Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedraagt dan bij gelijkmatige belasting met deze capaciteit ca. 2,5, mwk. De aanloopgrens van de volumemeters met roterende zuiger is zee” laag. De waarden aangegeven door de Duitse normalen zijn in fig. 13 weergegeven. De roterende-züiger-watermeter blijft mét de aanloopgrens in het algemeen nbg beneden deze waarden en is dus de gevoeligste van de besproken, meters, Duidelijkheidshalve resumeren wij hier nog even de genoemde waarden voor aanloopgrens bij een 3 M’ watermeter van verschillend type. ■Volumemeter met roterende zuiger ' 3.1/h. Eenstraalvleugelradwatermeter . natl 8. „ ' >dem drgl. 10. „ Meerstraal idem natl 12. idem drgl. 15 ~ Woltmann watermeters worden niet In deze kleine afmetingen toegepast. Een bezwaar van de roterende-zuigwatermeters is hun eigenschap om bij vastfbpen de; watertoevoer af te snij--

den. Bij brand of dergelijke kan b.v. niettegenstaande de zeef door de grote afname een kleine verontreiniging in de meter worden getrokken, waardoor deze juist op zulk een ongewenst ngenblik vastloopt. Ook zijnde aartschafflngskosten vaneen volumemeter belangrijk hoger dan die vaneen vleugelradmeter. Vooral voor korrelige verontreinigingen is de meter zeer gevoelig en dus moeten de materialén zodanig gekozen worden, dat absolute zekerheid bestaat tegen corrosie. Het reinigen van de meters is eenvoudig, maarde reparatie is over het algemeen iets duurder. De nauwkeurigheid van dé meters is groot, en de miswijzing bedraagt minder dan i %. Tegen stérk stotende belasting zijnde volumemeters over het algemeen minder goed Bestand dan de vleugelradmeters. . V . J. H W. H. ’) Zie : „De Métaalbewerkèr” van 19 September 1941. . (Wordt vervolgd.)

Een eenvoudige barometrische hoogtemeter

Een ieder, die inde natuurkunde thuis • is, kent de formule: PxV= C x T of in woorden uitgedrukt: Het prr duet van het volume vaneen gas en de druk, blijft gelijk aan het product vaneen constante factor en d.e absolute temperatuur van het gas. De formule kan ook' worden geschreven ; ' _ v C x T V = _ P hetgeen in woorden uitgedrukt be-

‘ « • • tekent. Het volume vaneen gas is evenredig aan de absolute temperatuur en omgekeerd evenredig aan de druk. Als derhalve de absolute temperatuur" dönstant wordt gehouden, dan kan uit de druk de hoogte worden vastgesteld, waarop de meting plaats vindt en er is dus een zeer eenvoudige weg om de hoogte van verschillende plaatsen ten i opzichte van elkaar vast te stellen. I Hierop is een uiterst eenvoudig toe- ’ stel gebaseerd, waarvan de bijgaande * i schets het schema weergeeft. ]

Een dergelijk toestel Is geplaatst in pen zeer goéd geïsoleerd kastje om de temperatuur practisch constant te houden. Een afgesloten hoeveelheid . lucht wordt blootgesteld aan de luchtdruk en deze luchtdruk kan worden vastgesteld door middel van de verandering van het volume van de afgesloten lucht. . Dezé verandering kan gemakkelijk door het verschil in hoogte van de twee vloeistof kolommen, in een’ uvormige buis, worden afgelezen op een schaalverdeling. De bij het bovenstaande, aangenomen gunstige omstandigheden, n.i. dat de temperatuur van de afgesloten lucht niet verandert en ten tweede, dat de dl ukveranderingen alleen zouden worden veroorzaak* door de hoogteverandering, worden slechts onder de gunstigste omstandigheden vervuld. Meestal zal gedurende een periode vari meten niet alleen de temperatuur veranderen, doch ook de luchtdruk, zodat de aflezing van de hoogtemeter niet zonder meer kan worden omgezet in hoogteverschil. Er is echter een eenvoudige manier om m de meeste gevallen ook dan nog goede resultaten te bereiken. Veranderingen in het weer voltrekken zich inde regel naar verhouding langzaam, slechts bij stormachtig weer zouden de metingen als onbruikbaar moeten worden beschouwd, daar dan de veranderingen vaak plotseling gebeuren. In het eerste geval wordt door het doen van herhaalde metingen de correctie vastgesteld, die zou moeten

worden aangebracht, het liefst op verschillende punten, m.a.w. bij een regelmatig verloop van dé luchtdruk op eenzelfde punt houdt men met de veranderingen rekening door middel van lineaire interpolatie. Veel hangt hierbij af van de handigheid van den waarnemer om bronnen van onjuistheid te vermijden of ze té omzellen door herhaalde metingen Bij de hier bedoelde foutieve resultaten gaat het om zulke, die het gevolg zijn van de barometrische, methode, niet om die, welke het gevolg zijn van de aard van het toestel Dettéeé bereiken nauwkeurigheid van 0,3 meter met een toestel volgens het schema is derhalve het gevolg van de barometrische methode, niet het gevolg van het toestel. De barometrische methode laat toe, dat hel toestel zo eenvoudig, gebouwd kan werden, daar de nauwkeurigheid ervan niet groter behoeft te zijn, dan die var. de methode zelf.. Hei geschetste toestel bezit geen bewegende delen (behalve de vloeistntkolom, als men dit zo zou willen opvatten; en is derhalve practisch niet aan slijtage onderhevig. Voor trillingen is het binnen zeer ruime grenzen niet gevoelig. h. Gelezen vakbladen moge: niet worden weggeworpen doch behorèn aan onge organiseerde vakgenoten ter lezing gegeven te worden.

VRACENBUS Vraag 169. Hoe bereken ik een shuntweerstand, die regelbaar moet zijn, voor een omvormer, die dient om accu’s te laden en hoe schakel ik deze inde leiding? Mijn dynamo, die aangedreven wordt dooreen draaistroommotor van 5 pk, levert 110 V, 32 A, bij 1200 omw./mln. Wilt u mij een volledig schema van dynamo naar batterij met daarbij behorende meters, schakelaars en zekeringen doen toekomen, alsook van de automatische schakelaar, die uitvalt. wanneer de dynamo geen stroom meer levert en deze' dan niet meer op mijn batterij spanning als motor kan gaan lopen. Antwoord. Een schema van de verlangde schakeling is hiernevens getekend. De benodigde apparaten en meetinstrumenten zijn: 1 shuntregelaar, 1 laadweerstand voor maximaal 35 A: 1 dubbelpolige schakelaar van 40 A: 1 minimaalautomaat voor 40 A; 2 patroonhouders met smeltvelligheden voor 35 A; 1 draalspoelampèremeter o—4o A; 1 draaispoelvoltmeter o—l2o V. De hoofdleidingen van de dynamo naar de aansluitklemmen van de batterij moeten een doorsnede hebben van 10 mm". Voor de leidingen van de shuntregelaar en de voltmeter kap draad van 1,5 mm' worden genomen. Over de grootte van de weerstand van de shuntregelaar en die van de laad- ' weerstand kunnen we .u niet inlichten, omdat u niet voldoende gegevens hebt verstrekt Indien we, wat hét meest waarschijnlijk is', veronderstellen, aat de batterijen welke u wilt laden, een spanning hebben, die ver beneden de normale spanning 11,10 V) van uw

dynamo ligt, dan moet om de laadstroom te regelen vaneen regelbare laadweerstand. gebruik worden gemaakt. De shuntregelaar kunt u daarvoor niet gebruiken, want een shunt• dynamo heeft bij zwakke bekrachtiging onder belasting geen stabiele spanning. Beneden een' zekere grensspanning valt, wanneer men een shuntdynamo belast, de spanning weg. Welke waarde . die grènsspanning heeft, kunnen we van uw dynamo niet aangèven. Daarvoor zou de nullastkarakteristiek bepaald moeten worden. De gebruikelijke methode in het onderstelde geval is deze, dat men met de shuntregelaar de dynamo op de normale spanning instelt. -De maximale grootte van de laadweerstand kunt u dan op de volgende wijze vinden: Veronderstel, dat de batterij bestaat uit zes cellen. Dan is de spanning bij het begin van de lading 6x2 12 V. Heeft de dynamo een spanning van 110 V, dan moet de taadweerstand 110 —l2 = 98 V vernietigen. Mag de landstroom bv. 20 A bedragen, dan moet de laadweerstand 98 ; 20 = 4,9 ohm bedragen Voor accumulatoren, die slechts met een zwakke stroom worden geladen, kunt u als laadweerstand het beste een lampenweerstand gebruiken. Voor bijzonderheden daarover verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 165 in de Metaalbewerker van 4 Juli j.l. v.d. Z. Vraqg 170. Is het mogelijk voor een | leek om een dynamo te maken, b.v. ( een van 50 of meer volt met 10 of ] meer amp., welke tevens zo min ( mogelijke toeren maakt? Is het ook , doenlijk om vaneen lager stroomop- ( wekkende dynamo de stroom op te c

transformeren tot 220 volt en 10 of ■meer am-p.? – ■ Misschien is het mogelijk om in „Arbeid” daarover te schrijven én wat daarvoor zoal nodig is. Antivoord. 1 Deze vraag moet ont-kennend worden beantwoord. Het ontwerpen van kleine dynamo’s eist gelijksoortige berekeningen als die, welke voor grotere machines nodig zijn. Vaneen leek kan men niet ver-x wachten, dat hij de daarvoor benodigde kennis spoedig kan verwerven. De vervaardiging van betrouwbare electrische toestellen is minder eenvoudig dan men vaak denkt, Meestal zijnde door leken vervaardlgde electrische toestellen levensgevaarlijk in het gebruik Amateurs dienen zich te bepalen tot de vervaardiging van toestellen voor lage span-,

ningen eh zwakke stromen. Er oestaan verschillende boekjes op dit <ebied. B.v. „Hoe maak ik zelf een eiectromotor en een dynamo?” door J. M. Faber, prijs ƒ 0,75. Een Duits boeltje is; W. Seijat, „Anleitung zur Berecnnung und Konstruktion von Spielzugund Kleinmotoren für Gleich- und Wechselstrom”,/ prijs R.M. 1,40 2. Transformatie van de stroom van een gelijkstroomdynamo is niet op eenvoudige wijze mogelijk. Vaneen wisselstroomdynamo kan de spanning getransformeerd worden tot een hogere of lagere spanning. Wanneer de dynamo 10 amp. bij 50 volt levert. is het vermogen 10 x 50 = 500 watt. De er op aangesloten transformator kan bij 220 volt daarom geen sterker stroom leveren dan 500 : 220 = 2,27 -amp. v. d Z.

Sluiten