende metalen inde vorm van voormateriaal (d.z. de grondstoffen voor het winnen van metalen, zoals ertsen, metallurgische tussenproducten, assen en andere metaalhoudende residu’s), ruw materiaal, halffabrikaten en afvalmateriaal ■ aluminium, antimonium, lood, cadmium, cobalt, koper, magnesium, nikkel, zink, tin en hun legeringen, benevens kwikzilver. Er waren wel enkele uitzonderingen, zoals voor orders voor de Duitse weermacht ; voor dringende herstelling, maar dan voor slechts tot en met in totaal 10 k.g., voor elk geval van schade. In deze beschikking van 7 Aug. 1940, gewijzigd op 22 Oct. 1940, kwamen ook de eerste bepalingen voor over het gebruik van non-ferro-metalen. Zo mag ongelegeerd tin .niet voor de vervaardiging wan soldeertin met ’n tingëhalte van meer dan 40% verwerkt of verbruikt worden. Voor dakbedekkingen, bekleding, monturen en Versieringen van gebouwen of overdekte ruimten mogen metalen slechts bewerkt of verwerkt, ge-

bruikt of verbruikt worden, indien zulks uitdrukkelijk inde vergunning van het Rijksbureau voor non-ferro-metalen is vermeld. Aluminium, koper, nikkel, tin en hun legeringen mogen slechts voor de vervaardiging van huishoudelijke en gebruiksvoorwerpen, daaronder oegrepen huisraad en tafelgerei, vaatwerk e.a. artikelen voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik en voor inrichting van ruimten van iedere aard, alsmede voor de vervaardiging van verfraaMngsen kunstvoorwerpen, bewerkt of verwerkt, gebruikt of verbruikt worden, eveneens indien zulks uitdrukkelijk inde vergunning van het Rijksbureau voor non-ferro-metalen is vermeld. * * Over het gebruik van non-ferro-metalen nu handelt een 2 April 1941 inde Nederlandse Staatscourant gepubliceerde beschikking van den secretaris-generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, betreffende een algemeen toepassingsverbod voor non-ferrometalen. , Toepasselijkheid van deze beschikking. De bepalingen van deze beschikking maken deel uit yan alle bestaande en toekomstige toepassingsverboden, waarbij het gebruik yan non-férro metalen wordt verboden. Onder toepassingsverboden worden verstaan die beschikkingen, waarbij het gebruik van metalen in elke vorm en in elke graad van verwerking voor het vervaardigen van bepaalde producten (ook installaties, inrichtingen en dergelijke) verboden wordt. Indien bestaande uitvoeringsvoorschriften van de Distributiewet 1939 verbodsbepalingen bevatten ten aanzien van hèt gebruik van non-ferro metalen, die met de bepalingen van deze beschikking in strijd zijn, komen zodanige voorschriften bij het in werking treden dezer beschikking te~ vervallen. • \ In dien voor toekomstige toepassingsverboden bepalingen dezer beschikking niet meer van kracht zullen zijn, moet zulks uitdrukkelijk in dat toepassingsverbod vastgeiegd zijn. Omvang der toepassingsverboden. Wordt ineen beschikking het gebruik van metalèn voor het vervaardigen vaneen product verboden, dan omvat (Ut verbod eveneens: „ a. het gebruik van metalen voor het completeren of herstellen vaneen zodanig product, tenzij het slechts een wedergebruik betreft van dein dat product aanwezige onderdelen. Uitgezonderd van dit verbod is het repareren van producten of installaties met materiaal van dezelfde samenstelling, voor zover het kleine reparaties betreft, welke niet kunnen geschieden met behulp van vervangingsmaterialen; b. het gebruik van metalen voor het vervaardigen van halffabrikaten of onderdelen vaneen zodanig product, wanneer bij dé vervaardiging der halffabrikaten of onderdelen hun bestemming voor het verboden doel te herkennen is, of bij voldoende oplettendheid te herkennen zijn. Leveringsverbod. Indien ingevolge een toepassingsverböd het gebruik van metalen voor het vervaardigen vaneen zeker product verboden is, mag dit product niet meer afgeleverd worden ineen uitvoering, welke in strijd is met het verbod, ook niet, indien het reeds, vóór het in werking treden van het verbod vervaardigd of in het bezit van den leverancier,was. Dit leveringsverbod treedt, indien inde afzonderlijke voorschriften niet anders bepaald wordt, drie maanden na hqt toepassingsverböd in werking. Verboden Is ook de aflevering van halffabrikaten of onderdelen voor een onder het toepassingsverböd vallend product ineen uitvoering, welke in strijd is met het toepassingsverböd, indien bij de levering der halffabrikaten of onderdelen hun gebruik voor het verboden product te herkennen is, of ook wanneer dit bij voldoende oplettendheid herkenbaar zou moeten zijn. Dit leveringsverbod treedt gelijktijdig met het toepassingsverbod in werking. Verbod tot het geven van opdrachten. Indien ingevolge een toepassingsverböd het gebruik van metalen voor het vervaardigen van 'een zeker product verboden is, mogen opdrachten tot levering van dit product of van halffabrikaten of onderdelen voor dat product ineen in strij d met het toepassings-

verbod zijnde uitvoering niet meer gegeven worden: a. wanneer het product, de halffabrikaten of onderderdelen bij den opdrachtgever bestemd zijn voor beroepsmatige verwerking, gebruik of vervreemding; b. wanneer de opdrachtgever met de verbodsbepaling bekend is of bij voldoende oplettendheid er mede bekend zou moeten zijn. Dit opdrachtsverbod is niet van toepassing op producten, die uit bestaande voorraden vóór het in wer-1 ag treden van het leveringsverbod, dat 3 maanden na de inwerkingtreding van het toepassingsverböd in werking treedt, geleverd kunnen worden. Uitzonderingen op leverings- en opdrachtsverboden. Het leveringsverbod en opdraehtsverbod gelden niet: a. voor producten, waarvan aangetoond kan worden, dat zij in overeenstemming met deviezenvoorschriften uit het buitenland zijn ingevoerd; b. voor gebruikte, maar nog bruikbare producten;1 c. voor producten, die als afvalmateriaal worden overgedragen om voor metaaiwlnning ,te dienen; d. voor samengestelde, voor het gebruik gereed producten, die op zichzelf niet onder een toepassingsvèrbodsbepaling vallen, ook wanneer deze producten enkele onderdelen bevatten, waarvan de uitvoering in strijd is met een toepassingsverböd. De strafbaarheid der Verboden toepassing van metalen voor deze onderdelen blijft echter onverminderd bestaan. Normen (Noodnormen). Indien ineen toepassingsverböd een bepaalde norm (respectievelijk noodnorm) bindend verklaard wordt, mogen voor dein de norm genoemde producten öf onderdelen slechts metalen gebruikt worden, als zij als grondstof voor deze producten öf onderdelen in de norm uitdrukkelijk zijn genoemd. Bij afwijkingen van de algemene verbodsvoorschriften is in dergelijke gevallen de norm beslissend, voor zover niet het tegendeel blijkt uit aanvullingen of beperkingen op deze norm, inde verbodsbepaling zelf genoemd. Overgangstermijnen. Indien bij het bekendmaken van toepassingsverboden de inwerkingtreding pas na een bepaalde overgangstermijn volgt, mag elk bedrijf gedurende de tijd, vallende tussen de bekendmaking der verbodsbepaling en de inwerkingtreding daarvan, voor de betreffende toepassing van elke metaalsoort ten hoogste dezelfde hoeveelheid gebruiken als inde met de overgangstermijn overeenkomende periode van het onmiddellijk voorafgegane kalendèrjaar, behoudens verder gaande beperkingen inde afzonderlijke toepassingsverboden. Uitzonderingen. Indien dwingende technische of economische redenen aanwezig zijn, kan het Rijksbureau voor nonferro metalen op een met redenen omklede aanvraag een uitzondering op een verbodsbepaling toestaan. Vóór het verlenen van de schriftelijke uitzonderingsvergunning mag met het verwerken van de onder het verbod vallende metalen niet worden begonnen. Het Rijksbureau voor non-ferro metalen kan industriële bedrijfsorganisaties bevoegdheid verlenen tot in ontvangstname en vooronderzoek van zodanige aanvragen. Indien de aanwezigheid vaneen uitzonderingsvergunning van het Rijksbureau voor non-ferro metalen aangetoond wordt, is geen bijzondere uitzonderingsvergunnjng voor het gebruik van metalen voor de aanmaak der benodigde halffabrikaten of onderdelen van dit product nodig. Ook is geen bijzondere uitzondering op het leveringsverbod of op het opdrachtsverbod voor het product zelf, zijn halffabrikaten of onderdelen nodig, tenzij inde uitzonderingsvergunniïig zelf iets anders bepaald is. Verband met, andere maatregelen, die betrekking hebben op de toepassing’van metalen. De toepassingsverboden gelden onafhankelijk van andere Overheidsvoorschriften betreffende metalen. In het bijzonder zal een aankoop- of verbruiksvergunnlng geen recht geven op een uitzondering van een toepasssingsverbod, noch geeft een uitzondering op een toepassingsverböd recht op een aankoop- of verbruiksvergunning. Daarentegen moeten de volgens de verschillende voorschriften vereiste vergunningen op uitzonderingen elk Voor zich worden aangevraagd. Inwerkingtreding. De bepalingen van deze beschikking zijn 1 April 1941 in werking getreden. * * * Tegelijk met de publicatie van deze bepaling zijn inde Staatscourant beschikkingen gepubliceerd waarin vastgelegd is, welke, artikelen onder het toepassingsverböd vallen. Een volgende maal zullen wij daarvan een overzicht geven.

Sluiten