Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U 528 JAARGANG — NUMMER 23 — ZATERDAG 15 NOVEMBER 1947 I Redacteur; D. W. vah Hattem – Hemonylaan 24 – Amsterdam-Zuid – Telefoon 27858-2082 V

ABONNêMENTj Bif vooruitbetaling per jaar ♦ 2.— Voor het buitenland verhoogd met porto ADVERTENTIES: Afdeling? – advertentie» per regel . . . . f 0.20 Aanvrager voor perso» neel of andere advertenties. welke met de metaalindustrie verband houden pei regel 10 30 Verschijnt 2x per maand

DE VERLENGDE ARM

In het artikel „Tijd en Taak” in het vorige nummer, hebben wij het over de taak en bevoegdheden van de kern gehad. Wij hebben daarin zowel de kernleden als de werkgevers aangeraden ervoor te zorgen, dat er geen tegenstelling tot de vakbeweging ontstaat. In het verleden hadden we daarover veel ongenoegen en met een herhaling daarvan zijn slechts weinigen gebaat. Een goede samenwerking tussen kern en vakbond is een eis des tijds en in het algemeen belang. Over deze begeerde en noodzakelijke samenwerking is intussen nog wel wat meer te .zeggen. * Wij hebben ergens gelezen, dat de vakbond als de externe en de kern als de interne vertegenwoordiging van het personeel moet worden beschouwd. Wij kunnen ons daarmede wel verenigen. Deze voorstel-, ling roept n.l. het beeld op van ’n twee-eenheid. Zelf hebben wij in dit verband al eens geschreven over de kern als „de verlengde arm van de vakbeweging”. De één heeft de ander nodig en omgekeerd. Samen werken ze aan eenzelfde zaak, n.l. de behartiging van de belangen van het personeel inde ruimste zin. Wanneer de vakbeweging in overlegde werkgever de arbeidsvoorwaarden principieel heeft geregeld, is voor haar de kous nog, niet af. De regeling moet dan n.l. naar Tetter en geest goed worden uitgevoerd. Daarvoor is de hulp vaneen instantie binnen het bedrijf onontbeerlijk. Nemen wij als voorbeeld onze C.A.O. inde grootindustrie. Daarin zijn al direct een aantal taken aan de kern gedelegeerd. Wij hebben ze in het vorige artikel opgesomd. Maar er is zoveel meer te doen.. Met name is het van groot belang, dat de kern controle en invloed uitoefent op de vaststelling van de persoonlijke lonen binnen het kader van de gegeven regeling. Ih het geldende loonsysteem van gemiddelde minimum en maximum-utirlonen, met een gemiddeld uurverdienste-plafond, is er zeker ruimte en behoefte aan deze bemoeiing. Van hoeveel belang voor de loonpositie van het personeel is het verder niet, dat de beroepen naar de juiste vakr groep worden ingedeeld en de Individuele arbeider inde vakgroep weer goed wordt "geklasseerd. Wij denken hierbij aan de kwesties, die zich biïinen hef bedrijf zullen voordoen bij toenemende werkklassificatie. Verder is er het lastige vraagstuk van de periodieke loonsverhoging. Wie wél, wie niet? Er is geen sprake Van, dat de vakbeweging van buiten af deze persoonlijke aangelegenheden met voldoende vrucht kan behartigen. Hetzelfde geldt voor dein onze industrie zo uiterst belangrijke beloning voor het werken in tarief. De honderd en één moeilijkheden, die hierbij een rol spelen, kunnen dooreen vakverenigingsbestuurder, hij moge dan knap en vrijgesteld zijn, van buiten de fabriek niet worden opgelost. Een tariefcommissis en een kern als „hoger beroep” zijn daarvoor niet te missen. Daar vakbond en kern ieder op eigen wijze dus werken aan een zelfde taak en een ontwikkeling te verwachten valt, die dit nog meer accentueert, is het vanzelfsprekend, dat de vakbeweging er recht op heeft, dat de kern zodanig is samengesteld dat het gemeenschappelijke doel ook zo goed mogelijk wordt gediend. In duidelijke taal betekent dit, dat wij graag en liefst uitsluitend mensen inde kern hebben, die lid zijn van de mede-regelende of gecontracteerde vakbonden. Wij weten dat hierover verschil van mening bestaat en dat er aan dit omstreden onderwerp heel

wat vastzit. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd. Inmiddels moeten wij echter verder. Een oplossing, die het karakter vaneen vergelijk heeft, is gevonden bij de verkiezingen van de persoheelsraden in het Philips-concern. In eerste instantie stelden de vakbonden hun candidaten. Daarna was er de mogelijkheid rechtstreeks nog andere candidaten te stellen, als de helft of meer van de niet-georganiseerde kiesgerechtigde personeelsleden dit gezamenlijk wensten.' * De uitslag van deze procedure is op alle betrokken fabrieken geweest, dat alleen de georganiseerde candidaten zijn gekomen. Onze C.A.O. gaat niet zover. In art. 18 lezen we; „De contracterende werknemersyakverenigingen hebben het recht voor deze “verkiezing candidaten te stellen. De kiesbevoegde werklieden hebben dit recht evedeens en wel met inachtneming van dein het kernreglement gestelde regelen."

„De kern werkt volgens een reglement, hetwelK de goedkeuring van de Vakraad behoeft.” De door ons cursief gedrukte zin is van belang. Een commissie pit de- Vakraad is thans bezig een model-reglement te ontwerpen, waarin deze regelen zullen worden vastgesteld. In afwachting hiervan is het onze taak van da reeds thans aanwezige mogelijkheden een doeltreffend gebruik te maken. Deze zijn: a. Zorgen dat op elke bij de C.A.O. betrokken fabriek een kern wordt opgericht. b. Gebruik maken van het aan de gecontracteerde organisaties toegekende recht voor deze kêmen candidaten te stellen . Ten slofte spreken wijde verwachting uit, dat er bij de samenstelling van deze candidatenlijstgehandeld wordt Inde geest van de richtlijnen, die hiervoor door de Bedrijfsunie zijn vastgesteld en welke de besturen bekend zijn. Vanzelfsprekend is hét daarna de organisatorische en zedelijke plicht van de leden zich bij de daarna volgende verkiezing te gedragen overeenkomstig da door hun organisaties gemaakte afspraak.

Kennen jullie deze: Twee kerels die bonje kregen overeen kleinigheid, raakten daarbij zó van de kook, dat de één de ander een dreun op z’n oog gaf, die zodanig aankwam, dat het slachtoffer gedurende de eerstvolgende dagen genoodzaakt was de wereld vanuit één venster te bekijken. HU Het het er echter niet bij zitten en vroeg aan zijn belager „is dat ernst of is het een gijntje?" Het antwoordwas ..bittere ernst”, waarop het slachtoffer mededeelde: „dat is je geluk, want ik hou niet van die gijn!” Zo wordt in deze rubriek ook wel eens geprobeerd om een gijntje uitte halen, nochtans zonder dat ér blauwe ogen aan te pas komen, maar deze keer is het bittere ernst en hebben we eigenlijk alleen maar een boodschap van het H.B. af te geven. Dat komt hierop neer: Het sluitstuk van de propaganda-actie „Smeedt één Blok”,'wordt gevormd door de volgende, in feite laatste étappe, die moet leiden naar het vóór-oorlogse ledental: 55.000. Daarvoor zijnde voorbereidende maatregelen getroffen. Er is vergaderd met de dagelijkse besturen van de afdelingen, waarbij mededeling is gedaan van ome plannen en waar o.a. nieuw propaganda-materiaal is aangekon-

digd. In enige circulaires hebben wij voorts tijdig de afdelingsbesturen ingelicht en gevraagd om alvast bij de werkers aan de e ere en en wii hebben de werkers zelf ook nog een in vriendelijke woorden gesteld dwangbevel thuis gestuurd. Wij hébben dus gezamenlijk – en in vereniging – de nodige stekjes uitgezet en daarmede is opnieuw de spannende periode aangebroken, waarin we zitten te loeren wat er van opkomt. En dus heeft het H.B. alleen nog maar deze boodschap af te geven, dat we er op rekenen dat de afdelingsbesturen zu en zorgen doende manschappen, om verder uitte planten en de boel te verzorgen, mitsga ers halen van de resultaten. En wij kondigen hierbij beleefd maar beslist aan, dat wij van de kleinste tot de grootste inde gaten zullen houden, van tijd tot tijd mededeling zullen doen Van de stand van zaken en gaarne op de hoogte worden gehouden als hier of daar de zaak niet vlotten wil. Da’s geen gijn, maar da’s bittere ernst, want we blijven bij onze reeds eerder uitgesproken mening, dat het een koud' kunstje is de o hierboven in korte tijd op zijn plaatste ijsen.

Sluiten